1/32
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is een behoefte?
Alles wat je nodig hebt of wilt hebben.
Wat zijn primaire producten?
Producten die je echt nodig hebt, zoals voedsel en kleding.
Wat zijn secundaire producten?
Luxeproducten die je niet echt nodig hebt.
Wat is een stoffelijk product?
Een product dat je kunt aanraken; dit heet een goed.
Wat is een onstoffelijk product?
Een product dat je niet kunt aanraken, zoals veiligheid, gezondheid of een dienst.
Wat is een dienst?
Een onstoffelijk product dat door iemand wordt geleverd, zoals de dienst van een dokter, politieagent of DJ.
Wat is consumptie?
Het kopen van goederen en diensten om je eigen behoeften te vervullen.
Wat zijn niet-duurzame consumptiegoederen?
Goederen die je maar één keer gebruikt; ook wel verbruiksgoederen genoemd.
Wat zijn duurzame consumptiegoederen?
Goederen die je meer dan één keer kunt gebruiken; ook wel gebruiksgoederen genoemd.
Waarvan hangt je koopgedrag onder andere af?
Van je inkomen, leeftijd, smaak, streekgewoonten en het klimaat.
Welke personen kunnen je koopgedrag beïnvloeden?
Familie, buren, vrienden en winkelpersoneel.
Noem 4 redenen waarom de totale consumptie toeneemt.
De bevolking groeit; inkomens stijgen; nieuwe producten creëren nieuwe behoeften; prijzen van consumptiegoederen stijgen.
Wat is schaarste?
Er zijn met de beschikbare productiemiddelen niet genoeg goederen om al onze behoeften te vervullen.
Waarom moet je voor schaarse goederen betalen?
Omdat er niet genoeg van beschikbaar zijn om alle behoeften te vervullen.
Wat gebeurt er met de prijs als een goed schaarser wordt?
De prijs wordt hoger.
Waarom moet je prioriteiten stellen?
Omdat je behoeften groter zijn dan je middelen en je geld maar één keer kunt uitgeven.
Wat gebeurt er met de welvaart als de schaarste afneemt?
De welvaart neemt toe.
Wat is welvaart in ruime zin?
De mate waarin je met je beschikbare middelen in je behoeften kunt voorzien.
Wat is welvaart in enge zin?
Het meten van je rijkdom door te kijken naar de koopkracht van je inkomen.
Wat is welzijn?
De mate waarin je je gelukkig voelt.
Wat is het verschil tussen welvaart en welzijn?
Welvaart gaat over de mate waarin je in behoeften kunt voorzien; welzijn gaat over hoe gelukkig je je voelt.
Wat is koopkracht?
De hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen.
Wat gebeurt er met je koopkracht als je inkomen stijgt en prijzen gelijk blijven?
Je koopkracht stijgt.
Wat gebeurt er met je koopkracht als prijzen stijgen en je inkomen gelijk blijft?
Je koopkracht daalt.
Wat gebeurt er met je koopkracht als inkomen en prijzen even sterk stijgen?
Je koopkracht blijft gelijk.
Wanneer neemt je koopkracht toe?
Als je inkomen procentueel sterker stijgt dan de prijzen.
Wanneer neemt je koopkracht af?
Als de prijzen procentueel sterker stijgen dan je inkomen.
Hoe reken je een bedrag van week naar maand om?
Weekbedrag × 52 ÷ 12.
Hoe reken je een bedrag van maand naar jaar om?
Maandbedrag × 12.
Hoe reken je een bedrag van kwartaal naar jaar om?
Kwartaalbedrag × 4.
Hoe reken je een bedrag van jaar naar maand om?
Jaarbedrag ÷ 12.
Hoe reken je een bedrag van jaar naar week om?
Jaarbedrag ÷ 52.
Hoe reken je een bedrag van maand naar kwartaal om?
Maandbedrag × 3.