Woordenlijst blok 1 sessie 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/89

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:37 AM on 10/7/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

90 Terms

1
New cards

(De) Alvleesklier – De alvleesklier maakt insuline aan.

EN: pancreas

2
New cards

(De) Bloedbaan – Glucose reist door de bloedbaan naar de organen.

EN: bloodstream

3
New cards

(De) Bloedglucose – De bloedglucose stijgt na een maaltijd.

EN: blood glucose

4
New cards

(De) Bloedglucosewaarde – De bloedglucosewaarde was hoger dan normaal.

EN: blood glucose level

5
New cards

(Het) Bloedplasma – Het bloedplasma vervoert voedingsstoffen door het lichaam.

EN: blood plasma

6
New cards

(De) Bloedsuiker – Een hoge bloedsuiker kan klachten veroorzaken.

EN: blood sugar

7
New cards

(Het) Bloedsuikergehalte – Het bloedsuikergehalte moet stabiel blijven.

EN: blood sugar level

8
New cards

(De) Bloedsuikerspiegel – De bloedsuikerspiegel schommelt gedurende de dag.

EN: blood sugar level

9
New cards

(De) Bloedsuikertest – Hij deed een bloedsuikertest om zijn waarden te controleren.

EN: blood sugar test

10
New cards

(De) Bloedsuikerwaarde – De bloedsuikerwaarde was lager dan verwacht.

EN: blood sugar value

11
New cards

(De) Bloedtest – De arts vroeg om een bloedtest.

EN: blood test

12
New cards

(De) Bloedvaten – De bloedvaten vervoeren zuurstof door het lichaam.

EN: blood vessels

13
New cards

(De) Bovenarm – De injectie werd in de bovenarm gezet.

EN: upper arm

14
New cards

Chronisch – Diabetes is een chronische aandoening.

EN: chronic

15
New cards

(De) Complicatie – Een infectie kan een complicatie zijn.

EN: complication

16
New cards

Diabetes – Diabetes beïnvloedt de glucosehuishouding.

EN: diabetes

17
New cards

(De) Diabetes type 1 – Bij diabetes type 1 maakt het lichaam geen insuline meer.

EN: type 1 diabetes

18
New cards

Diabetes type 2 – Diabetes type 2 ontstaat vaak geleidelijk.

EN: type 2 diabetes

19
New cards

(Het) Dieet – Hij volgt een dieet om zijn glucose stabiel te houden.

EN: diet

20
New cards

(De) Dorst – Veel dorst kan een teken van hoge glucose zijn.

EN: thirst

21
New cards

(De) Dosis – De dosis insuline moet nauwkeurig worden berekend.

EN: dose

22
New cards

Duizelig – Ze voelde zich duizelig door de lage glucose.

EN: dizzy

23
New cards

(De) Eetgewoonte – Gezonde eetgewoonten helpen bij het reguleren van glucose.

EN: eating habit

24
New cards

(Het) Eetpatroon – Een stabiel eetpatroon voorkomt grote schommelingen.

EN: eating pattern

25
New cards

(Het) Evenwicht – Het lichaam probeert het glucose-evenwicht te bewaren.

EN: balance

26
New cards

Futloos – Hij voelde zich futloos door de hoge bloedsuiker.

EN: lethargic

27
New cards

(De) Gevoelloosheid – Gevoelloosheid in de voeten kan bij diabetes voorkomen.

EN: numbness

28
New cards

(Het) Gewichtsverlies – Onverklaarbaar gewichtsverlies kan een symptoom zijn.

EN: weight loss

29
New cards

(De) Glucose – Glucose is een belangrijke energiebron.

EN: glucose

30
New cards

(De) Hartziekte – Diabetes verhoogt het risico op hartziekten.

EN: heart disease

31
New cards

(Het) Hormoon – Insuline is een hormoon dat glucose reguleert.

EN: hormone

32
New cards

(De) Hyper – Een hyper ontstaat bij een te hoog bloedsuikergehalte.

EN: hyper (high blood sugar episode)

33
New cards

(De) Hyperglykemie – Hyperglykemie kan gevaarlijk zijn als het niet wordt behandeld.

EN: hyperglycemia

34
New cards

(De) Hypo – Een hypo ontstaat bij een te laag bloedsuikergehalte.

EN: hypo (low blood sugar episode)

35
New cards

(De) Hypoglykemie – Hypoglykemie kan leiden tot duizeligheid en zwakte.

EN: hypoglycemia

36
New cards

Insuline – Insuline helpt glucose de cellen in.

EN: insulin

37
New cards

(De) Insulinepen – De insulinepen wordt gebruikt voor dagelijkse injecties.

EN: insulin pen

38
New cards

(Het) Koolhydraat – Brood bevat veel koolhydraten.

EN: carbohydrate

39
New cards

(De) Levensstijl – Een gezonde levensstijl ondersteunt de glucosebalans.

EN: lifestyle

40
New cards

(De) Naald – De naald moet na elke injectie worden vervangen.

EN: needle

41
New cards

(De) Nachtrust – Slechte nachtrust kan de glucose beïnvloeden.

EN: sleep

42
New cards

(De) Nier – De nieren filteren afvalstoffen uit het bloed.

EN: kidney

43
New cards

(De) Onderzoekstafel – De patiënt lag op de onderzoekstafel.

EN: examination table

44
New cards

(Het) Oog – Het oog kan schade oplopen door hoge glucose.

EN: eye

45
New cards

Oogprobleem – Diabetes kan leiden tot oogproblemen.

EN: eye problem

46
New cards

Overgewicht – Overgewicht verhoogt het risico op diabetes.

“Hij heeft overgewicht”

EN: overweight

47
New cards

(De) Schimmelinfectie – Schimmelinfecties komen vaker voor bij hoge glucose.

EN: fungal infection

48
New cards

(Het) Slaappatroon – Een verstoord slaappatroon kan klachten verergeren.

EN: sleep pattern

49
New cards

(Het) Suikergehalte – Het suikergehalte in het bloed moet stabiel blijven.

EN: sugar level

50
New cards

(De) Suikerziekte – Suikerziekte is een andere naam voor diabetes.

EN: diabetes

51
New cards

Tintelend – Tintelende handen kunnen een symptoom zijn.

EN: tingling

52
New cards

(Het) Tussendoortje – Een gezond tussendoortje helpt schommelingen te voorkomen.

EN: snack

53
New cards

(Het) Vermoeden – De arts had een vermoeden van diabetes.

EN: suspicion

54
New cards

(De) Vermoeidheidsklachten – Vermoeidheidsklachten komen vaak voor bij hoge glucose.

EN: fatigue complaints

55
New cards

Vervelend – Wat vervelend dat je je zo voelt.

EN: unpleasant

56
New cards

(Het) Vingerprikje – Een vingerprikje wordt gebruikt voor een snelle meting.

EN: finger prick

57
New cards

(De) Vingertop – De vingertop is gevoelig bij het prikken.

EN: fingertip

58
New cards

(Het) Voedingspatroon – Een gebalanceerd voedingspatroon ondersteunt de gezondheid.

EN: dietary pattern

59
New cards

(Het) Voorstadium van diabetes – In het voorstadium van diabetes zijn de waarden al verhoogd.

EN: prediabetes

60
New cards

(Het) Watje – Het watje wordt gebruikt om de prikplek schoon te maken.

EN: cotton ball

61
New cards

(Het) Wazig zicht – Wazig zicht kan een teken zijn van hoge glucose.

EN: blurry vision

62
New cards

(De) Weegschaal – Hij stond elke ochtend op de weegschaal.

EN: scale

63
New cards

(Het) Wondje – Het wondje moet goed worden verzorgd.

EN: small wound

64
New cards

(De) Zenuwschade – Zenuwschade kan ontstaan door langdurig hoge glucose.

EN: nerve damage

65
New cards

(Het) Zetmeel – Aardappelen bevatten veel zetmeel.

EN: starch

66
New cards

(De) Zwangerschapsdiabetes – Zwangerschapsdiabetes ontstaat tijdens de zwangerschap.

EN: gestational diabetes

67
New cards

Aanvoelen – Hij kon aanvoelen dat zijn glucose daalde.

EN: to sense

68
New cards

Afleiden uit – Je kunt veel afleiden uit een bloedtest.

EN: to deduce from

69
New cards

Een blokje om gaan – Ze ging een blokje om om haar hoofd leeg te maken.

EN: to go for a short walk

70
New cards

Ervaren – Hij ervaart vaak klachten bij een hypo.

EN: to experience

71
New cards

Injecteren – De verpleegkundige moet de insuline zorgvuldig injecteren.

EN: to inject

72
New cards

Inslapen – Ze kon moeilijk inslapen door de klachten.

EN: to fall asleep

73
New cards

Last hebben van – Hij heeft last van duizeligheid.

EN: to suffer from

74
New cards

Nuchter prikken – Je moet nuchter prikken voor een betrouwbare meting.

EN: to test fasting

75
New cards

Onderzoeken – De arts onderzoekt de glucosewaarden.

EN: to examine

76
New cards

Ontbloten – Hij moest zijn arm ontbloten voor de injectie.

EN: to uncover

77
New cards

Oplossen – De klachten lossen vaak vanzelf op.

EN: to resolve

78
New cards

Opstropen – Ze stroopte haar mouw op voor de vingerprik.

EN: to roll up

79
New cards

Plassen – Hij moest vaker plassen door de hoge glucose.

EN: to urinate

80
New cards

Prikken – De verpleegkundige prikt voorzichtig in de vingertop.

EN: to prick

81
New cards

Snoepen – Te veel snoepen kan de glucose verhogen.

EN: to snack on sweets

82
New cards

Toedienen – De insuline wordt via de pen toegediend.

EN: to administer

83
New cards

Uitsluiten – De arts wil andere oorzaken uitsluiten.

EN: to rule out

84
New cards

Urineren – Ze moest vaak urineren door de hoge waarden.

EN: to urinate

85
New cards

Vermoeden – De arts vermoedt een hypo.

EN: to suspect

86
New cards

Wegen – Hij weegt zichzelf elke ochtend.

EN: to weigh

87
New cards

Zich voorstellen – Hij stelde zich voor aan de verpleegkundige.

EN: to introduce oneself

88
New cards

Zich zorgen maken – Ze maakt zich zorgen over haar gezondheid.

EN: to worry

89
New cards

Zin hebben in – Hij had zin in een gezond tussendoortje.

EN: to feel like

90
New cards

Zitten – Diabetes zit bij hen in de familie.

““Komt borstkanker in uw familie voor? Dat kan namelijk van invloed zijn op uw risico.””

EN: to run in the family