1/17
Looks like no tags are added yet.
Klassieke conditionering
Gedrag aanleren door twee dingen aan elkaar te koppelen (een onbewuste reactie, zoals een hond die gaat kwijlen bij een belletje).
Operante conditionering
Gedrag aanleren of afleren door te kijken naar de gevolgen; beloond gedrag herhaal je, afgestraft of genegeerd gedrag doe je minder snel.
Overrechtvaardigheidseffect
Het fenomeen waarbij je intrinsieke motivatie (iets doen omdat je het leuk vindt) afneemt zodra je er een materiële beloning aan koppelt, waardoor het ineens extrinsiek wordt.
Zelfregulatie
Het vertonen van het benodigde gedrag en het managen van je gedachten, emoties en aandacht om een doel te bereiken.
Hawthorne-effect
Het fenomeen dat mensen hun gedrag positief veranderen zodra ze weten dat ze worden geobserveerd of dat er aandacht aan ze wordt besteed.
Sociaal leren
Leren door anderen te observeren en na te doen (Bandura).
Emotionele besmetting
Emoties springen over van de een op de ander, vaak zonder dat iemand het doorheeft.
Sociale vergelijkingstheorie
Jezelf beoordelen door je met anderen te vergelijken, opwaarts of neerwaarts.
Priming
Onbewust beïnvloeden van gedrag door een eerdere prikkel, bijvoorbeeld een woord, geur of beeld.
Attitude
Evaluatie of oordeel over een attitudeobject.
ELM (Elaboration Likelihood Model)
Een model dat verklaart hoe en wanneer een overredingspoging je attitude verandert.
Mere-exposure-effect (louter-blootstellingseffect
Het effect dat naarmate mensen een onbekende persoon of object vaker zien, ze zich meer aangetrokken voelen tot de persoon of het object.
Cognitieve-dissonantietheorie
Het ongemakkelijke gevoel van spanning dat ontstaat als je gedrag en je gedachten (of twee gedachten) met elkaar botsen, wat je zo snel mogelijk wilt oplossen.
Neutralisatietheorie
Een theorie die stelt dat mensen excuses (neutralisatietechnieken) gebruiken om hun eigen foute gedrag goed te praten en zo het schuldgevoel (cognitieve dissonantie) weg te nemen.
Onrealistisch optimisme
De overtuiging dat jou in de toekomst vooral positieve dingen zullen overkomen en weinig negatieve.
Fundamentele attributiefout
Fenomeen dat mensen bij negatief gedrag van een ander de invloed van de situatie onderschatten.
Overreding
Mensen proberen elkaar met woorden en argumenten ergens van overtuigen.
Sociale normen
Ongeschreven regel over wat in een groep normaal of gepast is. Descriptief (wat men dóét) of injunctief (wat men hoort te doen).