1/33
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
opbouw en structuur van been is afhankelijk van
voeding
leeftijd
diersoort
ziektes
ā¦
beendertypes
plat
lang
kort
onregelmatig
primaire onderdelen van been
epifyse
metafyse
diafyse
proximale/distale epifyse
boven en onderkant van een been
primaire macrostructuren
trabeculair of sponsachtig been
corticaal of compact been
osteogenesis
beenvorming ā āosteoā = been & āgenesisā = wording
twee processen:
intramembraneuze verbening
endochondrale verbening
osteoblasten
vorming van nieuw botweefsel
afzetting van hydroxyapatiet
ātransformeertā tot osteocyte
reguleert opbouw en afbraak
vormen het āosteonā = concentrische structuur
vorming kanalen van Havers
osteoclasten maken holte voor bloedvat
holte ontstaat door resorptie beenmatrix
holte vergroot
wanden holte geƫgaliseerd
nieuw been wordt gevormd door osteoblasten
kanalen van Havers zijn gevormd
osteocyten
botcellen ā cluster = osteon = systeem van Havers
+ holtes voor bloedvaten = Haverse kanalen
Volkmann kanalen
verbinden kanalen van Haver met het trabeculair been, het corticaal been en het omliggend weefsel
intramembraneuze verbening
vezelig bindweefsel ā stemweefsel ā osteoblasten ā hydroxyapatiet ā trabeculair/corticaal been
= vorming platte beenderen
endochondrale verbening
vorming andere soorten beenvormen
hyalien
beenweefsel
primaire beenkern
epifysen
secundaire beenkern
chemische samenstelling been
organisch: proteĆÆnen en lipiden
anorganisch: hydroxyapatiet (Ca10(PO4)6(OH)2)
groei van een gewei
endochondrale botgroei ā vanuit protuberansen
snelle groei: tot 2cm per dag
verhouding trabeculair/sponsachtig been varieert
wordt afgeworpen
groeiproces gewei
groei (bloedtoevoer ā)
ossificatie (bloedtoevoer ā)
ossificatie compleet (bloedtoevoer ā)
ontstaan scheidingslijn
resorptie (osteoclasten)
splijten ven been
āongecontroleerdā āscheurenā in lengterichting (afhankelijk van oriĆ«ntatie osteons) ā basale, prehistorische techniek
polysten/schuren/krassen van been
schuren in lengterichting (afhankelijk van oriƫntatie osteons) op een abrasieve ondergrond
zagen van been
longitudinaal: plakjes
axiaal: ringen
zagen van ātandenā
boren van been
ādoorborenā ā gaten in been
oppervlakking boren ā motief
combinatie ā ākralenmakerā
kleuren van been
been onderdompelen in bad met kleurstoffen gedurende x-aantal uren/dagen
ivoor
āelpenbeenā of āelfenbeinā
zoogdierengebit
incisiven (snijtanden)
caninen (hoektanden)
premolaren (valse kiezen)
molaren (kiezen)
opbouw van ivoor in een tand
tandvlees
email (glazuur)
dentine (tandbeen)
pulpaholte (tandholte)
wortelkanaal met zenuwen/bloedvaten
cement
kraakbeen
groei van ivoor
gelijkaardige opbouw als been (hydroxyapatiet/collageen) ā maar andere stuctuur, de schregerlijnen
schregerlijnen
golvende patroon van kanalen, zichtbaar bij scheerlicht
olifant en mammoetachtigen
Orde: Proboscidea & familie: Elephantidae
Drie hedendaagse soorten:
ā Aziatische olifant (Elephas maximus)
ā Afrikaanse savanneolifant (Loxodonta africana)
ā Afrikaanse bosolifant (Loxodonta cyclotis)
walrus
āodobenus rosmarusā
Historisch: verhandeld vanaf de 13de eeuw
2 ronde conische hoektanden, tot 1,2 meter
Dentine omgeven door cementum
Glazuur: vaak weggesneden of niet aanwezig
Concentrische ringen
Duidelijke transitiering tussen cementum en dentine
potvis
āphyseter catodonā
Historisch: verhandeld vanaf de 17de eeuw
Grootte: ongeveer 20cm
Conisch, glazuur enkel op punt
Transitiering duidelijk zichtbaar
nijlpaard
āhippopotamus amphibiusā
Historisch: prehistorische oudheid
Hoektanden meestal verhandeld
Concentrische lijnen
Dunne laag cementum
archeologisch ivoor
vaak gekleurd
opvallende schregerlijnen door mineralisering
vaak delaminatie (ook bij recent)
barsten of micro-fracturen
recent ivoor
āsatijnglansā, niet poreus
geen opmerkelijk oppervlakte structuren zichtbaar
kleur/helderheid afhankelijk van origine ivoor
opbouw van keratine materialen
vezelige en/of laminaire opbouw
tubulaire (~vezelige) opbouw (hoorn, hoeven, ā¦)
lamellaire opbouw (hoorn, schildpadschild, ā¦)
longitudinaal >< transversaal
meest gejaagde schildpadsoorten
onechte karetschildpad (Caretta caretta)
echte karetschildpad (Eretmochelys imbricata)
groene schildpad (Chelonia mydas)
materiaaleigenschappen van keratine
hittegevoeligheid (thermoplastisch)
laagopbouw
watergevoeligheid (hygroscopisch)