Filosofie Klas 6: Wat Maakt de Mens?

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/35

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Kernbegrippen en definities voor het eindexamen filosofie rond de thema's 'Wat maakt de mens?', lichamelijkheid, fenomenologie, antropologische wetten en metaforen (Descartes, Sheets-Johnstone, Plessner, De Beauvoir, Fanon, Lakoff & Johnson, Vroon & Draaisma).

36 Terms

1
New cards

Wezen van de mens (als essentie)

De opvatting van het wezen als de kern of unieke eigenschappen die bepalen wat een mens is, horend bij een mensbeeld dat vanuit een derdepersoonsperspectief objectief wordt geformuleerd.

2
New cards

Wezen van de mens (als bestaan)

De opvatting van het wezen als het subjectieve 'zijn' van de mens, waarbij de geleefde bestaanservaring (hoe het is om een mens te zijn) vanuit het eerstepersoonsperspectief centraal staat.

3
New cards

Eerstepersoonsperspectief

Het perspectief van binnen naar buiten kijken vanuit de eigen subjectieve bestaanservaring (hoe iets voelt of beleefd wordt), kenmerkend voor de fenomenologie en het existentialisme.

4
New cards

Derdepersoonsperspectief

Het perspectief van buiten naar binnen kijken, gericht op het van buitenaf objectief waarnemen, meten en categoriseren van eigenschappen van de mens, kenmerkend voor de empirische wetenschap.

5
New cards

Ethische dimensie van mensbeelden

Het principe dat mensbeelden nooit louter descriptief (beschrijvend) zijn, maar altijd ook normatief (voorschrijvend): ze bepalen impliciet hoe een mens zou moeten leven of handelen.

6
New cards

Dualisme (Descartes)

De filosofie van René Descartes waarin de mens bestaat uit twee strikt gescheiden substanties: een denkende, immateriële geest (res cogitans) en een uitgebreid, mechanisch lichaam (res extensa).

7
New cards

Res cogitans

Het denkende ding volgens Descartes: het immateriële, bewuste denkvermogen van de mens.

8
New cards

Res extensa

Het uitgebreide ding volgens Descartes: de materiële, ruimtelijke werkelijkheid die functioneert als een machine volgens mechanische wetmatigheden, waaronder het menselijk lichaam.

9
New cards

Fenomenologie

De filosofische stroming die de werkelijkheid onderzoekt en beschrijft vanuit de directe, geleefde ervaring en het eerstepersoonsperspectief, gericht op de betekenisgeving door het lichaam in de wereld.

10
New cards

Pre-reflectieve ervaring

De directe, intuïtieve lichamelijke gewaarwording die voorafgaat aan het bewuste nadenken en nog niet gekleurd is door theoretische concepten of vooroordelen.

11
New cards

Lichaamsschema (Sheets-Johnstone)

Het onbewuste, pre-reflectieve besef van de ruimtelijkheid van het eigen lichaam en de mogelijkheden die je ermee hebt, waardoor bewegingen als een samenhangend 'hier-zijn' worden ervaren.

12
New cards

Sensomotorisch lichaam

Het lichaam opgevat als een bewegend en waarnemend geheel, waarin handelen en zintuiglijke ervaring direct met elkaar verbonden zijn.

13
New cards

Proprioceptie

Het vermogen om de relatieve positie en oriëntatie van de eigen lichaamsdelen in de ruimte waar te nemen zonder ernaar te hoeven kijken.

14
New cards

Kinesthesie

Het zintuiglijke gevoel van het bewegende lichaam dat van binnenuit wordt ervaren tijdens fysieke handelingen.

15
New cards

Fenomenologische benadering van dans

De benadering van Maxine Sheets-Johnstone waarbij dans primair wordt begrepen vanuit hoe de danser zélf het samenspel van krachten, richtingen en ruimtelijke vormen ervaart (eerstepersoonsperspectief), in plaats van hoe het er van buitenaf uitziet.

16
New cards

Centrische positionaliteit

De positionele verhouding (typisch voor dieren) waarbij een organisme een centrum van ervaring heeft en gericht is op de omgeving, maar niet op zichzelf kan reflecteren of buiten dat centrum kan treden.

17
New cards

Excentrische positionaliteit

De unieke menselijke situatie volgens Helmuth Plessner waarbij de mens zowel samenvalt met zijn centrum (zijn lichaam is) als afstand kan nemen van dit centrum om over zichzelf na te denken (zijn lichaam heeft).

18
New cards

Het lichaam zijn (Leib)

De toestand waarin je direct samenvalt met je lichamelijke gewaarwordingen, zoals bij het ervaren van pijn, vermoeidheid of emoties.

19
New cards

Het lichaam hebben (Körper)

De toestand waarin de mens zijn eigen lichaam van buitenaf beschouwt als een fysiek object of instrument dat kan worden aangestuurd en beoordeeld.

20
New cards

Onbepaaldheid van de mens

Plessners opvatting dat de mens van nature geen vastomlijnde essentie of levenswijze heeft, maar door zijn excentrische positie zelf keuzes moet maken om zijn bestaan vorm te geven.

21
New cards

Natuurlijke kunstmatigheid

Plessners eerste antropologische wet: de mens is van nature een gebrekkig wezen en moet noodzakelijkerwijs gebruikmaken van techniek, cultuur en middelen om te overleven en zichzelf te verwerkelijken.

22
New cards

Bemiddelde onmiddellijkheid

Plessners tweede antropologische wet: de directe (onmiddellijke) ervaring van de mens met de wereld verloopt altijd indirect (bemiddeld) via het lichaam, de zintuigen en expressiemiddelen.

23
New cards

Expressiviteit (Plessner)

Het menselijke vermogen en verlangen om innerlijke subjectieve belevingen uit te drukken in uiterlijke, gedeelde vormen zoals taal, kunst en symbolen.

24
New cards

Medewereld

Het door Helmuth Plessner beschreven sociale en culturele domein waarin mensen elkaars expressies delen, waardoor ervaringen een gezamenlijke betekenis en geschiedenis krijgen.

25
New cards

Utopische standplaats

Plessners derde antropologische wet: het menselijke verlangen naar een definitieve thuisbasis en houvast (zoals in religie), dat altijd tragisch strandt omdat de excentrische mens elke vaste standplaats weer relativeert en bevraagt.

26
New cards

Lachen en wenen (Plessner)

A-symbolische, lichamelijke reacties die optreden wanneer de mens in een 'onbeantwoordbare situatie' belandt waar reflectie te kort schiet, waardoor het bewuste wezen de controle verliest en terugvalt in puur lichaam-zijn.

27
New cards

Sociale constructie van vrouwelijkheid (De Beauvoir)

Het inzicht van Simone de Beauvoir dat vrouw-zijn geen aangeboren biologische essentie is, maar ontstaat doordat meisjes via opvoeding en maatschappelijke verwachtingen worden gevormd ('Men wordt niet als vrouw geboren, men wordt het').

28
New cards

Male gaze

De dominante mannelijke blik in kunst en maatschappij die vrouwen reduceert tot visueel lust- of esthetisch object, waardoor vrouwen zichzelf ook vanuit een derdepersoonsperspectief gaan beoordelen.

29
New cards

De witte blik (Fanon)

Het oordelende derdepersoonsperspectief van de koloniale en witte meerderheid waardoor mensen van kleur gereduceerd worden tot stereotypen en hun huidskleur, wat leidt tot zelfvervreemding.

30
New cards

Historisch-raciaal lichaamsschema (Fanon)

De theorie van Frantz Fanon dat het natuurlijke lichaamsschema van een mens van kleur wordt overschreven en vervormd door de historische associaties, verhalen en vooroordelen van de dominante witte cultuur.

31
New cards

Double consciousness

Het gevoel van innerlijke gespletenheid waarbij men naar zichzelf kijkt door de ogen van een dominante groep die op je neerziet, leidend tot een strijd tussen twee identiteiten binnen één lichaam.

32
New cards

Lichamelijke metaforen

Volgens George Lakoff en Mark Johnson de overdrachtelijke taaluitingen waarin concrete lichamelijke ervaringen worden gebruikt om abstracte mentale en emotionele toestanden te begrijpen en te communiceren.

33
New cards

Oriëntatiemetaforen

Metaforen gebaseerd op de fysieke oriëntatie van het menselijk lichaam in de ruimte, waarbij 'boven' typisch gekoppeld wordt aan positieve concepten (geluk, bewustzijn, gezondheid, meer, macht) en 'beneden' aan negatieve concepten (droevig, bewusteloos, ziekte, minder).

34
New cards

Ontologische metaforen

Metaforen waarin abstracte entiteiten, handelingen of emoties worden behandeld als tastbare, fysieke objecten of substanties (bijvoorbeeld: 'de geest als breekbaar voorwerp' of 'de geest als machine').

35
New cards

Historische contingentie van mensbeelden (Vroon & Draaisma)

De theorie dat onze metaforen en mensbeelden niet universeel of noodzakelijk zijn, maar historisch toevallig en afhankelijk van de dominante technologieën en wetenschappelijke inzichten van een tijdperk.

36
New cards

Mechanistische metaforen

Technologische vergelijkingen (zoals klok, stoommachine of computer) die leiden tot een mensbeeld waarin de mens causaal verklaard kan worden, gedetermineerd en voorspelbaar is, en functioneert naar efficiëntie.