1/19
Een complete set begrippen en definities over distributie, distributiebeleid, de functies van de groothandel en fysieke distributie op basis van Hoofdstuk 6 van Logistiek Management.
Distributie
Alle activiteiten die worden uitgevoerd om producten van de producent naar de consument te brengen.
Distributiebeleid
De bewuste keuzes en maatregelen die een onderneming neemt om te zorgen dat producten in de juiste hoeveelheid, op het juiste moment en op de juiste plaats beschikbaar zijn voor de klant.
Distributie-intensiteit
De beslissing over het aantal verkooppunten dat wordt ingezet voor een product, variërend van overal verkrijgbaar (zoals frisdrank) tot beperkt verkrijgbaar (zoals een exclusief horloge).
Lengte van het distributiekanaal
De keuze tussen een directe route van producent naar consument (kort kanaal) of een route via tussenhandelaren zoals een groothandel en detailhandel (lang kanaal).
Pushdistributie
Een distributiestrategie waarbij de producent de winkelier overtuigt om het product in te kopen en op voorraad te nemen, bijvoorbeeld met inkoopkortingen en speciale displays.
Pulldistributie
Een distributiestrategie waarbij de producent zich met reclame direct op de consument richt, zodat de consument het product gaat vragen in winkels en de winkelier gedwongen wordt het product in te kopen.
Groothandel
Een tussenpersoon die goederen in grote partijen inkoopt bij diverse producenten en deze in kleinere eenheden doorverkoopt aan winkeliers en andere zakelijke klanten.
Assortimentsfunctie (Groothandel)
Het bijeenbrengen van artikelen van uiteenlopende producenten op één locatie, zodat afnemers meerdere productcategorieën via één adres kunnen inkopen.
In- en verkoopafhandeling (Groothandel)
Het in grote hoeveelheden inkopen bij fabrikanten en in kleinere hoeveelheden doorverkopen aan winkels, wat resulteert in minder administratief werk en één verzamelfactuur voor de winkelier.
Informatie- en adviesfunctie (Groothandel)
Het adviseren van afnemers over merken, typen en artikelen om te bepalen welk product qua capaciteit en toepassing het beste aansluit bij hun specifieke bedrijfssituatie.
Service en aftersales (Groothandel)
Ondersteuning na de levering van producten, waaronder garantieafhandeling, het oplossen van klachten en het verzorgen van onderhoud of reparaties.
Opslagfunctie (Groothandel)
Het aanhouden van voorraden in magazijnen totdat afnemers ze nodig hebben, waardoor winkels met beperkte opslagcapaciteit ontzorgd worden.
Transportfunctie (Groothandel)
Het bundelen van orders afkomstig van verschillende fabrikanten om deze gezamenlijk in één enkele rit bij de winkelier af te leveren.
Financieringsfunctie (Groothandel)
Het bieden van handelskrediet aan zakelijke klanten, waardoor zij goederen direct ontvangen en pas later (bijvoorbeeld na 30 dagen) hoeven te betalen.
Fysieke distributie
Het geheel aan operationele activiteiten gericht op het opslaan, beheren en daadwerkelijk verplaatsen van goederen tussen producent en eindafnemer.
Magazijnbeheer
Het bepalen waar en onder welke specifieke omstandigheden goederen worden opgeslagen (zoals vriescellen, koelruimtes of klimaatgecontroleerde opslag) om bederf, schade en waardeverlies te voorkomen.
Voorraadbeheer
Het bewaken van de voorraadhoogte en het bepalen van het bijbestelmoment om de juiste balans te bewaren tussen hoge opslagkosten en het risico op uitverkochte schappen.
Intern transport
Het verplaatsen van goederen binnen de grenzen van de eigen vestiging, zoals het verplaatsen van een pallet met een vorkheftruck van de loskade naar een magazijnstelling.
Extern transport
Het vervoer van goederen buiten het bedrijf of tussen verschillende organisaties, bijvoorbeeld per vrachtwagen naar een supermarkt of via een containerschip.
Distributiebeleid van de groothandel
De strategische keuzes die een groothandel maakt ten aanzien van het voorraadniveau, de leversnelheid (beschikbaarheid) en het transport van goederen naar afnemers.