staat en macht (personen)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/14

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

vanaf pagina 45 tot en met pagina 71

15 Terms

1
New cards

hendry david thoreau

filosoof en natuuronderzoeker

hij degene waaraan burgerlijke ongehoorzaamheid wordt toegeschreven, hij weigerde belastingen te betalen


doel:  Hij klaagde hiermee de manier aan waarop de Ameri-kaanse staat de First Nations behandelde alsook de oorlogscampagne die de Verenigde Staten voerde tegen Mexico (1846-48) en de daarmee gepaard gaande annexatie van Texas.

reactie: Thoreau bracht in 1846 een nacht door in de gevangenis voor zijn weigering om zijn nalatige belasting te betalen.

tegenreactie: Tijdens een publieke lezing in 1848 verdedigde hij zijn daden en noemde hij het een manier om zijn samenwerking te ontzeggen aan de Amerikaanse staat. Later publiceerde hij over de thematiek On the Duty of Civil Disobedience.

2
New cards

hannah arendt

In Civil Disobedience (2018 [1970]) bekritiseert Arendt het individualisme en het negatieve karakter van Thoreau's actie (het niet betalen van belas-tingen).

  • Ze stelt dat het belangrijk is dat gewetensbezwaarden zich publiek manifesteren, hun dilemma ten aanzien van de wet uitspreken en in dialoog treden met anderen om tot een gedeelde overtuiging te komen. Enkel zo krijgt burgerlijke ongehoorzaamheid een politieke functie en kan zij bijdragen tot wijzigingen in de manier waarop de politieke sturing wordt georganiseerd.


3
New cards

weber: macht en staat

maakte een onderscheidt aan macht en gezag

4
New cards

peter bachrach en moton barats

geven kritiek op de machtsdefinitie van robert dahl

willen meer aandacht voor de manier waarop bias wordt gemobiliseerd

5
New cards

steve lukes

drie gezicht macht

Omwille van de diversiteit aan manieren waarop macht zich manifesteert, stelde Steven Lukes (1974) dat we drie verschillende gezichten van macht moeten onderscheiden:

  1. . Beslissen en bevelen. lemand die de macht heeft, kan een beslissing nemen, kan bevelen dat die beslissing wordt uitgevoerd, en eventueel een straf opleggen aan diegenen die zich daar niet aan houden


  1. Agenda-setting. Het kan echter even belangrijk zijn invloed te hebben op de mate waarin er over thema's gepraat, of niet gepraat, wordt. De buurt-bewoners die voor het eerst suggereerden dat er langzamer gereden zou moeten worden in de straat, hebben in die zin ook een vorm van macht, net zoals de lokale krant die het thema oppikte, waardoor het gemeente-bestuur zich gedwongen voelde iets te doen.


  1. Macht als ideologische hegemonie. Deze vorm van macht is niet zichtbaar, maar des te ingrijpender: in iedere samenleving bestaat er (vaak zeer onbewust) een cultureel kader waarbinnen bepaalde dingen gedacht en gezegd kunnen worden, waarbinnen sommige ideeën en overtuigingen normaal en legitiem zijn en andere niet. Culturele hegemonie komt erop neer dat de bestaande orde niet ter discussie wordt gesteld, maar als vanzelfsprekend wordt geaccepteerd.


6
New cards

michel foucault

daagt misschien nog wel het meest de opvatting uit dat macht enkel of vooral op een top-down manier wordt uitgeoefend.

→Hij stelt dat mensen de neiging hebben om over macht na te denken als een éénrichtingsproces waarbij de oorsprong van machtsuitoefening bij een specifieke bron (de staat, de heersende klasse enzo-voort) kan worden gelegd.

  • maar hij stelt dat macht binnen de maatschappij circuleert en dat het hierdoor onmogelijk is een haarscherp onderscheid te maken tussen machtshebbers en diegenen die onderworpen zijn aan macht.

De machtsrelaties die een maatschappij kenmerken zijn nooit helemaal stabiel:

  • ze lijken slechts stabiel omdat diegenen over wie macht wordt uitgeoefend de onderliggende ideeën en normen onderschrijven die deze machtsverhoudingen rechtvaardigen en er geen expliciet protest tegen aantekenen.

  • hij verwees ook op het belang van discours, of het geheel aan redeneringen waarmee we proberen grip te krijgen op een maatschappelijk onderwerp. Wanneer een discours dominant wordt, bepaalt het ook hoe we naar een onderwerp kijken en wat we als 'waar' beschouwen.

    • Discours staat echter niet op zichzelf: de dominantie van een bepaald discours is afhankelijk van de manier waarop zijn onderliggende ideeën en waarden circuleren en verwoord worden. Elke nieuwe articulatie of verwoording biedt ook de mogelijkheid tot verzet; een mogelijkheid om de onderliggende ideeën van het discours uit te dagen of er een nieuwe invulling aan te geven.

    • Daarom besluit hij dat macht voortdurend circuleert in de maatschappij en niet éénduidig kan worden beschouwd als het attribuut of bezit van een bepaalde groep machtshebbers.


7
New cards

Amartya Sen

een econoom die stelt dat mensen geneigd zijn hun vrijheid op de meest optimale wijze te beleven door al hun capaciteiten te benutten.

Als mensen 'echt vrij zijn zullen ze lezen, cultuur beoefenen, zich bijscholen enzovoort. Het feit dat heel veel mensen dat niet doen,duidt dan ook op dat er van 'echte vrijheid' in die gevallen geen sprake is.

maw Als we de theorie van haar volgen, moeten we dus tot de conclusie komen dat er in alle gevallen waar mensen niet op dergelijke wijze al hun menselijke capaciteiten ontplooien, sprake is van machtsuitoefening, en zelfs van onderdrukking. Ook de onderontwikkeling in de derde wereld is vanuit die optiek een vorm van machtsongelijkheid.

8
New cards

keman

onderscheidde vier stappen in het proces van staatsvorming:

  • Er is ten eerste een concentratie van machtsmiddelen.

    • De overheid beschikt over een geweldig potentieel van geld, middelen, organisatie en expertise, en ze kan die inzetten voor het reguleren van de samenle-ving. In de voorgaande eeuwen hebben 'concurrenten' van de overheid, zoals de kerk of de adel, systematisch machtsmiddelen verloren, waardoor het poli-tieke systeem, veel meer dan voorheen, vrij spel gekregen heeft.

  • De tweede stap is het verwerven van legitimiteit:

    • de overheid dient aanvaard te worden als een geldige gezagsdrager. Ook deze legitimiteit heeft de staat moeten veroveren ten koste van andere bronnen van gezag, zoals lokale elites of de kerk.

  • Ten derde is legitiem staatsgezag in principe ook gedepersonaliseerd.

    • Dit betekent dat de legitimiteit niet langer afhankelijk is van het charisma of de populariteit van één bepaalde leider, maar dat ze wordt bepaald door het geheel van regels en instellingen. Het overlijden of het vervangen van de politieke leider vormt daarom geen probleem: het zijn de instellingen en de procedures zelf die als legitieme machtsbronnen worden ervaren (zie Weber's typologie van gezag).

  • De vierde en laatste fase, ten slotte, is er één van homogenisering:

    • politieke systemen streven ernaar de regels op eenzelfde manier toe te laten passen op het gehele grondgebied. Dat was in het verleden niet het geval: elke streek of stad kon zich beroepen op eigen tradities en rechtssystemen. In de meeste moderne staten is dat niet het geval. Daar gelden de regels onverkort voor het hele grondgebied. Uitzonderingen daarop zijn staten die in hun instellingen ruimte laten voor eigen wetgeving en eventueel ook een eigen rechtssysteem voor deelstaten of gebieden met een bijzonder statuut 


==>Het eindresultaat van deze vier processen is de moderne natiestaat zoals we die nu kennen, die een grote mate van legitimiteit geniet en bijzonder veel machtsmiddelen kan inzetten om zijn regels te laten naleven.


9
New cards

koning john

schonk het document magna carta

  • een aantal fundamentele rechten en vrijheden aan de bevolking, zoals het recht op een gelijke en rechtvaardige behandeling voor de rechtbank


10
New cards

plato: macht en staat

In De Staat beschrijft hij hoe een ideaal politiek systeem eruit zou moeten zien.

  • Plato gelooft in een verre-gaande vorm van arbeidsspecialisatie: op die manier kunnen de specifieke talenten en vaardigheden van iedereen op de meest optimale manier worden ingezet voor het nut van de gehele samenleving.

  • De staat is volgens Plato een organisch geheel. Ondanks het feit dat iedereen een verschillende taak heeft, is het belangrijk dat alle burgers zichzelf zien als onderdeel van een groter geheel, waarin iedereen zijn welbepaalde plaats heeft. Iedereen dient zijn eigen rol op te nemen en zich te gedragen naar de regels en normen van dat geheel.


→Plato pleit dan ook voor een relatief strakke staatsinrichting, waar de vrije wil van de enkeling ondergeschikt is aan het staatsbelang.

  • In De Staat beschrijft hij hoe een ideaal politiek systeem eruit zou moeten zien.

    • Plato gelooft in een verre-gaande vorm van arbeidsspecialisatie: op die manier kunnen de specifieke talenten en vaardigheden van iedereen op de meest optimale manier worden ingezet voor het nut van de gehele samenleving.

    • De staat is volgens Plato een organisch geheel. Ondanks het feit dat iedereen een verschillende taak heeft, is het belangrijk dat alle burgers zichzelf zien als onderdeel van een groter geheel, waarin iedereen zijn welbepaalde plaats heeft. Iedereen dient zijn eigen rol op te nemen en zich te gedragen naar de regels en normen van dat geheel.

       Plato (goddelijke visie, wij moeten ons aanpassen) Op zoek naar perfectie: aardse werkelijkheid als afspiegeling van het perfecte idee. De volmaalye vormen van de vormenwereld (grotmythe)


    •   bestuur : Drie functies: nadenken, handelen en handenarbeid

    •   Arbeidsspecialisatie: iedereen moet zijn talent optimaliseren

      •   Filosofen-heersers: slimme adel die advies geeft aan koning

        •   Zij bepalen hoe de samenleving moet geregeld worden

      •  Soldaten:

        • zijn sterk en dapper en beschermen ons land en onze regels

      •  Gewonde volk:

        • handenarbeid.

    • Plato benadrukt de verantwoordelijkheid en verplichtingen van al deze groepen, ook van de elite. Zij mogen zich niet bezondigen aan persoonlijke verrijking, maar zij moeten zich, geheel onbaatzuchtig, toeleggen op het vinden van het beste bestuur voor de samenleving. Dit concept van de 'onbaatzuchtige elite' die zich opoffert voor het algemeen belang van de bevolking heeft sinds Plato altijd een heel belangrijke rol gespeeld in het westerse conservatieve denken.


11
New cards

aristoteles

Ook Aristoteles (384-322 v. Chr.) beschrijft de politiek als een organisch gegroeid geheel van regels en omgangsvormen. 

  • Aristoteles gaat ervan uit dat een volwaardig menselijk leven slechts mogelijk is binnen een politieke gemeenschap.

  • De mens wordt hier voorgesteld als 'van nature' een politiek wezen. 

    •  'politiek dier' (dit kunnen we echter beter vertalen als 'sociaal wezen'): wat ons onderscheidt van de andere dieren, is ons vermogen om te communiceren en te overleggen met anderen. Aristoteles stelt dat we 'van nature', haast automatisch, geneigd zijn het gezelschap van anderen op te zoeken. Dat uit zich om te beginnen in het zoeken van een partner, waarmee we dan een gezin stichten.

    • We zouden dit een organische visie op de politiek kunnen noemen: ook zonder enige ingreep van buitenaf zouden zich spontaan een politieke samenleving en een politiek systeem ontwikkelen,


Centraal in de filosofie van Aristoteles staat het 'goede leven', of eudaimonia.

  • Het begrip slaat duidelijk niet op een genotzuchtig leven, maar wel op een volwaardig menselijk leven, waarin alle menselijke capaciteiten op een evenwichtige manier tot uiting komen en beleefd worden.

    • Dit impliceert dat iemand die zich alleen met zijn privézaken bemoeit, geen volwaardig leven leidt: we hebben immers het talent of de capaciteit om met anderen te beraadslagen en ons morele oordeelsvermogen verder te oefenen en aan te scherpen, om ons met de publieke zaak in te laten, om toespraken te houden of om recht te spreken.

    • Het is volgens Aristoteles van belang om al die capaciteiten ook te benutten en zo onze morele deugden verder te ontwikkelen.

    •  Opvallend bij deze deugdenethiek is echter dat politiek helemaal geen beperkende rol speelt. Integendeel, politiek stelt ons in staat een echt menselijk leven te leiden en te ontsnappen aan de beperkingen van louter ons privéleven.


Bij Aristoteles overheerst dan ook een ideaal van directe democratie, alle burgers moeten kunnen deelnemen aan publieke deliberaties, en dat is een doel op zich.

  • voorstander van publiek debat. Door met andere burgers te beraadslagen, worden we betere mensen.

  • De polis is bij Aristoteles daarom niet zomaar een stadstaat, maar ook een morele leefgemeenschap en een politieke gemeen-schap.

    • De polis staat voor een trots ideaal van autono-mie en zelfbestuur: de burgers besturen zelf hun stad, zonder inmenging of dwang van buitenaf. Politiek krijgt hier dus een andere invulling dan bij plato


 geen zaak van traditie en hiërarchie, maar het is juist een essentieel onderdeel van ons volwaardig mens-zijn. Zonder politiek leiden we maar een onvolledig bestaan, dat alleen gericht is op privéaangelegenheden of materiële goederen.

  • sommige rechtbanken een volksjury hebben. Een aantal gewone burgers worden door het lot aangeduid om te beslissen of een verdachte al dan niet schuldig is. Dit steunt op het idee dat 'gewone' burgers voldoende morele capaciteiten hebben om een dergelijke zware beslissing te nemen, en dat daarvoor niet noodzakelijk een beroepsrechter nodig is.

Aristoteles was ook de eerste die een typologie maakte van mogelijke staatsvormen

  • indeling op basis van twee criteria: 1) wie oefent de macht uit? en 2) ten gunste van wie wordt de macht uitgeoefend?


<p>Ook Aristoteles (384-322 v. Chr.) beschrijft de politiek als een organisch gegroeid geheel van regels en omgangsvormen.&nbsp;</p><ul><li><p>Aristoteles gaat ervan uit dat een volwaardig menselijk leven slechts mogelijk is binnen een politieke gemeenschap. </p></li><li><p>De mens wordt hier voorgesteld als 'van nature' een politiek wezen.&nbsp;</p><ul><li><p><span style="background-color: transparent; font-size: 1.6rem;">&nbsp;'politiek dier' (dit kunnen we echter beter vertalen als 'sociaal wezen'): wat ons onderscheidt van de andere dieren, is ons vermogen om te communiceren en te overleggen met anderen. Aristoteles stelt dat we 'van nature', haast automatisch, geneigd zijn het gezelschap van anderen op te zoeken. Dat uit zich om te beginnen in het zoeken van een partner, waarmee we dan een gezin stichten.</span></p></li><li><p><span style="background-color: transparent; font-size: 1.6rem;"> We zouden dit een organische visie op de politiek kunnen noemen: ook zonder enige ingreep van buitenaf zouden zich spontaan een politieke samenleving en een politiek systeem ontwikkelen,</span></p></li></ul></li></ul><p></p><p>Centraal in de filosofie van Aristoteles staat het 'goede leven', of eudaimonia.</p><ul><li><p>Het begrip slaat duidelijk niet op een genotzuchtig leven, maar wel op een volwaardig menselijk leven, waarin alle menselijke capaciteiten op een evenwichtige manier tot uiting komen en beleefd worden. </p><ul><li><p>Dit impliceert dat iemand die zich alleen met zijn privézaken bemoeit, geen volwaardig leven leidt: we hebben immers het talent of de capaciteit om met anderen te beraadslagen en ons morele oordeelsvermogen verder te oefenen en aan te scherpen, om ons met de publieke zaak in te laten, om toespraken te houden of om recht te spreken. </p></li><li><p>Het is volgens Aristoteles van belang om al die capaciteiten ook te benutten en zo onze morele deugden verder te ontwikkelen. </p></li><li><p>&nbsp;Opvallend bij deze deugdenethiek is echter dat politiek helemaal geen beperkende rol speelt. Integendeel, politiek stelt ons in staat een echt menselijk leven te leiden en te ontsnappen aan de beperkingen van louter ons privéleven.</p></li></ul></li></ul><p></p><p>Bij Aristoteles overheerst dan ook een ideaal van directe democratie, alle burgers moeten kunnen deelnemen aan publieke deliberaties, en dat is een doel op zich. </p><ul><li><p> voorstander van publiek debat. Door met andere burgers te beraadslagen, worden we betere mensen.</p></li><li><p> De polis is bij Aristoteles daarom niet zomaar een stadstaat, maar ook een morele leefgemeenschap en een politieke gemeen-schap. </p><ul><li><p>De polis staat voor een trots ideaal van autono-mie en zelfbestuur: de burgers besturen zelf hun stad, zonder inmenging of dwang van buitenaf. Politiek krijgt hier dus een andere invulling dan bij plato</p></li></ul></li></ul><p></p><p>&nbsp;geen zaak van traditie en hiërarchie, maar het is juist een essentieel onderdeel van ons volwaardig mens-zijn. Zonder politiek leiden we maar een onvolledig bestaan, dat alleen gericht is op privéaangelegenheden of materiële goederen. </p><ul><li><p> sommige rechtbanken een volksjury hebben. Een aantal gewone burgers worden door het lot aangeduid om te beslissen of een verdachte al dan niet schuldig is. Dit steunt op het idee dat 'gewone' burgers voldoende morele capaciteiten hebben om een dergelijke zware beslissing te nemen, en dat daarvoor niet noodzakelijk een beroepsrechter nodig is.</p></li></ul><p>Aristoteles was ook de eerste die een typologie maakte van mogelijke staatsvormen</p><ul><li><p>indeling op basis van twee criteria: 1) wie oefent de macht uit? en 2) ten gunste van wie wordt de macht uitgeoefend? </p></li></ul><p></p>
12
New cards

augustinus van hippo (mens en samenleving)

vanaf nu in visie ook christendomleer opgenomen

Augustinus van Hippo (354-430) presenteert een veel somberder visie op mens en samenleving.

  • gaat ervan uit dat de mens onvermijdelijk besmet is met de erfzonde, waardoor hij geneigd is het kwade op te zoeken.

  • De 'aardse stad', die door de mens wordt geschapen, kan dus nooit perfect zijn; dit in tegenstelling tot de ‘hemelse stad', die door God werd gebouwd.

    • In de aardse stad dient het bestuur ervoor te zorgen dat de inwoners zich niet overgeven aan idolatrie en zondig gedrag, en daarom is Augustinus voorstan-der van relatief strakke regels.

    • Hoewel Augustinus schrijft dat de kerk zich in principe dient aan te passen aan de wereldlijke macht, is het contrast dat hij maakt tussen de perfecte, goddelijke schepping en de feilbare en gemakkelijk te verleiden mens zo groot, dat zijn werk ook vaak gebruikt is als een pleidooi voor een theocratische staatsordening.


13
New cards

hobbes

contract denker

mensnatuur toestand is uitermate gewelddadig : negatief mensbeeld

  • gaat ervan uit dat mensen 'van nature' geneigd zijn hun eigen belang na te streven, waarbij ze zullen proberen alles wat voor hen onaangenaam is, te vermijden.

  • Solidariteit of een publiek ideaal speelt geen enkele rol in zijn mensbeeld. Volgens Hobbes is de natuurtoestand er één van een eeuwig conflict: 'een oorlog van allen tegen allen' (bellum omnium contra omnes)


Enkel op zoek naar het eigen belang komt men onvermijdelijk in conflict met anderen.

  • In de primitieve samenleving triomfeert de doodsangst: men kan op elk moment het slachtoffer worden van de hebzucht of de uitbreidingsdrang van iemand anders.

  • In een samenleving waarin mensen maximaal gebruik kunnen maken van hun vrijheid bestaat geen enkele vrijheid (paradox): de angst voor je medemens zorgt ervoor dat je jouw leven niet langer vrij invulling kunt geven. Het leven in de natuurtoestand, waarin er nog geen politiek gezag bestaat, wordt door Hobbes samengevat als: 'solitary, poor, nasty, brutish, and short'.


De enige oplossing bestaat er volgens Hobbes in een beroep te doen op rationeel inzicht.

  • Om die permanente oorlog van allen tegen allen te vermijden, is het rationeel om onderling regels vast te leggen over de manier waarop de leden van de samenleving met elkaar om zullen gaan.

  • Om te garanderen dat die regels door iedereen gerespecteerd worden, dragen de burgers de macht binnen de samenleving over aan een soeverein heerser, die de bevoegdheid krijgt degenen die de regels overtreden, te bestraffen.

    • De oorsprong van de staat is hier dus een sociaal contract, en de burgers staan vrijwillig hun soevereiniteit af, uit een welbegrepen eigenbelang. In principe dient de heerser, de Leviathan, zich te houden aan de moraal en aan de wetten, maar omdat het verdwijnen van de Leviathan desastreuze gevolgen zou hebben, gaat Hobbes ervan uit dat alles gedaan moet worden om zijn macht in stand te houden. Zolang de Leviathan erin slaagt de orde te handhaven, moeten de burgers hem dan ook gehoorzamen.


=>Het bewaren van de orde staat dus voorop in de politieke filosofie van Hobbes, en de individuele vrijheid wordt hieraan ondergeschikt gemaakt.

14
New cards

locke

vreedaam en egalitaire natuur toestand : positief mensenbeeld


  •  de mens geschapen naar Gods evenbeeld en beschikken mensen over gelijke vermogens en capaciteiten, waaronder de mogelijkheid tot rationeel denken.

    • Redelijkheid stelt, als een soort wet van de natuur, mensen in staat om relatief vreedzaam met elkaar samen te leven. Vanuit het inzicht dat ze allen relatief gelijk zijn, erkennen mensen namelijk elkaars natuurlijke rechten (waaronder het recht op leven, vrijheid en eigendom) en gaan ze wederzijdse verbintenissen aan, zoals het respecteren van deze rechten. 

‘De natuurstaat wordt beheerst door een natuurwet, waaraan iedereen zich moet houden. De rede, die die wet is, leert de mensheid die haar maar wil raadplegen, dat omdat we allemaal gelijk en onafhankelijk zijn, niemand een ander kwaad mag doen in zijn leven, gezondheid, vrijheid of bezittingen.’

oorlog de uitzondering in Locke's natuurtoestand. (←→ hobbes)

  • vatte natuurtoestand ook niet op als een soort utopie.

    • wel degelijk problemen optreden:

      • mensen kunnen elkaar naar het leven staan, elkaar bedriegen of elkaars eigendom ontnemen. Bij dit soort situaties ervaren mensen heel wat onzeker-heden.

      • Ze kunnen een oproep doen aan anderen om hen bij te staan en te helpen het onrecht ongedaan te maken. Maar ze kunnen anderen niet verplichten om namens hen in te grijpen.


  • Omdat in de natuurtoestand een overkoepelende autoriteit ontbreekt, zijn slachtoffers van een misdrijf zelf verantwoordelijk voor het streven naar rechtvaardigheid of herstel.

  • Slachtoffers zijn echter geneigd om de ernst van een misdrijf hoger in te schatten dan de dader. Dit kan leiden tot onderling conflict.

  • Locke gaat er dan ook van uit dat mensen zich als rationele actoren zullen gedragen en zullen inzien dat het belangrijk is de natuurtoestand te verlaten en zich te onderwerpen aan een overheid.

    • Deze overheid verzekert niet enkel het genot over hun leven, vrijheid en eigendom maar vormt ook een neutrale arbiter die over geschillen kan oordelen en een herstel- of strafmaat kan uitspreken.

    • bepleit Locke geen totale onderwerping van de burger aan de staat.(←→hobben)

      • Integendeel, in lijn met zijn positieve mensbeeld, beklemtoont het belang van de scheiding tussen de publieke en private sfeer; tussen de publieke sfeer waarin burgers elkaar als gelijken ontmoeten (en gebonden zijn aan de regels van de staat) en de private sfeer waarin burgers vrij zijn hun leven zelf invulling te geven


15
New cards

JJ rousseau

positief mensbeeld

  • is de natuurtoestand een moreel neutrale, primitieve maar vreedzame conditie waarin mensen handelen op basis van hun basisnoden (waaronder, een behoefte aan voedsel en huisvesting) en gedreven worden door een streven naar zelfbehoud.

    • Dit laatste instinct wordt echter afgezwakt door een natuurlijk gevoel voor mededogen. Volgens Rousseau verlaten mensen de natuurtoestand als een gevolg van civilisatieprocessen waardoor ze steeds meer op elkaar steunen en behoefte hebben aan een kader dat hun samenleven reguleert.


  • gelooft in het dwingende karakter van de staats-macht. (= hobbes)


  • vat het sociale contract niet op als een éénmalige gebeurtenis waarbij burgers al hun macht aan de machtshebber of overheid overdragen. ←→ hobbes


  • Rousseau introduceerde het idee van de volkssoevereiniteit:

    • het idee dat legitieme macht van onderaf wordt gegeven en berust bij het volk.

    • hij stelde dan ook dat de staat niet aangestuurd mag worden door een alleenheerser. Meer nog, de wil van het volk (de volonté générale) dient de doorslag te geven bij het nemen van politieke beslissingen.

      • Daarom is het belangrijk dat die beslissingen het gevolg zijn van een zo uitgebreid mogelijke publieke deliberatie waarbij het volk zijn gezamenlijke belangen kan ontdekken.

      • beklemtoonde daarbij het belang van con-sensus.

      • de volonté générale namelijk één en ondeelbaar': bij gebrek aan consensus kan men niet spreken van de wil van het volk maar enkel van deelbelangen. Vanuit dezelfde opvatting stelde Rousseau dat de wil van het volk niet vertegenwoordigd kan worden.

        • Vertegenwoordiging betekent namelijk dat de interpretatie van de wil van het volk in handen ligt van de vertegenwoordigers. Dit druist in tegen Rousseau's basisgedachte dat de volonté générale enkel tot uitdrukking kan komen via een zo groot mogelijke deliberatie onder burgers zelf en de gemeenschappelijke visie van alle burgers omvat.


  • beklemtoont het collectieve aspect van volkssoevereiniteit met zijn idee dat de wil van het volk 1 en ondeelbaar is:

    • de wil van het volk kan niet worden gereduceerd tot een optelsom van wat individuen belangrijk vinden (volontés particulières) noch kan hij worden opgevat als een akkoord waarbij de minderheid zich onderwerpt aan de meerderheid.

    • De wil van het volk kan enkel ontdekt worden aan de hand van collectieve processen van deliberatie waarbij burgers de wederzijdse contradicties identificeren tussen hun parti-culiere belangen en deze inruilen voor een gedeelde visie op het algemeen belang.


probleem: Rousseau werd echter ook geconfronteerd met de vraag wat er moet gebeuren als blijkt dat de volonté générale niet terug te brengen valt tot één duidelijke visie. Als het volk vrij mag spreken, blijkt immers al snel dat er vele en ver-schillende en botsende meningen zijn.

  • De moderne democratie, die zich aansluit bij dit contractdenken en bij het idee dat de volonté générale de leidraad van het bestuur moet zijn, moet dan ook een passend antwoord kunnen geven op de vraag hoe met deze verschillen omgegaan wordt.