1/34
Een uitgebreide set flashcards gebaseerd op de thematische woordenschat over televisie, media als informatiebron, beroepen in communicatie en imago.
de aanleiding
De reden of het motief voor een bepaalde actie of gebeurtenis.
de aanrader
Iets wat zeer wordt aanbevolen, zoals een goed tv-programma.
de aflevering
Een deel van een tv-serie.
de afstandsbediening
Het apparaat waarmee je de televisie van op een afstand bedient.
de belastingen
Geld dat burgers betalen aan de overheid, waarmee onder andere de openbare omroep wordt gefinancierd.
de deelnemer
Iemand die meedoet aan een programma, zoals een reality serie.
de fictie(reeks)
Een verzonnen verhaal of serie, vaak gemaakt in Vlaanderen.
de kijkcijfers
Het aantal mensen dat naar een bepaald t-programma kijkt.
de omroep
Een organisatie zoals de VRT die radio- en televisieprogramma's uitzendt.
de openbare zender
Een nationale zender die gefinancierd wordt door de overheid, in tegenstelling tot een commerciële zender.
de overheid
De officiële instanties die een land of regio besturen.
de presentator
De persoon die een televisie- of radioprogramma presenteert.
de schermtijd
De tijd die men gemiddeld voor een beeldscherm doorbrengt.
de streamingdienst
Een platform voor het online bekijken van video's en series (bijv. Netflix of Disney+).
de uitzending
Een specifiek programma dat op radio of televisie wordt uitgezonden.
het nepnieuws
Valse informatie die via sociale media of andere kanalen wordt verspreid.
het vooroordeel
Een mening die niet op feiten is gebaseerd, vaak over een groep mensen.
aanraden
Iemand adviseren om iets te doen of te bekijken.
aanzetten
Een apparaat, zoals een tv, inschakelen.
bingewatchen
Meerdere afleveringen van een serie direct na elkaar bekijken.
stijgen (toenemen)
Het groter worden van aantallen of waarden, in tegenstelling tot dalen (afnemen).
uitzenden
Het verspreiden van programma's via radio, televisie of internet.
de betrouwbaarheid
De mate waarin men informatie of bronnen kan vertrouwen.
de persvrijheid
Het recht van journalisten om zonder censuur van de overheid te kunnen publiceren.
de vrijheid van meningsuiting
Het essentiële recht om je eigen mening vrij te kunnen uiten.
beïnvloeden
Invloed uitoefenen op het gedrag of de mening van anderen.
de doelgroep
De specifieke groep mensen voor wie een boodschap of programma bedoeld is.
de woordvoerder
Iemand die namens een organisatie of persoon spreekt naar de pers.
onderhandelen
Overleg voeren om tot een overeenkomst te komen, bijvoorbeeld over een salaris.
de geloofwaardigheid
Hoe geloofwaardig of overtuigend iemand of iets is.
het imago
De reputatie of het beeld dat mensen hebben van een bedrijf of persoon.
pesten (cyberpesten)
Iemand online of offline kwetsen, intimideren of belachelijk maken.
het zelfbeeld
De manier waarop iemand naar zichzelf kijkt.
de moeite waard zijn
Iets wat de tijd of inspanning verdient.
doorgaans
Meestal of in de meeste gevallen.