Zoötechniek 1: Welzijn, Huisvesting, Ethiek en Wetgeving

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/34

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Woordenlijst-flitskaarten over de lesstof van Zoötechniek 1 (Aeres MBO Barneveld), inclusief concepten rond welzijn, gezondheidscontrole, gedrag, identificatie, huisvesting, klimaat, hygiëne, ethiek, wetgeving, arbo, proefdieren en diertransport.

35 Terms

1
New cards

Tocht

Een koude luchtstroom in een warme omgeving die leidt tot lokale afkoeling en verlaging van de lichamelijke weerstand van het dier.

2
New cards
<p>Natuurlijke ventilatie</p>

Natuurlijke ventilatie

Ventilatiesysteem dat functioneert op basis van het thermische principe (schoorsteeneffect): door dieren opgewarmde lucht stijgt op en verlaat het dak, waardoor verse koude buitenlucht via zijopeningen naar binnen stroomt.

3
New cards
<p>Mechanische overdrukventilatie</p>

Mechanische overdrukventilatie

Ventilatiesysteem waarbij ventilatoren koude verse buitenlucht de stal in blazen, waardoor de aanwezige warme en vervuilde lucht via openingen naar buiten wordt geperst.

4
New cards

Grupstal

Een traditionele stalvorm waarin dieren vastgebonden staan op een stand en mest en urine achter hen in een afvoergoot (de grup) terechtkomen.

5
New cards

Potstal

Een stalsysteem waarin dieren los lopen op een dikke laag strooisel die langdurig wordt opgebouwd en waarin mest en urine broeien voor extra warmte.

6
New cards

Reinigen

Het verwijderen van zichtbaar vuil, stof en organisch materiaal (zoals mest) met behulp van water, zeep, borstels of bezems.

7
New cards

Ontsmetten (desinfecteren)

Het toepassen van chemische middelen op een vooraf gereinigd oppervlak om het aantal achtergebleven micro-organismen (bacteriën, virussen, schimmels) terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau.

8
New cards

Steriliseren

Het volledig doden of inactiveren van alle aanwezige micro-organismen, inclusief sporen, vaak door hitte en druk in een autoclaaf.

9
New cards

Zorgplicht (plaagdierbeheersing)

De wettelijke verplichting om dieren, ook niet-beschermde plaagdieren zoals ratten en muizen, op een deskundige wijze te doden met zo min mogelijk pijn, angst en lijden.

10
New cards

Ethiek

De systematische bezinning op en het nadenken over wat goed en fout handelen is binnen het menselijk gedrag en de omgang met dieren.

11
New cards

Waarde

Een fundamenteel ideaal of principe dat een persoon of samenleving belangrijk en nastrevenswaardig vindt (bijvoorbeeld vrijheid, eerlijkheid, respect).

12
New cards

Norm

Een concrete gedragsregel of richtlijn die voortvloeit uit een onderliggende waarde en aangeeft hoe men zich hoort te gedragen.

13
New cards

Humanisering

De ontwikkeling waarbij dieren worden gezien, behandeld en verzorgd alsof het mensen zijn.

14
New cards

Verdinglijking

De ontwikkeling waarbij een dier puur wordt beschouwd en behandeld als een gebruiksvoorwerp, product of economisch productiemiddel.

15
New cards

Moraal

Het geheel van waarden en normen dat binnen een bepaalde groep of cultuur de maatstaf vormt voor wat als juist of onjuist handelen wordt beschouwd.

16
New cards

Polarisatie

Het proces waarbij de tegenstellingen tussen groepen of partijen in de samenleving worden versterkt en meningen steeds verder uit elkaar komen te liggen.

17
New cards

Wet dieren (2011/2013)

De centrale Nederlandse kaderwet die regels stelt voor de gezondheid, huisvesting en het welzijn van gehouden dieren en de intrinsieke waarde van dieren erkent.

18
New cards

Intrinsieke waarde

De erkenning van de eigenwaarde van het dier als wezen met gevoel, los van zijn economische of functionele nut voor de mens.

19
New cards

'Nee, tenzij'-principe

Het wettelijke uitgangspunt dat ingrepen bij dieren of het houden van dieren verboden zijn, tenzij dit uitdrukkelijk in de wet of lagere regelgeving is toegestaan.

20
New cards

Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)

Een besluit van de regering waarmee de brede kaders en doelstellingen van een kaderwet concreet en bindend worden uitgewerkt (zoals het Besluit houders van dieren).

21
New cards

Huis- en hobbydierenlijst (positieflijst)

Een wettelijke lijst binnen de Wet dieren waarin staat vermeld welke zoogdiersoorten zonder speciale ontheffing als huisdier mogen worden gehouden in Nederland.

22
New cards

Rendac

Het wettelijk erkende destructiebedrijf in Nederland dat verplicht is kadavers van landbouwhuisdieren na melding op te halen en veilig te verwerken.

23
New cards

Invasieve exoot

Een uitheemse soort die door menselijk toedoen buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied is gekomen en die zich sterk uitbreidt, met schade aan de inheemse biodiversiteit of economie tot gevolg.

24
New cards

Natura 2000

Een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden dat is aangewezen onder de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn ter behoud van kwetsbare flora en fauna.

25
New cards

Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet)

De Nederlandse wet die verplichtingen oplegt om de veiligheid, gezondheid en het welzijn van werknemers op de werkplek te waarborgen en arbeidsongevallen te voorkomen.

26
New cards

Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)

Een verplicht document waarin de werkgever alle mogelijke gezondheids- en veiligheidsrisico's binnen het bedrijf vastlegt, inclusief een plan van aanpak om deze risico's te verminderen.

27
New cards

Ergonomie

Het afstemmen van de werkomgeving, hulpmiddelen en werkhouding op het menselijk lichaam om lichamelijke overbelasting en fysieke klachten te voorkomen.

28
New cards

Dierproef (wettelijke definitie)

Elk gebruik van een dier voor experimentele, onderwijskundige of andere doeleinden waarvan het resultaat bekend of onbekend is, dat bij het dier ongerief veroorzaakt.

29
New cards

Ongerief

Elke aantasting van het welzijn van een proefdier, zoals pijn, angst, stress, verveling of eenzaamheid, ingedeeld in de klassen licht, matig, ernstig of terminaal.

30
New cards

3V-principes

De drie wettelijke pijlers voor proefdieronderzoek: Vervanging (gebruik alternatieven zonder dieren), Vermindering (gebruik zo min mogelijk dieren) en Verfijning (beperk pijn en stress tot het minimum).

31
New cards
<p>Centrale Commissie Dierproeven (CCD)</p>

Centrale Commissie Dierproeven (CCD)

De enige bevoegde instantie in Nederland die projectvergunningen voor het uitvoeren van dierproeven mag verlenen, na advisering door een DEC.

32
New cards

Instantie voor Dierenwelzijn (IvD)

De interne instantie binnen een proefdierinstelling die toezicht houdt op het welzijn van de dieren en adviseert over het toepassen van de 3V's.

33
New cards

Zorgvee (wrak vee)

Dieren die niet geschikt zijn voor transport, waaronder dieren die niet zelfstandig pijnloos kunnen lopen, dieren met ernstige open wonden, of dieren waarvan de dracht voor minstens 90 %90\,\% is gevorderd.

34
New cards

Europese diergezondheidsverordening (AHR)

Europese regelgeving (van kracht sinds 21 april 2021) gericht op het voorkomen en beheersen van overdraagbare dierziekten bij het verplaatsen en verhandelen van dieren.

35
New cards

Live Animal Regulations (LAR)

De internationale voorschriften van de IATA die strenge eisen stellen aan de verpakking, documentatie, container en verzorging van dieren die door de lucht worden vervoerd.