1/56
Looks like no tags are added yet.
Cultureel relativisme
Het standpunt dat er geen universele maatstaf bestaat voor abnormaliteit: gedrag is alleen abnormaal ten opzichte van de eigen culturele normen.
4 D’s
Dysfunction, distress, deviance en dangerousness.
“wandering uterus”
Het idee van de Egyptenaren dat de baarmoeder door het vrouwelijke lichaam kan ronddwalen en andere organen kan verstoren. De grieken noemden dit vervolgens ‘hysteria’.
4 basis humores van Hippocrates
Bloed, gele gal, zwarte gal en slijm. Behandelingen herstellen die balans, bijvoorbeeld door aderlating, rust of aangepast dieet.
4 categorieën van abnormaal gedrag van Hippocrates
Manie (hyperactiviteit), hersenkoorts (toestanden van acuut delirium of psychoses gepaard met koorts), melancholie (depressie) en epilepsie.
Psychische epidemie
Een verschijnsel waarbij een groot aantal mensen ongebruikelijk gedrag vertoont dat een psychologische oorzaak lijkt te hebben, zoals ‘dance frenzy’. Dit wordt verklaard uit de sociale psychologie.
Normaal-abnormaal continuüm
Normaal en abnormaal gedrag zijn niet strikt van elkaar gescheiden, ze liggen op een glijdende schaal (continuüm).
Biologische verklaring
Ziet abnormaal gedrag als een lichamelijke aandoening veroorzaakt door ontregeldheden in het lichaam. De behandeling herstelt de lichamelijke balans.
Bovennatuurlijke (supernatural) verklaring
Schrijft abnormaal gedrag toe aan goddelijke ingrijpen, vervloeking, bezetenheid of zonde. De behandeling bestaat uit rituelen, uitdrijving en boetedoening.
Psychologische verklaring
Wijst naar psychische processen, zoals overtuigingen, copingsstijlen en naar trauma, verlies of langdurige stress. Behandeling bestaat uit rust en verandering van omgeving.
Trephination
Techniek in de prehistorie. Een gat boren in het schedel zodat de geest kan ontsnappen.
Moral treatment
Schreef rust en ontspanning in een aangename omgeving voor tijdens de Mental Hygiene Movement, Patiënten mochten vrij rondlopen, kregen schone kamers en goed te eten. Velen kregen hun gedrag hierdoor onder controle.
General Paresis
Aandoening veroorzaakt door syfilis, met symptomen zoals verlamming, waanzin en uiteindelijk de dood.
Psychoanalyse
Studie van het onbewuste.
Behaviorisme
De studie van de invloed van bekrachtiging en straf op gedrag.
Cognities
Denkprocessen zoals interpretaties en overtuigingen die gedrag en emoties sturen.
Self-efficiacy beliefs
Het vertrouwen dat iemand heeft in zijn vermogen om iets uit te kunnen voeren. Het gaat niet alleen over wat je daadwerkelijk kan, maar ook over wat je denkt te kunnen.
Patients’ Rights Movement
Stelde dat mensen beter herstellen in eigen omgeving, met steun van voorzieningen in de buurt. A
ACT (Acceptance and Commitment Therapy)
Therapie die mensen leert om meer acceptatie en compassie voor zichzelf te ontwikkelen.
Theorie
Een set ideeën die richting geeft aan het verzamelen of interpreteren van informatie over een verschijnsel.
Biopsychosocial verklaring
Gaat ervan uit dat biologische, psychologische en sociale factoren samen tot klachten zullen leiden.
Diathese-stress model
Volgens dit model ontstaat een stoornis pas als een bestaande kwetsbaarheid (diathese) samenvalt met een uitlokkende gebeurtenis (stress).
Transdiagnostische risicofactoren
Factoren die het risico op meerdere soorten psychische problemen vergroten.
3 oorzaken voor abnormaliteit volgens de biologische verklaring
hersendisfunctie, biochemische disbalans en genetische afwijkingen (ze beïnvloeden elkaar).
Achterhersenen (hindbrain)
Omvat alle structuren in de achterste hersenen, het dichtst bij de ruggenmerg, cruciaal voor fundamentele levensfuncties.
Deze omvat de medulla (verlengde merg), de pons (brug), cerebellum (kleine hersenen) en reticulaire formatie.
Medulla (verlengde merg)
Verantwoordelijk voor het reguleren van grotendeels onbewuste functies, zoals ademhaling en bloedsomloop.
Pons (brug)
Betrokken bij slaap en waaktoestand.
Cerebellum (kleine hersenen)
Betrokken bij evenwicht en de aansturing van beweging.
Reticulaire formatie
“Bedrading” binnenin de pons en medulla. Een netwerk van neuronen dat verband houdt met slaap, waaktoestand en aandacht.
Middenhersenen
Vormen het bovenste deel van de hersenen. Bevatten de collicus inferieur en collicus superieur, die sensorische informatie doorsturen en beweging aansturen. Daarnaast bevat het de substantia nigra, een cruciaal onderdeel van het traject dat reacties op beloning reguleert.
Forebrain (voorhersenen)
Bestaat uit de hersenschors, thalamus, hypothalamus en de hypofyse.
Hersenschors (cerebral cortex)
Betrokken bij veel van de geavanceerde denkprocessen.
Thalamus
Doorgifte centrum voor de cortex; verwerkt inkomende en uitgaande signalen.
Hypothalamus
Verantwoordelijk voor het reguleren van de fundamentele basisbehoeften: honger, dorst, temperatuurregeling. Is ook betrokken bij het verwerken van basis emoties.
Hypofyse
Hoofdklier die andere hormoonklieren aanstuurt en hormonen produceert voor groei, stofwisseling en vochtbalans. Produceert
Lymbisch systeem
Verzameling structuren die nauw verbonden zijn met de thalamus. Ze lijken een aanvullende controle uit te oefenen op bepaalde instinctieve gedragingen die door de hypothalamus worden gereguleerd, zoals eten, seksueel gedrag en de reactie op stressvolle situaties.
Dit systeem bevat de Fornix, gordelwindingscortex,
Neurotransmitter
Chemische boodschapper die impulsen van het ene neuron (ofwel zenuwcel) naar het andere brengen, zowel in het brein als in andere delen van het zenuwstelsel. Ze komen vrij in de synapsspleet en binden zich aan passende receptoren. Daarna kunnen ze afgebroken worden (afbraak/degradatie) of door een zendende cel worden terug opgenomen (heropname).
Serotonine
Neurotransmitter die onder meer betrokken is bij emotioneel welzijn, met name bij depressie en angst, en in disfunctioneel gedrag, zoals agressie.
Dopamine
Neurotransmitter in hersengebieden die verband houden met bekrachtiging of beloning. Hier hebben verslavende stoffen zoals alcohol een verhoogd effect op (voelt als beloning) Daarnaast is deze neurotransmitter van belang bij het functioneren van spiersystemen.
Noradrenaline
Neurotransmitter betrokken bij alertheid en stressreacties. Teveel aanwezigheid zorgt voor stimulerende psychologische effecten. Bij te weinig aanwezigheid, is de stemming van de persoon neerslachtig.
GABA
Neurotransmitter die de activiteit van zenuwcellen remt.
Endocrien stelsel
Stelsel van klieren die hormonen produceert, die rechtstreeks in de bloedbaan worden afgegeven.
Hormoon
Brengt boodschappen door het hele lichaam en kan daarmee invloed hebben op stemming, energieniveau en reactie op stress. Geeft informatie over processen in het lichaam, zoals groei, puberteit, stofwisseling, etc.
Corticotropin-Releasing Factor (CRF)
Stofje dat vanuit de hypothalamus naar de hypofyse wordt gestuurd. Het stimuleert de hypofyse tot de afgifte van het belangrijkste stresshormoon: adrescorticotroop-hormoon (ACTH). Deze wordt via de bloedbanen naar bijnieren en andere organen vervoerd, wat leidt tot de afgifte van ongeveer 30 hormonen die elk een rol spelen bij de aanpassing van het lichaam in noodsituaties.
HPA-as
Systeem in het lichaam dat ervoor zorgt dat je lichaam kan reageren op stress. Ontregeling in dit systeem zorgt voor moeite met omgaan met stress, resulterend in symptomen van angst en depressie.
Gedragsgentica
Onderzoekt hoe erfelijke verschillen samenhangen met gedrag en psychische problemen.
Polygeen
Er moeten meerdere genetische afwijkingen bij één individu samenkomen om een specifieke aandoening te veroorzaken.
Epigenetica
Onderzoekt hoe omgevingsinvloeden de activiteit van genen kunnen beïnvloeden zonder de DNA-volgorde te veranderen.
Antipsychotica
Helpt bij het verminderen van symptomen van psychoses, waaronder hallucinaties en wanen.
Antidepressiva
Helpt bij het verminderen van symptomen van depressie, waaronder verdriet, lage motivatie, etc. Voorbeelden zijn SSRI en SNRI, die gebruik maken van de serotonine-levels.
Lithium
Voorbeeld van een stemmingsstabilator (wordt gebruikt bij bipolaire stoornissen).
Anti-epileptica
Wordt ingezet bij de behandeling van mania.
Angstremmende middelen
Benzodiazepinen kunnen angst remmen, maar brengen risico van afhankelijkheid met zich mee.
Elektroconvulsietherapie (ECT)
Behandeling voor ernstige depressie waarbij er onder narcose met elektrische stimulatie een gecontroleerde aanval wordt opgewekt.
rTMS
Techniek voor het behandelen van ernstige depressie, waarbij magnetische pulsen worden gebruikt om hersengebieden te stimuleren,