1/62
begrippen
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
absolute afstand
de afstand tussen twee plaatsen uitgedrukt in kilometers of meters.
absolute ligging
de exacte ligging van een plaats op aarde
afstandsverval
het verschijnsel dat de interactie tussen gebieden afneemt naarmate de afstand groter wordt.
globalisering
het proces waarbij gebieden en samenlevingen wereldwijd steeds meer met elkaar verbonden raken.
Nieuwe Zijderoute
een netwerk van handels- en transportverbindingen tussen China en Europa.
relatieve afstand
de afstand uitgedrukt in tijd
relatieve ligging
de ligging van een plaats ten opzichte van andere plaatsen.
tijd-ruimtecompressie
het proces waarbij afstanden kleiner lijken door snellere transport- en communicatietechnologie.
informatie- en communicatietechnologie (ICT)
alle technieken om informatie digitaal te communiceren
interactietheorie
theorie die verklaart waarom en hoeveel interactie (bijv. handel) tussen gebieden plaatsvindt.
planetair transport
wereldwijd vervoer van mensen en goederen over lange afstanden.
mogelijkheden
de kansen die transport- en communicatietechnologie bieden voor contact en handel.
mondiaal netwerk
een wereldwijd netwerk van onderling verbonden gebieden en steden.
transporstechnologie
technieken en middelen die transport mogelijk maken
transportnetwerk
het geheel van vervoersverbindingen en knooppunten.
bipolaire wereld
wereldorde waarin twee grootmachten domineren (VS en Sovjet-Unie).
dekolonisatie
het proces waarbij koloniƫn onafhankelijk worden.
europeanisering
invloed van Europese landen op economie
exploitatiekolonie
kolonie die vooral wordt gebruikt om grondstoffen te winnen voor het moederland.
grootmacht
land met veel economische, politieke en militaire invloed.
hegemoniale staat
land dat tijdelijk overheersend is op wereldschaal.
imperialisme
streven van landen om hun macht en invloed uit te breiden over andere gebieden.
kolonialisme
het overheersen en besturen van overzeese gebieden door een ander land.
vestigingskolonie
kolonie waar mensen uit het moederland zich blijvend vestigen.
economische globalisering
toenemende wereldwijde verwevenheid van economieƫn.
global shift
verschuiving van economische macht van het Westen naar andere regioās
multinationale onderneming (mno)
bedrijf met vestigingen in meerdere landen.
neokolonialisme
economische afhankelijkheid van voormalige koloniƫn van rijke landen.
nieuw industrieel land
land dat snel industrialiseert en economisch groeit (bijv. China
offshoring
verplaatsen van bedrijfsactiviteiten naar het buitenland.
outsourcing
uitbesteden van activiteiten aan een ander bedrijf.
Pacific Rim
landen rond de Grote Oceaan met sterke economische groei.
reshoring
terughalen van productie naar het thuisland.
Belastingtarief
het percentage belasting dat wordt geheven op inkomen
Buitenlandse investeringen
investeringen van bedrijven of instellingen in een ander land.
Foreign Direct Investment (FDI)
buitenlandse investering waarbij een bedrijf daadwerkelijk actief wordt in een ander land.
Handelsbelemmering
regels zoals invoerrechten
Kapitaalstroom
verplaatsing van geld en investeringen tussen landen.
Markteconomie
economisch systeem waarin vraag en aanbod bepalen wat en hoeveel er wordt geproduceerd.
Productieketen
alle stappen die nodig zijn om van grondstof tot eindproduct te komen.
Ruilvoet
verhouding tussen exportprijzen en importprijzen van een land.
Vrijhandel
handel zonder (of met weinig) handelsbelemmeringen.
Wereldhandelsorganisatie (WTO)
internationale organisatie die vrije wereldhandel bevordert en handelsconflicten regelt
Blokvorming
landen werken samen in groepen om hun positie in de wereld te versterken.
Non-gouvernementele organisatie (ngo)
organisatie die onafhankelijk is van de overheid en vaak internationaal werkt.
Neoliberalisme
politieke en economische stroming die vrije markt
Regionale groep
samenwerkingsverband van landen binnen een regio (bijv. EU).
Unipolaire wereld
wereldorde waarin ƩƩn grootmacht dominant is.
Wereldburgerschap
gevoel van verbondenheid met mensen wereldwijd
Amerikanisering
wereldwijde verspreiding van Amerikaanse (westerse) cultuur en waarden.
Culturele diversiteit
verscheidenheid aan culturen binnen een samenleving of wereldwijd.
Culturele globalisering
verspreiding en vermenging van culturen over de hele wereld.
Culturele identiteit
het gevoel van verbondenheid met een bepaalde cultuur.
Culturele uniformiteit
afname van culturele verschillen; culturen gaan steeds meer op elkaar lijken.
Lingua franca
wereldtaal die mensen met verschillende moedertalen gebruiken (bijv. Engels).
Afwenteling in ruimte en tijd
negatieve gevolgen worden doorgeschoven naar andere gebieden of toekomstige generaties.
Andersglobalisten
mensen die tegen de huidige vorm van globalisering zijn
Backwash-effecten
negatieve effecten voor arme regioās doordat rijkere gebieden profiteren.
Brain drain
vertrek van hoogopgeleide arbeidskrachten uit arme landen naar rijke landen.
Economische regio
gebied met een samenhangende economische structuur en ontwikkeling.
Geopolitiek
invloed van economische en politieke macht op wereldverhoudingen.
Multipolaire wereld
wereldorde met meerdere machtscentra.
Spread-effecten
positieve effecten waarbij groei en welvaart zich verspreiden naar andere gebieden.