1/35
Looks like no tags are added yet.
Uit welke onderdelen bestaat de hydrologische kringloop van een plant? (7)
Neerslag: regen brengt water naar de bodem.
Infiltratie: water zakt de bodem in en komt in de wortelzone terecht.
Wateropname: de wortels nemen water uit de bodem op.
Transpiratie: de plant geeft via de huidmondjes in de bladeren waterdamp af aan de lucht.
Verdamping: water verdampt rechtstreeks vanaf het bodemoppervlak.
Percolatie: water zakt naar diepere bodemlagen en kan uiteindelijk het grondwater bereiken.
Capillaire opstijging: water kan vanuit het grondwater omhoog bewegen en zo de wortelzone van extra gezet voorzien. Water hecht aan de bodemdeeltjes en wordt door de kleine poriën omhoog getrokken. Hoe kleiner de poriën hoe hoger het water kan opstijgen.
Hoe neemt de plant water op (de 4 stappen)?
De wortelharen nemen water op. Ze vergroten het oppervlak waarmee de plant water uit de bodem kan opnemen.
Water komt de wortelcellen binnen door osmose. Osmose = de verplaatsing van water door een semipermeabel membraan van een hogere waterpotentiaal naar een lagere waterpotentiaal.
Waterpotentiaal = een maat voor hoe sterk water de neiging heeft om zich te verplaatsen.
Belangrijk:
Meer opgeloste stoffen → lagere waterpotentiaal
Minder opgeloste stoffen → hogere waterpotentiaal
Water gaat naar het xyleem dit vervoert water en opgeloste mineralen door de plant.
Het water wordt omhoog vervoerd. Door verdamping via de huidmondjes ontstaat een zuigkracht die de waterkolom omhoog trekt. Cohesie houdt dat watermoleculen bij elkaar en adhesie zorgt ervoor dat ze aan de wanden van het xyleem blijven kleven.
Bodem > wortelharen > wortelcellen > xyleem > stengel > bladeren
Stel dat een plant in een pot staat en je geeft de plant water maar voert ook veel zout aan de potgrond toe wat gebeurd er?
Door het zout zitten er meer opgeloste stoffen in het bodemvocht. Daardoor kan de waterpotentiaal van het bodemvocht lager worden. Het verschil in waterpotentiaal tussen de bodem en de wortelcellen wordt kleiner of kan omkeren. De plant kan daardoor minder goed water opnemen. Bij een sterk zoutgehalte kan water zelfs uit de wortelcellen naar de bodem bewegen. De plant kan verwelken hoewel de bodem nog water bevat.
Wat gebeurt er bij een lage Pf?
Bodem nat kan veel water aanwezig zijn. Eventueel gevolg: zuurstof gebrek
wat gebeurd er bij een gemiddelde Pf?
Water goed beschikbaar voor planten.
Wat gebeurd er bij een hoge Pf?
Water sterk vast aan bodemdeeltjes planten kunnen het steeds moeilijker opnemen. Eventuele gevolg: verdroging en groeiremming > verwelkingspunt
Welke belangrijke punten zijn er in de Pf curve?
De Pf curve laat zien hoe sterk water door de bodem wordt vastgehouden.
Pf 0,0: verzadigingingspunt de bodem is vrijwel volledig met water gevuld.
Pf 2,0: veldcapaciteit de bodem heeft na het wegzakken van overtollig water nog water vastgehouden.
Pf 4,2: verwelkingspunt de plant kan het water niet meer voldoende opnemen en gaat verwelken.
Hoe hoger de Pf waarde hoe sterker het water aan de bodemdeeltjes wordt gebonden.
VC-VP= % plant beschikbaar water
Wortelzone in mm x % = x : waterbehoefteplant = x aantal dagen
Wat is worteldruk en hoe werkt het?
Worteldruk is een positieve druk in de wortels en het xyleem kan ontstaan doordat de wortels mineralen openemen en verplaatsen.
De wortels nemen mineralen en koenen op en brengen deze naar het xyleem.
Hierdoor neemt de concentratie opgeloste stoffen in het xyleem toe.
De waterpotentiaal in het xyleem daalt.
Water stroomt door osmose naar het xyleem.
Door de instroom van water ontstaan een poaditieve druk die water omhoog kan duwen.
Wat is transpiratiezuiging?
Verdamping via de bladeren trekt water omhoog.
Wat is guttatie?
Het uitscheiden van waterdruppels uit de bladeren via speciale openingen, de waterporiën (hydathoden).
Wat zijn functies van water in de bodem? (7)
Oplosmiddel
Transportmiddel
Reactiemedium: voor chemische en biologisch processen
Bijdrage aan verwering en bodemvorming
Beïnvloedt bodemstructuur en poriën (lucht/waterbalans)
Leefomgeving voor bodemorganismen en planten
Temperatuur buffer
Wat is de invloed van water op de bodem? (6)
Beschikbaarheid van voedingsstoffen
Bodemstructuur en draagkracht
Zuurstof en beluchting
Bodemleven en afbraak
Verwering, transport en bodemvorming
Temperatuur
Wat zijn de functies van water op de plant?
Levensprocessen (fotosynthese, celprocessen voor plantgroei)
Transport
Stevigheid (tugordruk)
Habitat
Oplosmiddel
Koeling
Wat is actief transport?
Laag > hoog de cel moet energie inzetten
Wat is passief transport?
Hoog > laag deeltjes/water gaat vanzelf
Wat is hypotoon?
Buiten de cel minder opgeloste stoffen > waterpotentiaal buiten is hoger > tugor neemt toe (stevig)
Water erin
Wat is hypertoon?
Buiten de cel meer opgeloste stoffen > waterpotentiaal buiten is lager > tugor daalt (verwelking)
Water eruit
Wat is de apoplastische route?
Water gaat tussen de cellen door via de celwanden en ruimtes tussen cellen, water gaat niet door het cytoplasma.
A= along the cell walls
Wat is de symplastische route?
Water gaat door de cellen heen via het cytoplasma.
S= samen door cellen heen.
Bij de endodermis moet zowel de aplastische route als de symplastische route door de cellen. De casparische band dwingt water door de cel heen. Welke route nemen ze nu beide?
Ze vervolgen beide de symplastische route.
Wat is de verzadigde zone?
Water zit er door grondwater.
Wat is de volcapilaire zone?
Water wordt door capillaire werking omhoog gehouden.
Wat is capillaire opstijging?
Grondwater dat door kleine poriën omhoog wordt getrokken.
Wat is evaporatie?
Water verdampt vanaf de bodem.
Wat is interceptie water evaporatie?
Regenwater blijft hangen op bladeren en verdampt daarna.
Wat is transpiratie?
Water verdampt via de bladeren van een plant.
Wat is featisch niveau?
De hoogte/diepte van het grondwater in de bodem.
Boven de grondwaterlijn → er zit lucht tussen de bodemdeeltjes.
Onder de grondwaterlijn → de ruimtes tussen de bodemdeeltjes zijn gevuld met grondwater.
Hoe bouwt een ecosysteem zich op?
Een ecosysteem bouwt zich geleidelijk op door successie:
Kale of verstoorde plek > weinig of geen organismen.
Pioniersoorten vestrigen zich, zoals mossen en korstmossen.
Bodem ontstaat en wordt vruchtbaarder > hierdoor kunnen grassen en kruiden groeien.
Struiken en bomen komen erbij.
Het ecosysteem wordt steeds complexer en er komen meer soorten.
Uiteindelijk ontstaat een relatief stabiel ecosysteem: de climax
Wat is primaire succesie?
Begint op een plek waar nog geen bodem is, bijvoorbeeld op kaal gesteente.
Wat is secundaire succesie?
Begint op een plek waar als bodem en resten van het oorspronkelijke ecosysteem aanwezig zijn, bijvoorbeeld na een bosbrand.
Wat is succesie?
Het hele proces van veranderingen in een ecosysteem, van het begin tot een relatief stabiele situatie.
Wat is de climax?
De fase waarin het ecosysteem relatief stabiel en in evenwicht is.
Wat is de energie doorstroming van een ecosysteem? (Kerneigenschappen ecosysteem)
De energiedoorstroming in een ecosysteem is de manier waarop energie van de ene schakel naar de andere gaat.
Bijvoorbeeld:
Zon → planten → planteneters → vleeseters → reducenten
Planten zetten zonlicht om in chemische energie via fotosynthese.
Dieren krijgen energie door planten of andere dieren te eten.
Bij elke stap gaat een groot deel van de energie verloren als warmte door verbranding/ademhaling.
Wat is de kringloop van stoffen? (Kerneigenschappen ecosysteem)
De kringloop van stoffen betekent dat stoffen steeds opnieuw worden gebruikt binnen een ecosysteem.
Bijvoorbeeld:
Bodem → plant → dier → dode resten → reducenten → bodem → plant
Planten nemen voedingsstoffen uit de bodem op.
Dieren krijgen deze stoffen door planten/dieren te eten.
Dieren en planten sterven of produceren afval.
Reducenten breken dit af en brengen voedingsstoffen terug in de bodem.
Wat zijn de relaties tussen onderdelen van een ecosysteem?
Biotische relaties
Dit zijn relaties tussen levende organismen.
Voorbeelden:
Predatie: een wolf eet een ree.
Concurrentie: twee planten strijden om licht, water en voedingsstoffen.
Mutualisme: bij en bloem → de bij krijgt nectar en de bloem wordt bestoven.
Parasitisme: een teek leeft van een hond.
Abiotische relaties
Dit zijn relaties tussen levende organismen en niet-levende factoren.
Voorbeelden:
Planten hebben licht nodig voor fotosynthese.
Planten nemen water en voedingsstoffen uit de bodem op.
Watertemperatuur beïnvloedt welke vissoorten kunnen leven.
Hoeveelheid neerslag beïnvloedt de plantengroei.
Verschil aquatische en terrestrisch ecosysteem?
Aquatisch: in en rond water, zoals een meer, rivier of sloot.
Biotische factoren: producten, consumenten, reducenten
Abiotische factoren: waterkwaliteit, fysische factoren (watertemperatuur, stroomsnelheid, hoeveelheid zonlicht), substraat
Voorbeeld: plankton > insectlarven > vissen > roofvissen > reiger > vos
Terrestrisch: op het land, zoals een bos, heide of grasland.
Biotisch factoren zijn hetzelfde
Abiotische factoren: klimaat (temperatuur, neerslag, luchtvochtigheid en zonlicht), bodem (samenstelling, pH, mineralen en vochtgehalte) en geografie (hoogte, reliëf en landschap).