1/118
Looks like no tags are added yet.
Geef het teken van conjuctie, en wanneer geeft het 1?
^, ‘‘en’’ , als beide waar
Geef het teken van disjuctie, en wanneer geeft het 1?
v ‘‘of’’, minstens een van de twee is waar, kan ook beide
Geef het teken van equivalentie, en wanneer geeft het 1?
←> , ‘‘als en alleen als’’ ‘‘just in case’’ dezelfde waarheidswaarde
Geef het teken van implicatie of conditional, en wanneer geeft het 1?
→ ‘‘als … dan’’ ‘‘only if’’ Alleen onwaar als A waar en B onwaar
∀
Kwantitatoor ‘‘voor alle’’
∃
Kwantitatoor ‘‘er bestaat’’
∈
is een element van
⊆
subset, is een deelverzameling van
→ bvb L ⊆ K, alles in L zit ook in K
∅
empty set
{1, 2} ∩ {3, 4} = ∅. De twee verzamelingen hebben geen gemeenschappelijke elementen, dus hun doorsnede is leeg.
∩
Doorsnede, verzameling elementen die in beide verzamelingen zitten
∪
Je neemt alles samen wat in de ene óf in de andere verzameling zit, of in allebei.
bvb {1, 2, 3} ∪ {3, 4} = {1, 2, 3, 4}
x ∈ ∅ waar of onwaar?
onwaar, niets zit in de lege verzameling, wat je ook invult
∅ ⊆ A waar of onwaar?
altijd waar. De lege verzameling is een deelverzameling van élke verzameling
⊥
altijd onwaar (tegenspraak)
⊤
altijd waar (tautologie)
⊨
conclusie volgt daadwerkelijk uit premissen
⊢
afleidt baar uit, of bewijst
Ω
de verzameling van alle mogelijke uitkomsten van een experiment.
A↔B kan je ook schrijven als
(¬A ∨ B) ∧ (¬B ∨ A)
rain → sun kan je ook schrijven als
¬rain ∨ sun
Deductively valid
Als premissen waar zijn moet conclusie waar zijn
Deductively invalid
Premissen kunnen waar zijn terwijl de conclusie onwaar is
geldig
conclusie volgt uit premissen
Sound
geldig en premissen zijn echt waar
modus ponens
Als A, dan B. A dus B
modus tollens
Als A, dan B. Niet B, dus niet A
disjunctief syllogisme
A of B. Niet a Dus B
DNF
→ waar het 1 is
(A ∧ B) ∨ (¬A ∧ C) ‘‘∧”
CNF
(A v B) ∧ (¬A v C) ‘‘v’’ teken. Waar het 0 is
NOR
2 × 0
Nand
een 0, of 2 nuls
XOR
één 1
XNOR
beide 1, beide 0
or
minstens een 1
NOT
omgekeerd
AND
BEIDE 1
default-on
uit staan voor stroom geleiden
default off
aan staan voor stroom geleiden
De morgan
negatie in de haakjes wegwerken
dubbele negatie
dubbele negatie wordt geen negatie
associativiteit
haakjes weghalen met geen effect
tautologische clausule
\neg R v R is altijd waar dus clausule valt weg
Horn
één positieve in één clausule, of geen
perceptron
kunstmatig neuron
imput vermenigvuldigd met gewicht
Positief gewicht duwt de uitkomst?
omhoog
Negatief gewicht duwt de uitkomt?
omlaag
stapfunctie
is z groter dan 0, dan is de output 1, anders 0
z = w₁x₁ + w₂x₂ + … + b
Welke zijn linear scheidbaar
AND, OR NOT, →
Niet linear scheidbaar
XOR
XOR OPDELEN
(x1 OR x2) AND NOT (x1 AND x2)
verborgen neuron h1. OR
verborgen neuron h2. AND
Met één verborgen laag kun je élke logische functie maken
Schrijf de waarheidstabel op.
Maak voor elke rij met output 1 een verborgen neuron dat alleen bij precies die rij “aan” gaat.
Geef gewicht +1 waar de rij een 1 heeft, gewicht −1 waar de rij een 0 heeft, en bias 0,5 − (aantal enen in de rij).
Het output-neuron is een grote OR over al die verborgen neuronen.
bvb→ voor de rij (1, 0, 1), oftewel P ∧ ¬Q ∧ R, wordt dat h = step(x₁ − x₂ + x₃ − 1,5).
2^n . wanneer gebruik je?
n= het aantal inputs
het antwoord is de mogelijke combinaties
supervised learning
je geeft voorbeelden met het juiste antwoord erbij
kan een perceptron XOR leren?
nee, want hij is niet linear scheidbaar
Sigmoïde
σ(z) = 1/(1+e⁻ᶻ)
Universele benaderingsstelling
Een neuraal netwerk kan in theorie bijna elke vloeiende functie nadoen, zolang je maar genoeg neuronen gebruikt. Maar de stelling zegt alleen dát er goede instellingen bestaan, niet hoe je ze vindt. Die instellingen vinden is wat je doet als je het netwerk traint. En ook als het netwerk goed werkt op de voorbeelden waarmee je het getraind hebt, moet je nog testen of het ook goed werkt op nieuwe voorbeelden.
Input (1,0) geeft 1 → regel:
regel: (P ∧ ¬Q) → Y.
Input (1,1) geeft 0 → regel:
regel: (P ∧ Q) → ¬Y.
Fidelity
hoe goed de gevonden regels overeenkomen met wat het netwerk echt doet
Surrogaatmodel
je fit een beslisboom op de antwoorden van het netwerk. Elk pad van de wortel naar een blad is dan een als-dan-regel.
rule extraction
haal je uit een neuraal netwerk begrijpelijke als-dan-regels, zodat je kunt zien wat het netwerk eigenlijk doet.
In een waarheidstabel hoe meer 1 hoe meer de output richting 0 gaat. Wat is het gewicht?
Hoe meer inputs 1 zijn, hoe meer de output richting 0 gaat. De inputs duwen dus omlaag en krijgen een negatief gewicht. Neem −1 en −1.
natuurlijke deductie
met de hand bouwen
Γ ⊨ A
er bestaat geen situatie waarin de premissen waar zijn en de conclusie onwaar
Unificator
een substitutie σ die twee formules A en B letterlijk identiek maakt (Aσ = Bσ)
wat is een zin
een formule zonder vrije variabelen
Wanneer is iets een geldige redenering
als er geen enkele wereld bestaat waarin alle premissen waar zijn, en de conclusie onwaar
Regel: delete
s en t zijn al identiek (bijv. a ≐ a of x ≐ x)
→ Gooi het paar weg
Regel: decompose
Beide zijn geen variabele en hebben hetzelfde functie- of predicaatsymbool met evenveel argumenten
→Vervang f(s₁,…,sₙ) ≐ f(t₁,…,tₙ) door s₁ ≐ t₁, …, sₙ ≐ tₙ
Start: { P(x, f(x)) ≐ P(a, y) }
Decompose (beide P, twee argumenten): { x ≐ a, f(x) ≐ y }
Regel: clash
Beide zijn geen variabele, maar het symbool of het aantal argumenten verschilt (bijv. f(x) ≐ g(y), of a ≐ b)
→Falen: geen unificator
Regel: orient
Links staat geen variabele, rechts wel (bijv. f(a) ≐ x)
→Draai om: x ≐ f(a)
x ≐ a: leg [x/a] vast en vul in. Lijst: { f(a) ≐ y }
Orient: { y ≐ f(a) }
Regel: Occurs Check
Links staat variabele x, en x komt voor in t, terwijl t niet gewoon x is (bijv. x ≐ f(x))
→Falen: geen unificator
Regel: eliminate
Links staat variabele x, en x komt niet voor in t
→Leg [x/t] vast, vul x := t in overal in de rest van de lijst, en werk eerdere bindingen bij
{ x ≐ a, f(x) ≐ y }
Eliminate x ≐ a: leg [x/a] vast en vul in. Lijst: { f(a) ≐ y }
Orient: { y ≐ f(a) }
Eliminate y ≐ f(a): leg [y/f(a)] vast. Lijst is leeg.
Unificatie beslisbaar? of onbeslisbaar
Is beslisbaar→ algoritme stopt altijd
waarom is een lege clause onvervulbaar?
Een clause is waar als minstens één van zijn literalen waar is. Een lege clause heeft geen literalen, dus kan nooit waar zijn.
Equivervulbaar
Twee formules zijn equivervulbaar als ze óf allebei een model hebben, óf allebei geen model.
→ zwakker dan equivalent
NNF (negatie-normaal-vorm)
Duw negaties naar binnen, tot ze alleen nog direct voor atomen staan.
¬∀x A ≡ ∃x ¬A
("niet alles is A" = "iets is niet A")
¬∃x A ≡ ∀x ¬A
("niets is A" = "alles is niet A")
Skolemiseer
vervang elke ∃ door een getuige
vervang ∃y B door B[y / sk(x₁, …, xₙ)]
skolemiseer ∀x ∃y R(x, y)
∀x R(x, sk₁(x))
Skolemiseer ∃y ∀x R(x, y)
∀x R(x, sk₁)
skolemiseer ∃x Mens(x)
Mens(sk₁)
Niet equivalent
als nieuwe symbolen geintroduceert worden
verschillende waarheidswaarde
sk₁(x) in taal
een ding waar x niet groter dan is
Hoe bewijst resolutie een conclusie en hoezo geschrikt voor computers
door aan te tonen dat de premissen samen met de ontkenning van de conclusie tot een tegenspraak leiden.
Het is één enkele regel die je steeds herhaalt, en daarom geschikt voor computers.
wanneer is een atoom uniferseerbaar
Twee atomen zijn unificeerbaar als er een substitutie bestaat (een toekenning van termen aan variabelen) die ze letterlijk identiek maakt. Zo’n substitutie heet een unifier.
propositielogica (en wat is pivots)
A ∨ P en B ∨ ¬P volgt A ∨ B. P en ¬P vallen tegen elkaar weg.
P en \neg P zijn de pivots
Correct
vind je ⊥, dan is de verzameling echt onvervulbaar. Je bewijst nooit iets onwaars.
Weerleggingsvolledig
is de verzameling onvervulbaar, dan vind je ⊥ in eindig veel stappen.
als er een tegenspraak is vind je ⊥
Regel RAA (reductio ad absurdum)
Neem aan ¬φ → leid ⊥ af → concludeer φ
“Als het tegendeel van φ tot onzin leidt, dan geldt φ.”
SAT PROBLEEM
opstellen bij tegen model
premissen \land \neg conclusie
⊥ is
lege clausule
altijd onwaar
\neg ⊥
altijd waar
vervulbaar
minstens een toekenning van waar /onwaar aan de variabelen waarbij de formule waar wordt
equivalent vervulbaar
twee formules beide vervulbaar
of beide onvervulbaar
symbolisch systeem
verwerkt expliciete symbolen en regels
sub-symoblisch
kan informatie vastleggen in geleerde nummerrieke evenwichten
sound (correct)
geldig en premissen zijn echt waar
als A ⊢ C,
dan A ⊨ C, je kunt niks onwaars bewijzen
complete (volledig)
als A ⊨ C, dan A ⊢ C
Alles wat geldig is is ook te bewijzen