1/483
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
identificar
identificeren
la identificación
de identificatie, persoonsbeschrijving
la identidad
de identiteit
el dato
het gegeven
la referencia
de verwijzing, de referentie
referir (a X) / referirse a X
verwijzen (naar X) / zinspelen op X, betrekking hebben op X
la persona
de persoon
el individuo
het individu
el sujeto
het individu/het onderwerp
describir
beschrijven
la descripción
de beschrijving
la tarjeta
het visitekaartje/de kaart
tener/tomar por X
houden voor X
el nombre
de voornaam/de naam
el apellido
de familienaam/noemen/(op)roepen/kloppen (op de deur)
señor (X) / señora (X)
meneer (X) / mevrouw (X) / de dame
señorita
juffrouw
un señorito
een rijkeluiszoontje
el niño/la niña de papá, el hijo/la hija de papá, el niño/la niña bien, el niño/la niña pera
het rijkeluiskind
don X / doña X
meneer X / mevrouw X (beleefdheidsvorm, geplaatst voor de voornaam)
firmar
(onder)tekenen
la firma
de handtekening/de firma
la letra
het handschrift/de letter/de tekst van een liedje
el seudónimo
het pseudoniem
la dirección
het adres/de richting/het bestuur/het adres
las señas
het adres
la seña(l)
het teken (de wenk)
señalar X
wijzen op X
vivir
leven/wonen
la calle
de straat
la plaza
het plein, de marktplaats
la avenida
de laan
el número
het nummer,getal,cijfer/het aantal
el piso
de verdieping/de flat
la planta
de verdieping/de plant/de voetzool
vecino/a
naburig
el vecino/la vecina
de buurman/buurvrouw, buur
el vecino/la vecina
de inwoner/inwoonster
el vecindario, la vecindad
de buurtbewoners, buren/de buurt
avecinar/avecinarse
naderbij komen, op handen zijn, naderen
la puerta
de deur, poort
la izquierda
de linkerhand/de linkerkant
la derecha
de rechterhand/de rechterkant
el barrio
de wijk
el pueblo
het dorp/het volk
la aldea
het gehucht
el país
het land
la ciudad
de stad
el campo
het platteland/het veld
la provincia
de provincie
llevar + (tiempo) + gerundio
reeds (tijd) aan het (inf) zijn
el domicilio
het domicilie, de woonplaats
domiciliado en X
gedomicilieerd in X
la localidad
de plaats (dorp, stad)/de (zit)plaats (in theater)
localizar
lokaliseren, opsporen
la localización
de lokalisering, aanduiding
la manzana
het huizenblok/de appel
el teléfono
de telefoon
telefonear
telefoneren
llamar (por teléfono) a X
X opbellen
el móvil
de gsm
el prefijo
het zonenummer
nacer
geboren worden
el nacimiento
de geboorte
el cumpleaños
de verjaardag
cumplir/cumplirse
volbrengen/aflopen
el santo
de naamdag, feestdag/de heilige
la cuna
de wieg/de geboorteplaats
el día X de Y
de Xe Y
el mes
de maand
el año
het jaar
el origen
de oorsprong, afkomst
la edad
de leeftijd
tener X años/meses (de edad)
X jaar/maanden oud zijn
un X de Y años
een Y-jarige X
viejo/a
oud
el viejo/la vieja
de oude man/oude vrouw
la vejez
de oude dag, de ouderdom
envejecer
verouderen, ouder worden
joven
jong
el joven/la joven
de jonge man/het jonge meisje
los jóvenes
de jongelui, de jongeren (de jeugd)
la juventud
de jeugd
juvenil
jeugd-, jeugdig
el jovencito/la jovencita
de jongeling
adulto/a
volwassen
el adulto/la adulta
de volwassene
maduro/a
volwassen/rijp
mozo/a
jong
el mozo/la moza
de jonge man/het meisje, de niet getrouwde, jonge vrouw/de kelner, de bediende/de dienstbode/ de piccolo
la posteridad
het nageslacht
la niñez/la infancia
de kinderjaren
anciano/a
bejaard
el anciano/la anciana
de bejaarde
mayor
ouder/meerderjarig/groter/oud/bejaard
el mayor/la mayor
de grootste/de oudste/de overste/de majoor
los mayores
de volwassenen/de voorouders
menor
kleiner/jonger
el menor/la menor
de kleinste/de jongste
llevarle X años a alguien
X jaar ouder zijn dan