H2: het psychodiagnostisch proces

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/44

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

45 Terms

1
New cards

Psychodiagnostiek

  • Oordeelsvorming

  • Psychische disfuncties / gedragsmoeilijkheden én sterktes

  • Wetenschappelijke psychologie

  • Persoon of systeem begrijpen

  • Probleemstructurering (case formulation)

  • Aanwijzingen voor therapie

  • Procesmatig

  • Interactie tussen cliënt en clinicus


2
New cards

Verschillende verklaringen

Indeling volgens LOCUS

  • persoonsgericht

  • situatiegericht

Indeling volgens TIJDslokalisatie tov te verklaren gedrag

  • Synchrone verklaringscondities

  • Diachrone verklaringscondities

Indeling volgens EFFECT op te verklaren gedrag

  • Inducerende verklaringsfactoren

  • Continuerende verklaringsfactoren


3
New cards

persoonsgerichte verklaring

= verklaring zoeken in persoon zelf (bv: genen)

4
New cards

situatiegerichte verklaring

= verklaring zoeken in context

→ vooral als de context bekend is

5
New cards

Synchrone verklaringscondities

valt samen in tijd met te verklaren gedrag

Bv: problemen op het werk en stress

6
New cards

Diachrone verklaringscondities

Liggen in het verleden

Bv: trauma

7
New cards

Inducerende verklaringsfactoren

= over het ontstaan van gedrag

bv: trauma

8
New cards

Continuerende verklaringsfactoren

= over in stand houden van gedrag

Bv: vermijdingsgedrag hondenfobie

9
New cards

Continuerende verklaringsfactoren

= mogelijke scenario’s volgend op een bepaald gedrag X

  • positieve / negatieve bekrachtiger

  • positieve / negatieve straf


10
New cards

Empirische cyclus

  1. observatie

  2. Inductie

  3. deductie

  4. toetsing

  5. evaluatie


11
New cards

3 betrokken partijen (3 vragen)

  • Vragen van de cliënt (hulpvraag)

  • Vragen van de verwijzer of aanvrager (aanvraag)

  • Vragen van de diagnosticus (!!!)


12
New cards

Hulpvraag

= Vragen van de cliënt

13
New cards

Aanvraag

= vragen van de verwijzer of aanvrager

14
New cards

Analyse van de aanvraag

  • Info over de aanvrager

  • Info over de aanvraag

  • Info die aanvrager geeft over cliënt

  • Dossier

  • Litteratuur


15
New cards

Info over de aanvrager

  • Wie is aanvrager – in welke relatie tot jou?

  • Wat is setting van aanvrager?

  • Wat is het referentiekader van aanvrager?

  • Wat is de rol van de aanvrager

  • Wat is de beslissingsbevoegdheid van aanvrager?


16
New cards

Intramuraal

de aanvrager werkt binnen dezelfde instelling als jij,

bv. een arts van hetzelfde ziekenhuis.

17
New cards

Extramuraal

de aanvrager komt van buiten de instelling,

bv. een rechter of huisarts die jou vraagt om iemand te onderzoeken.

18
New cards

Hulpverlening

= de aanvrager wil iemand helpen of behandelen

bv. een psycholoog vraagt een diagnostisch onderzoek aan

19
New cards

Niet-hulpverlening

= de aanvrager wil informatie voor een ander doel dan hulp bieden

bv. een rechter vraagt een onderzoek aan.

20
New cards

Ambulant

= de cliënt komt op afspraak naar de hulpverlening, maar verblijft er niet

Bv. iemand gaat naar een psycholoog.

21
New cards

Residentieel

= de cliënt verblijft in de instelling waar hij/zij hulp krijgt

Bv. iemand is opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

22
New cards

Informatie over de aanvraag

  • Wat is de reden van aanvraag?

  • Handelt het over een open of gesloten aanvraag?

  • Wat is de inhoud van de aanvraag? (inhoud)

  • Wat is de functie van de aanvraag? (grondvragen)


23
New cards

Informatie die aanvrager heeft over de cliënt

  • Inhoud

    • Anamnestische informatie

    • Ontwikkelingsgeschiedenis

    • Aard en ernst van de klachten

    • Eerder gezochte hulpverlening of behandeling?

  • Rol en houding van de cliënt t.a.v. het onderzoek

    • Heeft de cliënt zelf of de aanvrager het onderzoek aangevraagd (rol)?

    • Is de cliënt nieuwsgierig of eerder achterdochtig (attitude)? (context!)


24
New cards

Anamnestische informatie

= het levensverhaal en de voorgeschiedenis van de cliënt

bv: Gezin van oorsprong, opleiding, relationeel functioneren, …

25
New cards

Analyse van de hulpvraag

  • Rol van de cliënt in doorverwijzing?

  • Attitude van de cliënt t.a.v. onderzoek?

  • Inhoud van de hulpvraag?

  • Wat is functie van de hulpvraag?

  • Wil de cliënt anderen bij het onderzoek betrekken?


26
New cards

Aanmelding

  • analyse van de aanvraag

  • analyse van de hulpvraag

  • exploratieve klachten


27
New cards

diagnostisch scenario

  • ordenen van de vragen

  • vooropige probleemsamenhang: case formulation


28
New cards

Voorlopige probleemsamenhang => 2 manieren

  • model Van de Willige

  • KOP-model


29
New cards

3 copingsstijlen volgens het model van Van de Willige

  • instrumentele coping (wat je DOET)

  • Intra-psychische coping (wat je in je HOOFD doet)

  • Palliatieve responsen (AROUSAL dalen)


30
New cards

KOP-model

Klachten = Omstandigheden x Persoonlijkheidskenmerken

31
New cards

Internaliserende klachten

= dynamiek binnenin (rumineren, angst, depressie,…)

32
New cards

Externaliserende klachten

= dynamiek naar buiten toe (dingen doen, verslavingen,…)

33
New cards

Diagnostisch onderzoek

  • hypothesen

  • keuze van instrumentarium

  • formuleren van toetsbare voorspellingen obv instrumentarium

  • afname en verwerking van instrumenten

  • argumentatie


34
New cards

Hypothesen

= veronderstellingen die getoetst moeten worden

  • Onderkenningvragen

  • Verklaringsvragen (A → B) 

  • Predictievragen

  • Indicatiestellingsvragen


35
New cards

betrouwbaarheid

= hoe goed meet het instrument wat het pretendeert te meten

= hoe goed meet ik het concept?

36
New cards

Validiteit

= meet het instrument het concept dat het pretendeert te meten

= meet ik het concept?

37
New cards

De normgroep

  • Taal

  • Land

  • Geslacht

  • Leeftijd


38
New cards

Keuze van het instrumentarium

  • Samenstelling en grootte van de normgroep

  • Bereik van de normgroep

  • Datum of moment waarop de normgroep werdsamengesteld (bv. Flynn)


39
New cards

Integratie

= Bouw een argumentatie uit waarom je bepaalde hypothesen aanhoudt, verwerpt of wijzigt in nieuwe hypothesen

40
New cards

Schriftelijke verslagvoering

  • situering van cliënt

  • situering onderzoek

  • aanmelding

  • achtergrondgegevens en eerste exploratie problematiek

  • vraagstelling, onderzoeksmiddelen en toetsingscriteria

  • beantwoorden van de vragen

  • algemeen besluit


41
New cards

Situering van de cliënt (schriftelijke verslagvoering)

  • naam

  • geslacht

  • leeftijd

  • geboortedatum

  • adres

  • studierichting/werk



42
New cards

Situering van het onderzoek

  • Naam en functie van de aanvrager

  • Naam en functie van de onderzoeker

  • Naam en functie van de supervisor (indien van toepassing)

  • Setting en datum van onderzoek


43
New cards

Aanmelding

  • Aanvraag zoals geformuleerd door aanvrager

  • Hulpvraag zoals geformuleerd door cliënt/significante ander (reden)


44
New cards

Achtergrondgegevens en eerste exploratie van de huidige problematiek

Achtergrondgegevens

  • Gezinssituatie

  • Relevante elementen uit de levensgeschiedenis

  • School/werk context

  • Sociale context en sociaal functioneren

  • Culturele achtergrond

  • Geschiedenis van de klachten (ontstaan & ontwikkeling) eneventuele hulpverleningsgeschiedenis

Eerste exploratie van de huidige problematiek

  • Huidige problematiek die geleid heft tot de consultatie entot de aanvraag van het psychodiagnostisch onderzoek


45
New cards

Beantwoorden van de vraagstelling

De hoofdmoot van het verslag bestaat uit het antwoorden op de vragen naar onderkenning,verklaring, predictie en indicatiestelling