personality psychology theme 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/53

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:53 AM on 10/10/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

54 Terms

1
New cards

Psychische energie

De bron van energie binnen een persoon die alle menselijke activiteit motiveert volgens het behoud van energie.

2
New cards

Libido

Het levensinstinct, oorspronkelijk gericht op zelfbehoud en seks, later verbreed naar alle pleziergerichte driften.

3
New cards

Thanatos

Het doodsinstinct, gericht op vernietiging, agressie en schade aan anderen of jezelf.

4
New cards

Psychisch determinisme

Het principe dat niets bij toeval gebeurt, elke gedachte, handeling of gevoel heeft een oorzaak in de geest.

5
New cards

Bewuste (Conscious)

Alles waar je op dit moment aan denkt of wat je nu waarneemt.

6
New cards

Voorbewuste (Preconscious)

Informatie waar je nu niet aan denkt, maar die je gemakkelijk kunt oproepen.

7
New cards

Onbewuste (Unconscious)

Het grootste deel van de geest, bevattende onacceptabele wensen, herinneringen en impulsen.

8
New cards

Blindsight (Blindzien)

Fenomeen waarbij mensen met visuele hersenschade voorwerpen kunnen aanwijzen zonder ze bewuste te zien.

9
New cards

Deliberation-without-attention

Het effect waarbij het onbewuste beter is in het nemen van complexe beslissingen dan het bewuste.

10
New cards

Id

Het meest primitieve deel van de persoonlijkheid dat driften en behoeften onmiddellijk wil bevredigen.

Werkt via lustprincipe en primary process thinking

11
New cards

Lustprincipe (Pleasure principle)

Het principe van het Id: 'Ik wil het en ik wil het nu.'

12
New cards

Ego

Het deel van de persoonlijkheid dat rekening houdt met de werkelijkheid en realistische manieren zoekt om wensen te bevredigen.

Werkt via realiteitsprincipe en secundaire process thinking

13
New cards

Secundairy process thinking en reality testing

Opstellen van een realistisch actieplan en dit toetsen aan de werkelijkheid om behoeften op een veilig en maatschappelijk acceptabel moment te bevredigen

14
New cards

Realiteitsprincipe (Reality principle)

Principe van Ego

Begrijpen dat je niet elke impuls meteen kunt uitvoeren en rekening moet houden met de werkelijkheid.

15
New cards

Superego

Ontwikkelt zich door internalisering van waarden en maatschappelijke normen; stelt perfectionistische standaarden.

16
New cards

Verschil tussen het ego-ideaal en het geweten (Conscience)

Ego-ideaal omvat de morele standaarden en regels voor gedrag waarnaar men streeft

Het geweten bevat de regels over gedrag dat door ouders wordt afgekeurd en bestraft

17
New cards

Introjectie

Proces waarbij het kind de normen, waarden en morele standaarden van de ouders overneemt om hun liefde te behouden en straf te vermijden

18
New cards

Ego-uitputting (Ego depletion)

Het idee dat zelfbeheersing psychische energie kost, waardoor tijdelijk minder energie overblijft voor volgende taken.

19
New cards

Ego strength

Het vermogen van het Ego om effectief te zijn ondanks conflicten tussen de eisen van het Id, de Superego en de realiteit

20
New cards

Conversion reaction

Afweermechanisme waarbij een intens innerlijk conflict wordt omgezet in fysieke symptomen om angst te vermijden

21
New cards

Objectieve angst

Angst als reactie op reƫle, externe dreigingen.

22
New cards

Neurotische angst

Angst door een conflict tussen het Id en het Ego (dat een onacceptabele drift ontsnapt).

23
New cards

Morele angst

Schuldgevoel of angst door een conflict tussen het Ego en het Superego.

24
New cards

Verdringing (Repression)

Het buiten het bewustzijn houden van bedreigende of onacceptabele gedachten, herinneringen of impulsen.

25
New cards

Ontkenning (Denial)

Weigeren de realiteit van een pijnlijke of bedreigende situatie in te zien.

26
New cards

Verplaatsing (Displacement)

Een onacceptabele impuls richten op een minder dreigend doelwit.

27
New cards

Rationalisatie

Het achteraf bedenken van een acceptabele verklaring voor gedrag om de echte reden te verhullen.

28
New cards

Reactieformatie

Je gedragen op een manier die precies tegenovergesteld is aan een onacceptabele impuls die je voelt.

29
New cards

Projectie

Het toeschrijven van je eigen onacceptabele kwaliteiten of gevoelens aan anderen.

30
New cards

Sublimatie

Het omzetten van onacceptabele driften in sociaal wenselijke activiteiten (het gezondste afweermechanisme).

31
New cards

Orale fase

Eerste 18 maanden

Plezier via mond, lippen en tong.

Conflict rondom stoppen met voeding.

32
New cards

Anale fase

18 maanden tot 3 jaar

Focus op zindelijkheidstraining en controle over ontlasting.

33
New cards

Fallische fase

3 tot 5 jaar

Bewustzijn van genitaliƫn

Gekenmerkt door het Oedipus- (jongens) of Electracomplex (meisjes)

34
New cards

Latentiefase

Vanaf 6 jaar tot puberteit

Rustige periode waarin energie naar leren en vriendschappen gaat.

35
New cards

Genitale fase

Puberteit en verder

Focus op volwassen seksualiteit en gezonde relaties.

Goed bereiken van deze fase vereist volgens Freud dat eerdere conflicten voldoende zijn opgelost.

36
New cards

Vrije associatie

Therapeutische techniek waarbij de patiƫnt ontspannen alles deelt wat in de geest opkomt zonder censuur.

37
New cards

Manifeste inhoud

De feitelijke gebeurtenissen en verhalen in een droom.

38
New cards

Latente inhoud

De verborgen, symbolische betekenis achter de manifeste inhoud van een droom.

39
New cards

Projectieve technieken

Methoden zoals de Rorschach-inktvlekkentest waarbij ambigue stimuli de persoonlijkheid en onbewuste conflicten weerspiegelen.

40
New cards

Weerstand (Resistance)

Het onbewust tegenhouden of ontwijken van bedreigend onbewust materiaal tijdens therapie.

41
New cards

Overdracht (Transference)

Het proces waarbij een patiƫnt gevoelens over belangrijke personen uit het verleden verplaatst naar de therapeut.

42
New cards

Id vs. Ego vs. Superego

Id = wat wil ik? (driften/onmiddellijke bevrediging)

Ego = wat kan realistisch?

Superego = wat hoort/mag volgens normen en moraal?

43
New cards

Primary vs. Secondary process thinking

Primary process thinking = fantasie/denken zonder rekening te houden met logica of realiteit (Id).

Secondary process thinking = logisch en realistisch nadenken over hoe een behoefte bevredigd kan worden (Ego).

44
New cards

Fixatie (Fixation)

Een conflict in een psychoseksuele fase wordt onvoldoende opgelost → psychische energie blijft aan die fase gebonden → kenmerken kunnen later terugkomen in de persoonlijkheid.

45
New cards

Erogene zone

Het gebied in het lichaam dat de focus is van seksuele energie in die fase

46
New cards

Orale fixatie

Te veel/weinig bevrediging in orale fase

→ later bijvoorbeeld afhankelijkheid of orale gewoonten zoals roken, eten of nagelbijten.

47
New cards

Anale fixatie

Problemen rond zindelijkheid/controle

→ later extreem netjes, precies en star óf juist slordig gedrag.

48
New cards

Oedipuscomplex (fallische fase)

Jongen verlangt naar moeder en ziet vader als concurrent → castratieangst → identificeert zich met vader.

49
New cards

Projectieve hypothese

Wat iemand ziet in een ambigue stimulus weerspiegelt volgens Freud de eigen persoonlijkheid, conflicten en verdrongen verlangens.

50
New cards

Belangrijkste kritiek op Freud

Moeilijk wetenschappelijk te testen

Beperkte onderzoeksgroep

Te veel nadruk op seks/agressie en vroege jeugd

Negatief mensbeeld

Bekritiseerde visie op vrouwen

51
New cards

Electracomplex + penis envy (fallische fase)

Meisje ontdekt volgens Freud dat ze geen penis heeft (penis envy), geeft haar moeder hiervan de schuld en richt zich op haar vader → uiteindelijk identificeert ze zich weer met haar moeder.

52
New cards

One-way mental gate (eenrichtingspoort) van het onbewuste

Blokkeert traumatische of angstwekkende gedachten actief, om het Ego te beschermen

53
New cards

Anale-expulsieve kenmerken

Kinderen die rebelleren door zich te ontlasten op momenten en plaatsen die ouders niet willen, worden later slordig, wreed en vijandig

54
New cards

Anale-retentieve kenmerken

Kinderen die zich te veel beheersen ontwikkelen een rigide en overdreven nette persoonlijkheid, vaak gekenmerkt door gierigheid, koppigheid en ordening