ppt 1 religie: anbt en wijding

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/103

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:38 AM on 10/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

104 Terms

1
New cards

De katholieke kerk

is moeilijk structureel te vatten. Niet in te​

schatten als een gewone organisatie: geen staat, geen multinationale​ onderneming, niet iets als de Verenigde Naties, gegroeid uit iets als​ de Jezus-beweging. In elk geval komt de katholieke kerk over als een​ zeer hiërarchisch geordend instituut.​

Draagt letterlijk en figuurlijk het verleden in en met zich; de​ kerkelijke structuren zijn doorheen de tijd gegroeid in een interactie​ met de politiek-maatschappelijke en culturele context​

2
New cards

De katholieke notie van hiërarchie

Een naar graden geordende groep van mensen, die krachtens een​

goddelijke instelling door Christus, een heilige macht bezitten en de​

bijstand van de Heilige Geest ontvangen om alle leden van de Kerk​

naar hun bovennatuurlijk doel (heiliging) te leiden.​

3
New cards

Binnen de Katholieke Kerk wordt gesteld dat Christus op twee manieren​ invloed/macht uitoefent over de Kerk:

door innerlijke genade-invloed en door​ uiterlijk bestuur​

Aan beide machten wordt door de gezagsdragers in de Kerk geparticipeerd.​ Vandaar een onderscheid tussen:​ wijdingsmacht en ambtsmacht

4
New cards

WIJDINGSMACHT (potestas ordinis)

oorwerking van de innerlijke genade-​ invloed bij deze leden van de Kerk die door het sacrament der wijding (ordo)​ de macht en zending van Christus krijgen om het sacramentele offer op te​ dragen en de sacramenten te bedienen.​

5
New cards

AMBT (BESTUUR)- of HERDERLIJKE MACHT (potestas jurisdictionis)

uitoefening van het leergezag en de uiterlijke bestuursmacht door leden van de Kerk die dit gezag en deze macht verkrijgen door een eenvoudige wilsact of opdracht (missio) en niet door een wijding. De kerkelijke wetgeving, het canonieke recht, berust op de bestuursmacht.

6
New cards

Geen ambt zonder wijding?

Normaal wel: Wie een wijding heeft ontvangen, heeft normaal ook deel aan de overeenkomstige herderlijke macht, maar het tegendeel blijft mogelijk.

bv Een​ titelvoerend bisschop bezit de bisschoppelijke wijdingsmacht, maar niet de overeenkomstige herderlijke macht. Terwijl een benoemde en geïnstalleerde bisschop reeds de herderlijke macht bezit, zelfs al heeft hij nog niet de bisschoppelijke wijding ontvangen.​

7
New cards

vrouwen en wijdingen

Vrouwen zijn uitgesloten van wijdingen (cf. discussie rond het openstellen van het diakenschap voor vrouwen). Dit in tegenstelling tot sommige protestantse gemeenschappen (bv. In januari 2001 waren 22/34 nieuw gewijde bedienaars van de Lutherse Kerk in Zweden vrouwen!) en de Anglicaanse kerk (= 1/3 !) waar vrouwen wel toegelaten zijn tot het geestelijk ambt en een wijding kunnen ontvangen .​

In het kader van de synode over de ‘Amazone’ werd wel de overweging gemaakt of vrouwelijke diakens niet tot de mogelijkheden kon behoren, idem ‘viri probati’ nl. mannen fungerend in een stabiel christelijk huwelijk.​

8
New cards

opsomming van de lagere wijding

krachtens kerkelijk recht):​

  • misdienaar (acoliet)​

  • deurbewaarder (ostiarius)​

  • lezer (lector)​

  • bezweerder (exorcist)​

​

ietwat apart:

  • subdiaken (epistel of eerste lezing)​


9
New cards

lagere wijdingen verdieping​: evolutie

n de loop van de tweede en begin derde eeuw zijn in de Latijnse kerk het subdiaconaat en 4 kleinere orden ingesteld: ze vormen tezamen de hiërarchie der wijdingsmacht krachtens kerkelijk recht (hierarchia ordinis iuris ecclesiastici).​

10
New cards

lagere wijdingen verdieping​: de subdiaken

reikt de offergaven aan aan de diaken tijdens eucharistie (kelk en pateen; water bij wijn). Vanaf de 12de eeuw werd het subdiaconaat een hogere wijding.​

11
New cards

lagere wijdingen verdieping​: de acolyth

(van het Grieks akolouthos = volger, dienaar) is de lichtdrager, die de priester naar het altaar begeleidt en wijn en water bij het offer aanreikt​

12
New cards

lagere wijdingen verdieping​: de exorcist

(van het Grieks exorkidzo = bezweren) bereidt door verdrijving van de boze geesten uit de gelovigen (possessio) of uit hun omgeving (circumsessio) deze voor op het waardig ontvangen van de eucharistie.​

13
New cards

lagere wijdingen verdieping​: de lector

doet de voorlezing van de Heilige Schrift en andere stichtende boeken vanaf de ambo (kleine stenen preekstoelen aan beide kanten van het altaar: links vanuit kerk gezien voor het evangelie; rechts voor epistels).​


14
New cards

lagere wijdingen verdieping​: de ostiarius

heeft de zorg voor het kerkgebouw, luidt de klok, zorgt voor de liturgische gewaden en handhaaft de orde.

15
New cards

Lagere wijdingen Vanaf de 6e eeuw​

Vanaf de zesde eeuw blijven de lagere wijdingen behouden in de opstap naar het​

priesterschap, maar worden hun functies — tenzij die van exorcist — dikwijls door leken beoefend. Deze evolutie als opstap naar het priesterschap — met de transeunt diaken ("transire" = in iets overgaan) — leidde ertoe dat ook voor de lagere wijdingen en voor de tonsuur de verplichting van het celibaat ontstond.​

​

16
New cards

Hogere wijdingen​ overzicht

diaken

priesterschap

bisschopwijding

17
New cards

hogere wijding: diaken

staat in voor evangelie, homilie of verkondiging, doopsel, externe opdrachten o.a. armenzorg

18
New cards

hogere wijding; preisterschap (wat, taken vshen met andere takken van kerk)

= sacrament

Volwaardige wijding (minimum 24 jaar oud, verkondiging,​

sacramenten, liturgie), gehoorzaamheid aan bisschop,​

celibaatsverplichting (in tegenstelling tot anglicaanse kerk, de​

protestantse kerken, Grieks of Russisch orthodoxe kerken),​

handoplegging en zalving.​

​

Niet zo in de protestantse kerkgemeenschappen: na een opleiding​

van min. 4 jaar en 2 jaar in de eigen kerkgemeenschap "geroepen"​

door de gemeente;​

kan man of vrouw of homoseksueel/lesbisch zijn;​

al naargelang de ideeën van de betrokken denominatie of lokale​

gemeente.​

​

19
New cards

de priesterwijding (in rk, wie wijdt hem? wanneer?)

* Aan de priesterwijding in de RK gaat steeds een diakenwijding vooraf. Een priester moet eerst diaken (Griekse ‘diakonos’, dienaar) worden, dienaar van allen.​

* Enkel een bisschop kan iemand tot priester wijden. De priester is een medewerker van de bisschop. Al vanaf de eerste stap klop je aan bij de diocesane verantwoordelijken voor de priesteroepingen en opleiding van priesters (grootseminarie).​


20
New cards

wijding priester; ritueel

* Een priesterwijding is altijd opgenomen in een eucharistieviering die wordt voorgegaan door de bisschop. Het wijdingsgedeelte volgt na de lezing van het Evangelie.​

> Voorstelling van de wijdeling door de rector van het grootseminarie met de vraag aan de bisschop de kandidaat te willen wijden.​

> Na de homilie volgt de ondervraging van de wijdeling door de bisschop: peilen of hij de juiste intenties bezit​

> De wijdeling belooft gehoorzaamheid aan de bisschop en zijn opvolgers. De aanvaarding van het celibaat wordt niet expliciet meer vernoemd (wel zodanig te leven dat zijn leven als een offergave kan worden aangezien) omdat dit al gebeurde tijdens de diakenwijding​

> Litanie van alle heiligen: de wijdeling gaat dan plat ter aarde liggen = prosternatie​ = symbool voor de graankorrel die eerst moet sterven voordat hij vrucht kan dragen​

> Handoplegging door de bisschop en daarna door al de aanwezige priesters =​ symbool van de opname in het priesterkorps​

> Wijdingsgebed​

> Inruiling diakenstola voor de priesterstola en kazuifel. De handen worden gezalfd​ met chrisma. De bisschop overhandigt de kelk en de hostieschaal als teken dat hij​ voortaan kan voorgaan.​

> Vredeskus door de bisschop, alle aanwezige priesters en zijn familie…​

> Verderzetting van de eucharistieviering…​


21
New cards

wijdingen: prosternatie

Litanie van alle heiligen: de wijdeling gaat dan plat ter aarde liggen

symbool voor de graankorrel die eerst moet sterven voordat hij vrucht kan dragen​

google.;iemand zich plat op de grond werpt of diep door de knieën buigt

22
New cards

sacerdos in aeternum

priester voor de eeuwigheid

23
New cards

kan een priester zijn klerikale staat verliezen?

Hoewel een priester "sacerdos in aeternum" (priester voor de eeuwigheid) is en het sacrament van de wijding als dusdanig niet ongedaan kan worden gemaakt, kan een priester de klerikale staat verliezen die hij precies door zijn wijding ontving. Slechts één functie blijft nog open voor de priester die uit de klerikale staat werd weggezonden: bij stervensgevaar kan hij van iemand een geldige biecht afnemen.​

​


24
New cards

Vanaf de zesde eeuw blijven de lagere wijdingen behouden in de opstap naar het

priesterschap, maar worden hun functies — tenzij die van exorcist — dikwijls door leken beoefend. Deze evolutie als opstap naar het priesterschap — met de transeunt diaken ("transire" = in iets overgaan) — leidde ertoe dat ook voor de lagere wijdingen en voor de tonsuur de verplichting van het celibaat ontstond.​

25
New cards

tonsuur

Van in de 7de eeuw tot de afschaffing door Paulus VI in 1972, was de tonsuur of kruinschering in gebruik.

Het​ gebruik werd beschouwd als een rituele voorbereiding tot de wijding en geen wijding zelf. Het was het teken van het intreden in de geestelijke stand.

De tonsuratus kreeg een nieuwe status en een nieuwe geest. Hij werd deelachtig aan de rechten en de plichten van de geestelijke stand, de clergie.

De tonsuur werd door de wereldlijke rechtbanken aanvaard als bewijs van clergie of van het behoren tot de geestelijke stand, met inbegrip van privilegium canonis, privilegium fori (voorrecht van geestelijke om enkel voor een geestelijke rechtbank berecht te worden) en het privilegium immunitatis. Het Concilie van Trente (1545- 1563) stipuleerde dat de seminaristen na de tweejarige filosofie-opleiding de tonsuur ontvingen.​

26
New cards

privilegium canonis, privilegium fori en privilegium immunitatis

voorrecht van geestelijke om enkel voor een geestelijke rechtbank berecht te worden

27
New cards

celibaat wat

is de levensstaat die door mannen en vrouwen wordt aangenomen om zich volledig te kunnen inzetten voor de zending van de Kerk. Zij die in celibaat leven, onthouden zich van elke vorm van seksuele verhouding en gaan geen huwelijk of relaties aan.

28
New cards

celibaat verdieping

In de Latijnse Kerk van het westen is die keuze voorwaarde voor het ontvangen van de priesterwijding, voor het intreden in een kloosterorde, het toetreden tot een religieuze congregatie en voor het afleggen van de kloostergelofte.​

Het celibaat wordt door de Kerk niet beschouwd als een goddelijk voorschrift maar enkel als een kerkelijk gebod. De Kerk is dus in die zin vrij om de celibaatsverplichting op te heffen, maar heeft dat ondanks de voortdurend binnenkerkelijke pleidooien daarvoor doorheen de eeuwen niet willen doen.​

Celibaat heeft ook te maken met een instituut dat wil beschikkenover een volledig verknocht corps.​


29
New cards

celibaat en vaticaan ll

Vaticaan II (1962/65) heeft de celibaatsverplichting nog eens bevestigd (decreet Presbytorum ordinis van 1965). Degene die de priesterwijding heeft ontvangen, is voor zijn hele verdere leven priester en daarom ook permanent gebonden aan de celibaatsverplichting. Zelfs als hij om welke reden dan ook is teruggezet in de lekenstand, tenzij de kerkelijke overheid ontheffing verleent.​

30
New cards

celibaat ( franciscus, homolobby, 5e eeuw,concillie van trente)

Paus Franciscus (2013/25) leek bereid te zijn een discussie aan te gaan over de kerkelijke celibaatsverplichting. In een ​ eerste instantie kan de discussie misschien gaan over de mogelijkheid gehuwde mannen tot priester te wijden.

Veel te doen over een verondersteld verband tussen celibaat, homoseksualiteit en de ‘homolobby’ in het ​ Vaticaan: boek Frédéric Martel, Het geheim van het Vaticaan, Amsterdam, 2019 ​

Al in de vijfde eeuw verplichtte paus Leo I (440/46) de priesters en bisschoppen tot het celibaat; in het Oost-Romeinse Rijk schreef de keizer het celibaat alleen aan de bisschoppen voor.​

​

In de westerse Kerk is de celibaatsverplichting voor de hogere wijdingen, dus voor de (sub)diaken, priester en bisschop, door het Concilie van Trente in 1563 in het kerkelijk wetboek vastgelegd. Toen pas begonnen de flagrante overtredingen van het celibaat en de gewoonten van concubinage terug te lopen en geleidelijk aan uitzondering te worden. Toch moet worden gesteld dat het celibaat tot op heden een zeer moeilijk gegeven blijft.​

31
New cards

bisschopwijding

of lagere abts-zegening

  • Afgeleid van Petrus en de apostelen,​ vertegenwoordigers van Christus op aarde,​ zware en totale verantwoordelijkheid in alle​ aspecten.​

  • Grote graad van autonomie.​ Sancties enkel mogelijk via Rome (paus),​ morele dwang tot aftreden​

  • groene symboliek


32
New cards

herderlijke macht; Vooraf: onderscheid tussen seculiere en reguliere​ structuur in de Rooms-katholieke kerk:​

seculier = territoriale kerkelijke structuur, territoriale (bv. parochie) of categoriale (bv. binnenschippers, bv. gevangenen) "zielzorg".​

Regulier = religieuzen, levend volgens een regel, kloosterlingen.​

33
New cards

seculiere gelovige

territoriale kerkelijke structuur, territoriale (bv. parochie) of categoriale (bv. binnenschippers, bv. gevangenen) "zielzorg".​


34
New cards

Regulier gelovige

Regulier = religieuzen, levend volgens een regel, kloosterlingen.​

35
New cards

herderlijke macht

ot de hiërarchie van de herderlijke macht (ambt) behoren vooreerst de paus en de bisschoppen die krachtens goddelijke instelling tezamen de hierarchia jurisdictionis iuris divini vormen. De jurisdictio is door Christus eerst aan Petrus alleen, daarna aan het college van​ apostelen met Petrus gegeven.​

​

Door een wilsact van deze dragers of hun opvolgers kunnen anderen deelachtig worden aan deze herdelijke macht. Daartoe worden krachtens kerkelijk recht ambten ingesteld waaraan een wettelijk omschreven bevoegdheid is verbonden (hierarchia jurisdictionis iuris ecclesiastici). Hierin kunnen volgens het kerkelijk recht 2 grote groepen worden onderscheiden:​

  1. a) deelhebbers aan de pauselijke herderlijke macht, wier jurisdictie​ afkomstig is van de paus

  2. deelhebbers aan de bisschoppelijke herderlijke macht, wier​

    jurisdictie afkomstig is van de bisschop of althans in ondergeschiktheid aan de bisschop is uit te oefenen


36
New cards

a) deelhebbers aan de pauselijke herderlijke macht, wier jurisdictie​ afkomstig is van de paus

algemene kerkvergaderingen, kardinalen, romeinse curie, legaten, patriarchen, exarchen, primaten, metropolieten, bisschoppen, plenaire en provinciale concilies, apostolische vicarissen en prefecten, apostolische administratoren, abten en prelaten nullius, oversten van exempte clericale kloostergemeenschappen.​

37
New cards


deelhebbers aan de bisschoppelijke herderlijke macht, wier​

jurisdictie afkomstig is van de bisschop of althans in ondergeschiktheid aan de bisschop is uit te oefenen

coadjuctoren en hulpbisschoppen, diocesane synoden,​

bisschoppelijke curie, vicarissen-generaal en officialen, kathedrale​

kapittels, diocesane consultoren, kappitel-vicarissen, dekens,​

pastoors, kapelaans, rectoren van kerken, pastorale helpers/helpsters​

38
New cards

Pastorale werker(ster), parochieassistent​

(post Vaticanum II)​

  • Lekenhelpers​ Pastoraal werkzaam in lokale kerkgemeenschappen of​ instellingen​

  • Selectie van de kandidaten door een gemengd comité​

    van priesters en leken, minimum 25 jaar oud, man of​

    vrouw, minimum diploma van Algemeen Secundair​


  • Onderwijs maar beter Hoger Onderwijs, driejarige​

    opleiding.​


  • Aanstelling of pastorale zending door de bisschop​


  • Problematiek van de verloning cf. infra. Gelijkgeschakeld​

    met deze van een parochiepriester, zonder evenwel de​

    casuele inkomsten (cf. infra). Te laag voor een​

    gezinsinkomen.​


39
New cards

Drie bedieningen​

Het bisdom Luik heeft gekozen voor drie specifieke bedieningen:​

  1. Bediening van het Woord (lectoraat). De lector verkondigt het Woord van God, begeleidt Bijbelgroepen, bevordert lectio divina, ondersteunt catechisten en leidt geloofsgesprekken.​

  2. Bediening van acoliet. De acoliet begeleidt gelovigen in hun gebedsleven, leidt gebedswakes en aanbiddingen, brengt de communie naar zieken en gaat voor in bepaalde vieringen.​

  3. Bediening van evangelisatie (catechist). De catechist richt zich op evangelisatie, begeleidt catechumenen, coördineert lokaal pastoraal werk en draagt bij aan een missionaire Kerk die openstaat voor de samenleving.​

​

40
New cards

De herderlijke ambt diaken​

  1. Ofwel "clericus" (= transeunt diaken/overgangsdiaken, in afwachting van de wijding tot priester) ​

  2. ofwel leek (= permanent diaken, kan een gehuwde man zijn van minimum 35 jaar, de echtgenote moet uitdrukkelijk instemmen met de wijding/aanstelling, bij scheiding of overlijden geen tweede huwelijk toegelaten = celibaatsverplichting dan van toepassing)​


41
New cards

Bisschoppelijk herderlijke ambt kapelaan​

onderpastoor​

  • Priester​

    Gedeelde verantwoordelijkheid onder de pastoor (of proost in categoriale zielzorg bv. jeugd, gevangenen)​

    Of verantwoordelijk voor een hulpparochie, kapelanij​

    Kapelaan / onderpastoor historisch bekeken​

    • Het instituut is recent van oorsprong. Hoewel reeds gekend door het concilie van Trente heeft het zich in onze streken slechts veralgemeend in de loop van de 17de eeuw. Vaak stond de onderpastoor in voor een kapelanij met bijhorend beneficie als inkomen. Vanaf de 18de eeuw werd dit onverenigbaar en moest de pastoor in het onderhoud van een onderpastoor voorzien. ​

  • Aanvankelijk koos een residerende pastoor vrij zijn medewerker en liet hij zijn persoonlijke keuze eventueel door de bisschop bekrachtigen. Anderzijds was de onderpastoor vrij om ontslag te nemen zonder hierover rekenschap te geven. Bij het aftreden of afsterven van de pastoor beëindigde ook het mandaat van de onderpastoor.​


42
New cards

Bisschoppelijk herderlijke ambt kapelaan​ en het concordaat van1801

Sedert het Concordaat van 1801 verloren de pastoors het recht van vrije keuze en kwam de benoeming uitsluitend toe aan de bisschop (seculieren) of via de bisschop (bij kloosterlingen benoemde overste en keurde bisschop goed). ​

De pastoor diende wel gehoord te worden. De onderpastoor blijft naar willekeur afzetbaar door de bisschop en de kapittel-vicaris (of door overste bij regulieren).​

43
New cards

Bischopppelijke herderlijke ambt; pastoor​, wat en etymologie

Pastoor​

  • Priester​

  • Verantwoordelijk voor gemeenschap, parochie​

  • “Dienstdoend priester”​

  • historische evolutie​

​

Etymologie​

  • De huidige naam van de pastoor, parochus (parochiepriester), is eerst in gebruik na het Concilie van Trente. Het woord is ontleend aan het Renaissance-Latijn en werd gekozen wegens de uiterlijke gelijkenis met de Latijnse term paroecia of parochia, die teruggaan op het Griekse paroikia, verzameling van woningen die het territorium aanduiden van wat een parochie was (we komen hier later op terug). In de middeleeuwen vindt men in de teksten voor de pastoor de volgende termen terug: pastor, plebanus, presbyter, sacerdos proprius, investitus, rector, curatus, ecclesiasticus, parochianus en curio.​

​

dus De pastoor is een priester of rechtspersoon, aan wie een parochie als titel is toevertrouwd tot uitoefening van de zielzorg onder het herderlijk gezag van de plaatselijke ordinaris (bisschop).​

​


44
New cards

Begrip titel

: de titulus wees aanvankelijk op het kerkgebouw, maar ging ook kerkambt betekenen: met de wijding verwierf de wijdeling een vaste aanstelling aan een kerk (sedert concilie van Chalcedon, 451) en dus meteen ook een beneficie, een blijvend aan het kerkambt verbonden inkomen.​

45
New cards

Het pastoraat is dus een ambt, een officium, waaraan een beneficie is verbonden. Dit veronderstelt stabiliteit:

het gemene recht omschrijft de rechten en plichten van dit officium ordinarium, dit wil zeggen dat de macht van de pastoor niet door de bisschop gedelegeerd is maar zelfstandig is. Vandaar het grote belang, vooral in de middeleeuwen, om een parochiekerk van een andere te kunnen onderscheiden

46
New cards

ontslag van priester

Alhoewel in de geschiedenis van het kerkelijk recht steeds werd en wordt gesteld dat de onafzetbaarheid van de pastoor een wenselijke vereiste is, werd dit tot en met vandaag nooit absoluut. Ontslag, verplaatsing en vrijwillige afstand waren schering en inslag.​

47
New cards

Bisschoppelijk Herderlijke ambt: pastoor​; Pastorale macht​

De pastorale macht vloeit voort uit de priesterwijding, die bevoegdheid verschaft om alle sacramenten toe te dienen, behalve de wijding tot het priesterschap en het vormsel (voorbehouden aan bisschop), alsook alle sacramentalieën van priesterlijke aard, die worden toegediend met besprenkeling van gewijd water (uitvaarten, doopvontwijding, inzegeningen, processies, kerkgang van de vrouw na de bevalling; behalve wijding van klokken, abten, gewijde vaten, voorbehouden aan bisschop).​

​

Doorheen geschiedenis zeer sterk belang van parochiemonopolie (concurrentie met kloosterorden, kapellen, kerken). In de middeleeuwen waren de parochianen gebonden aan de parochieban (bannus parochialis), dwz ze moesten de sacramenten ontvangen van hun parochiepriester en hun godsdienstverplichtingen vervullen in hun parochiekerk.​

48
New cards

Bisschoppelijk Herderlijke ambt: pastoor​;Insignieën

Als uiterlijk teken van zijn ambt en waardigheid droeg de pastoor in het diocees Kamerijk sedert de 14de eeuw de hoed, terwijl de overige geestelijken een muts of bonnet als hoofdbedekking hadden. In zijn Decretum, een collectie van canoniek recht, droeg Burchard van Worms in ca 1008 de pastoors op om regelmatig de stool (stola) te dragen. Ook nu nog betekent het dragen van de stool door pastoors bij niet-sacramentele functies, bvb processies, een teken van onderscheiding.​

49
New cards

Bisschoppelijke herderlijke ambt : pastoor​; Liturgische kledij​

Drukt de liturgische, priesterlijke waardigheid van de priester uit. De foto’s geven de ideale situatie weer voor Vaticanum II (1962-1965).​

50
New cards

Bisschoppelijke herderlijke ambt : pastoor​;Niet-liturgische kledij​

  • Voor Vaticanum II golden heel specifieke voorschriften:​

    Verzorgde haartooi (kort geknipt, cf. tonsuur)​

    In de 18de eeuw moest toestemming worden gevraagd aan de plaatselijke ordinarius voor het dragen van een pruik​

    • Verbod op het dragen van een baard of snor, van een priester werd verwacht dat hij gladgeschoren was (geen onreine baard- of snorharen in contact met het Bloed van Christus). De uitzondering waren de missionarissen (cf. reisomstandigheden), waardoor de baard voor hen uitgroeide tot een statussymbool, onderdeel van hun identiteit.​

    • Een priester moest zich waardig gedragen, geen frivool gedrag tot verbod op fietsen (alhoewel er uitzonderingen waren voor moeilijk bereikbare plaatsen)​

    ​


51
New cards

Bisschoppelijke herderlijke ambt : pastoor​ Verplichtingen

  • De pastoor heeft niet enkel het recht, maar ook de plicht om de goddelijke diensten op te dragen en de sacramenten toe te dienen; hij heeft niet enkel het recht maar ook de plicht om bepaalde kerkelijke goederen te beheren en stichtingen in ontvangst te nemen. ​

  • Sedert Trente is hij ook verplicht na de inbezitstelling van zijn parochie een geloofsbelijdenis af te leggen en op alle zondagen en grote feestdagen de parochiemis op te dragen. ​

  • Zijn belangrijkste verplichtingen zijn de residentie (al werd die sedert de 13de eeuw ten gevolge van de cumulatie van beneficiën meestal overschreden tot het Concilie van Trente ingreep), het onderricht door prediking, door catechese en door toezicht op de scholen, het vieren van de goddelijke diensten en het toedienen der sacramente​


52
New cards

In de parochieregisters staan

data van doopsel, vormsel, huwelijks en overlijden genoteerd.

De verplichting tot het doopregisters, nodig in verband met de kerkelijke wetgeving op het huwelijk en voor het bewijzen van meerderjarigheid, verbreidde zich in onze streken in de 15de eeuw. Algemeen kwamen de doopboeken echter pas in zwang in de 17de eeuw, tezamen met de huwelijksregisters.

Nog jonger zijn de overlijdensregisters en van recente datum tenslotte de vormselregisters. Doop-, huwelijks- en overlijdensregisters werden in 1563 door het Concilie van Trente, in 1579 door de Franse koning en in 1611 door de aartshertogen voorgeschreven. ​

​

53
New cards

staat van zielen" (liber de statu animarum)

Uit de Nieuwe Tijd dateert ook de "staat van zielen" (liber de statu animarum), een lijst van elk woonhuis van de parochie met de namen van de bewoners, hun leeftijd, hun burgerlijke staat en allerlei inlichtingen m.b.t. het godsdienstig leven.​

54
New cards

Bisschoppeloijke herderlijke ambt (pastoor)​: benoemingen

4 fases: ​

  • 1) aanwijzing van de titularis door bevoegd persoon (bisschop, patroon of rechtspersoon); ​

  • 2) vrije aanvaarding van de aangewezen persoon door de kerkelijke overheid (bisschop); ​

  • 3) canonische instelling van het ambt door de kerkelijke overheid (bisschop); ​

  • 4) feitelijke inbezitstelling van het ambt door de kerkelijke overheid (bisschop).​

​

55
New cards

Bisschoppelijke herderlijke ambt : pastoor​ Concursus

Uiteindelijk leidde het uiteenvallen van het patronaatsrecht in kerkelijke en leken-patronaatsrecht en de pauselijke tussenkomsten waarbij zoveel mogelijk bevriende wereldlijke en kerkelijke personen en instituten beneficies cumuleerden, tot de verwaarlozing van vele parochies. Daarbij kwam ook nog de gebrekkige intellectuele vorming en het weinig stichtende morele gedrag van de pastoors.

Het Concilie van Trente reageerde hierop met de instelling van een voorafgaandelijk pastoorsexamen, de concursus. Het pastoorsexamen was verplichtend op straffe van ongeldigheid van de benoeming. Op het examenprogramma stond een opstel over dogmatische problemen, een vraag rond moraal en een kleine homelie op een evangelietekst. ​

  • Het examen hield verder verband met kwaliteiten die speciaal voor het pastoorsambt werden vereist: leeftijd, gedrag, voorzichtigheid, ervaring en tevoren vervulde ambten. Een examencommissie stelde een lijst samen van de meest geschikte kandidaten waaruit dan gekozen werd. In onze streken werd de concursus onder invloed van het verzet van de abdijen, kloosters en kapittels slechts algemeen omstreeks het midden van de 17de eeuw. De bisschoppen werden in hun strijd door de paus eerder tegengewerkt dan geholpen. Daarnaast ontwikkelde zich ook het algemeen examen.​


56
New cards

Bisschoppelijke Herderlijke ambt ​Pastor(es)​

Verzamelbegrip (post Vaticanum II) voor parochieassistenten, pastorale werkers, diakens en… parochiepriesters ​

57
New cards

Bisschoppelijke Herderlijke ambt Deken

Priester die, tengevolge van een gedelegeerde macht, optreedt als bemiddelaar tussen de bisschop en de pastoors.​

Verantwoordelijk voor een dekenij; pastoor-deken; ​

men spreekt ook van parochie-gemeenschappen of conglomeraten​

​

58
New cards

Hoogtepunt van macht als bisschoppelijk instrument tussen late middeleeuwen en Trente​

Essentie van dekanaat sinds Concilie van Trente: ​

visitatie van de dekenij en het toezicht op de geestelijkheid (levenswijze geestelijkheid, toestand kerkgebouwen, financiële inkomsten); ​

bijeenroepen en voorzitten van de pastoorsvergaderingen; ​

algemene rol als bemiddelaar tussen bisschop en geestelijkheid; ​

waarborgen van continuïteit van het parochiebestuur. ​

​

Belangrijke bronnen: dekanale visitatieverslagen ​

59
New cards

Bisschoppelijke herderlijke macht​; Kanunnik / Kapittels​

  • an kathedrale of collegiale kerken verbonden priesters die de getijden of het getijdenofficie (officiële dagelijks gebed van de Kerk) in de vorm van een openbaar koorgebed onderhouden. Ontvingen daarvoor in het Ancien Regime een prebende of som voor hun levensonderhoud. Thans een eretitel.​

    Te onderscheiden van de reguliere kanunniken ​

    (bv. de norbertijnen)!​

    Een kapittel speelt bovendien een belangrijke rol in het bestuur van het bisdom, als raadgever van de bisschop, door vervanging bij vacatie en door deelname aan het provinciaal concilie.​


60
New cards

Bisschoppelijke herderlijke ambt : kapittel​ historisch bekeken:​

Kathedrale kapittels: groepen geestelijken binnen eenzelfde stad die in een soort gemeenschap wensten te leven in gehoorzaamheid aan de bisschop (4de Concilie van Toledo van 633, Chrodegang van Metz ca 750, Concilie van Aken in 816).​

Op het platteland ontstonden rond de kerken nieuwe seculiere gemeenschappen: de collegiale kapittels, vaak gesticht door plaatselijke heren (bloei 13de eeuw, ook wereldlijke vrouwenkapittels, reacties tegen misbruik). ​

​

61
New cards

Kathedrale kapittels:

groepen geestelijken binnen eenzelfde stad die in een soort gemeenschap wensten te leven in gehoorzaamheid aan de bisschop (4de Concilie van Toledo van 633, Chrodegang van Metz ca 750, Concilie van Aken in 816).​

62
New cards

collegiale kapittels

Op het platteland ontstonden rond de kerken nieuwe seculiere gemeenschappen: vaak gesticht door plaatselijke heren (bloei 13de eeuw, ook wereldlijke vrouwenkapittels, reacties tegen misbruik). ​

63
New cards

Bisschop, bisdom, diocees: Definitie en etymologie​

De bisschop is een opvolger van de apostelen en wordt krachtens goddelijke instelling over een bepaalde kerk aangesteld, die hij als ambtsdrager en uit eigen naam (voor beide fora ) bestuurt, onder het gezag van de paus.​

Het woord bisschop komt van het Griekse episkopos dat afgeleid is van het werkwoord episkopein (wakend en beschermend opletten). In het Nieuwe Testament werd het woord nog gebruikt als synoniem voor presbuteroi, de ouden van de kerk of de priesters. Dit was nog steeds het geval in de brief van paus Clemens I (88-100) aan de Corinthiërs, terwijl het sedert de 2de eeuw definitief werd voorbehouden voor de eerste dignitarissen in de Kerk.​

De bisschop wordt aangesteld over een bepaalde kerk, zijn bisdom of diocees. Dit laatste woord komt van het Griekse dioikêsis, hetgeen inrichting van een huis en afgeleid ook elke administratie betekent.​

​

64
New cards

Bisschoppelijke herderlijke macht: bisschop​ ; Pauselijke exhortatie Pastores gregis

  • Pauselijke exhortatie Pastores gregis ("Herders van de kudde") van 16 okt. 2003 legt de nadruk op hun taak van verkondiging, van geloofsgetuige, de spirituele dimensie van het bisschopsambt, de voorbeeldfunctie.​

  • In het geval van ernstige tekortkomingen en misdaden moet de bisschop "ferm en daadkrachtig, rechtvaardig en onpartijdig zijn", "eerst de gelovigen en de integriteit van de Kerk te beschermen".​

  • Het document herneemt ook het principe van de collegialiteit (concilies, synodes).​

  • Een bisschop heeft ook een maatschappelijke rol: vredesstichter, dialoog andere religies, bevorderen gerechtigheid, heelheid van de schepping, begeleiding immigranten.​


65
New cards

Bisschoppelijke herderlijke macht: bisschop​; kan het een seculier zijn? wat doet de nuntius?

Kan ook een regulier zijn!​

  • Cf. aartsbisschop Victor-Auguste Dechamps 1867-1883 (eerst bisschop Namen (1865-1867), in feite redemptorist​

  • Bv. hulpbisschop Luk De Hovre, jezuïet, Mechelen-Brussel (1982-2001)​

  • Thans Lode Van Hecke, trappist van de abdij van Orval, bisschop van Gent (2019-2025)​

Nuntius let op "loyale" genomineerden​

  • H. Stoel kan zo sturen!​


66
New cards

Bisschoppelijk herderlijk ambt (bisschop)​ Insignes​

Vanaf hun benoeming mogen de bisschoppen zich in het purper hullen en de bisschopshoed opzetten. Vanaf hun wijding mag de bisschop de bisschopsring dragen als teken van trouw jegens zijn kerk (annulus cum gemma, in gebruik sinds de Oudheid), de kromstaf als symbool van de herderlijke macht (baculus pastoralis, pedum curvum, in gebruik sinds 6de/7de eeuw), de mijter (mitra, vooral sinds 12de eeuw), het borstkruis (crux pectoralis, sinds de 14de eeuw), alsook sandalen, het kleed en handschoenen. ​

​

67
New cards

rechten en machten van de bisschop

De bisschoppen mogen alle rechten uitoefenen die beantwoorden aan het nut en belang van hun diocees. Zijn macht valt op te splitsen in:​

1) Leermacht: onderricht en controle (zuiverheid van geloof en zeden)​

2) een drievoudige Bestuursmacht: wetgevende macht (statuta diocesana), rechterlijke (diocesane rechtbank, officialiteit) en uitvoerende macht (dwangmiddelen, straffen)​

3) Administratieve macht (mbt geestelijkheid, kerkelijke goederen, beneficies, vrome plaatsen)​

​

68
New cards

Verplichtingen van de bisschop​ overzicht

1: Residentieplicht: definitie en evolutie​

2: Visitatie "ad limina": definitie en evolutie​

69
New cards

Verplichtingen van de bisschop​; 1: Residentieplicht: definitie en evolutie​, trente

Residentie is in het algemeen de verplichting van de geestelijken, aan wie kerkelijke ambten zijn toevertrouwd, om op de plaats van hun ambt verblijf te houden. Deze verplichting dient als waarborg voor een behoorlijke en persoonlijke uitvoering van het ambt.​

De residentieplicht werd al vroeg door kerkvergaderingen voorgeschreven, maar de realiteit ten gevolge van de cumulering van kerkelijke ambten bleef voor problemen zorgen:​

Het concilie van Nicea (325) verbood aldus onder sanctie van ontslag aan bisschoppen en andere clerici om zich van de ene stad naar de andere te begeven.​

Op het concilie van Lateranen 1180 bedreigde Alexander III de niet-residerende geestelijkheid uitdrukkelijk met ontslag.​


Eerst met het Concilie van Trente kwam verbetering: er werd beslist wanneer en waarom bisschoppen uitzonderlijk hun diocees mochten verlaten zonder dat hun bisdom daar mocht onder lijden. Het motief moest worden goedgekeurd door de paus of door de metropoliet (tot 1634). In de praktijk mochten bisschoppen maximum 2 of 3 maanden per jaar hun diocees verlaten, zonder hierover rekenschap te moeten afleggen. Normaal gezien moesten ze in de kathedraalkerk aanwezig zijn tijdens de Advent en de Vasten, op Kerst-, Paas-, Pinkster- en Sacramentsdag.​

70
New cards

De advent​

is in het christendom de benaming voor de aanloopperiode naar kerst. De naam advent komt van het Latijnse woord “adventus”, dat komst betekent. In de adventsperiode bereiden christenen zich voor op het kerstfeest. Het Liturgisch jaar begint na de grote groene tijd door het jaar met de advent. Eenvoudig gerekend begint de advent vier zondagen voor Kerstmis. De advent begint altijd op de eerste zondag na 26 november (Sint-Siricius) en eindigt op 24 december (Kerstavond) bij het avondgebed. Hierdoor is de lengte van de adventsperiode verschillend, maar telt wel altijd vier zondagen​

71
New cards

Het vasten​

het Paasfeest. Deze zogenoemde veertigdagentijd is een periode van bezinning op de feitelijke christelijke levenspraktijk door zich meer open te stellen voor het Woord en/of om solidair te zijn met hen die het moeilijk hebben. Alhoewel er 46 dagen verlopen tussen Aswoensdag en Pasen (einde van de vastentijd), wordt er traditioneel niet gevast op de 6 zondagen tijdens die periode, waardoor men op veertig dagen uitkomt.​

​

72
New cards

pinksteren

Pinksteren (Sinksen) is het feest waarop christenen bidden en danken om de gave van de heilige Geest. Etymologisch betekent Pinksteren Pentèkostè ‘50 dagen’ (na Pasen).​

73
New cards

sacramentendag

Sacramentsdag ook wel het Hoogfeest van het Allerheiligst Sacrament genoemd, is een hoogfeest binnen de Rooms Katholieke Kerk. Op dit feest wordt gevierd dat Jezus Christus Zichzelf onder de gedaante van brood en wijn aan de gelovigen wil geven als voedsel en voortdurend onder de mensen wil blijven door middel van zijn waarachtige tegenwoordigheid in de geconsacreerde offergaven. De eerbied die in de Katholieke Kerk voor de geconsacreerde heilige Hostie bestaat, wordt op deze feestdag tot uitdrukking gebracht. ​

Het feest valt op de tweede donderdag na Pinksteren, maar wordt in de Belgische en Nederlandse kerken meestal gevierd op de zondag erna. Een sacramentsprocessie kan een onderdeel zijn van dit feest.​

​

74
New cards

Benoeming van de bisschoppen: evolutie​

  • De apostelen die door Jezus waren uitverkoren, duidden op hun beurt hun opvolgers aan. Volgens een schrijven van Clemens I (88-100) voorzagen zij nochtans reeds latere betwisting en stelden 2 regels voorop: keuze door het college van bisschoppen en goedkeuring hiervan door de christengemeenschap (consentiente universa ecclesia).​

  • In de loop van de 3de en 4de eeuw volgde een omkering in volgorde. Volgens Cyprianus (†258) werd de keuze gemaakt door de christengemeenschap, clerus en volk, en daarna onderworpen aan het oordeel der naburige bisschoppen. Het concilie van Nicea (325) maakte deze wijze verplichtend en eiste bovendien de bekrachtiging door de metropoliet.​

  • in het Oosten ging spoedig de tendens gelden om aan de christengemeenschap elke vorm van deelname aan de bisschopsverkiezingen te ontnemen. Het 7de oecumenisch concilie te Nicea (787) behield het verkiezingsrecht op straffe van afzetting uitsluitend voor aan de bisschoppen.​

  • In het Westen drongen de wereldlijke machthebbers zich sinds de 6de eeuw steeds meer op bij de bisschopskeuze. In de praktijk ressorteerde het bisschopsambt onder de kroon en werd het ambt verkocht aan de groten van het rijk, belust op rijkdom en macht. ​

    ​


75
New cards

Benoeming van de bisschoppen: evolutie​ vanaf midden 9e eeuw

Sedert het midden van de 9de eeuw benoemden in geheel de christenheid koningen en vorsten de bisschoppen, ofschoon de uiterlijke vorm van canonieke keuze nog gehandhaafd bleef.​

In Duitsland en Italië benoemde meestal de koning; in een deel van Frankrijk de koning, in een ander deel de feodale heren op hun gebied. ​

Daar de bisschoppen, vooral in Duitsland, in de loop der tijden een aanzienlijk grondgebied hadden verworven, waarop zij ook wereldlijke hoogheidsrechten uitoefenden (rechtspraak bvb), was het normaal dat zij door de vorst met deze tijdelijke goederen (temporalia) en hoogheidsrechten (regalia) werden beleend. De bisschop deed hierbij zijn hominum of homagium, werd dus leenman van de vorst met alle verplichtingen daaraan verbonden, en legde de eed af van trouw.​

76
New cards

Benoeming van de bisschoppen: evolutie​ na eerste verzet in lotharingen

Na een eerste verzet in Lotharingen, drong ook het protest tegen deze gang van zaken door te Rome: Gregorius VII bond de strijd aan tegen de lekenheerschappij over de Kerk, bekend als de investituurstrijd.​

In deze strijd werd aanvankelijk aan pauselijke, noch aan keizerlijke zijde voldoende onderscheid gemaakt tussen geestelijke en wereldlijke investituur. Dit juiste onderscheid werd slechts begin 12de eeuw geformuleerd door Yvo van Chartres en deze definitie diende tot grondslag voor de compromisoplossingen die de concordaten van Bec of Londen (1106) met Engeland, van Saint-Denis (1107) met Frankrijk, en van Worms (1122) met Duitsland eigenlijk waren.​

Lekeninvestituur, eertijds door Gregorius VII verboden, werd voor geoorloofd verklaard: de vorsten deden dus afstand van de overdracht van staf en ring (spiritualia) en behielden slechts de overdracht der temporalia en regalia.​

​

77
New cards

Benoeming van de bisschoppen: evolutie​ na 4e concillie van lateranen 1215

Het 4de concilie van Lateranen (1215) maakte de kathedraal-kapittels definitief en officieel tot exclusief-kiesgerechtigden inzake bisschopskeuze, wat zij infeite sedert 1150/70 reeds waren. Het volk behield slechts het recht van instemming door toejuiching (acclamatio). De bekrachtiging van de verkiezing door de metropoliet gebeurde slechts nog pro forma. Meer en meer was het de paus die zich opwierp als de hoogste scheidsrechter​

78
New cards

Benoeming van de bisschoppen: evolutie Onder Urbanus V (1362-70)

werd de collatie (recht van voordraging ter benoeming) van alle patriarchale, metropolitane en bisschoppelijke zetels aan de paus gereserveerd. Hiermee werd het verkiezingsrecht van de kapittels niet officieel, maar dan toch feitelijk afgeschaft. Zowel de collatie als de keuze behoorden sindsdien aan de paus: de rechtstreekse benoeming van bisschoppen door de paus werd tot gemeen recht en is dat gebleven tot op de huidige dag.​

79
New cards

Benoeming van de bisschoppen: evolutie

Sedert de 15de eeuw werden nochtans op dit gemeen recht (ius commune, Romeins-canonieke recht, geleerde recht) vele uitzonderingen toegestaan onder de vorm van Concordaten, gesloten tussen de paus en de vorsten. Steeds kwam het hierop neer dat het staatshoofd bij vacatie een kandidaat mocht presenteren of benoemen (nominatio), die de paus dan mocht bekrachtigen. In alle gevallen had de paus de vrije collatie of het recht van bekrachtiging en dus ook steeds het laatste woord.​

​

80
New cards

dia 71

81
New cards
82
New cards
83
New cards
84
New cards
85
New cards
86
New cards
87
New cards
88
New cards
89
New cards
90
New cards
91
New cards
92
New cards
93
New cards
94
New cards
95
New cards
96
New cards
97
New cards
98
New cards
99
New cards
100
New cards