1/503
Looks like no tags are added yet.
het heelal, het universum
l’univers (m)
wereld-, wereldomvattend
universel, universelle
de ruimte
l’espace (m)
het zonnestelsel
le système solaire
een melkweg(stelsel)
une galaxie
de melkweg
la voie lactée
een sterrenbeeld, een verzameling sterren
une constellation
een vallende ster
une étoile filante
een komeet
une comète
een meteoor
un météore
een hemellichaam
un astre
een lichtjaar
une année-lumière
een verduistering
une éclipse
een totale/gedeeltelijke verduistering
une éclipse totale/partielle
een planeet
une planète
de volle maan
la pleine lune
de wittebroodsweken
la lune de miel
in de bonen zijn, verward zijn, aan het dromen zijn (loc)
être dans la lune (loc)
om de aarde draaien
tourner autour de la terre
de wereldbol, de globe
le globe (terrestre)
de Noord-/Zuidpool
le pôle Nord/Sud
de poolcirkel
le cercle polaire
een halfrond, een hemisfeer
un hémisphère
het noordelijk/zuidelijk halfrond
l’hémisphère nord/sud
de evenaar
l’équateur (m)
de tropen
les tropiques (m. pl)
de Kreefts-/Steenbokskeerkring
le tropique du Cancer/du Capricorne
een tijdzone
un fuseau horaire
een satelliet
un satellite
draaien, wentelen
graviter
de zwaartekracht, de gravitatie
la gravitation
een omloopbaan
une orbite
de gewichtloosheid
l’apesanteur (f)
de ruimtevaart
l’astronautique (f)
een astronaut
un, une astronaute
een kosmonaut
un, une cosmonaute
ruimte-
spatial, spatiale
een ruimtevaartuig
un vaisseau spatial
een ruimteveer, een spaceshuttle
une navette, une station spatiale
een raket
une fusée
een vliegende schotel
une soucoupe volante
een ufo
un OVNI (objet volant non identifié)
een (land)kaart
une carte (de géographie)
het landschap
le paysage
de natuur
la nature
een breedtecirkel
un parallèle
een lengtecirkel
un méridien
liggen, gelegen zijn op/in
être situé(é) à
… graden (noorder-/zuider)breedte
… degrés de latitude (nord/sud)
… graden (ooster-/wester)lengte
… degrés de longitude (est/ouest)
de vier windstreken
les quatre points cardinaux (m. pl)
noordelijk
septentrional(e)
zuidelijk
méridional(e)
oostelijk
oriental(e)
westelijk
occidental(e)
een continent
un continent
een grens
une frontière
een hoogvlakte
un plateau
een vlakte
une plaine
op vlak terrein
en terrain plat
een bekken
un bassin
het reliëf
le relief
een bergketen
une chaîne de montagnes
berg-, bergachtig
montagneux, montagneuse
vulkanisch
volcanique
een vulkaan
un volcan
een actieve vulkaan
un volcan en activité
de hoogte (afstand t.o.v. de zee-oppervlakte)
l’altitude (f)
een helling
une pente
een gletsjer
un glacier
smelten
fondre
het smelten
la fonte
een top
un sommet
naar de top klimmen
monter au sommet
hoog zijn, een hoogte hebben van (vb. De Mont Blanc is 4807m hoog.)
s’élever à (ex. Le mont Blanc s’élève à 4807m.)
een (berg)pas
un col
een dal
une vallée
een grot
une grotte
een kloof
une gorge
de hoogte (afstand t.o.v. de grond) (vb. De hoogte van de Tour Montparnasse bedraagt 209m.)
la hauteur (ex. La hauteur de la tour Montparnasse est de 209m.)
hoog (vb. een 3000m hoge berg)
haut de, haute de (ex. une montagne haute de 3000m)
de diepte (vb. De kloof is 250 meter diep.)
la profondeur (ex. La gorge a une profondeur de 250 mètres.)
de oppervlakte
la superficie
de uitgestrektheid
l’étendue (f)
zich uitstrekken over (vb. Dit bos strekt zich uit over 200 hectare.)
s’étendre sur (ex. Cette forêt s’étend sur 200 hectares.)
een (groot) bos
une forêt
een oerbos, een oerwoud
une forêt vierge
een bos (kleiner dan « une forêt »)
un bois
bebost
boisé(e)
het platteland
la campagne
een woestijn
un désert
woestijn-, woestijnachtig
désertique
een vruchtbare bodem
un sol fertile
een bodem, een gebied, een terrein
un terrain
een droog gebied
un terrain aride
de erosie
l’érosion (f)
de verwoestijning
la désertification
de Alpen
les Alpes (f. pl)
de Pyreneeën
les Pyrénées (f. pl)
het Centraal
Massief le Massif central