Vergelijkende Biologie: De Cel en Virussen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/32

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards ter voorbereiding op het examen Vergelijkende Biologie over celstructuren, organellen, endomembranaire systemen, cel-celinteracties, virale morfologie, infectiemechanismen en prionen.

33 Terms

1
New cards

Wie ontdekte in 1665 voor het eerst cellen?

Robert Hooke

2
New cards

Welke wetenschappers legden met hun studies in 1838 en 1839 de basis voor de celtheorie?

Mathias Schleiden (18381838) en Theodor Schwann (18391839).

3
New cards

Wat zijn de drie centrale principes van de celtheorie?

  1. Alle organismen zijn samengesteld uit cellen.
  2. Cellen zijn de kleinste levende eenheid.
  3. Cellen ontstaan alleen uit reeds bestaande cellen (alle hedendaagse cellen vormen een continue afstammingslijn vanuit de eerste cellen).
4
New cards

Waarom is de maximale grootte van een cel biologisch gelimiteerd?

Wanneer een cel groter wordt, duurt het te lang voor in- en uitkomende moleculen om door diffusie vanaf het celmembraan tot diep binnenin de cel te geraken.

5
New cards

Wat is het verschil in resolutievermogen tussen een lichtmicroscoop en een elektronenmicroscoop?

Een lichtmicroscoop kan structuren onderscheiden die minstens 200 nm200\,\text{nm} van elkaar liggen, terwijl een elektronenmicroscoop structuren tot op 0.2 nm0.2\,\text{nm} kan scheiden.

6
New cards

Welke vier structuren komen universeel voor in álle cellen?

Genetisch materiaal (DNA), cytoplasma, een plasmamembraan en ribosomen.

7
New cards

Waar bevindt zich het genetisch materiaal in een prokaryote cel?

In het nucleoïd (de kernzone), aangezien er geen membraan-omgeven celkern aanwezig is.

8
New cards

Waarin verschilt de celwand van Archaea met die van Bacteria?

De celwand van Archaea bevat geen peptidoglycaan, terwijl die van Bacteria wel opgebouwd is uit peptidoglycaan (veel bij Gram-positieve bacteriën en weinig bij Gram-negatieve bacteriën).

9
New cards

Wat is de functie van de bacteriële capsule bij prokaryoten?

Het ontwijken van het afweersysteem van de gastheer.

10
New cards

Wat is chromatine en hoe wordt de invloed van de omgeving op het chromatine genoemd?

Chromatine is het complex van lineair DNA en geassocieerde eiwitten; de invloed van omgevingsfactoren hierop wordt epigenetica genoemd.

11
New cards

Welke functie vervult de nucleolus in de celkern?

De nucleolus is een cluster van rRNA-genen waar synthese plaatsvindt van ribosomaal RNA (rRNA) en rRNA-eiwitcomplexen.

12
New cards

Wat is het biologische verschil tussen het cytosol en de cisternale ruimte?

Het cytosol is de vloeistof in de cel buiten de organellen, terwijl de cisternale ruimte de interne holte of vloeistofruimte binnenin de organellen is.

13
New cards

Wat zijn de belangrijkste functies van het glad endoplasmatisch reticulum (SER)?

De synthese van (membraan)lipiden, intracellulaire calciumopslag en de detoxificatie van vreemde substanties zoals geneesmiddelen en drugs (bijvoorbeeld in levercellen).

14
New cards

Welke functies vervult het Golgi-apparaat in de eukaryote cel?

Het inpakken en distribueren van materiaal naar verschillende celcompartimenten, post-translationele modificaties (zoals glycosylaties) van eiwitten en lipiden, en de synthese van celwandcomponenten.

15
New cards

Hoe handhaven lysosomen hun interne werking en waarom is dit veilig voor het cytosol?

Ze handhaven een zure pH via actieve protonenpompen; mochten lysosomale enzymen lekken naar het cytosol (pH circa 77), dan verliezen ze hun activiteit en richten ze geen schade aan.

16
New cards

Welk enzymdefect veroorzaakt de ziekte van Tay-Sachs en wat zijn de klinische gevolgen?

Het verlies van één lysosomaal enzym dat membraanglycolipiden afbreekt, wat leidt tot vetophoping in het zenuwstelsel, aantasting van de zenuwcelfunctie, spierrigiditeit en epileptische aanvallen.

17
New cards

Welke reactie voert het enzym catalase in peroxisomen uit?

Het breekt het toxische bijproduct waterstofperoxide (H2O2H_2O_2) af tot water (H2OH_2O) en zuurstof (O2O_2).

18
New cards

Wat is de tonoplast?

Het selectief doorlatende membraan dat de centrale vacuole in plantencellen omsluit en instaat voor osmotische balans en opslag.

19
New cards

Welke vier kenmerken van mitochondria en chloroplasten ondersteunen de endosymbiosetheorie?

  1. Ze worden omgeven door twee membranen.
  2. Ze bezitten eigen circulair DNA en ribosomen.
  3. Ze hebben de grootte van een prokaryote cel.
  4. Ze delen zelfstandig via een proces vergelijkbaar met binaire splijting.
20
New cards

Uit welke drie typen filamenten bestaat het eukaryote cytoskelet?

Actinefilamenten (microfilamenten), microtubuli en intermediaire filamenten.

21
New cards
<p>Welke interne organisatie van microtubuli is zichtbaar in de dwarsdoorsnede van een eukaryote flagel of cilium?</p>

Welke interne organisatie van microtubuli is zichtbaar in de dwarsdoorsnede van een eukaryote flagel of cilium?

De 9+2-structuur, bestaande uit 99 microtubuli-doubletten gerangschikt rondom 22 centrale microtubuli, verankerd in een basaal lichaampje met microtubuli-tripletten.

22
New cards
<p>Welke drie typen intercellulaire juncties worden in deze afbeelding weergegeven en wat is hun primaire functie?</p>

Welke drie typen intercellulaire juncties worden in deze afbeelding weergegeven en wat is hun primaire functie?

a. Tight junction: afsluiten van intercellulaire ruimte (geen lekkage of communicatie). b. Adhesive junction (desmosoom): mechanische verankering via cadherines en intermediaire filamenten. c. Communicating junction (gap junction): intercellulaire communicatie via connexons die kanaaltjes vormen met een diameter van 1.5 nm1.5\,\text{nm}.

23
New cards

Waarom worden virussen niet geclassificeerd als levende wezens binnen de levensboom?

Ze bezitten geen autonome cellulaire organisatie en geen eigen metabolisme; buiten een levende gastheercel zijn ze metabool inert en functioneren ze louter als obligaat intracellulaire parasieten.

24
New cards

Wat is het verschil tussen 'host range' en 'weefseltropisme' bij virussen?

'Host range' verwijst naar de verschillende soorten organismen die een virus kan infecteren (bijv. vogel maar geen vis), terwijl 'weefseltropisme' verwijst naar de specifieke weefsels of celtypen binnen die gastheer (bijv. neuronen of levercellen).

25
New cards
<p>Welke vier morfologische capsidestructuren worden hier geïllustreerd met bijhorende virusvoorbeelden?</p>

Welke vier morfologische capsidestructuren worden hier geïllustreerd met bijhorende virusvoorbeelden?

a. Helicaal (bijv. tabakmozaïekvirus / TMV) b. Icosahedraal (bijv. adenovirus) c. Icosahedrale kop gecombineerd met een helicale staart / binale symmetrie (bacteriofaag) d. Helicaal binnen een membraanenvelop (bijv. influenzavirus)

26
New cards

Wat is het fundamentele verschil tussen een positief-strengs en een negatief-strengs RNA-virus?

Een positieve RNA-streng kan direct als mRNA worden afgelezen door gastheerribosomen voor eiwitsynthese, terwijl een negatieve RNA-streng complementair is en een viraal replicase-enzym moet meedragen om eerst positief mRNA aan te maken.

27
New cards
<p>Welke twee replicatiecycli van bacteriofagen worden in dit diagram getoond en hoe verschillen ze van elkaar?</p>

Welke twee replicatiecycli van bacteriofagen worden in dit diagram getoond en hoe verschillen ze van elkaar?

De lytische cyclus (waarbij de bacteriofaag de cel kaapt, nieuwe virionen assembleert en de bacterie doodt via lysis) en de lysogene cyclus (waarbij het faag-DNA integreert in het bacteriële genoom als een rustende profaag en meedeelt totdat inductie optreedt).

28
New cards

Wat houdt faagconversie in en welk specifiek voorbeeld illustreert dit?

Faagconversie treedt op wanneer een geïntegreerde profaag de genetische eigenschappen van de gastheerbacterie wijzigt, zoals bij Vibrio cholerae waarbij het ziekmakende choleratoxine viraal gecodeerd is.

29
New cards

Welke specifieke functies hebben hemagglutinine (H) en neuraminidase (N) bij het influenzavirus?

Hemagglutinine (H) zorgt voor virale aanhechting en entry in de gastheercel, terwijl neuraminidase (N) zorgt voor virale release (exit) via budding door de celmembraanverbindingen los te knippen.

30
New cards

Wat is het verschil tussen antigene drift en antigene shift bij influenzavirussen?

Antigene drift betreft kleine, geleidelijke puntmutaties in de H- en N-spikes. Antigene shift betreft een plotse, ingrijpende genetische verandering door hersortering van virale RNA-segmenten tijdens co-infectie van een gastheer door twee verschillende virusstammen.

31
New cards

Welke specifieke cellen infecteert HIV en welke receptoren zijn vereist voor aanhechting en penetratie?

HIV infecteert met name CD4+\text{CD4}^+ T-helpercellen en macrofagen. Het virale manteleiwit gp120 bindt aan de CD4-receptor en een chemokine-coreceptor (initieel CCR5 en later CXCR4).

32
New cards
<p>Welk mechanisme van conformatieverandering en eiwitaggregatie wordt in dit schema voorgesteld?</p>

Welk mechanisme van conformatieverandering en eiwitaggregatie wordt in dit schema voorgesteld?

De propagatie van prionen: een misvouwen prion (PrPSc\text{PrP}^\text{Sc}) maakt contact met een normaal cellulair eiwit (PrPC\text{PrP}^\text{C}) en dwingt hierop dezelfde misvorming af, wat resulteert in kettingreacties en neurodegeneratie.

33
New cards

Welke vier aandoeningen worden veroorzaakt door prionen (TSEs)?

Dollekoeienziekte (BSE) bij runderen, Creutzfeldt-Jakob bij de mens, scrapie bij schapen en kuru bij de mens (overgedragen via ritueel kannibalisme).