HC 6

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/131

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Kanker-immuniteit en immunotherapie

Last updated 2:34 PM on 10/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

132 Terms

1
New cards

Wat toont tumorcelvaccinatie bij muizen aan?

Dat adaptieve immuniteit beschermend kan werken tegen tumoren.

2
New cards

Wat gebeurt er bij vaccinatie van muizen met tumorcellen?

De kans op ontwikkeling van die tumor wordt kleiner.

3
New cards

Welk deel van het immuunsysteem blijkt belangrijk uit tumorvaccinatie?

Het verworven of adaptieve immuunsysteem.

4
New cards

Wat zijn tumor-infiltrerende immuuncellen?

Immuuncellen die de tumor zijn binnengedrongen.

5
New cards

Waarom is de immuuncelsamenstelling van een tumor relevant?

Type en hoeveelheid infiltrerende cellen hangen samen met de prognose.

6
New cards

Welke tumorinfiltratie is doorgaans prognostisch gunstig?

Veel CD8+-T-cellen.

7
New cards

Is de prognostische betekenis van alle immuuncellen even duidelijk?

Nee, die verschilt per type immuuncel.

8
New cards

Waarom bestrijdt immuniteit pathogenen doorgaans beter dan tumoren?

Tumorcellen lijken meer op lichaamseigen cellen.

9
New cards

Hoe kunnen tumorcellen signaleren dat er iets misgaat?

Via liganden op hun celmembraan.

10
New cards

Op welke moleculen tonen tumorcellen peptiden aan CD8+-T-cellen?

MHC-klasse I (HLA-I).

11
New cards

Welke drie soorten tumorantigenen komen in de samenvatting voor?

Zelfantigenen, neo-antigenen en virale antigenen.

12
New cards

Wat zijn self-antigens?

Lichaamseigen antigenen die ook op gezonde cellen voorkomen.

13
New cards

Wat kan bij tumorcellen veranderen aan expressie van self-antigens?

Ze kunnen overmatig tot expressie komen.

14
New cards

Welke ontwikkelingseiwitten kunnen tumoren opnieuw tot expressie brengen?

Eiwitten die normaal in embryonale ontwikkeling voorkomen.

15
New cards

Welke testisgerelateerde antigenen kunnen tumoren tonen?

Antigenen die normaal vooral in de testis voorkomen.

16
New cards

Waarom zijn normale self-antigens lastige immuundoelwitten?

Sterke zelfreactieve T-cellen zijn meestal verwijderd of geremd.

17
New cards

Wat zijn non-self antigens?

Antigenen die als lichaamsvreemd worden herkend.

18
New cards

Wat zijn neo-antigenen?

Nieuwe antigenen ontstaan door tumormutaties.

19
New cards

Wat is de relatie tussen mutatielast en aantal neo-antigenen?

Meer mutaties geven vaak meer potentiële neo-antigenen.

20
New cards

Waarom reageren mutatierijke tumoren soms beter op immunotherapie?

Ze hebben vaker herkenbare neo-antigenen.

21
New cards

Welke antigenen kunnen bij virusgerelateerde tumoren aanwezig zijn?

Virale antigenen.

22
New cards

Waarom zijn virale tumorantigenen immunologisch interessant?

Ze zijn lichaamsvreemd en kunnen T-cellen activeren.

23
New cards

Waarom is een tumorantigeen niet automatisch tumorspecifiek?

Het kan ook in gezond weefsel voorkomen.

24
New cards

Welke T-cellen kunnen tumorcellen direct doden?

CD8+-cytotoxische T-cellen.

25
New cards

Welke cytotoxische eiwitten noemt de samenvatting?

Perforine en granzyme B.

26
New cards

Wat doet perforine bij cytotoxische afweer?

Het bevordert toegang van granzymen tot de doelcel.

27
New cards

Wat doet granzyme B in een doelcel?

Het activeert routes die apoptose opwekken.

28
New cards

Wat is het uiteindelijke effect van perforine/granzyme B?

Apoptose van de tumorcel.

29
New cards

Welke alternatieve apoptoseroute kunnen T-cellen gebruiken?

Fas–FasL.

30
New cards

Wat gebeurt er bij activering van Fas op de tumorcel?

Er wordt extrinsieke apoptose gestimuleerd.

31
New cards

Waarvoor staat FasL?

Fas-ligand.

32
New cards

Welke functie hebben CD4+-T-cellen bij antitumorimmuniteit?

Ze helpen onder meer CD8+-T-cellen te activeren.

33
New cards

Welke CD4+-subgroep is belangrijk voor cytotoxische afweer?

Th1-cellen.

34
New cards

Verschil tussen CD8+ en Th1-cellen in tumorimmuniteit?

CD8+ doodt; Th1 ondersteunt de activatie en respons.

35
New cards

Welke cellen zijn cruciaal voor het opwekken van T-celresponsen?

Dendritische cellen.

36
New cards

Wat doen dendritische cellen met tumorantigenen?

Ze nemen ze op, verwerken ze en presenteren peptiden.

37
New cards

Waarom zijn dendritische cellen sterke APC's?

Ze presenteren antigenen en leveren krachtige co-stimulatie.

38
New cards

Wat is een APC?

Een antigeenpresenterende cel.

39
New cards

Welke andere cellen kunnen antigenen presenteren?

Macrofagen en B-cellen.

40
New cards

Wie co-stimuleert naïeve T-cellen meestal het effectiefst?

Dendritische cellen.

41
New cards

Waarom is co-stimulatie belangrijk?

Ze voorkomt ongepaste T-celactivatie zonder gevaarssignaal.

42
New cards

Kunnen antigeenpresenterende cellen ook T-cellen remmen?

Ja, via remmende signalen.

43
New cards

Welke HLA-klassen gebruiken dendritische cellen voor presentatie?

HLA-klasse I en II.

44
New cards

Wat betekent cross-presentatie?

Exogene antigenen op HLA-klasse I presenteren.

45
New cards

Waarom is cross-presentatie relevant tegen tumoren?

Het helpt CD8+-T-cellen activeren tegen tumorantigenen.

46
New cards

Wat betekent 'professionele APC'?

Een cel die T-cellen efficiënt met antigeen én co-stimulatie activeert.

47
New cards

Wat is het doel van de cancer-immunity cycle?

Een effectieve antitumor-T-celrespons opwekken.

48
New cards

Wat is de eerste stap van de cancer-immunity cycle?

Vrijgave van tumorantigenen uit kankercellen.

49
New cards

Wat gebeurt er na vrijkomen van tumorantigenen?

APC's nemen ze op en presenteren ze.

50
New cards

Waar worden tumorspecifieke T-cellen geprimed?

Meestal in drainerende lymfeklieren.

51
New cards

Wat volgt op de activatie van tumorspecifieke T-cellen?

Transport van T-cellen via de circulatie.

52
New cards

Wat doen geactiveerde T-cellen bij tumorweefsel?

Ze migreren naar de tumor en infiltreren deze.

53
New cards

Hoe herkennen CD8+-T-cellen doelcellen in de tumor?

Via tumorpeptide op HLA-I.

54
New cards

Wat is de effectorstap van de cancer-immunity cycle?

Doden van herkende tumorcellen.

55
New cards

Waarom heet het een cyclus?

Tumorceldood kan opnieuw antigenen vrijmaken.

56
New cards

Waar kan een tumor de cyclus verstoren?

Bij antigenpresentatie, activatie, infiltratie of herkenning.

57
New cards

Wat betekent immuunevasie?

Ontsnappen aan herkenning of vernietiging door afweer.

58
New cards

Hoe kan verlies van MHC-I immuunontwijking geven?

CD8+-T-cellen herkennen tumorpeptiden niet goed meer.

59
New cards

Welke checkpointligand kan een tumorcel tot expressie brengen?

PD-L1.

60
New cards

Aan welke receptor bindt PD-L1?

PD-1 op T-cellen.

61
New cards

Wat is het effect van PD-L1–PD-1-binding?

Remming van de antitumor-T-celrespons.

62
New cards

Wat zijn immuunregulatoire mechanismen?

Processen die afweeractivatie beperken.

63
New cards

Waarom kunnen sterk gemuteerde tumoren meer afweerontwijking tonen?

Ze staan onder sterkere immuunselectiedruk.

64
New cards

Wat zie je histologisch vaak in tumoren met veel mutaties?

Relatief veel immuuninfiltratie.

65
New cards

Waarom is veel mutatielast niet altijd genoeg voor afweercontrole?

Tumoren kunnen immuunremmende routes activeren.

66
New cards

Welke cellen kunnen verlies van MHC-I herkennen?

Natural killer-cellen (NK-cellen).

67
New cards

Wat betekent 'missing self'?

Afwezigheid of sterke vermindering van eigen MHC-I.

68
New cards

Waarom kunnen NK-cellen MHC-I-arme tumorcellen aanpakken?

Minder remmend signaal door MHC-I.

69
New cards

Wat is naast missing-self nodig voor NK-celdoding?

Voldoende activerende signalen op de doelcel.

70
New cards

Waarom ontsnappen sommige MHC-I-negatieve tumoren alsnog aan NK-cellen?

Ze missen activerende liganden.

71
New cards

Welk fysiek probleem hebben NK-cellen in vaste tumoren?

Moeizame penetratie van dicht tumorweefsel.

72
New cards

Wat is het doel van kankerimmunotherapie?

De afweer tegen tumorcellen versterken of herstellen.

73
New cards

Welke routes zijn veelgebruikte doelen van immunotherapie?

Immuunremmende signaalroutes.

74
New cards

Wat is een belangrijk verschil tussen immunotherapie en chemotherapie?

Immunotherapie activeert of stuurt afweer, chemo werkt direct op cellen.

75
New cards

Waarom kan immunotherapie ongewenste auto-immuniteit geven?

Ontremde afweer kan ook gezond weefsel aantasten.

76
New cards

Wat is IL-2?

Een cytokine die T-celproliferatie en -activatie bevordert.

77
New cards

Wat is het doel van IL-2-therapie?

Meer actieve antitumor-T-cellen genereren.

78
New cards

Bij welke tumortypen noemt de samenvatting IL-2-effectiviteit?

Melanoom en niercelcarcinoom.

79
New cards

Hoe is het IL-2-effect bij veel andere tumortypen?

Beperkt.

80
New cards

Wat is een belangrijk nadeel van IL-2-therapie?

Systemische toxiciteit.

81
New cards

Welke orgaandysfuncties kunnen door IL-2 ontstaan?

Lever- en nierfunctiestoornissen.

82
New cards

Welke vaatcomplicatie noemt de samenvatting bij IL-2?

Capillairleksyndroom.

83
New cards

Wat is een ernstige mogelijke uitkomst van IL-2-toxiciteit?

Overlijden.

84
New cards

Waarom is IL-2-therapie niet tumorspecifiek?

Het stimuleert immuuncellen door het hele lichaam.

85
New cards

Waarvoor staat TIL?

Tumor-infiltrerende lymfocyten.

86
New cards

Waar komen de T-cellen voor TIL-therapie vandaan?

Uit het tumorweefsel van de patiënt.

87
New cards

Wat gebeurt er met TIL's buiten het lichaam?

Ze worden op grote schaal vermenigvuldigd.

88
New cards

Hoe worden gekweekte TIL's teruggegeven?

Via een infuus.

89
New cards

Wat is het doel van teruggegeven TIL's?

De tumor opnieuw en krachtiger aanvallen.

90
New cards

Waarom is zeer intensieve TIL-kweek een mogelijke beperking?

Sterke expansie kan T-celfunctie verminderen.

91
New cards

Wat is adoptieve T-celtherapie?

Toediening van buiten het lichaam vermeerderde T-cellen.

92
New cards

Waarvoor staat PBL?

Perifere bloedlymfocyten.

93
New cards

Waar worden T-cellen voor PBL-therapie verzameld?

Uit het perifere bloed.

94
New cards

Hoe selecteert men bij de beschreven PBL-aanpak tumorreactieve T-cellen?

Door ze ex vivo met tumorcellen te confronteren.

95
New cards

Wat gebeurt er met geactiveerde PBL-T-cellen?

Ze worden uitgebreid en teruggegeven.

96
New cards

Belangrijkste verschil tussen TIL- en PBL-therapie?

TIL's komen uit de tumor; PBL's uit bloed.

97
New cards

Wat is het principe van antigeengerichte immunotherapie?

Een afweerreactie richten op tumorantigenen.

98
New cards

Wat is een voordeel van virale tumorantigenen als doelwit?

Ze komen niet als normale humane zelfantigenen voor.

99
New cards

Waarom zijn virale antigenen niet per definitie tumorspecifiek?

Ze kunnen ook op andere geïnfecteerde cellen voorkomen.

100
New cards

Wat is een probleem als doelantigenen ook in gezond weefsel zitten?

Risico op aanvallen van niet-tumorcellen.