kt nederlands

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

30 Terms

1
New cards

geef voor ieder werkwoord de stam, verleden tijd en voltooid deelwoord

dddd

2
New cards

bederven

bederf, bedierf, bedorven

3
New cards

bedriegen

bedrieg, bedroog, bedrogen

4
New cards

beginnen

begin, begon, begonnen

5
New cards

begraven

begraaf, begroef, begraven

6
New cards

besluiten

besluit, besloot, besloten

7
New cards

bestaan

besta, bestond, bestaan

8
New cards

bevelen

beveel, beval, bevo

9
New cards

bidden

bid, bad, gebeden

10
New cards

bieden

bied, bood, geboden

11
New cards

bijten

bijt, beet, gebeten

12
New cards

binden

bind, bond, gebonden

13
New cards

blazen

blaas, blies, geblazen

14
New cards

blijken

blijk, bleek, gebleken

15
New cards

blijven

blijf, bleef, gebleven

16
New cards

blinken

blink, blonk, geblonken

17
New cards

breken

breek, brak, gebroken

18
New cards

buigen

buig, boog, gebogen

19
New cards

denken

denk, dacht, gedacht

20
New cards

doen

doe, deed, gedaan

21
New cards

dragen

draag, droeg, gedragen

22
New cards

drijven

drijf, dreef, gedreven

23
New cards

duiken

duik, dook, gedoken

24
New cards

dwingen

dwing, dwong, gedwongen

25
New cards

eten

eet, at, gegeten

26
New cards

fluiten

fluit, floot, gefloten

27
New cards

gaan

ga, ging, gegaan

28
New cards

gelden

geld, gold, gegolden

29
New cards

genezen,

genees, genas, genezen

30
New cards

genieten

geniet, genoot, genoten