Thematische Woordenschat: Media, Communicatie en Imago

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/34

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide set flashcards gebaseerd op de thematische woordenschat over televisie, media als informatiebron, beroepen in communicatie en imago.

35 Terms

1
New cards

de aanleiding

De reden of het motief voor een bepaalde actie of gebeurtenis.

2
New cards

de aanrader

Iets wat zeer wordt aanbevolen, zoals een goed tv-programma.

3
New cards

de aflevering

Een deel van een tv-serie.

4
New cards

de afstandsbediening

Het apparaat waarmee je de televisie van op een afstand bedient.

5
New cards

de belastingen

Geld dat burgers betalen aan de overheid, waarmee onder andere de openbare omroep wordt gefinancierd.

6
New cards

de deelnemer

Iemand die meedoet aan een programma, zoals een reality serie.

7
New cards

de fictie(reeks)

Een verzonnen verhaal of serie, vaak gemaakt in Vlaanderen.

8
New cards

de kijkcijfers

Het aantal mensen dat naar een bepaald t-programma kijkt.

9
New cards

de omroep

Een organisatie zoals de VRT die radio- en televisieprogramma's uitzendt.

10
New cards

de openbare zender

Een nationale zender die gefinancierd wordt door de overheid, in tegenstelling tot een commerciële zender.

11
New cards

de overheid

De officiële instanties die een land of regio besturen.

12
New cards

de presentator

De persoon die een televisie- of radioprogramma presenteert.

13
New cards

de schermtijd

De tijd die men gemiddeld voor een beeldscherm doorbrengt.

14
New cards

de streamingdienst

Een platform voor het online bekijken van video's en series (bijv. Netflix of Disney+).

15
New cards

de uitzending

Een specifiek programma dat op radio of televisie wordt uitgezonden.

16
New cards

het nepnieuws

Valse informatie die via sociale media of andere kanalen wordt verspreid.

17
New cards

het vooroordeel

Een mening die niet op feiten is gebaseerd, vaak over een groep mensen.

18
New cards

aanraden

Iemand adviseren om iets te doen of te bekijken.

19
New cards

aanzetten

Een apparaat, zoals een tv, inschakelen.

20
New cards

bingewatchen

Meerdere afleveringen van een serie direct na elkaar bekijken.

21
New cards

stijgen (toenemen)

Het groter worden van aantallen of waarden, in tegenstelling tot dalen (afnemen).

22
New cards

uitzenden

Het verspreiden van programma's via radio, televisie of internet.

23
New cards

de betrouwbaarheid

De mate waarin men informatie of bronnen kan vertrouwen.

24
New cards

de persvrijheid

Het recht van journalisten om zonder censuur van de overheid te kunnen publiceren.

25
New cards

de vrijheid van meningsuiting

Het essentiële recht om je eigen mening vrij te kunnen uiten.

26
New cards

beïnvloeden

Invloed uitoefenen op het gedrag of de mening van anderen.

27
New cards

de doelgroep

De specifieke groep mensen voor wie een boodschap of programma bedoeld is.

28
New cards

de woordvoerder

Iemand die namens een organisatie of persoon spreekt naar de pers.

29
New cards

onderhandelen

Overleg voeren om tot een overeenkomst te komen, bijvoorbeeld over een salaris.

30
New cards

de geloofwaardigheid

Hoe geloofwaardig of overtuigend iemand of iets is.

31
New cards

het imago

De reputatie of het beeld dat mensen hebben van een bedrijf of persoon.

32
New cards

pesten (cyberpesten)

Iemand online of offline kwetsen, intimideren of belachelijk maken.

33
New cards

het zelfbeeld

De manier waarop iemand naar zichzelf kijkt.

34
New cards

de moeite waard zijn

Iets wat de tijd of inspanning verdient.

35
New cards

doorgaans

Meestal of in de meeste gevallen.