KPG Week 1

0.0(0)
Studied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/56

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

57 Terms

1
New cards

Cultureel relativisme

Het standpunt dat er geen universele maatstaf bestaat voor abnormaliteit: gedrag is alleen abnormaal ten opzichte van de eigen culturele normen.

2
New cards

4 D’s

Dysfunction, distress, deviance en dangerousness.

3
New cards

“wandering uterus”

Het idee van de Egyptenaren dat de baarmoeder door het vrouwelijke lichaam kan ronddwalen en andere organen kan verstoren. De grieken noemden dit vervolgens ‘hysteria’.

4
New cards

4 basis humores van Hippocrates

Bloed, gele gal, zwarte gal en slijm. Behandelingen herstellen die balans, bijvoorbeeld door aderlating, rust of aangepast dieet.

5
New cards

4 categorieën van abnormaal gedrag van Hippocrates

Manie (hyperactiviteit), hersenkoorts (toestanden van acuut delirium of psychoses gepaard met koorts), melancholie (depressie) en epilepsie.

6
New cards

Psychische epidemie

Een verschijnsel waarbij een groot aantal mensen ongebruikelijk gedrag vertoont dat een psychologische oorzaak lijkt te hebben, zoals ‘dance frenzy’. Dit wordt verklaard uit de sociale psychologie.

7
New cards

Normaal-abnormaal continuüm

Normaal en abnormaal gedrag zijn niet strikt van elkaar gescheiden, ze liggen op een glijdende schaal (continuüm).

8
New cards

Biologische verklaring

Ziet abnormaal gedrag als een lichamelijke aandoening veroorzaakt door ontregeldheden in het lichaam. De behandeling herstelt de lichamelijke balans.

9
New cards

Bovennatuurlijke (supernatural) verklaring

Schrijft abnormaal gedrag toe aan goddelijke ingrijpen, vervloeking, bezetenheid of zonde. De behandeling bestaat uit rituelen, uitdrijving en boetedoening.

10
New cards

Psychologische verklaring

Wijst naar psychische processen, zoals overtuigingen, copingsstijlen en naar trauma, verlies of langdurige stress. Behandeling bestaat uit rust en verandering van omgeving.

11
New cards

Trephination

Techniek in de prehistorie. Een gat boren in het schedel zodat de geest kan ontsnappen.

12
New cards

Moral treatment

Schreef rust en ontspanning in een aangename omgeving voor tijdens de Mental Hygiene Movement, Patiënten mochten vrij rondlopen, kregen schone kamers en goed te eten. Velen kregen hun gedrag hierdoor onder controle.

13
New cards

General Paresis

Aandoening veroorzaakt door syfilis, met symptomen zoals verlamming, waanzin en uiteindelijk de dood.

14
New cards

Psychoanalyse

Studie van het onbewuste.

15
New cards

Behaviorisme

De studie van de invloed van bekrachtiging en straf op gedrag.

16
New cards

Cognities

Denkprocessen zoals interpretaties en overtuigingen die gedrag en emoties sturen.

17
New cards

Self-efficiacy beliefs

Het vertrouwen dat iemand heeft in zijn vermogen om iets uit te kunnen voeren. Het gaat niet alleen over wat je daadwerkelijk kan, maar ook over wat je denkt te kunnen.

18
New cards

Patients’ Rights Movement

Stelde dat mensen beter herstellen in eigen omgeving, met steun van voorzieningen in de buurt. A

19
New cards

ACT (Acceptance and Commitment Therapy)

Therapie die mensen leert om meer acceptatie en compassie voor zichzelf te ontwikkelen.

20
New cards

Theorie

Een set ideeën die richting geeft aan het verzamelen of interpreteren van informatie over een verschijnsel.

21
New cards

Biopsychosocial verklaring

Gaat ervan uit dat biologische, psychologische en sociale factoren samen tot klachten zullen leiden.

22
New cards

Diathese-stress model

Volgens dit model ontstaat een stoornis pas als een bestaande kwetsbaarheid (diathese) samenvalt met een uitlokkende gebeurtenis (stress).

23
New cards

Transdiagnostische risicofactoren

Factoren die het risico op meerdere soorten psychische problemen vergroten.

24
New cards

3 oorzaken voor abnormaliteit volgens de biologische verklaring

hersendisfunctie, biochemische disbalans en genetische afwijkingen (ze beïnvloeden elkaar).

25
New cards

Achterhersenen (hindbrain)

Omvat alle structuren in de achterste hersenen, het dichtst bij de ruggenmerg, cruciaal voor fundamentele levensfuncties.

Deze omvat de medulla (verlengde merg), de pons (brug), cerebellum (kleine hersenen) en reticulaire formatie.

26
New cards

Medulla (verlengde merg)

Verantwoordelijk voor het reguleren van grotendeels onbewuste functies, zoals ademhaling en bloedsomloop.

27
New cards

Pons (brug)

Betrokken bij slaap en waaktoestand.

28
New cards

Cerebellum (kleine hersenen)

Betrokken bij evenwicht en de aansturing van beweging.

29
New cards

Reticulaire formatie

“Bedrading” binnenin de pons en medulla. Een netwerk van neuronen dat verband houdt met slaap, waaktoestand en aandacht.

30
New cards

Middenhersenen

Vormen het bovenste deel van de hersenen. Bevatten de collicus inferieur en collicus superieur, die sensorische informatie doorsturen en beweging aansturen. Daarnaast bevat het de substantia nigra, een cruciaal onderdeel van het traject dat reacties op beloning reguleert.

31
New cards

Forebrain (voorhersenen)

Bestaat uit de hersenschors, thalamus, hypothalamus en de hypofyse.

32
New cards

Hersenschors (cerebral cortex)

Betrokken bij veel van de geavanceerde denkprocessen.

33
New cards

Thalamus

Doorgifte centrum voor de cortex; verwerkt inkomende en uitgaande signalen.

34
New cards

Hypothalamus

Verantwoordelijk voor het reguleren van de fundamentele basisbehoeften: honger, dorst, temperatuurregeling. Is ook betrokken bij het verwerken van basis emoties.

35
New cards

Hypofyse

Hoofdklier die andere hormoonklieren aanstuurt en hormonen produceert voor groei, stofwisseling en vochtbalans. Produceert

36
New cards
37
New cards

Lymbisch systeem

Verzameling structuren die nauw verbonden zijn met de thalamus. Ze lijken een aanvullende controle uit te oefenen op bepaalde instinctieve gedragingen die door de hypothalamus worden gereguleerd, zoals eten, seksueel gedrag en de reactie op stressvolle situaties.

Dit systeem bevat de Fornix, gordelwindingscortex,

38
New cards

Neurotransmitter

Chemische boodschapper die impulsen van het ene neuron (ofwel zenuwcel) naar het andere brengen, zowel in het brein als in andere delen van het zenuwstelsel. Ze komen vrij in de synapsspleet en binden zich aan passende receptoren. Daarna kunnen ze afgebroken worden (afbraak/degradatie) of door een zendende cel worden terug opgenomen (heropname).

39
New cards

Serotonine

Neurotransmitter die onder meer betrokken is bij emotioneel welzijn, met name bij depressie en angst, en in disfunctioneel gedrag, zoals agressie.

40
New cards

Dopamine

Neurotransmitter in hersengebieden die verband houden met bekrachtiging of beloning. Hier hebben verslavende stoffen zoals alcohol een verhoogd effect op (voelt als beloning) Daarnaast is deze neurotransmitter van belang bij het functioneren van spiersystemen.

41
New cards

Noradrenaline

Neurotransmitter betrokken bij alertheid en stressreacties. Teveel aanwezigheid zorgt voor stimulerende psychologische effecten. Bij te weinig aanwezigheid, is de stemming van de persoon neerslachtig.

42
New cards

GABA

Neurotransmitter die de activiteit van zenuwcellen remt.

43
New cards

Endocrien stelsel

Stelsel van klieren die hormonen produceert, die rechtstreeks in de bloedbaan worden afgegeven.

44
New cards

Hormoon

Brengt boodschappen door het hele lichaam en kan daarmee invloed hebben op stemming, energieniveau en reactie op stress. Geeft informatie over processen in het lichaam, zoals groei, puberteit, stofwisseling, etc.

45
New cards

Corticotropin-Releasing Factor (CRF)

Stofje dat vanuit de hypothalamus naar de hypofyse wordt gestuurd. Het stimuleert de hypofyse tot de afgifte van het belangrijkste stresshormoon: adrescorticotroop-hormoon (ACTH). Deze wordt via de bloedbanen naar bijnieren en andere organen vervoerd, wat leidt tot de afgifte van ongeveer 30 hormonen die elk een rol spelen bij de aanpassing van het lichaam in noodsituaties.

46
New cards

HPA-as

Systeem in het lichaam dat ervoor zorgt dat je lichaam kan reageren op stress. Ontregeling in dit systeem zorgt voor moeite met omgaan met stress, resulterend in symptomen van angst en depressie.

47
New cards

Gedragsgentica

Onderzoekt hoe erfelijke verschillen samenhangen met gedrag en psychische problemen.

48
New cards

Polygeen

Er moeten meerdere genetische afwijkingen bij één individu samenkomen om een specifieke aandoening te veroorzaken.

49
New cards

Epigenetica

Onderzoekt hoe omgevingsinvloeden de activiteit van genen kunnen beïnvloeden zonder de DNA-volgorde te veranderen.

50
New cards

Antipsychotica

Helpt bij het verminderen van symptomen van psychoses, waaronder hallucinaties en wanen.

51
New cards

Antidepressiva

Helpt bij het verminderen van symptomen van depressie, waaronder verdriet, lage motivatie, etc. Voorbeelden zijn SSRI en SNRI, die gebruik maken van de serotonine-levels.

52
New cards

Lithium

Voorbeeld van een stemmingsstabilator (wordt gebruikt bij bipolaire stoornissen).

53
New cards

Anti-epileptica

Wordt ingezet bij de behandeling van mania.

54
New cards

Angstremmende middelen

Benzodiazepinen kunnen angst remmen, maar brengen risico van afhankelijkheid met zich mee.

55
New cards

Elektroconvulsietherapie (ECT)

Behandeling voor ernstige depressie waarbij er onder narcose met elektrische stimulatie een gecontroleerde aanval wordt opgewekt.

56
New cards

rTMS

Techniek voor het behandelen van ernstige depressie, waarbij magnetische pulsen worden gebruikt om hersengebieden te stimuleren,

57
New cards