1/13
Looks like no tags are added yet.
The Electricity Saving Check
→ largest energy efficiency assistance program in Germany
→ 400,000 free home energy audits since 2009
Voucher to replace old against new energy efficient refrigerator
The Home Energy Reports
→ field experiment in the USA with 600,000 households Households receive Home Energy Report
The Energy Saving App
→ large-scale marketing campaign to encourage take-up of an energy saving app
Outcome: rather high income households use the app
Explanations for large take up rates
= zelfs als overheidsprogramma's gratis zijn en mensen geld opleveren, maakt de doelgroep er vaak toch geen gebruik van (lage take-up rates).
Dit fenomeen wordt verklaard aan de hand van twee complementaire theoretische kaders: de Energy Efficiency Gap en de Psychology of Poverty.
De paradox: Waarom nemen mensen geen 'gratis geld' aan?
Overheden bieden vaak gratis energiebesparende programma’s aan (zoals tochtstrips, isolatievouchers, gratis energiecoaches of energiezuinige apparaten). Hoewel huishoudens met een laag inkomen hier direct financieel profijt van zouden hebben (lagere energierekening), blijft het percentage dat zich aanmeldt (take-up rate) opvallend laag. Eenzelfde patroon is te zien bij andere steunmaatregelen, zoals inkomenssubsidies of voedselhulp.
De verklaringen uitgewerkt
1. Lack of financial liquidity (Gebrek aan liquiditeit)
Theorie: Energy Efficiency Gap (het gat tussen wat economisch rationeel zou zijn om te investeren in energiebesparing en wat mensen daadwerkelijk doen).
Uitleg: Ook bij zogeheten "gratis" regelingen zijn er vaak verborgen liquiditeitsbelemmeringen. Soms moet een bedrag eerst worden voorgeschoten voordat een subsidie wordt uitgekeerd, of moeten huishoudens zelf een kleine eigen bijdrage leveren. Wie van maand tot maand leeft en geen spaarbuffer heeft, kan dat geld simpelweg niet tijdelijk missen.
2. Hassle costs and imperfect information (Regeldruk en gebrekkige informatie)
Theorie: Energy Efficiency Gap.
Uitleg:
Hassle costs (gedoe/administratieve lasten): Het proces om mee te doen is vaak complex en tijdrovend. Denk aan ingewikkelde formulieren, DigiD-inlogproblemen, bewijsstukken uploaden (jaaropgaven, energierekeningen), verhuurders die toestemming moeten geven, en monteurs die over de vloer moeten komen. Deze 'moeite' weegt voor veel mensen zwaarder dan het toekomstige voordeel.
Imperfect information (onvolledige informatie): Veel huishoudens weten simpelweg niet dat de regeling bestaat, vertrouwen de overheid of installateurs niet ("is het écht wel gratis?"), of kunnen niet inschatten hoeveel geld het hen daadwerkelijk zal besparen.
3. Behavioral and psychological frictions (Gedragsmatige en psychologische fricties)
Theorie: Psychology of Poverty (de psychologie van schaarste).
Uitleg:
Bandbreedte/mentale belasting (cognitive bandwidth): Chronische financiële stress legt beslag op cognitieve capaciteit. Mensen die dagelijks bezig zijn met overleven en de eindjes aan elkaar knopen, hebben weinig mentale energie over voor langetermijnbeslissingen of bureaucratische processen.
Present bias (focus op het nu): Een direct probleem (vandaag boodschappen kunnen doen) krijgt altijd voorrang op een besparing die pas over een paar maanden op de jaarafrekening zichtbaar wordt.
Wantrouwen en schaamte: Eerdere negatieve ervaringen met instanties (bijvoorbeeld terugvorderingen van toeslagen) kunnen leiden tot angst dat meedoen aan een steunprogramma later tot financiële problemen leidt.
Energy Efficiency Gap
= households do not invest in energy efficiency despite lifetime energy savings being larger than the upfront costs
Imperfect information
= households may underestimate savings, especially if low energy-related literacy (how much does a new refrigerator save?)
= Huishoudens schatten energiebesparingen vaak te laag in (underestimate savings), vooral als hun 'energiegeletterdheid' (energy literacy) laag is (bijvoorbeeld: niet precies weten hoeveel een energielabel A-koelkast per jaar bespaart).
Transaction (or hassle) costs
= information acquisition, apllication or organizational procedures
= Het verzamelen van informatie, het invullen van complexe aanvraagformulieren en het regelen van installateurs kost veel tijd en mentale energie.
Liquidity (or credit) constraints
= high upfront costs, but limited access to credit Lenders may lack information or trust
= Hoge vooruitbetalingen (high upfront costs), terwijl lage inkomens moeilijk geld kunnen lenen bij banken.
Kredietverstrekkers vertrouwen de doelgroep niet of hebben een gebrek aan informatie (lack information or trust).
Landlord-tenant conflicts
= little incentives for landlords to invest if they cannot increase rent Tenant not allowed to invest themselves
Verhuurder: Heeft weinig prikkel om te investeren in isolatie of zonnepanelen als de huurverhoging wettelijk begrensd is (cannot increase rent).
Huurder: Betaalt wel de energierekening, maar mag wettelijk/contractueel zelf geen structurele aanpassingen aan de woning doen.
Risk attitudes
= will the investment pay-off or will it be a loss? How will prices develop? Will I move?
→ Huishoudens vragen zich af: "Rendeert deze investering wel, of verlies ik mijn geld?" Onzekerheid over toekomstige energieprijzen of een mogelijke verhuizing maakt mensen terughoudend.
Impatience
= payments are immediate and more salient, benefits realize cumulatively over years
→ Kosten zijn direct en zichtbaar (immediate and more salient), terwijl de baten (besparing op de energierekening) pas heel langzaam over vele jaren cumulatief binnendruppelen.
What are the implications for policy-makers?
target poverty: poverty alleviation programs
But: needs political majorities, funding
target the economic behaviors
Nudges alleviating the “scarcity mindset”, reduce constraints on cognitive capacity
Nudging (gedragssturende subtiele duwtjes)
→ framing: de manier waarop je dezelfde boodschap presenteert om de deelname aan een energiebesparingscheck (electricity saving check) te vergroten
gain framing
= highlight savings from investing
loss framing
= highlight costs of not-investing
The role of scarcity → psychological capacity
De constante druk van armoede:
Lage inkomens moeten dagelijks veel acute problemen tegelijk oplossen (onzekere inkomsten, meerdere banen combineren, kinderopvang regelen).
Cognitieve beperking (Limited cognitive capacity):
Het menselijk brein heeft een beperkte verwerkingscapaciteit (bandwidth). Zorgen over geld eisen continu 'geheugenruimte' op.
De "Scarcity Mindset" (Schaarstemindset):
Dit leidt tot twee specifieke effecten in het toewijzen van aandacht:
Focus: Alle mentale energie gaat noodgedwongen naar acute, directe financiële problemen (bijvoorbeeld de boodschappen van morgen).
Neglect (Verwaarlozing): Problemen die minder acuut zijn op de korte termijn — zoals het aanvragen van een energiebesparingssubsidie voor de lange termijn — worden door het brein verdrongen en genegeerd.