1/71
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
emotie
Een onmiddellijke, specifieke negatieve of positieve reactie op gebeurtenissen in de omgeving of interne gedachten
primaire emoties
Emoties die aangeboren, evolutionair adaptief en universeel zijn (in alle culturen voorkomen)
secundaire emoties
Combinaties van primaire emoties
James-Lange-theorie
Een emotietheorie die stelt dat mensen specifieke patronen van lichamelijke reacties waarnemen en als gevolg van die waarneming emoties voelen
Cannon-Bard-theorie
Een emotietheorie die stelt dat informatie over emotionele prikkels gelijktijdig naar de cortex en het lichaam wordt gestuurd, wat respectievelijk leidt tot een emotionele ervaring en lichamelijke reacties
Tweefactortheorie
Een emotietheorie die stelt dat de benaming die aan fysiologische opwinding wordt gegeven, leidt tot het ervaren van een emotie
Uitingregels/Display rules
Regels die door socialisatie worden aangeleerd en die bepalen welke emoties in bepaalde situaties gepast zijn
Ideaal affect
Emotionele en affectieve toestanden die mensen willen voelen of die door culturen bijzonder worden gewaardeerd
Motivatie
Een proces dat gedrag richting een doel stimuleert, stuurt en in stand houdt
Behoefte
Een toestand van biologische, sociale of psychologische tekortkoming
Behoeftenhiërarchie
Maslows indeling van behoeften, waarin basisbehoeften voor overleving moeten worden vervuld voordat mensen hogere behoeften kunnen bevredigen
Zelfactualisatie
Een toestand die wordt bereikt wanneer iemands persoonlijke dromen en ambities zijn verwezenlijkt
Drang/drive
Een psychologische toestand die, door opwinding te creëren, een organisme motiveert om een behoefte te bevredigen.
Homeostase
De neiging van lichaamsfuncties om het evenwicht te handhaven
De wet van Yerkes-Dodson
Het psychologische principe dat de prestatie bij uitdagende taken toeneemt naarmate de opwinding stijgt tot een gematigd niveau. Daarna leidt verdere opwinding tot een verslechtering van de prestatie
Stimulansen
Externe objecten of externe doelen, in plaats van interne drijfveren, die gedrag motivere
Extrinsieke motivatie
Motivatie om een activiteit uit te voeren vanwege de externe doelen waarop die activiteit is gericht
Intrinsieke motivatie
Motivatie om een activiteit uit te voeren vanwege de waarde of het plezier dat met die activiteit gepaard gaat, in plaats van vanwege een duidelijk extern doel of oogmerk
Zelfeffectiviteit
De overtuiging dat inspanningen om een doel te bereiken tot succes zullen leiden
Zelfregulering
Het proces waarbij mensen hun gedrag richten op het bereiken van doelen
Behoefte aan verbondenheid
De behoefte aan interpersoonlijke banden, een fundamenteel motief dat zich heeft ontwikkeld met het oog op aanpassing
Balans-theorie
Het idee dat mensen gemotiveerd zijn om harmonie te bereiken in hun interpersoonlijke relaties. Een driehoek is in balans wanneer alle relaties dezelfde richting hebben of wanneer twee relaties negatief zijn en één positief
Cognitieve dissonantie
Het onaangename gevoel dat men zich ervan bewust is twee tegenstrijdige overtuigingen te hebben, of een overtuiging die in strijd is met een bepaald gedrag
Zelfbevestiging
De behoefte aan een samenhangend en stabiel zelfbeeld
Kernwaarden
Sterk gekoesterde overtuigingen over de blijvende principes die het belangrijkst en meest betekenisvol zijn. Waarden stimuleren emoties en handelingen wanneer ze worden aangewakkerd of bedreigd
Stress
Een soort reactie die doorgaans gepaard gaat met een onaangename toestand, zoals angst of spanning
Stressfactor
Iets in de externe situatie dat als bedreigend of veeleisend wordt ervaren en daardoor stress veroorzaakt
Copingreactie
Elke poging om een stressfactor te vermijden, eraan te ontsnappen of deze te minimaliseren
Hypothalamus-hypofyse-bijnier (HPA)-as
Een lichaamssysteem dat betrokken is bij stressreacties
Vechten-of-vluchtenreactie
De fysiologische paraatheid van dieren om met gevaar om te gaan door te vechten of te vluchten
Immuunsysteem
Het mechanisme van het lichaam om binnendringende micro-organismen zoals allergenen, bacteriën en virussen te bestrijden
Algemeen aanpassingssyndroom
Een consistent patroon van reacties op stress dat bestaat uit drie fasen: alarm, weerstand en uitputting
Allostatische belasting
De cumulatieve ‘slijtage’ aan biologische systemen, waaronder onder andere het stress-, spijsverterings-, immuun-, cardiovasculaire en hormonale systeem, na herhaalde of chronische stressvolle gebeurtenissen
'Tend-and-befriend'-reactie
De neiging om nakomelingen te beschermen en te verzorgen en sociale allianties te vormen in plaats van te vechten of te vluchten als reactie op een bedreiging
Primaire beoordelingen
Onderdeel van het copingproces waarbij wordt besloten of een prikkel stressvol, onschadelijk of irrelevant is
Secundaire beoordelingen
Onderdeel van het copingproces waarin mensen hun reactiemogelijkheden evalueren en copinggedrag kiezen
Emotiegerichte coping
Een vorm van coping waarbij mensen proberen te voorkomen dat ze emotioneel reageren op een stressfactor
Probleemgerichte coping
Een vorm van coping waarbij mensen directe stappen ondernemen om een stressfactor het hoofd te bieden of te minimaliseren
Bufferhypothese
Het idee dat andere mensen directe emotionele steun kunnen bieden om individuen te helpen omgaan met stressvolle gebeurtenissen
Het homogeniteitseffect van de outgroup
De neiging om leden van de outgroup als minder divers te beschouwen dan leden van de ingroup
Sociale-identiteitstheorie
Het idee dat eigen groepen bestaan uit individuen die zichzelf beschouwen als leden van dezelfde sociale categorie en trots ervaren door hun groepslidmaatschap
Voorkeur voor de eigen groep
De neiging van mensen om leden van de eigen groep gunstiger te beoordelen en meer voorrang te geven dan leden van de buiten-groep
Groepspolarisatie
Het proces waarbij de aanvankelijke houdingen van groepen in de loop van de tijd extremer worden
Groepsdenken
De neiging van een groep om een slechte beslissing te nemen als gevolg van het behoud van de groep en het handhaven van de samenhang; dit komt vooral voor wanneer de groep onder intense druk staat, te maken heeft met externe bedreigingen en in een bepaalde richting bevooroordeeld is
Sociale facilitatie
Het idee dat de aanwezigheid van anderen over het algemeen de prestaties verbetert
Sociaal verslappen
De neiging van mensen om in een groep minder hard te werken dan wanneer ze alleen werken
Deïndividualisatie
Een toestand van verminderde individualiteit, verminderd zelfbewustzijn en verminderde aandacht voor persoonlijke normen; dit fenomeen kan optreden wanneer mensen deel uitmaken van een groep
conformiteit
Het aanpassen van het eigen gedrag en de eigen meningen aan die van anderen of aan de verwachtingen van anderen
Normatieve beïnvloeding
De neiging van mensen om zich aan te passen om bij de groep te horen
Informatieve beïnvloeding
De neiging van mensen om zich aan te passen wanneer ze aannemen dat het gedrag van anderen de juiste manier is om te reageren
Gehoorzaamheid
Het opvolgen van de bevelen van een gezagsdrager
Mere-exposure-effect
Het idee dat hoe vaker men aan een stimulus wordt blootgesteld, hoe meer men deze gaat waarderen
Expliciete attitudes
Attitudes die iemand kan verwoorden
Impliciete attitudes
Attitudes die iemands gevoelens en gedrag op onbewust niveau beïnvloeden
Overtuiging
De actieve en bewuste poging om een attitude te veranderen door het overbrengen van een boodschap
Elaboration Likelihood Model
Het idee dat overtuigende boodschappen op twee manieren tot houdingsveranderingen leiden: via de centrale route of via de perifere route
Compliance/naleving
De neiging om in te stemmen met verzoeken van anderen
Non-verbaal gedrag
De gezichtsuitdrukkingen, gebaren, maniertjes en bewegingen waarmee iemand met anderen communiceert
Attributies
De verklaringen die mensen geven voor waarom gebeurtenissen of handelingen plaatsvinden
Persoonlijke attributies
Verklaringen voor het gedrag van mensen die verwijzen naar hun interne kenmerken, zoals vaardigheden, eigenschappen, stemmingen of inspanningen
Situatiegerichte attributies
Verklaringen voor het gedrag van mensen die verwijzen naar externe gebeurtenissen, zoals het weer, geluk, ongelukken of de handelingen van anderen
Fundamentele attributiefout
Bij het verklaren van het gedrag van anderen, de neiging om persoonlijkheidskenmerken te zwaar te benadrukken en situationele factoren te onderschatten
Discrepantie tussen actor en waarnemer
De neiging om bij het verklaren van het eigen gedrag de nadruk te leggen op situaties, maar bij het verklaren van het gedrag van anderen de nadruk te leggen op karaktereigenschappen
Vooroordeel
Negatieve gevoelens, meningen en overtuigingen die verband houden met een stereotype
Discriminatie
Het verschillend behandelen van mensen als gevolg van vooroordelen tegen hun groep
Modern racisme
Subtiele vormen van vooroordelen die samengaan met het afwijzen van racistische overtuigingen
Stereotype-dreiging
Angst of bezorgdheid om negatieve stereotypen over de eigen groep te bevestigen, wat op zijn beurt de prestaties bij een taak belemmert
Zelfschema
Een kennisstructuur die herinneringen, overtuigingen en generalisaties over het zelf bevat en die mensen helpt om informatie over zichzelf efficiënt waar te nemen, te ordenen, te interpreteren en te gebruiken
Self-esteem / Zelfwaardering
Het evaluatieve aspect van het zelfbeeld waarin mensen zich waardig of onwaardig voelen
Sociometer
Een interne meter voor sociale acceptatie of afwijzing
Sociale vergelijking
De neiging van mensen om hun eigen handelingen, vaardigheden en overtuigingen te beoordelen door ze te vergelijken met die van anderen
Self-serving bias
De neiging van mensen om succes aan zichzelf toe te schrijven, maar mislukkingen aan externe factoren toe te schrijven