1/8
Looks like no tags are added yet.
Plaats van de toeschouwer door de jaren heen
ritueel: dionysische feesten (geen echte scheiding publiek/podium)
Klassiek theater: arena’s
Middeleeuws theater: simultaan toneel
(Vroeg)modern theater: vorstelijk centraalperspectief (politiek project)
Postmodern theater: landschapsmetafoor
paradox modern theater vanaf 19de eeuw
toenemende scheiding podium / publiek
Theater w ruimte van ‘gecontroleerde” observatie
Toeschouwer evolueert langzaam nr relatief stille, ‘passieve’ kijker
MAAR tegelijk nieuwe vorm van betrokkenheid nagestreefd
(Focus op theatrale wereld, psychologische nabijheid)
interruption
(Bala)
Doorbreekt het normale verloop en maakt verborgen verhoudingen zichtbaar
interpellation
(Bala)
Spreekt mensen aan op hun positie, identiteit en verantwoordelijkheid
Paradox of the spectator
Rancière
Theater kan niet bestaan zonder toeschouwers, maar toeschouwen wordt als passief beschouwd
Toeschouwer Brecht vs Artaud
Brecht: kritisch bewustzijn
creëert afstand tussen scène en publiek
→ toeschouwer kritische onderzoeker die oordeelt
Theater moet maatschappelijke verhoudingen inzichtelijk maken
Artaud: lichamelijke betrokkenheid
afstand tss scène en publiek doorbreken
Toeschouwer w lichamelijk en zintuigelijk betrokken
Theater w collectieve, directe ervaring
Lijken tegenovergestelde maar delen:
Toeschouwer is aanvankelijk passief, theater moet activeren
Rancière toeschouwer
kijken is zelf een activiteit:
Observeren en selecteren, vergelijken met andere ervaringen, interpreteren en betekenis construeren
→ toeschouwer = actieve interpreet
→ theater hoeft geen vooraf bepaalde boodschap over te dragen, emancipatorische kracht van theater ligt in de erkenning van de intellectuele autonomie van de toeschouwer
distribution of the sensible
Rancière
= de maatschappelijke ordening van wat zichtbaar, hoorbaar en denkbaar is
Bepaalt wie mag spreken en gehoord wordt, wie kan deelnemen aan het publieke en politieke leven
Oefening is niet neutraal, weerspiegelt bestaande machtsverhoudingen
(Kunst kan deze orde verstoren)
Relationele dramaturgie
gaat in tegen de passieve toeschouwersdefinitie - the ‘act’ of spectating is een actieve daad op zich
Double experience of spectating:
spectating I = de toeschouwer kijkt naar wat ge(re)presenteerd wordt
I of the spectator = de toeschouwer verhoudt zich daar tegenover