Klinische Psychologie - Thema 1: Inleiding en Modellen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/26

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards ter voorbereiding op het tentamen Klinische Psychologie over thema 1: vakgebied, basisdisciplines, APA-definitie, zeven aspecten van abnormaliteit en de drie verklarende modellen.

Last updated 9:48 AM on 9/29/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

27 Terms

1
New cards

Wat is de klinische psychologie?

Een toepassingsgericht vakgebied binnen de psychologie dat zich bezighoudt met het begrijpen, onderzoeken, vaststellen, behandelen en voorkomen van psychische problemen en stoornissen.

2
New cards

Op welke vier gebieden kunnen afwijkingen in het psychisch functioneren betrekking hebben?

Gedrag, gedachten, gevoelens en belevingen, en relaties met anderen.

3
New cards

Waarom is kennis van de basisdisciplines binnen de psychologie belangrijk voor klinisch psychologen?

Omdat abnormaal functioneren alleen begrepen kan worden tegen de achtergrond van normaal functioneren; je moet weten hoe psychologische processen gewoonlijk verlopen om afwijkingen te kunnen herkennen en verklaren.

4
New cards

Welke vijf basisdisciplines worden in de tekst onderscheiden?

Functieleer / cognitieve psychologie, ontwikkelingspsychologie, sociale psychologie, persoonlijkheidspsychologie en methodenleer.

5
New cards

Wat onderzoekt de functieleer / cognitieve psychologie en wat is het belang voor de klinische psychologie?

Deze discipline onderzoekt onder andere waarnemen, denken en geheugen, en helpt afwijkingen of verstoringen in deze processen te begrijpen.

6
New cards

Wat is de functie van methodenleer voor de klinische psychologie?

Methodenleer biedt de wetenschappelijke onderzoeksmethoden als basis om psychische problemen en de effecten van behandelingen zorgvuldig te onderzoeken.

7
New cards

Waar staat de afkorting APA voor in de context van de definitie van psychische aandoeningen?

American Psychiatric Association.

8
New cards

Wat is volgens de APA-definitie een psychische stoornis?

Een syndroom met klinisch significante verstoringen in het denken, de emotieregulatie of het gedrag, die wijzen op een disfunctie in onderliggende psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen, gewoonlijk gepaard gaand met aanzienlijke lijdensdruk of beperkingen in het functioneren.

9
New cards

Wat betekent de term 'syndroom' in de APA-definitie?

Een samenhangend geheel van symptomen.

10
New cards

Wat worden bedoeld met 'conatieve functies'?

Willen, streven en het handelen dat daarmee samenhangt.

11
New cards

Welke drie situaties vallen volgens de APA-definitie op zichzelf géén psychische stoornis te noemen?

  1. Een verwachte en cultureel aanvaarde reactie op een stressor of verlies (zoals overlijden). 2. Sociaal afwijkend gedrag (politiek, religieus of seksueel). 3. Conflicten tussen een individu en de maatschappij.
12
New cards

Welke zeven aspecten beïnvloeden volgens Seligman en collega's of gedrag als 'abnormaal' of 'pathologisch' wordt beoordeeld?

  1. Persoonlijk lijden, 2. De (dis)functionaliteit van het gedrag, 3. Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag, 4. Onvoorspelbaarheid en controleverlies, 5. Opvallend en onconventioneel gedrag, 6. Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt, 7. Het overtreden van morele normen.
13
New cards

Waarom is persoonlijk lijden op zichzelf 'niet voldoende' én 'niet noodzakelijk' om van een psychische stoornis te spreken?

Niet voldoende: mensen kunnen ernstig lijden door ingrijpende gebeurtenissen zonder dat er sprake is van een stoornis. Niet noodzakelijk: iemand kan een stoornis hebben zonder zelf lijden te ervaren.

14
New cards

Welke twee situaties worden onderscheiden bij het aspect 'onvoorspelbaarheid en controleverlies'?

  1. Iemand doorbreekt plotseling de gebruikelijke gedragsregels en doet iets dat sterk ingaat tegen het normale gedrag. 2. De toeschouwer kent de aanleiding of context niet, waardoor het gedrag pas begrijpelijk wordt als de situatie bekend is.
15
New cards

Hoe worden aspect 6 (ongemakkelijk gevoel bij anderen) en de daaraan gekoppelde ongeschreven sociale regels genoemd?

Aspect 6 wordt ook wel 'observer discomfort' genoemd en de geschonden ongeschreven verwachtingen heten 'restregels'.

16
New cards

Wat is het centrale uitgangspunt van het statistisch model voor abnormaal gedrag?

Het model gaat ervan uit dat menselijke eigenschappen normaal verdeeld zijn en dat 'abnormaal' betekent dat een score statistisch uitzonderlijk is (ver van het gemiddelde ligt).

17
New cards

Welke drie bezwaren worden genoemd tegen het statistisch model?

  1. De grens tussen normaal en abnormaal is arbitrair. 2. Zeldzaamheid is geen goede algemene maatstaf (niet alle eigenschappen zijn normaal verdeeld). 3. Het model houdt geen rekening met individueel lijden.
18
New cards

Wat is het verschil tussen 'somatogeen' en 'psychogeen' binnen het medisch model?

Somatogeen betekent dat een lichamelijke aandoening of lichamelijk proces aan de klachten ten grondslag ligt; psychogeen betekent dat er een psychologisch mechanisme aan ten grondslag ligt.

19
New cards

Wat hield de kritiek van Szasz op het medisch model in?

Szasz wilde de term geestesziekte reserveren voor problemen met een aantoonbare organische oorsprong; voor overige problemen gebruikte hij de aanduiding 'levensproblemen' ('problems in living').

20
New cards

Wat houdt de labeling-theorie in als bezwaar tegen het medisch model?

Dat een etiket zoals 'psychiatrisch patiënt' kan bijdragen aan een self-fulfilling prophecy, waarbij verwachtingen en reacties van anderen en de persoon zelf het veronderstelde beeld in stand houden.

21
New cards

Hoe beschouwt het leer- of onderwijsmodel psychische problemen?

Als persoonlijke problemen die samenhangen met verkeerd verlopen leerprocessen of vaardigheidstekorten.

22
New cards

Hoe verschillen de rollen en het beoogde resultaat tussen het medisch model en het leer- of onderwijsmodel?

Medisch model: rollen zijn therapeut en patiënt, uitkomst is genezing. Leer- of onderwijsmodel: rollen zijn leraar en leerling, uitkomst is vermindering van het probleem.

23
New cards

Wat betekent 'eigen verantwoordelijkheid' van de cliënt binnen het leer- of onderwijsmodel?

Het betekent dat de cliënt actief kan meewerken aan verandering en oefenen; het betekent uitdrukkelijk niet dat de cliënt schuld heeft aan het ontstaan van de problemen.

24
New cards

Wat is het verschil in afgrenzingscriterium tussen Szasz en het onderwijsmodel?

Szasz vraagt of er een aantoonbare organische afwijking is. Het onderwijsmodel vraagt of iemand verantwoordelijkheid kan dragen voor het eigen gedrag en daarop aanspreekbaar is.

25
New cards

Wat houdt het idee van een 'continuüm' in met betrekking tot psychische gezondheid?

Dat er geen scherpe grens bestaat tussen psychische gezondheid en psychische problemen, maar dat klachten in verschillende gradaties en dimensies aanwezig kunnen zijn.

26
New cards

Welke drie factoren zijn volgens het boek vooral belangrijk bij het beoordelen van de behoefte aan hulp?

De ernst van de klachten, de duur van de klachten, en de gevolgen voor de persoon en diens omgeving.

27
New cards

Wat houdt 'gedeelde besluitvorming' in binnen de klinische praktijk?

Dat de hulpverlener (met kennis van diagnostiek en behandelingen) en de patiënt (met kennis van eigen behoeften, waarden en doelen) samen actief bepalen welke stappen in de hulpverlening passend zijn.