1/46
Looks like no tags are added yet.
sporadisch
zonder aantoonbare monogene erfelijke variant dus tijdens leven ontstaan (leeftijd,omgeving, toeval)
familiaire kanker
vaker in familie dan verwacht: genetisch, gedeelde omgeving en toeval
hoeft niet per se pathogene variant aantoonbaar te zijn
erfelijke kanker
pathogene variant
van ouder geerft of de novo (kan dus ook zonder familie gs)
erfelijke vaak veroorzaakt door
pathogene variant in tumorsuppressorgen of DNA herstel gen
vaak autosomaal dom
onderzoek doen wat belangrijk
variant hebben betekent niet dat diegene sws kanker krijgt
vader en moederlijke tak onderzoeken, man kan ook BRCA overgeven
penetrantie
welk deel van de dragers bepaald ziektekenmerk ontwikkeld
vaak leeftijdsafhankelijk
hoog, matig en laag risico genen
2 hit model
beide allelen functie verliezen voordat bescherming weg is, 1e verandering is er al bij erfelijke varianten
erfelijke retinoblastomen
onstaan op jongere leeftijd, vaker bilateraal/multifocaal dus in beide ogen
wanneer is erfelijke aanleg waarschijnlijker
jonge diagnoseleeftijd, meer familieleden, meerdere primaire tumoren bij 1 persoon
en de combinatie: borst-ovarium, colorectaal-endometrium, melanoon-pancreas
wat wijst nog meer op erfelijkheid
tumorkenmerken, huidafwijkingen, macrocefalie (groot hoofd), pigmentatie
negatieve familie anamnese
misleidend bij kleine familie, weinig veranten van zelfde geslacht, vroeg overlijden, adoptie
borstkanker hoe vaak
1 op de 7 vrouwen krijgt het waarvan 15 procent met 1/2 e graads fam
wanneer erfelijkheid waarschijnlijker bij borstkanker
op jonge leeftijd, bilateraal, tumorkenmerken, combi met ovarium
BRCA 1 en 2 (dus de pathogene variant ervan)
sterk verhoogd risico: borst en ovarium
betrokken bij DNA herstel via homologe recombinatie
hoeveel kans op kanker levenslang bij BRCA 1 en 2 vrouwen
borst: 60-80 procent
ovarium: 40 procent bij BRCA1 en 15 procent bij BRCA2
mannen en BRCA2
7 procent borstkanker
25 procent prostaatkanker
PALB2
hoog risico
CHEK2 en ATM
matig risico, afh van variant en fam gs
welke genen nog meer bij borstkanker
TP53, CDH1, PTEN, STK11
single nucleotide polymorfisms
alleen heeel klein verhoogde kans, maar veel ervan combineren: polygenetische risicoscore
surveillance borstkanker
MRI, mammografie
afh van gen, leeftijd etc
doel = vroege opsporing
risico reducerende operaties
mastectomie, verwijdering eileiders, ovaria mogelijk
ovariumkanker: dit beter dan surveillance
doel = verminderen ontstaanrisico
CHEK2 c. 1100delC
risico varieert, afh van andere genen
CanRisk
fam gs, genen, risicofactoren combineren → individueel risico schatten → kan aanleiding geven tot aanvullende controles
risico colorectaal afh van
diagnoseleeftijd, fam gs, poliepen, tumorkenmerken
niet door 1 kiembaanvariant
EPCAM
deleties daar kunnen leiden tot uitschakeling MSH2 gen ernaast
autosomaal dom
micro satelliet instabiliteit
door ophopen fouten door geen MMR
lynch
penetrantie afh van gen
meestal geen polyposis, maar kan wel een paar
FAP
door pathogene variant APC
autosomaal dom
adenomen
onbehandeld zeer hoge kans op kanker
MAP
pathogene varianten in beide allelen MUTYH: base excisieherstel
autosomaal recessief→ minder goed zichtbaar in generaties
MAP herkennen
adenomen, mutatiepatroon tumor → oorzaak verder onderzoeken
FCC
familiaire clustering maar geen bekend erfelijk syndroom → coloscopische surveillance
tumoronderzoek
veranderingen in tumor → behandeling+mogelijkheid erfelijkheid
kiembaanonderzoek
DNA op bloed
wanneer mogelijk genetisch
meerdere primaire tumoren bij 1 persoon
melanoom op jonge leeftijd
meerdere familieleden
combi melanoom en pancreaskanker
CDKN2A
aanleggen, tumorsupressorgen bij regulatie celcyclus
melanoom en pancreaskanker
bewezen variant CDKN2A
huidcontroles, pancreas surveillance
Li Fraumeni syndroom
pathogene variant TP53
autosomaal dom
verschillende tumoren, sarcomen, borstkanker op jonge leeftijd
surveillance breed
CDH1
codeert voor E-cadheringe
variant → diffuus maagcarcinoom, lobulair mammacarcinoom
(letten op combi tumoren in fam)
PTEN hamer toom tumor syndroom
bv Cowdensyndroom
macrocefalie, mucocutane afwijkingen, poliepen, tumoren
lichamelijk onderzoek: hoofdomtrek, inspectie huid, slijmvliezen
Peutz jegherssyndroom
STK11
lentigines mond en slijmvliezen, hamartomatueze poliepen in dunne darm, tumoren
op jonge leeftijd bloedverlies, anemie, obstructie, invaginatie
NF 1
cafe au lait vlekkent, sproet, huidplooien, neurofibromen → herkenning
tumoren, borstkanker

BAP1
tumor predispositiesyndroom
autosomaal dom
genetisch onderzoek bij huidafwijkingen + tumoren
tumoren BAP1
uveamelanoom
huid
mesothelioom
niercelcarcinoom
BAP1 geinactiveerde melanocytaire huidtumoren
gorlinsyndroom
= nevoid basaalcelcarcinoom syndroom
jonge leeftijd: basaalcelcarcinomen, kaak keratocysten, palmaire/plantaire pits, skeletafwijkingen, macrocefalie, verkalking falx cerebri
(ezelsbruggetje: kaak, hand/voet, hoofd)
VUS
=geen bewezen ziekmakende variant
dus niet als oorzaak syndroom beschouwen
familiebrief
dat ze in aanmerking komen voor counseling, voorspellend onderzoek en eventuele preventieve maatregelen
kan ook zorgen oproepen (hoort bij counseling)