1/11
Looks like no tags are added yet.
passer
doorbrengen
profiter (de)
profiteren (van)
se débrouiller
zijn plan trekken
se détendre
zich ontspannen
se rafraîchir
zich afkoelen
se relaxer
zich ontspannen
faire du vélo
fietsen
faire la grasse matinée
uitslapen
faire une promenade
een wandeling maken
heure(s) de route
uren op weg
rendre visite à (+personne)
bezoek brengen aan (+persoon)
se lever de bonne heure
vroeg opstaan