Week 5 AIP

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/71

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:28 AM on 10/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

72 Terms

1
New cards

emotie

Een onmiddellijke, specifieke negatieve of positieve reactie op gebeurtenissen in de omgeving of interne gedachten

2
New cards

primaire emoties

Emoties die aangeboren, evolutionair adaptief en universeel zijn (in alle culturen voorkomen)

3
New cards

secundaire emoties

Combinaties van primaire emoties

4
New cards

James-Lange-theorie

Een emotietheorie die stelt dat mensen specifieke patronen van lichamelijke reacties waarnemen en als gevolg van die waarneming emoties voelen

5
New cards

Cannon-Bard-theorie

Een emotietheorie die stelt dat informatie over emotionele prikkels gelijktijdig naar de cortex en het lichaam wordt gestuurd, wat respectievelijk leidt tot een emotionele ervaring en lichamelijke reacties

6
New cards

Tweefactortheorie

Een emotietheorie die stelt dat de benaming die aan fysiologische opwinding wordt gegeven, leidt tot het ervaren van een emotie

7
New cards

Uitingregels/Display rules

Regels die door socialisatie worden aangeleerd en die bepalen welke emoties in bepaalde situaties gepast zijn

8
New cards

Ideaal affect

Emotionele en affectieve toestanden die mensen willen voelen of die door culturen bijzonder worden gewaardeerd

9
New cards

Motivatie

Een proces dat gedrag richting een doel stimuleert, stuurt en in stand houdt

10
New cards

Behoefte

Een toestand van biologische, sociale of psychologische tekortkoming

11
New cards

Behoeftenhiërarchie

Maslows indeling van behoeften, waarin basisbehoeften voor overleving moeten worden vervuld voordat mensen hogere behoeften kunnen bevredigen

12
New cards

Zelfactualisatie

Een toestand die wordt bereikt wanneer iemands persoonlijke dromen en ambities zijn verwezenlijkt

13
New cards

Drang/drive

Een psychologische toestand die, door opwinding te creëren, een organisme motiveert om een behoefte te bevredigen.

14
New cards

Homeostase

De neiging van lichaamsfuncties om het evenwicht te handhaven

15
New cards

De wet van Yerkes-Dodson

Het psychologische principe dat de prestatie bij uitdagende taken toeneemt naarmate de opwinding stijgt tot een gematigd niveau. Daarna leidt verdere opwinding tot een verslechtering van de prestatie

16
New cards

Stimulansen

Externe objecten of externe doelen, in plaats van interne drijfveren, die gedrag motivere

17
New cards

Extrinsieke motivatie

Motivatie om een activiteit uit te voeren vanwege de externe doelen waarop die activiteit is gericht

18
New cards

Intrinsieke motivatie

Motivatie om een activiteit uit te voeren vanwege de waarde of het plezier dat met die activiteit gepaard gaat, in plaats van vanwege een duidelijk extern doel of oogmerk

19
New cards

Zelfeffectiviteit

De overtuiging dat inspanningen om een doel te bereiken tot succes zullen leiden

20
New cards

Zelfregulering

Het proces waarbij mensen hun gedrag richten op het bereiken van doelen

21
New cards

Behoefte aan verbondenheid

De behoefte aan interpersoonlijke banden, een fundamenteel motief dat zich heeft ontwikkeld met het oog op aanpassing

22
New cards

Balans-theorie

Het idee dat mensen gemotiveerd zijn om harmonie te bereiken in hun interpersoonlijke relaties. Een driehoek is in balans wanneer alle relaties dezelfde richting hebben of wanneer twee relaties negatief zijn en één positief

23
New cards

Cognitieve dissonantie

Het onaangename gevoel dat men zich ervan bewust is twee tegenstrijdige overtuigingen te hebben, of een overtuiging die in strijd is met een bepaald gedrag

24
New cards

Zelfbevestiging

De behoefte aan een samenhangend en stabiel zelfbeeld


25
New cards

Kernwaarden

Sterk gekoesterde overtuigingen over de blijvende principes die het belangrijkst en meest betekenisvol zijn. Waarden stimuleren emoties en handelingen wanneer ze worden aangewakkerd of bedreigd

26
New cards

Stress

Een soort reactie die doorgaans gepaard gaat met een onaangename toestand, zoals angst of spanning

27
New cards

Stressfactor

Iets in de externe situatie dat als bedreigend of veeleisend wordt ervaren en daardoor stress veroorzaakt

28
New cards

Copingreactie

Elke poging om een stressfactor te vermijden, eraan te ontsnappen of deze te minimaliseren

29
New cards

Hypothalamus-hypofyse-bijnier (HPA)-as

Een lichaamssysteem dat betrokken is bij stressreacties

30
New cards

Vechten-of-vluchtenreactie

De fysiologische paraatheid van dieren om met gevaar om te gaan door te vechten of te vluchten

31
New cards

Immuunsysteem

Het mechanisme van het lichaam om binnendringende micro-organismen zoals allergenen, bacteriën en virussen te bestrijden

32
New cards

Algemeen aanpassingssyndroom

Een consistent patroon van reacties op stress dat bestaat uit drie fasen: alarm, weerstand en uitputting

33
New cards

Allostatische belasting

De cumulatieve ‘slijtage’ aan biologische systemen, waaronder onder andere het stress-, spijsverterings-, immuun-, cardiovasculaire en hormonale systeem, na herhaalde of chronische stressvolle gebeurtenissen

34
New cards

'Tend-and-befriend'-reactie

De neiging om nakomelingen te beschermen en te verzorgen en sociale allianties te vormen in plaats van te vechten of te vluchten als reactie op een bedreiging


35
New cards

Primaire beoordelingen

Onderdeel van het copingproces waarbij wordt besloten of een prikkel stressvol, onschadelijk of irrelevant is

36
New cards

Secundaire beoordelingen

Onderdeel van het copingproces waarin mensen hun reactiemogelijkheden evalueren en copinggedrag kiezen

37
New cards

Emotiegerichte coping

Een vorm van coping waarbij mensen proberen te voorkomen dat ze emotioneel reageren op een stressfactor

38
New cards

Probleemgerichte coping

Een vorm van coping waarbij mensen directe stappen ondernemen om een stressfactor het hoofd te bieden of te minimaliseren

39
New cards

Bufferhypothese

Het idee dat andere mensen directe emotionele steun kunnen bieden om individuen te helpen omgaan met stressvolle gebeurtenissen

40
New cards

Het homogeniteitseffect van de outgroup

De neiging om leden van de outgroup als minder divers te beschouwen dan leden van de ingroup

41
New cards

Sociale-identiteitstheorie

Het idee dat eigen groepen bestaan uit individuen die zichzelf beschouwen als leden van dezelfde sociale categorie en trots ervaren door hun groepslidmaatschap

42
New cards

Voorkeur voor de eigen groep

De neiging van mensen om leden van de eigen groep gunstiger te beoordelen en meer voorrang te geven dan leden van de buiten-groep

43
New cards

Groepspolarisatie

Het proces waarbij de aanvankelijke houdingen van groepen in de loop van de tijd extremer worden

44
New cards

Groepsdenken

De neiging van een groep om een slechte beslissing te nemen als gevolg van het behoud van de groep en het handhaven van de samenhang; dit komt vooral voor wanneer de groep onder intense druk staat, te maken heeft met externe bedreigingen en in een bepaalde richting bevooroordeeld is

45
New cards

Sociale facilitatie

Het idee dat de aanwezigheid van anderen over het algemeen de prestaties verbetert

46
New cards

Sociaal verslappen

De neiging van mensen om in een groep minder hard te werken dan wanneer ze alleen werken

47
New cards

Deïndividualisatie

Een toestand van verminderde individualiteit, verminderd zelfbewustzijn en verminderde aandacht voor persoonlijke normen; dit fenomeen kan optreden wanneer mensen deel uitmaken van een groep

48
New cards

conformiteit

Het aanpassen van het eigen gedrag en de eigen meningen aan die van anderen of aan de verwachtingen van anderen

49
New cards

Normatieve beïnvloeding

De neiging van mensen om zich aan te passen om bij de groep te horen

50
New cards

Informatieve beïnvloeding

De neiging van mensen om zich aan te passen wanneer ze aannemen dat het gedrag van anderen de juiste manier is om te reageren

51
New cards

Gehoorzaamheid

Het opvolgen van de bevelen van een gezagsdrager

52
New cards

Mere-exposure-effect

Het idee dat hoe vaker men aan een stimulus wordt blootgesteld, hoe meer men deze gaat waarderen

53
New cards

Expliciete attitudes

Attitudes die iemand kan verwoorden

54
New cards

Impliciete attitudes

Attitudes die iemands gevoelens en gedrag op onbewust niveau beïnvloeden

55
New cards

Overtuiging

De actieve en bewuste poging om een attitude te veranderen door het overbrengen van een boodschap

56
New cards

Elaboration Likelihood Model

Het idee dat overtuigende boodschappen op twee manieren tot houdingsveranderingen leiden: via de centrale route of via de perifere route


57
New cards

Compliance/naleving

De neiging om in te stemmen met verzoeken van anderen

58
New cards

Non-verbaal gedrag

De gezichtsuitdrukkingen, gebaren, maniertjes en bewegingen waarmee iemand met anderen communiceert

59
New cards

Attributies

De verklaringen die mensen geven voor waarom gebeurtenissen of handelingen plaatsvinden

60
New cards

Persoonlijke attributies

Verklaringen voor het gedrag van mensen die verwijzen naar hun interne kenmerken, zoals vaardigheden, eigenschappen, stemmingen of inspanningen


61
New cards

Situatiegerichte attributies

Verklaringen voor het gedrag van mensen die verwijzen naar externe gebeurtenissen, zoals het weer, geluk, ongelukken of de handelingen van anderen

62
New cards

Fundamentele attributiefout

Bij het verklaren van het gedrag van anderen, de neiging om persoonlijkheidskenmerken te zwaar te benadrukken en situationele factoren te onderschatten

63
New cards

Discrepantie tussen actor en waarnemer

De neiging om bij het verklaren van het eigen gedrag de nadruk te leggen op situaties, maar bij het verklaren van het gedrag van anderen de nadruk te leggen op karaktereigenschappen

64
New cards

Vooroordeel

Negatieve gevoelens, meningen en overtuigingen die verband houden met een stereotype


65
New cards

Discriminatie

Het verschillend behandelen van mensen als gevolg van vooroordelen tegen hun groep

66
New cards

Modern racisme

Subtiele vormen van vooroordelen die samengaan met het afwijzen van racistische overtuigingen

67
New cards

Stereotype-dreiging

Angst of bezorgdheid om negatieve stereotypen over de eigen groep te bevestigen, wat op zijn beurt de prestaties bij een taak belemmert

68
New cards

Zelfschema

Een kennisstructuur die herinneringen, overtuigingen en generalisaties over het zelf bevat en die mensen helpt om informatie over zichzelf efficiënt waar te nemen, te ordenen, te interpreteren en te gebruiken

69
New cards

Self-esteem / Zelfwaardering

Het evaluatieve aspect van het zelfbeeld waarin mensen zich waardig of onwaardig voelen

70
New cards

Sociometer

Een interne meter voor sociale acceptatie of afwijzing

71
New cards

Sociale vergelijking

De neiging van mensen om hun eigen handelingen, vaardigheden en overtuigingen te beoordelen door ze te vergelijken met die van anderen

72
New cards

Self-serving bias

De neiging van mensen om succes aan zichzelf toe te schrijven, maar mislukkingen aan externe factoren toe te schrijven