1/38
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Onderdelen hoofdstuk Substraat
Media formuleringen
Nutriëntbronnen
Media sterilisatie
Algemeen fermentatieproces


1.1 Mediaformuleringen - 6 basisonderdelen van een fermentatieproces
Formulering van het medium voor de kweek van het organisme (ontwikkelen van inoculum + productiefermentor)
Sterilisatie van medium, fermentor en bijkomende apparatuur
Productie van actieve, zuivere cultuur in voldoende hoeveelheid om de productievat te inoculeren
Groei van het organisme in de productiefermentor onder optimale omstandigeden voor productvorming
Extractie en zuivering van het product
Verwerking/afvoer van het effluent van het proces
1.1 Mediaformuleringen - Algemene vereisten voor een goed mediumontwerp
maximale opbrengst (yield)
maximale snelheid van productvorming
minimale vorming van ongewenste bijproducten
goed beschikbare mediumcomponenten
minimale problemen bij sterilisatie
minimale problemen tijdens het fermentatieproces
1.1 Mediaformuleringen - Ontwerpprincipe
Start met stoichiometrische vergelijking voor groei en productvorming
Laat kwantitatieve berekening toe van minimaal benodigde nutriënten → vermijdt verspilling
Basis = minerale oplossing met alle anorganische nutriënten
1 g K₂HPO₄
0,2 g MgSO₄·7H₂O
0,01 g FeSO₄·7H₂O
0,01 g CaCl₂
sporenelementen (Zn, Mn, Mo, Cu, Co; elk 0,5 mg)
1 l water
koolstof-, energie-, stikstofbron en eventuele extra groeifactoren
1.1 Mediaformuleringen - Reactievergelijkingen Aerobe microorganismen
koolstof-/energiebron + N-bron + O2 + mineralen → BM + CO2 + H2O + warmte + producten
1.1 Mediaformuleringen - Reactievergelijkingen Anaerobe microorganismen
koolstof-/energiebron + N-bron + mineralen → BM + CO2 + H2O + warmte + producten
1.1 Mediaformuleringen - Elementaire samenstelling MO
CH(x)O(y)N(z)
1.1 Mediaformuleringen - Doel C-bron
biosynthese = biomassa productie → Y_c
Y_{c}\left(\frac{g}{g}\right)=\frac{\differentialD x}{dS} = (hoeveelheid cel-DM geproduceerd)/(hoeveelheid C-bron verbruikt)
energiegeneratie
m = maintenance coëfficient = (g C-bron/g cellen/ h) ~= 0,01 - 0,04 g/g/h
productvorming
→ totale snelheid van C-bron consumptie = \frac{dS}{\differentialD t}=\frac{\mu x}{Y_{c}}+mx+\frac{q_{p}x}{Y_{\frac{p}{S}}}
qp = snelheid waarmee een specifiek product gevormd wordt
Y(Sp) = conversie factor voor substraat naar product
µ = groeisnelheid
1.1 Mediaformuleringen - Uit wat bestaan MO

1.2 Nutriëntbronnen - Verschillende type media
Simpel
Complex
Gedefinieerd/ synthetisch
Selectief
Differentieel
Minimaal
Verrijkt
1.2 Nutriëntbronnen - Verschillende type media: Simpel
Algemeen media gebruikt om normale MO te kweken of cultiveren (bv. agar)
1.2 Nutriëntbronnen - Verschillende type media: Complex
De exacte concentratie van alle componenten in het media is niet geweten
1.2 Nutriëntbronnen - Verschillende type media: Gedefinieerd/Synthetisch
Alle componenten en concentraties zijn van het media zijn geweten
bv. bij productie van vitamine B12 wil je dat kobalt aanwezig is in het media omdat deze nodig is in de structuur van vitamine B12
1.2 Nutriëntbronnen - Verschillende type media: Selectief
Gebruiken voor de groei van geselecteerde MO
bv. enkel resistente stammen van antiobioticum groeien
1.2 Nutriëntbronnen - Verschillende type media: Differentieel
Gebruiken om types MO te onderscheiden van andere types MO groeiend op hetzelfde medium
bv. lactosefermentatie → kleurverandering bij lactose-positieve stammen
1.2 Nutriëntbronnen - Verschillende type media: Minimaal
Bevat enkel strikt essentiële nutriënten
bv. selectie van auxotrofe mutanten = groeien niet zonder extra toevoeging
1.2 Nutriëntbronnen - Verschillende type media: Verrijkt
Vaak gebruikt om verschillende types MO te oogsten van dezelfde bron
1.2 Nutriëntbronnen - Macro- en Micronutriënten
Macronutriënten
koolstof (C): nodig voor groei, productvorming en als E-bron
zuurstof (O): nodig voor de groein van aerobe organismen
stikstof (N): essentieel voor eiwitsynthese
waterstof (H): bouwsteen van koolhydraten, lipiden, eiwitten en nucleïnezuren
zwavel (S) en fosfor (P): bouwsteen van koolhydraten, lipiden, eiwitten en nucleïnezuren
bv. S → zwavelhoudende AZ
bv. P → ATP, fosfolipiden
Kationen
Calcium (Ca2+): celactivatie, hittebestendigheid van endosporen, activiteit van een aantal enzymen
Kalium (K+): cofactor voor veel enzymen, stabiliseert membranen en ribosomen
Magnesium (Mg2+): cofactor voor enzymen, stabilisatie van membranen en ribosomen
Ijzer (Fe2+, Fe3+): onderdeel van cytochromen, cofactor voor enzymen en elektrondragende eiwitten
Sporenelementen
Mn,Zn,Mo,Co,Ni,Cu
enzym en cofactoren
katalyse van reacties
behoud eiwitstructuur
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen
1. (Water)
2. Energiebronnen
3. Koolstofbronnen
Stikstofbronnen
Mineralen
Chelatoren
Groeifactoren
Buffers
Precursoren en metabolische regulatoren
Zuurstof
Antifoam
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: water (1)
Hoofdbestanddeel van alle fermenatiemedia !!
Grote hoeveelheden nodig, met constante samenstelling
Controle van pH, opgeloste zouten en contaminatie met afvalwater
Hergebruik van water is hoge prioriteit
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Energiebronnen (2)
Komt uit oxidatie van mediumcomponenten of uit licht
Meeste MO = chemo-organotrofen → koolstofbron = energiebron
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Koolstofbronnen (3)
Meest gebruikt: koolhydraten, oliën en vetten, koolwaterstoffen (en derivaten)
Koolhydraten: pentosen, hexosen, di-, tri-, polysachariden, glucosiden, polyolen
Problemen met koolhydraten: hydrolyse of oxidatie van complexe suikers bij verhitting, Maillard-reactie, gelatinisatie van zetmeel
Industrieel gebruik wegens de kostprijs van zuivere stoffen: maïs- of aardappelzetmeel, mout, suikerriet/suikerbiet, melasse, corn steep liquor, cellulose, wei
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Koolstofbronnen (3) - zetmeel, dextrine en mout
niet elk MO kan zetmeel verwerken → amylase is nodig
Dextrine = gehydrolyseerd zetmeel (geknipt met amylase, kortere stukken) → nog steeds glucoamylase nodig
Mout = zetmeel uit graan dat voorgehydrolyseerd is door amylase + bevat ook N en as
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Koolstofbronnen (3) - melasse
Europa: melasse van suikerbiet
Azië: melasse van suikerriet
Sterilisatie is cruciaal, want de contaminatiegraad is hoog
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Koolstofbronnen (3) - wei
gebruikt als koolstofbron of als poeder in voedingstoepassingen
lactose is moeilijk te verwerken als het MO geen melkzuurbacterie (MZB) is
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Koolstofbronnen (3) - Sulfite waste liquor
rijk aan koolstofbronnen
mannose en xylose zijn moeilijk te verwerrken voor bacteriën, beter voor schimmels
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Koolstofbronnen (3) - cellulose
enkel als koolstofbron voor schimmelfermentatie, want cellulase is nodig
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Koolstofbronnen (3) - oliën en vetten
dierlijk, maar vaker plantaardig (restproducten van olieraffinage bv. perskoek)
kunnen ook als antischuimmiddel dienen
enkel gebruiken wanneer echt nodig (bv. als MO een vetafgeleid product moet maken of lipase moet produceren)
Probleem: vetten mengen niet met waterig milieu
Oplossing:
emulgatoren
hard roeren
plug-flowreactor: lange smalle buis met afwisselend water- en vetfase (MO in waterfase en verschuiven naar interfase met vet waar dus koolstofbron zit)
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Koolstofbronnen (3) - koolwaterstoffen
minder gebruikt
n-alkanen kunnen interessant zijn voor organische zuren en AZ
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Koolstofbronnen (3) - alcoholen
ethanol: industriële productie van azijnzuur
methanol: single cell (protein)
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Stikstofbronnen (4)
Algemeen
Meeste MO kunnen inorganische én organische stikstofbronnen gebruiken
groei is vaak sneller met organische N
Complexe organische bronnen = goedkoper en makkelijk beschikbaar
Anorganisch stikstof
ammonia, ammoniumzouten, nitraten
Organisch stikstof
AZ, eiwit, ureum
complex organisch stikstof:
eiwitten (melkeiwitten, vleeseiwitten, planteiwitten), eiwithydrolysaten (peptonen)
MO moet proteasen produceren
corn steep liquor: op voorhand aan het water sulfiet toevoegen als anti-microbiele component
Distiller’s byproducts: koek die overblijft na bio-ethanolproductie
Gistextracten: bevatten celwand met bèta-glucanen → belangrijk omdat ze enzym of immuunstimulerend zijn
Gisthydrolysaat: afbraakproduct van de gistcelwand → gebruiken in diervoeding en als smaakcomponent
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Mineralen (5)
essentieel voor de groei van alle levende cellen
Lage concentraties stimuleren de groei, hoge concentraties remmen de groei
Sporenelementen zijn nodig, maar zitten meestal al als onzuiverheden in complexe ingrediënten
Minerale oplossingen worden vaak gebruikt om MO-suspensies of verdunningsreeksen te maken
Meeste mineralen al in ruwe N-bronnen en C-bronnen
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Chelatoren (6)
zichtbare neerslag van onoplosbare metaalfosfaten weg krijgen
(bv. EDTA, citroenzuur, polyfosfaten)
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Groeifactoren (7)
bv. vitaminen, specifieke AZ, vetzuren, sterolen
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Buffers (8)
pH-controle is cruciaal voor optimale productiviteit
bv. peptones, vleesextract, fosfaten (ook essentieel voor groei)
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Precursoren en metabole regulatoren (9)
sturen productvorming ipv groei
bv. precursoren, inhibitoren, inductoren
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: Zuurstof (10)
beschikbaarheid is bepalend voor groei en metabolietproductie
1.2 Nutriëntbronnen - Bronnen: antifoam (11)
Oorzaak schuimvorming:
een mediumcomponent of factor die door het MO zelf wordt geproduceerd
aanwezigheid van eiwitten
Ongecontroleerd schuim geeft fysische problemen
Oplossing: antifoams
hydrofobe bruggen tussen 2 oppervlakken
verdringing van het geadsorbeerde eiwit
snelle uitspreiding over het oppervlak van de film
→ oppervlaktespanning van het schuim verlagen