Herhaling Celcyclus en Celdeling

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/39

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards met de belangrijkste begrippen en definities over de celcyclus, mitose, meiose en erfelijk materiaal.

Last updated 5:12 PM on 9/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

40 Terms

1
New cards
<p>Prokaryote cel</p>

Prokaryote cel

Cel zonder celkern waarin het DNA los in het cytoplasma ligt, zonder celcompartimentering of celorganellen (zoals mitochondriën, endoplasmatisch reticulum en Golgi-apparaat). Komt voor bij bacteriën en archaea.

2
New cards

Eukaryote cel

Cel met celkern waarin het DNA is opgerold en voorkomt als chromatine, met celcompartimentering. Komt voor bij alle meercellige en sommige ééncellige organismen.

3
New cards

Nucleotide

Kleinste bouwsteen van DNA, bestaande uit een suiker, een fosfaatgroep en een stikstofbase (A, T, C of G).

4
New cards

DNA

Molecuul (desoxyribonucleïnezuur) waarin de erfelijke informatie ligt opgeslagen.

5
New cards
<p>Chromatine</p>

Chromatine

DNA + eiwitten (histonen); losse, draderige vorm van het genetisch materiaal in de celkern tijdens de interfase.

6
New cards

Chromosoom

Sterk opgerold/gecondenseerd chromatine, vooral zichtbaar tijdens de celdelingsfase.

7
New cards
<p>Homologe paren</p>

Homologe paren

Twee overeenkomstige chromosomen die dezelfde genen bevatten: één afkomstig van de moeder en één van de vader. De mens heeft 2323 homologe paren (4646 chromosomen).

8
New cards

Geslachtschromosomen

Chromosomen die het geslacht bepalen (bij de mens meestal XX of XY).

9
New cards
<p>Diploïd ($$2n$$)</p>

Diploïd (2n2n)

Cel met twee sets chromosomen (2n2n): één set van elke ouder (bijvoorbeeld lichaams- of somatische cellen).

10
New cards

Haploïd (nn)

Cel met één set chromosomen (nn), zoals bij gameten (zaad- en eicellen).

11
New cards
<p>Celcyclus</p>

Celcyclus

Het geheel van groei, DNA-kopie en celdeling (G1→S→G2→celdelingsfaseG_1 \rightarrow S \rightarrow G_2 \rightarrow \text{celdelingsfase}).

12
New cards

Interfase

Periode vóór de celdeling (G1→S→G2G_1 \rightarrow S \rightarrow G_2) waarin het DNA als ongecondenseerd chromatine aanwezig is.

13
New cards

G1G_1-fase

Fase waarin de cel groeit, haar normale functies uitvoert en zich klaarmaakt voor de deling door onder andere nucleotiden aan te maken.

14
New cards

SS-fase

Fase van de interfase waarin het DNA wordt verdubbeld door replicatie.

15
New cards

Replicatie

Het kopiëren van DNA vóór de celdeling.

16
New cards

DNA-polymerase

Enzym dat helpt bij het maken van de nieuwe DNA-streng tijdens replicatie.

17
New cards

G2G_2-fase

Fase waarin de cel verder groeit, een controlepunt uitvoert en zich voorbereidt op de celdeling.

18
New cards

Celdelingsfase

Fase waarin de cel zich daadwerkelijk deelt, bestaande uit kerndeling en cytokinese.

19
New cards

Kernfase

Verdeling van het genetisch materiaal over de nieuwe celkernen.

20
New cards

Cytokinese

Verdeling van het cytoplasma, waardoor nieuwe dochtercellen ontstaan.

21
New cards
<p>Mitose</p>

Mitose

Verdeling van één celkern in twee genetisch vrijwel gelijke diploïde kernen. Bestaat uit profase, metafase, anafase en telofase.

22
New cards

Centriool

Structuur die helpt bij de vorming van de spoelfiguur, voornamelijk actief in de profase van de mitose.

23
New cards

Spoelfiguur

Structuur van eiwitdraden die chromosomen/chromatiden tijdens de celdeling uit elkaar trekt.

24
New cards

Microtubuli

Dunne eiwitdraden van de spoelfiguur die aan de chromosomen vastzitten.

25
New cards

Centromeer

Plaats waar de twee zusterchromatiden met elkaar verbonden zijn.

26
New cards

Profase

Fase van mitose waarin chromosomen condenseren/zichtbaar worden en de spoelfiguur ontstaat.

27
New cards

Metafase

Fase van mitose waarin de gedupliceerde chromosomen op één lijn op het evenaarsvlak liggen.

28
New cards

Evenaarsvlak

Denkbeeldige lijn/middenvlak waar chromosomen tijdens de metafase liggen.

29
New cards

Anafase

Fase van mitose waarin de zusterchromatiden naar tegenovergestelde polen worden getrokken.

30
New cards

Telofase

Fase van mitose waarin rond beide sets chromosomen nieuwe celkernen ontstaan.

31
New cards
<p>Meiose</p>

Meiose

Twee opeenvolgende delingen (Meiose I en Meiose II) waarbij uit één diploïde cel vier genetisch verschillende haploïde cellen ontstaan.

32
New cards

Meiose I

Eerste deling van de meiose waarbij de homologe chromosomen van elkaar gescheiden worden.

33
New cards

Tetraden

Twee homologe chromosomen die tijdens profase I van meiose I naast elkaar liggen.

34
New cards

Crossing-over

Uitwisseling van DNA tussen homologe chromosomen tijdens profase I van meiose I.

35
New cards

Mixing

Willekeurige verdeling van chromosomen tijdens metafase I en anafase I van meiose I, wat zorgt voor genetische variatie.

36
New cards

Meiose II

Tweede deling van de meiose waarbij de zusterchromatiden van elkaar gescheiden worden.

37
New cards

Zusterchromatiden

Twee identieke DNA-kopieën van één chromosoom na replicatie.

38
New cards

Genetische variatie

Verschillen in erfelijk materiaal tussen cellen of individuen, bij meiose ontstaan door o.a. crossing-over en mixing.

39
New cards

Dochtercel

Cel die ontstaat na een celdeling.

40
New cards
<p>Resultaat van Mitose vs Meiose</p>

Resultaat van Mitose vs Meiose

Bij mitose ontstaan uit 2n2n twee identieke 2n2n dochtercellen (2n→2n+2n2n \rightarrow 2n + 2n). Bij meiose ontstaan uit 2n2n vier haploïde nn dochtercellen (2n→n+n2n \rightarrow n + n).