1/105
Looks like no tags are added yet.
Wat zijn de vier criteria voor de indeling van de stammen (phyla) binnen het dierenrijk volgens de afbeelding?
Weefsels: Wel of geen echte weefsels (afkomstig van 2 of 3 kiembladen).
Symmetrie: Radiale symmetrie (bijv. Cnidaria) versus bilaterale symmetrie ('hogere' phyla).
Lichaamsholte: Type coeloom (acoelomata, pseudocoelomata of coelomata).
Ontwikkeling: Protostomia versus Deuterostomia.

Wat is het verschil in klieving (cleavage) tijdens de vroege embryonale ontwikkeling tussen Protostomia en Deuterostomia?
Protostomia: Hebben een spiraalklieving en de cellen zijn determinatief (het lot van de cel staat al vroeg vast).
Deuterostomia: Hebben een radiaalklieving en de cellen zijn niet-determinatief (cellen kunnen nog uitgroeien tot een compleet organisme, zoals bij tweelingen).

Hoe ontstaat het coeloom (de lichaamsholte) bij Protostomia versus Deuterostomia?
Protostomia: Het coeloom ontstaat door splijting (schizocoel) van solide massa's mesoderm.
Deuterostomia: Het coeloom ontstaat door vouwing (enterocoel) van de wand van de oerdarm (archenteron).

Hoe verschilt de positie van de zenuwstreng (nerve cord) en het hart tussen een Tetrapod (Deuterostomia) en een Arthropod (Protostomia)?
Tetrapod (Deuterostomia): De zenuwstreng ligt dorsaal (aan de rugzijde) en het hart ligt ventraal (aan de buikzijde).
Arthropod (Protostomia): De zenuwstreng ligt ventraal (aan de buikzijde) en het hart ligt dorsaal (aan de rugzijde).


Bouwplan


Kenmerken

Wat is heterochronie en wat zijn hiervan voorbeelden?
Definitie: Een verandering in de duur (langer of korter) of timing waarin een bepaald ontwikkelingsgen tot expressie komt.
Voorbeelden: De ontwikkeling van de kaak (verschil tussen chimp en mens) of de vingerlengte (vleermuis, pterodactylus).
Wat houdt paedomorfose in en welke voorbeelden worden genoemd?
Definitie: Het verschijnsel waarbij larvale of jeugdige kenmerken behouden blijven in het volwassen, geslachtsrijpe individu.
Voorbeelden: De axolotl (die zijn uitwendige kieuwen behoudt) en de mens.
Wat is de functie van segmentatiegenen en homeotische genen (Hox-genen), en wat is het effect van een genduplicatie hiervan
Segmentatiegenen: Bepalen de feitelijke aanleg van segmenten in het lichaam.
Homeotische (Hox-)genen: Bepalen het ontwikkelingsplan per segment (de aanleg van specifieke structuren zoals poten, vleugels, antennae of bloemdelen).
Verdubbeling van Hox-genen: Leidt tot een toename in de complexiteit van het evolutionaire bouwplan.
Hoe beïnvloedt heterochronie het verschil in schedelvorm en kaakgroei tussen de chimpansee en de mens?
Chimpansee: De schedelgroei verschuift na de foetale fase sterk naar de kaak, waardoor een volwassen chimp een ver uitstekende kaak en een relatief kleinere hersenpan krijgt.
Mens: De relatieve groeisnelheid van de foetale schedel (ronde vorm, kleine kaak) blijft tijdens de verdere ontwikkeling grotendeels behouden, waardoor de volwassen menselijke schedel meer op die van een foetus blijft lijken.
Welk effect heeft heterochronie op de lengte van de vingerbotjes bij vliegende gewervelden in vergelijking met niet-vliegende organismen?
Vleermuis vs. Muis: Door een verandering in de timing en mate van genexpressie groeien de vingerbotjes van de vleermuis extreem lang uit om de vleugel te ondersteunen.
Pterodactylus: Toont een vergelijkbaar evolutionair effect waarbij specifieke vingerbotjes extreem verlengd zijn om een vlieghuid te dragen.
Welk effect kan heterochronie hebben op de omvang van de heup en de achterpoten bij de evolutie van walvissen en slangen?
Het kan leiden tot een sterke reductie of het volledig verdwijnen van de omvang van de heup en de achterpoten, omdat de expressie van de genen voor de ontwikkeling van deze achterpoten evolutionair gezien verkort, vertraagd of stopgezet is.
Wat is de evolutionaire achtergrond van paedomorfose met betrekking tot voorouders?
Het is een toestand waarin kenmerken die bij evolutionaire voorouders typisch waren voor het larvale of jeugdige bouwplan, behouden blijven in het volwassen, geslachtsrijpe individu.
Wat is de rol van de genen die onder het 'master control gen' staan (de battery of other genes in de lichtknop-analogie)?
Deze genen voeren de daadwerkelijke soort-specifieke ontwikkeling uit van een aanhangsel of structuur (zoals de exacte vorm van de poot of antenne).
Wat bewijst het feit dat een muizen-gen de ontwikkeling in een vlieg succesvol kan aansturen?
Dat homeotische genen evolutionair sterk geconserveerd zijn; hun basisfunctie en eiwitstructuur zijn over honderden miljoenen jaren bijna onveranderd gebleven.
Waarom ontwikkelt een fruitvlieg een vliegenpoot (i.p.v. een muizenpoot) als je een poot-ontwikkelingsgen van een muis inbrengt?
Het muizen-Hox-gen werkt alleen als hoofdschakelaar; de feitelijke bouwuitvoering wordt gedaan door de soort-specifieke genen van de vlieg zelf.
Welke groep gewervelden bezit historisch gezien twee Hox-clusters als tussenstap in de evolutie?
De kaakloze vissen (jawless vertebrates, zoals prikken).
Hoeveel grootschalige duplicaties van het volledige Hox-cluster hebben plaatsgevonden tijdens de evolutie van de gewervelde dieren (vertebraten)?
Twee volledige duplicatierondes (van 1 cluster naar 2 clusters, en daarna van 2 naar 4 clusters).
Welke diergroep op de fylogenetische boom bezit nog geen complex Hox-cluster voor een bilateraal (tweezijdig symmetrisch) bouwplan?
De Porifera (sponzen).
Waarom leidt een toename van het aantal Hox-genen tot een complexer bouwplan (zoals bij de mens)?
Meer Hox-genen maken een fijnmazigere en meer gedetailleerde segmentatie van het lichaam mogelijk (zoals de complexe wervelkolom en het zenuwstelsel).
Welk belangrijk verschil in Hox-genen zie je tussen de ongewervelde Branchiostoma (lansetvisje) en de zoogdieren (Mus / Homo)?
Branchiostoma heeft één enkele rij/cluster van Hox-genen, terwijl zoogdieren vier parallelle clusters (HoxA, HoxB, HoxC, HoxD) hebben.
Wat valt er op als je de Hox-genen van een fruitvlieg (Fruit fly) vergelijkt met die van een mens (Human)?
De mens heeft veel meer Hox-genen, verdeeld over meerdere clusters, wat het resultaat is van grootschalige genduplicaties tijdens de evolutie van gewervelde dieren.
Naar welke groepen Hox-genen verwijzen de termen anterior, central en posterior op de slide?
Anterior: Genen voor de kopregio (groep 1+2)
Central: Genen voor de romp/thorax (groep 3)
Posterior: Genen voor het achterlijf/staart (groep 4-7 / 9-13)
Hoe zijn de Hox-genen binnen een cluster geordend ten opzichte van het lichaam van het dier?
Ze liggen op het chromosoom in dezelfde volgorde als de opeenvolgende lichaamssegmenten (van anterior/kop naar posterior/staart).
Wat is het evolutionaire voordeel van de combinatie: oorspronkelijke eigenschap + nieuwe eigenschap?
Het zorgt voor meer biologische mogelijkheden, wat leidt tot een toename in de complexiteit van het bouwplan.
Wat gebeurt er nadat een gen succesvol is gedupliceerd?
Een van de twee kopieën kan muteren en een nieuwe functie krijgen, terwijl de andere kopie de oorspronkelijke functie behoudt.
Welk genetisch proces ligt volgens de slide vaak ten grondslag aan het ontstaan van nieuwe ontwikkelingsgenen?
Genduplicaties (het kopiëren van bestaande genen, waarna de kopieën een nieuwe functie kunnen ontwikkelen).
Hoe kunnen veranderingen in genexpressie (het aan- of uitzetten van genen) de evolutie beïnvloeden?
Ze spelen een grote rol bij het ontstaan van nieuwe morfologische vormen en (biologische) mogelijkheden.
Welke historische gebeurtenis zorgde voor een raadselachtige, sterke toename van dierlijke diversiteit?
De Cambrische explosie.
Wat bewijst het laboratoriumonderzoek naar het Ubx-gen over de evolutie van het dierlijke bouwplan?
Dat grote evolutionaire sprongen (zoals van veel poten naar 6 poten) veroorzaakt kunnen worden door kleine, specifieke veranderingen binnen de Hox-genen.
Welk organisme uit de slides (naast Drosophila) heeft juist heel veel poten en dient als voorbeeld van een minder veranderd bouwplan?
Artemia (het pekelkreeftje).
Wat doet het gemuteerde Ubx-gen specifiek in het achterlijf (abdomen) van een insect?
Het onderdrukt de ontwikkeling van poten, waardoor insecten alleen nog poten aan hun borststuk (thorax) hebben.
Welk specifiek Hox-gen is verantwoordelijk voor het onderdrukken van pootontwikkeling bij insecten?
Het Ubx-gen (Ultrabithorax).
Hoe zijn insecten met 6 poten waarschijnlijk geëvolueerd uit veelpotige kreeftachtige voorouders?
Door een verandering in de nucleotidesequentie van een specifiek Hox-gen tijdens de evolutie (ongeveer 400 miljoen jaar geleden).
Waarom noemen we homeotische genen ook wel 'master control genen'?
Omdat ze bovenaan de hiërarchie staan; één enkel homeotisch gen kan als een hoofdschakelaar de ontwikkeling van een compleet complex orgaan of lichaamsdeel in gang zetten.
Wat wordt bedoeld met het feit dat homeotische genen al honderden miljoenen jaren een belangrijke functie hebben?
Ze zijn evolutionair sterk geconserveerd, wat betekent dat ze nauwelijks zijn veranderd en in bijna het hele dierenrijk een vergelijkbare rol spelen.
Wat gebeurt er als een Hox-gen op de verkeerde locatie tot expressie komt?
Er ontstaan lichaamsdelen op de verkeerde plek (bijvoorbeeld een poot waar een antenne hoort te zitten).
Voor welk type eiwitten coderen homeotische genen?
Transcriptiefactoren (eiwitten die de expressie van andere genen aan- of uitzetten).
Wat is de hoofdfunctie van homeotische genen?
Ze sturen de 3D-organisatie van het lichaam aan door cellen te voorzien van positionele informatie tijdens de embryonale ontwikkeling.
Welke unieke verworvenheid is exclusief voor de Mammalia (zoogdieren) onderaan de stamboom?
Melk (geproduceerd door melkklieren om jongen te voeden).

Wat stelde de Amniotes (reptielen en zoogdieren) in staat om zich volledig op het land voort te planten?
Het amniotisch ei (vruchtwaterenei), dat uitdroging van het embryo voorkomt.

Wat is de gemeenschappelijke evolutionaire verworvenheid van álle Chordata (Chordadieren)?
Notochord (chorda dorsalis). Dit flexibele staafvormige orgaan vormt de basis van het vroege skelet bij alle chordadieren.

Welke groepen splitsen zich af vóór de evolutie van de wervels (Vertebrae)?
Cephalochordata (lancetvisjes) en Urochordata (manteldieren). Zij hebben wel een notochord, maar geen wervelkolom.

Welke evolutionaire vernieuwing onderscheidt de Vertebraten (gewervelden) vanaf de Myxini (slijmprikken) en Petromyzontida (prikken)?
Wervels (Vertebrae).

Wat is de belangrijkste verworvenheid van de Gnathostomes (kaakdieren, beginnend bij de Chondrichthyes of kraakbeenvissen)?
Kaken en een gemineraliseerd skelet (Jaws, mineralized skeleton).

Welke eigenschap ontwikkelde zich bij de Osteichthyes (beenvisachtigen, vanaf de Actinopterygii of straalvinnigen)?
Longen of derivaten van longen (zoals de zwemblaas).

Wat is het unieke kenmerk van de Lobe-fins (kwastvinnigen, zoals Actinistia en Dipnoi)?
Gelobde vinnen (Lobed fins), de evolutionaire voorloper van de ledematen.

Welke innovatie markeert de overgang naar de Tetrapods (viervoeters, zoals Amphibia)?
Ledematen met vingers/tenen (Limbs with digits).

Wat gebeurt er met de chordaatkenmerken wanneer een zakpijp overgaat naar het volwassen stadium?
De zakpijp verliest de notochord, de zenuwstreng en de staart. Alleen de pharynx met kieuwspleten blijft behouden voor filtervoeding.
Hoe stroomt water door een volwassen zakpijp voor de voedselvoorziening?
Water komt binnen via de incurrent siphon, stroomt door de pharynx (waar voedseldeeltjes worden gefilterd in het atrium), en verlaat het lichaam via de excurrent siphon.
Welke belangrijke evolutionaire vernieuwing bezitten de Petromyzontida ten opzichte van de Myxini (slijmprikken) op de stamboom?
Wervels (Vertebrae). De afbeelding toont rudimentaire wervelelementen die zich rond de notochord vormen.
Wat betekent de wetenschappelijke naam Gnathostomata letterlijk vertaald?
Kaak-mond (afgeleid van Gnathos = kaak en Stoma = mond).
Vanaf welke groep (clade) op de stamboom spreken we van de Gnathostomata?
Vanaf de Chondrichthyes (kraakbeenvissen, zoals haaien en roggen). Zij bezitten als eerste de evolutionaire synapomorfie van kaken en een gemineraliseerd skelet.
Wat was er evolutionair gezien uniek aan de uitgestorven groep van de Conodonten (Conodonts)?
e hadden geen kaken, maar wel al tanden (gemineraliseerde monddelen) in hun pharynx, wat predatie mogelijk maakte.
Uit welke specifieke anatomische structuren zijn de kaken van gewervelden (Gnathostomata) geëvolueerd?
Uit de voorste kieuwbogen (skeletal rods), de kraakbeen- of botstructuren die oorspronkelijk de kieuwspleten (gill slits) ondersteunden.
Welke twee andere anatomische structuren evolueren later in de geschiedenis van de gewervelden uit deze kieuwbogen?
Het tongbot en de middenoorbotjes.
Noem de kenmerken van primaten
Plat gezicht, met ogen voorin het hoofd
Opponeerbare duim
Handen en voeten kunnen draaien
Melkklieren in borst
Platte nagels
Grote hersenen
Ouderzorg en complex sociaal gedrag
Wat is het verschil tussen hominiden en homininen?
Hominiden : mensapen
Homininen : uitgestorven mensensoorten
Welk bewijs suggereert dat chimpansees nauwst verbante levende organismen zijn van de mens?
DNA
Zijn mensen uit de chimpansees voortgekomen?
Nee maar ze hebben wel een gemeenschappelijke voorouder
Wat zijn de anatomische verschillen tussen chimpansees en mensen en leg uit hoe deze verschillen het recht oplopen vergemakelijken.
Ruggenwervel → bij chimpansees c-vormig achter op schedel → bij de mens s-vormig onder de schedel het voordeel hiervan is dat er weinig spierkracht nodig is om in balans te blijven.
Bekken → bij de chimpansees lang en plat → bij de mens kort, breed, komvormig het vordeel hiervan is dat het de interne organen ondersteund bij olpstaan.
Dijbeen → Bij een chimpansee staan de dijbeenderen recht naar beneden. Bij de mens staan de dijbeenderen schuin naar binnen gericht
(de zogenaamde valgushoek). → Door deze schuine plaatsing staan de knieën en voeten dichter bij de middellijn van het lichaam. Hierdoor hoeft de mens zijn zwaartepunt tijdens het lopen nauwelijks van links naar rechts te verplaatsen
Voeten → Chimpansees hebben een opponeerbare grote teen (als een duim) om mee te klimmen. De mens heeft een strak uitgelijnde, niet-opponeerbare grote teen en een duidelijke voetboog. → De niet-opponeerbare grote teen zorgt voor een krachtige afzet bij elke stap. De flexibele voetboog absorbeert de klap van de landing en veert terug, wat werkt als een mechanische veer die energie bespaart tijdens het lopen
Verhouding ledenmaten → Chimpansees hebben in verhouding lange armen en korte benen om zich door de bomen te slingeren. De mens heeft relatief lange benen en kortere armen. → grotere paslenegte
Gezien de grote genetische overeenkomst tussen mens en chimpansee, hoe verklaren wetenschappers de zichtbare verschillen tussen de twee soorten?
Ondanks dat mensen en chimpansees veel overeenkomsten hebben in het DNA betekent niet dat alle genen tot dezelfde expressie komen vandaar de verschillende zichtbare eigenschappen.
Twee belangrijke eigenschappen die homininen onderscheiden van andere apen zijn het lopen op twee benen en het hebben van relatief grote hersenen. Zijn deze eigenschappen vanaf hetzelfde moment en met dezelfde snelheid geëvolueerd?
Nee, deze eigenschappen zijn niet vanaf hetzelfde moment en niet met dezelfde snelheid geëvolueerd. Dit proces wordt mozaïek-evolutie genoemd.
De belangrijkste verschillen in de evolutie van deze twee eigenschappen zijn:
Het lopen op twee benen (bipedalisme) ontstond als eerste, al miljoenen jaren geleden bij vroege voorouders zoals Australopithecus (ongeveer 4 tot 7 miljoen jaar geleden). Hun herseninhoud was toen nog vergelijkbaar met die van een moderne chimpansee.
De sterke groei van de hersenen (encefalisatie) begon pas veel later, met name bij het geslacht Homo (vanaf ongeveer 2 tot 2,5 miljoen jaar geleden), en nam daarna in een relatief snel tempo toe.