Module 2: Sociale invloed

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/17

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

18 Terms

1
New cards

Klassieke conditionering

Gedrag aanleren door twee dingen aan elkaar te koppelen (een onbewuste reactie, zoals een hond die gaat kwijlen bij een belletje).

2
New cards

Operante conditionering

Gedrag aanleren of afleren door te kijken naar de gevolgen; beloond gedrag herhaal je, afgestraft of genegeerd gedrag doe je minder snel.

3
New cards

Overrechtvaardigheidseffect

Het fenomeen waarbij je intrinsieke motivatie (iets doen omdat je het leuk vindt) afneemt zodra je er een materiële beloning aan koppelt, waardoor het ineens extrinsiek wordt.

4
New cards

Zelfregulatie

Het vertonen van het benodigde gedrag en het managen van je gedachten, emoties en aandacht om een doel te bereiken.

5
New cards

Hawthorne-effect

Het fenomeen dat mensen hun gedrag positief veranderen zodra ze weten dat ze worden geobserveerd of dat er aandacht aan ze wordt besteed.

6
New cards

Sociaal leren

Leren door anderen te observeren en na te doen (Bandura).

7
New cards

Emotionele besmetting

Emoties springen over van de een op de ander, vaak zonder dat iemand het doorheeft.

8
New cards

Sociale vergelijkingstheorie

Jezelf beoordelen door je met anderen te vergelijken, opwaarts of neerwaarts.

9
New cards

Priming

Onbewust beïnvloeden van gedrag door een eerdere prikkel, bijvoorbeeld een woord, geur of beeld.

10
New cards

Attitude

Evaluatie of oordeel over een attitudeobject.

11
New cards

ELM (Elaboration Likelihood Model)

Een model dat verklaart hoe en wanneer een overredingspoging je attitude verandert.

12
New cards

Mere-exposure-effect (louter-blootstellingseffect

Het effect dat naarmate mensen een onbekende persoon of object vaker zien, ze zich meer aangetrokken voelen tot de persoon of het object.

13
New cards

Cognitieve-dissonantietheorie

Het ongemakkelijke gevoel van spanning dat ontstaat als je gedrag en je gedachten (of twee gedachten) met elkaar botsen, wat je zo snel mogelijk wilt oplossen.

14
New cards

Neutralisatietheorie

Een theorie die stelt dat mensen excuses (neutralisatietechnieken) gebruiken om hun eigen foute gedrag goed te praten en zo het schuldgevoel (cognitieve dissonantie) weg te nemen.

15
New cards

Onrealistisch optimisme

De overtuiging dat jou in de toekomst vooral positieve dingen zullen overkomen en weinig negatieve.

16
New cards

Fundamentele attributiefout

Fenomeen dat mensen bij negatief gedrag van een ander de invloed van de situatie onderschatten.

17
New cards

Overreding

Mensen proberen elkaar met woorden en argumenten ergens van overtuigen.

18
New cards

Sociale normen

Ongeschreven regel over wat in een groep normaal of gepast is. Descriptief (wat men dóét) of injunctief (wat men hoort te doen).