Flitskaarten Logical methodes

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/118

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

119 Terms

1
New cards

Geef het teken van conjuctie, en wanneer geeft het 1?

^, ‘‘en’’ , als beide waar

2
New cards

Geef het teken van disjuctie, en wanneer geeft het 1?

v ‘‘of’’, minstens een van de twee is waar, kan ook beide

3
New cards

Geef het teken van equivalentie, en wanneer geeft het 1?

←> , ‘‘als en alleen als’’ ‘‘just in case’’ dezelfde waarheidswaarde

4
New cards

Geef het teken van implicatie of conditional, en wanneer geeft het 1?

→ ‘‘als … dan’’ ‘‘only if’’ Alleen onwaar als A waar en B onwaar

5
New cards

∀

Kwantitatoor ‘‘voor alle’’

6
New cards

∃

Kwantitatoor ‘‘er bestaat’’

7
New cards

∈

is een element van

8
New cards

⊆

subset, is een deelverzameling van

→ bvb L ⊆ K, alles in L zit ook in K

9
New cards

∅

empty set

{1, 2} ∩ {3, 4} = ∅. De twee verzamelingen hebben geen gemeenschappelijke elementen, dus hun doorsnede is leeg.

10
New cards

∩

Doorsnede, verzameling elementen die in beide verzamelingen zitten

11
New cards

∪

Je neemt alles samen wat in de ene óf in de andere verzameling zit, of in allebei.

bvb {1, 2, 3} ∪ {3, 4} = {1, 2, 3, 4}

12
New cards

x ∈ ∅ waar of onwaar?

onwaar, niets zit in de lege verzameling, wat je ook invult

13
New cards

∅ ⊆ A waar of onwaar?

altijd waar. De lege verzameling is een deelverzameling van élke verzameling

14
New cards

⊥

altijd onwaar (tegenspraak)

15
New cards

⊤

altijd waar (tautologie)

16
New cards

⊨

conclusie volgt daadwerkelijk uit premissen

17
New cards

⊢

afleidt baar uit, of bewijst

18
New cards

Ω

de verzameling van alle mogelijke uitkomsten van een experiment.

19
New cards

A↔B kan je ook schrijven als

(¬A ∨ B) ∧ (¬B ∨ A)

20
New cards

rain → sun kan je ook schrijven als

¬rain ∨ sun

21
New cards

Deductively valid

Als premissen waar zijn moet conclusie waar zijn

22
New cards

Deductively invalid

Premissen kunnen waar zijn terwijl de conclusie onwaar is

23
New cards

geldig

conclusie volgt uit premissen

24
New cards

Sound

geldig en premissen zijn echt waar

25
New cards

modus ponens

Als A, dan B. A dus B

26
New cards

modus tollens

Als A, dan B. Niet B, dus niet A

27
New cards

disjunctief syllogisme

A of B. Niet a Dus B

28
New cards

DNF

→ waar het 1 is
(A ∧ B) ∨ (¬A ∧ C) ‘‘∧”

29
New cards

CNF

(A v B) ∧ (¬A v C) ‘‘v’’ teken. Waar het 0 is

30
New cards

NOR

2 × 0

31
New cards

Nand

een 0, of 2 nuls

32
New cards

XOR

één 1

33
New cards

XNOR

beide 1, beide 0

34
New cards

or

minstens een 1

35
New cards

NOT

omgekeerd

36
New cards

AND

BEIDE 1

37
New cards

default-on

uit staan voor stroom geleiden

38
New cards

default off

aan staan voor stroom geleiden

39
New cards

De morgan

negatie in de haakjes wegwerken

40
New cards

dubbele negatie

dubbele negatie wordt geen negatie

41
New cards

associativiteit

haakjes weghalen met geen effect

42
New cards

tautologische clausule

\neg R v R is altijd waar dus clausule valt weg

43
New cards

Horn

één positieve in één clausule, of geen

44
New cards

perceptron

kunstmatig neuron

imput vermenigvuldigd met gewicht

45
New cards

Positief gewicht duwt de uitkomst?

omhoog

46
New cards

Negatief gewicht duwt de uitkomt?

omlaag

47
New cards

stapfunctie

is z groter dan 0, dan is de output 1, anders 0

z = w₁x₁ + w₂x₂ + … + b

48
New cards

Welke zijn linear scheidbaar

AND, OR NOT, →

49
New cards

Niet linear scheidbaar

XOR

50
New cards

XOR OPDELEN

(x1 OR x2) AND NOT (x1 AND x2)

verborgen neuron h1. OR
verborgen neuron h2. AND

51
New cards

Met één verborgen laag kun je élke logische functie maken

  1. Schrijf de waarheidstabel op.

  2. Maak voor elke rij met output 1 een verborgen neuron dat alleen bij precies die rij “aan” gaat.
    Geef gewicht +1 waar de rij een 1 heeft, gewicht −1 waar de rij een 0 heeft, en bias 0,5 − (aantal enen in de rij).

  3. Het output-neuron is een grote OR over al die verborgen neuronen.

bvb→ voor de rij (1, 0, 1), oftewel P ∧ ¬Q ∧ R, wordt dat h = step(x₁ − x₂ + x₃ − 1,5).

52
New cards

2^n . wanneer gebruik je?

n= het aantal inputs

het antwoord is de mogelijke combinaties


53
New cards

supervised learning

je geeft voorbeelden met het juiste antwoord erbij

54
New cards

kan een perceptron XOR leren?

nee, want hij is niet linear scheidbaar

55
New cards

Sigmoïde

σ(z) = 1/(1+e⁻ᶻ)

56
New cards

Universele benaderingsstelling

Een neuraal netwerk kan in theorie bijna elke vloeiende functie nadoen, zolang je maar genoeg neuronen gebruikt. Maar de stelling zegt alleen dát er goede instellingen bestaan, niet hoe je ze vindt. Die instellingen vinden is wat je doet als je het netwerk traint. En ook als het netwerk goed werkt op de voorbeelden waarmee je het getraind hebt, moet je nog testen of het ook goed werkt op nieuwe voorbeelden.

57
New cards

Input (1,0) geeft 1 → regel:

regel: (P ∧ ¬Q) → Y.

58
New cards

Input (1,1) geeft 0 → regel:

regel: (P ∧ Q) → ¬Y.

59
New cards

Fidelity

hoe goed de gevonden regels overeenkomen met wat het netwerk echt doet

60
New cards

Surrogaatmodel

je fit een beslisboom op de antwoorden van het netwerk. Elk pad van de wortel naar een blad is dan een als-dan-regel.

61
New cards

rule extraction

haal je uit een neuraal netwerk begrijpelijke als-dan-regels, zodat je kunt zien wat het netwerk eigenlijk doet.

62
New cards

In een waarheidstabel hoe meer 1 hoe meer de output richting 0 gaat. Wat is het gewicht?

Hoe meer inputs 1 zijn, hoe meer de output richting 0 gaat. De inputs duwen dus omlaag en krijgen een negatief gewicht. Neem −1 en −1.

63
New cards

natuurlijke deductie

met de hand bouwen

64
New cards

Γ ⊨ A

er bestaat geen situatie waarin de premissen waar zijn en de conclusie onwaar

65
New cards

Unificator

een substitutie σ die twee formules A en B letterlijk identiek maakt (Aσ = Bσ)

66
New cards

wat is een zin

een formule zonder vrije variabelen

67
New cards

Wanneer is iets een geldige redenering

als er geen enkele wereld bestaat waarin alle premissen waar zijn, en de conclusie onwaar

68
New cards

Regel: delete

s en t zijn al identiek (bijv. a ≐ a of x ≐ x)

→ Gooi het paar weg

69
New cards

Regel: decompose

Beide zijn geen variabele en hebben hetzelfde functie- of predicaatsymbool met evenveel argumenten

→Vervang f(s₁,…,sₙ) ≐ f(t₁,…,tₙ) door s₁ ≐ t₁, …, sₙ ≐ tₙ

Start: { P(x, f(x)) ≐ P(a, y) }

Decompose (beide P, twee argumenten): { x ≐ a, f(x) ≐ y }


70
New cards

Regel: clash

Beide zijn geen variabele, maar het symbool of het aantal argumenten verschilt (bijv. f(x) ≐ g(y), of a ≐ b)

→Falen: geen unificator

71
New cards

Regel: orient

Links staat geen variabele, rechts wel (bijv. f(a) ≐ x)

→Draai om: x ≐ f(a)

x ≐ a: leg [x/a] vast en vul in. Lijst: { f(a) ≐ y }

Orient: { y ≐ f(a) }

72
New cards

Regel: Occurs Check

Links staat variabele x, en x komt voor in t, terwijl t niet gewoon x is (bijv. x ≐ f(x))

→Falen: geen unificator

73
New cards

Regel: eliminate

Links staat variabele x, en x komt niet voor in t

→Leg [x/t] vast, vul x := t in overal in de rest van de lijst, en werk eerdere bindingen bij

{ x ≐ a, f(x) ≐ y }

Eliminate x ≐ a: leg [x/a] vast en vul in. Lijst: { f(a) ≐ y }

Orient: { y ≐ f(a) }

Eliminate y ≐ f(a): leg [y/f(a)] vast. Lijst is leeg.


74
New cards

Unificatie beslisbaar? of onbeslisbaar

Is beslisbaar→ algoritme stopt altijd

75
New cards

waarom is een lege clause onvervulbaar?

Een clause is waar als minstens één van zijn literalen waar is. Een lege clause heeft geen literalen, dus kan nooit waar zijn.

76
New cards

Equivervulbaar

Twee formules zijn equivervulbaar als ze óf allebei een model hebben, óf allebei geen model.

→ zwakker dan equivalent

77
New cards

NNF (negatie-normaal-vorm)

Duw negaties naar binnen, tot ze alleen nog direct voor atomen staan.

78
New cards

¬∀x A ≡ ∃x ¬A

("niet alles is A" = "iets is niet A")

79
New cards

¬∃x A ≡ ∀x ¬A

("niets is A" = "alles is niet A")

80
New cards

Skolemiseer

vervang elke ∃ door een getuige

vervang ∃y B door B[y / sk(x₁, …, xₙ)]


81
New cards

skolemiseer ∀x ∃y R(x, y)

∀x R(x, sk₁(x))

82
New cards

Skolemiseer ∃y ∀x R(x, y)

∀x R(x, sk₁)

83
New cards

skolemiseer ∃x Mens(x)

Mens(sk₁)

84
New cards

Niet equivalent

als nieuwe symbolen geintroduceert worden

verschillende waarheidswaarde

85
New cards

sk₁(x) in taal

een ding waar x niet groter dan is

86
New cards

Hoe bewijst resolutie een conclusie en hoezo geschrikt voor computers

door aan te tonen dat de premissen samen met de ontkenning van de conclusie tot een tegenspraak leiden.

Het is één enkele regel die je steeds herhaalt, en daarom geschikt voor computers.

87
New cards

wanneer is een atoom uniferseerbaar

Twee atomen zijn unificeerbaar als er een substitutie bestaat (een toekenning van termen aan variabelen) die ze letterlijk identiek maakt. Zo’n substitutie heet een unifier.

88
New cards

propositielogica (en wat is pivots)

A ∨ P en B ∨ ¬P volgt A ∨ B. P en ¬P vallen tegen elkaar weg.

P en \neg P zijn de pivots

89
New cards

Correct

vind je ⊥, dan is de verzameling echt onvervulbaar. Je bewijst nooit iets onwaars.

90
New cards

Weerleggingsvolledig

is de verzameling onvervulbaar, dan vind je ⊥ in eindig veel stappen.

als er een tegenspraak is vind je ⊥

91
New cards

Regel RAA (reductio ad absurdum)

Neem aan ¬φ → leid ⊥ af → concludeer φ

“Als het tegendeel van φ tot onzin leidt, dan geldt φ.”

92
New cards

SAT PROBLEEM

opstellen bij tegen model

premissen \land \neg conclusie

93
New cards

⊥ is

lege clausule

altijd onwaar

94
New cards

\neg ⊥

altijd waar

95
New cards

vervulbaar

minstens een toekenning van waar /onwaar aan de variabelen waarbij de formule waar wordt

96
New cards

equivalent vervulbaar

twee formules beide vervulbaar

of beide onvervulbaar

97
New cards

symbolisch systeem

verwerkt expliciete symbolen en regels

98
New cards

sub-symoblisch

kan informatie vastleggen in geleerde nummerrieke evenwichten

99
New cards

sound (correct)

geldig en premissen zijn echt waar
als A ⊢ C,
dan A ⊨ C, je kunt niks onwaars bewijzen

100
New cards

complete (volledig)

als A ⊨ C, dan A ⊢ C
Alles wat geldig is is ook te bewijzen