1/20
Looks like no tags are added yet.
Leren
duurzame verandering in kennis, vaardigheden, attitudes of gedrag die tot stand komen door ervaring, oefening of instructie
Formeel leren
leren met een doel voor ogen, binnen een gestructureerde leeromgeving zoals school of een opleiding, met vooraf vastgelegde leerdoelen, leerinhouden en evaluatievormen
Informeel leren
spontaan of onbewust leren, buiten formele onderwijscontexten zoals hobby’s, sociale interacties, media of dagelijkse ervaringen
Behaviorisme
richt zich op extern waarneembaar gedrag. Alle gedrag is aangeleerd, niets is aangeboren. Legt verband tussen prikkels, reacties en onmiddellijk gevolg op reacties.
Associatief leren
Er is een verband tussen prikkels (stimuli), reacties (gedrag) en onmiddellijk gevolg op reacties (consequence)
Klassieke conditionering
Er wordt een koppeling gelegd tussen een aangeboren reflex en een nieuwe stimulus. De nieuwe reflex die ontstaat is moeilijk af te leren. Conditionering gebeurt soms onbedoeld.
Ongeconditioneerd respons
aangeboren reflex, zonder dat er een nieuwe stimulus aanwezig is
Ongeconditioneerde stimulus
natuurlijke stimulus die een ongeconditioneerd respons uitlokt
Geconditioneerde stimulus
nieuwe stimulus die eerst neutraal is en geen respons uitlokt, maar na conditionering wel respons uitlokt
Operante conditionering
Gedrag aanleren en in stand houden door gevolgen op het gedrag door positieve of negatieve bekrachtiging. Gedrag dat beckrachtigd is neemt toe, enkel bij snel en consequent volgen op gedrag.
Positieve bekrachtiging
Gevolg op gewenst gedrag. Iets aangenaam wordt toegevoegd na gewenst gedrag.
Negatieve bekrachtiging
Gevolg op gewenst gedrag. Iets onaangenaams wordt weggenomen.
Sociaal-cognitieve theorie
Leren door observatie en imitatie. Door alleen te observeren, gaan we vaak ook al imiteren. Er wordt geobserveerd wat iemand doet, hoe iemand het doet en wat het gevolg is van dat gedrag.
Cognitivisme
Leren als actief proces waarbij lerenden informatie waarnemen, verwerken, opslaan en opnieuw oproepen. Begrip van de werking van het geheugen speelt hier een belangrijke rol.
Sensorisch geheugen
Prikkels uit de omgeving komen eerst hier terecht. Als de aandacht erop gericht wordt, kunnen de prikkels verder naar het werkgeheugen.
Werkgeheugen
Wanneer aandacht gericht wordt op prikkels in het sensorisch geheugen, worden ze hier verder verwerkt. Heeft een beperkte capaciteit.
Langetermijngeheugen
Door herhaling, structuur en het leggen van verbanden kan informatie hier opgeslagen worden. Van hieruit kan ze opgehaald worden wanneer nodig.
Vergeetcurve (van Ebbinghaus)
Toont hoe snel betekenisloze informatie vergeten wordt, en toont het effect van herhaling.
Cognitieve overbelasting
Wanneer te veel nieuwe informatie door het werkgeheugen moet. Te veel input raakt niet in het werkgeheugen en dus ook niet naar het langetermijngeheugen. Het leren stopt en leerlingen raken vaak emotioneel gefrustreerd.
Sociaal-constructivisme
Leren als actief, constructief en sociaal proces. Lerenden bouwen zelf kennis op door nieuwe ervaringen te verbinden met wat ze al weten, in interactie met anderen en met de context waarin leren plaatsvindt. Leren vindt plaats in realistische en herkenbare contexten.
primacy-recency-effect
Informatie die als eerste of als laatste wordt aangeboden wordt beter onthouden dan die in het midden.