inleiding pathologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/14

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:37 PM on 9/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

15 Terms

1
New cards

incidentie

beschrijft het aantal nieuwe gevallen binnen een bepaalde periode (meestal een jaar)

2
New cards

prevalentie

beschrijft het aantal bestaande gevallen op een bepaald moment

3
New cards

anamnese, auto-anamnese, hetero-anamnese en kat-anamnese

anamnese: voorgeschiedenis van een ziekte

auto-anamnese: het verhaal dat de patiënt zelf vertelt over zijn of haar klachten en ziektegeschiedenis

hetero-anamnese: het verhaal dat een derde partij vertelt over de klachten en ziektegeschiedenis van de patiënt

kat-anamnese: ziektegeschiedenis na afloop van een ziekte, bv. tijdens follow-up

4
New cards

causaal vs symptomatisch

  • causaal: oorzaak wordt behandeld

  • sumptomatisch: de klachten worden behandeld zonder oorzaak weg te nemen


5
New cards

curatief vs palliatief

  • curatief: doel is om te genezen

  • palliatief: doel is om de klachten te verzachten als genezing niet meer mogelijk is


6
New cards

conservatief vs operatief

  • conservatief: behandeling zonder operatie

  • operatief: behandeling met operatie


7
New cards

prognose

Geeft voor een ziekte weer wat het verloop en de kans op genezing zal zijn

8
New cards

morbiditeit

kans op ziekworden door een bepaalde ziekte

9
New cards

moratliteit

kans op overlijden aan een bepaalde ziekte

10
New cards

letaliteit

  • Het percentage mensen dat overlijdt nadat ze een bepaalde ziekte of aandoening hebben opgelopen.

  • Hoe gevaarlijk of dodelijk de ziekte is als je hem eenmaal hebt

  • bv. Als 100 mensen ziek worden en 10 daarvan overlijden aan die ziekte, is de letaliteit 10%.


11
New cards

acuut, subacuut of subklinisch en hyperacuut of fulminant

  • acuut: iets plotseling begint, snel verergert en meestal van korte duur is

  • subacuut of subklinisch: zit tussen acuut en chronisch, De klachten zijn niet zo plotseling en hevig als acuut, maar duren ook nog niet lang genoeg om chronisch te zijn, amper symptomen

  • hyperacuut of fulminant: zeer plotseling opkomend en extreem snel verlopend, nog sneller en heviger dan een 'acute' situatie, zeer agressief


12
New cards

chronisch, exacerbatie en remissie

  • chronisch: wanneer een ziekete of aandoening langdurig is, langzaam ontstaat en niet weggaat

  • exacerbatie: chronische klachten die plotseling erger worden

  • remissie: chronische klachten die verbeteren/verminderen


13
New cards

preventie: primair, secundair en tertiair

  • preventie: primair → volledig voorkomen dat de ziekte optreedt

  • preventie: secundair → screening (onderzoeken doen): systematisch of opportunistisch

  • preventie: tertiair → voorkomen dat de gevolgen ernstig worden


14
New cards

pathogenese vs salutogenese

  • patho: beschrijft de mechanismen die verkeerd gaan in de fysiologie (dus basically legt een ziekte uit)

  • salu: beschrijft de mechanismen die tot gezondheid leiden


15
New cards

schijndood, permanent vegetatieve toestand

  • schijndood

  • permanent vegetatieve toestand: