MM 2B Pr4 en HC6

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/120

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:46 PM on 9/24/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

121 Terms

1
New cards

PR 4. Innervatie

2
New cards

Welke zenuwen treden proximaal eveneens uit de fasciculus medialis?

De n. cutaneus antebrachii medialis en de n. cutaneus brachii medialis.

3
New cards

Welke tak takt af van de n. musculocutaneus en wat is de functie van deze tak?

De n. cutaneus antebrachii lateralis takt af en innerveert de huid van de laterale zijde van de onderarm.

4
New cards

Wat zijn de klinische gevolgen bij uitval van de n. musculocutaneus?

Er is minder flexie in de elleboog mogelijk, minder supinatie mogelijk door uitval van de m. biceps brachii en minder anteflexie in de schouder mogelijk.

5
New cards

Welke gebieden worden algemeen geïnnerveerd door de n. medianus?

De n. medianus zorgt voor de motorische en sensibele innervatie van de ventrale zijde van de onderarm en hand.

6
New cards

Wat ontstaat er bij uitval van de n. medianus boven de mediale epicondyl en onderarm, en wat is de oorzaak hiervan?

Er ontstaat een predikershand; dit hangt samen met de uitval van de flexoren van vingers I-III.

7
New cards

Tussen welke structuren bevindt zich de laterale okselpoort (quadrangular axillary space) en welke structuren lopen hierdoorheen?

Hij bevindt zich tussen de humerus, m. triceps brachii caput longum, m. teres minor en major, en geeft ruimte aan de n. axillaris en a. circumflexa humeri posterior.

8
New cards

Tussen welke structuren bevindt zich de mediale okselpoort (triangular axillary space) en welke structuur is hier zichtbaar?

Hij bevindt zich tussen de m. triceps brachii caput longum, teres minor en major; hier is het verloop van de a. circumflexa scapulae zichtbaar.

9
New cards

Tussen welke structuren bevindt zich de 3e okselpoort en welke structuren lopen hierdoorheen?

Hij bevindt zich tussen de m. teres major, het caput longum en het laterale deel van de m. triceps brachii; hier is het verloop van de n. radialis en a. profunda brachii zichtbaar.

10
New cards

Welke zenuwen takken af van de n. radialis?

De n. cutaneus antebrachii posterior, de n. cutaneus brachii lateralis en de n. cutaneus brachii posterior.

11
New cards

Langs welke structuren verloopt de n. axillaris

Hij verloopt ventraal over de m. subscapularis, loopt caudaal van deze spier samen met de a. circumflexa posterior naar dorsolateraal en ze lopen langs de collum humeri.

12
New cards

Bij welke klinische situaties is het verloop van de n. axillaris langs de collum humeri gevaarlijk?

Bij een schouderluxatie of een fractuur.

13
New cards

Welke tak geeft de n. axillaris af na de okselpoort en wat innerveert deze?

Hij geeft de n. cutaneus brachii lateralis superior af, die het huidgebied aan de laterale zijde van de schouder innerveert.

14
New cards

Wat zijn de symptomen en gevolgen bij uitval van de n. axillaris?

Er kan geen abductie van de schouder plaatsvinden tot 90 graden, er vindt verlies van schoudercontour plaats en men ondervindt sensibele stoornissen aan de laterale zijde van de schouder.

15
New cards

Hoe verloopt de n. medianus?

De n. medianus loopt vanaf de mediale zijde van de arm naar de fossa cubitalis naast de a. brachialis.

16
New cards

Aan welke spieren geeft de n. medianus takken af ter hoogte van de epicondylus medialis humeri?

Aan de oppervlakkige spieren van het voorste compartiment van de onderarm (compartimentum antebrachii anterius/flexorum pars superficialis).

17
New cards

Hoe verloopt de n. medianus door de m. pronator teres?

Hij kruist oppervlakkig de a. ulnaris en gaat tussen het caput humerale en caput ulnare van de m. pronator teres door.

18
New cards

Tussen welke spieren loopt de n. medianus in de onderarm richting de hand?

Tussen de m. flexor digitorum superficialis en m. flexor digitorum profundus.

19
New cards

Hoe verloopt de n. radialis rond de elleboog en welk risico bestaat hier?

De n. radialis loopt lateraal langs de elleboog, rond de epicondylus lateralis humeri, waar hij beschadigd kan raken bij een fractuur op deze locatie.

20
New cards

Onder welke spier vervolgt de n. radialis zijn weg in de onderarm?

Onder de m. brachioradialis.

21
New cards

Wat is het innervatiegebied van de ramus superficialis n. radialis?

innerveert de huid van de dorsale zijde van de boven- en onderarm en innerveert de dorsoradiale zijde van de hand en vingers.

22
New cards

Wat is het verloop en het innervatiegebied van de ramus profundus n. radialis (n. interosseus antebrachii posterior)?

Hij loopt rond het caput radii door de pees van de m. supinator en innerveert de extensoren van de onderarm bij hun oorsprong.

23
New cards

Waarom vallen spieren in het laterale deel van het achterste onderarmcompartiment niet uit bij een caput radii-fractuur?

Omdat hun oorsprong op de distale humerus ligt, terwijl spieren met hun oorsprong op de onderarm wel aangedaan kunnen zijn.

24
New cards

Waarom kunnen vingers III en IV normaal niet individueel worden opgetild als de hand met de palmaire zijde plat op tafel ligt?

Dit komt door de connexus interdentinei tussen de pezen van de m. extensor digitorum.

25
New cards

Onder welke voorwaarde kan de wijsvinger wel individueel worden opgetild vanaf een platte tafel?

Als de m. extensor indicis nog intact is.

26
New cards

Hoe verloopt de n. ulnaris rond de elleboog en welke sensatie treedt hier op bij irritatie?

Hij loopt proximaal en dorsaal langs de epicondylus medialis humeri door de sulcus nervi ulnaris; irritatie staat bekend als het "telefoonbotje"-fenomeen.

27
New cards

Via welke structuur loopt de n. ulnaris van de onderarm naar de hand en wat kan compressie hier veroorzaken?

Via de canalis ulnaris (kanaal van Guyon); compressie kan hier leiden tot een klauwhand.

28
New cards

Via welke ruggenmergsegmenten vindt de innervatie van de onderste extremiteit plaats en waarin reorganiseren deze zich?

Via de nn. spinales L1 t/m S5, die zich reorganiseren in de plexus lumbosacralis.

29
New cards

Hoe verloopt de n. femoralis in de buikholte en hoe treedt hij uit bij het trigonum femorale?

Hij verloopt onder de fascie tussen de m. psoas major en m. iliacus, en treedt uit via de lacuna musculorum (lateraal van de a. femoralis) als rr. cutanei anteriores n. femoralis.

30
New cards

Welk compartiment van het bovenbeen wordt geïnnerveerd door de n. femoralis?

Het voorste compartiment van het bovenbeen (compartimentum femoris anterius/extensorum).

31
New cards

Wat is de anatomische oorsprong en het verloop van de n. saphenus in het bovenbeen?

Het is de voortzetting van de n. femoralis aan de mediale zijde van het bovenbeen onder de m. sartorius, samen met de a. en v. femoralis.

32
New cards

Hoe verlaat de n. saphenus de canalis adductorius en tussen welke spieren loopt hij vervolgens?

Hij verlaat de canalis adductorius via de membrana vasto-adductoria en loopt daarna tussen de m. sartorius en m. gracilis.

33
New cards

Welke huidgebieden worden geïnnerveerd door de n. saphenus?

De mediale zijde van de knie, het onderbeen en de mediale zijde van de voet.

34
New cards

Uit welke twee zenuwdelen bestaat de n. ischiadicus en hoe zijn deze verbonden?

Hij bestaat uit de n. tibialis (mediaal) en de n. fibularis communis (lateraal), verbonden via een bindweefsellaag.

35
New cards

Waar komt de n. ischiadicus vandaan en waar vindt de splitsing in zijn twee takken plaats?

Hij komt onder de m. piriformis vandaan en splitst op wisselende hoogte tussen de regio glutealis en de fossa poplitea.

36
New cards

Wat is de oorzaak en wat zijn de symptomen van het piriformissyndroom?

Een verdikking van de m. piriformis oefent druk uit op de n. ischiadicus, wat leidt tot tintelingen en pijn in de achterkant van de benen.

37
New cards

Welk compartiment van het bovenbeen wordt geïnnerveerd door de n. obturatorius?

Het mediale compartiment van het bovenbeen (compartimentum femoris mediale/adductorum).

38
New cards

Hoe verloopt de n. obturatorius door het bekken naar het bovenbeen?

Hij verloopt langs de onderrand van de linea arcuata naar de canalis obturatorius in het foramen obturatum, en loopt daarna tussen de m. pectineus en m. adductor longus.

39
New cards

Welk huidgebied wordt door de n. obturatorius geïnnerveerd?

De huid aan de mediale zijde van het bovenbeen.

40
New cards

Door welke zenuw wordt het compartimentum femoris anterius / extensorum geïnnerveerd en hoe kan de werking getest worden?

Geïnnerveerd door de n. femoralis (ook de m. pectineus); de werking kan getest worden met de kniepeesreflex.

41
New cards

Door welke zenuw wordt het compartimentum femoris mediale / adductorum geïnnerveerd?

Door de n. obturatorius (die ook de m. pectineus innerveert).

42
New cards

Door welke zenuw wordt het compartimentum femoris posterius / flexorum geïnnerveerd?

Door de n. ischiadicus (die ook de m. piriformis innerveert).

43
New cards

Via welke zenuwstructuur wordt de ventrale zijde van de heup geïnnerveerd?

Via de plexus lumbalis.

44
New cards

Welke zenuwen innerveren de dorsolaterale zijde van de heup en welke spieren betreft dit?

De n. gluteus superior (m. gluteus medius, minimus en m. tensor fasciae latae) en de n. gluteus inferior (m. gluteus maximus).

45
New cards

Via welke structuur wordt de pelvitrochanterische heupregio geïnnerveerd?

Via de plexus sacralis.

46
New cards

Hoe verloopt de n. fibularis (peroneus) communis rond de knie en het caput fibulae?

Hij loopt langs de laterale zijde van de knie, mediaal van de pees van de m. biceps femoris, wikkelt zich caudaal van de insertie om het caput fibulae en verdwijnt onder de origo van de m. fibularis longus.

47
New cards

In welke twee takken splitst de n. fibularis communis zich?

In de n. fibularis (peroneus) profundus en de n. fibularis (peroneus) superficialis.

48
New cards

Welke spieren en huidgebieden worden geïnnerveerd door de n. fibularis superficialis?

Hij innerveert de spieren van het laterale compartiment van het onderbeen (compartimentum cruris laterale/fibularium/peroneorum) en de huid van de voetrug en rugzijde van digiti I t/m IV.

49
New cards

Tussen welke spieren verloopt de n. fibularis superficialis in het onderbeen?

Hij loopt dorsaal van de m. extensor digitorum longus en vervolgt zijn weg tussen de m. fibularis longus en m. fibularis brevis.

50
New cards

Welke spieren worden geïnnerveerd door de n. fibularis profundus?

De spieren van het voorste compartiment van het onderbeen (compartimentum cruris anterius/extensorum: m. tibialis anterior, m. extensor hallucis longus, en m. extensor digitorum longus).

51
New cards

Hoe verloopt de n. fibularis profundus in het onderbeen en op de voet?

In het onderbeen loopt hij naast de a. tibialis anterior (tussen m. tibialis anterior en m. extensor hallucis/digitorum longus), en op de voet direct lateraal van de a. dorsalis pedis.

52
New cards

Tot welk motorisch verschijnsel leidt uitval van de n. fibularis profundus en hoe wordt dit getest?

Verlamming van de spieren verantwoordelijk voor dorsaalflexie van de voet; dit kan getest worden door de patiënt op de hakken te laten lopen.

53
New cards

Welk specifiek huidgebied wordt door de laatste tak van de n. fibularis profundus geïnnerveerd?

Het gebied tussen digitus pedis I en II (het teenslippergebied).

54
New cards

Welke specifieke oorzaken kunnen beschadiging van de n. fibularis profundus veroorzaken?

Een te strak geplaatst gips (met compressie ter hoogte van het caput fibulae), een fractuur van het caput fibulae, of gebruik van een steunbeen tijdens een operatie.

55
New cards

Hoe verloopt de n. tibialis in de fossa poplitea?

Hij verloopt oppervlakkig van de a. en v. poplitea, tussen de m. biceps femoris enerzijds en m. semitendinosus en m. semimembranosus anderzijds.

56
New cards

Welk compartiment en welke functie heeft de n. tibialis in het onderbeen, en hoe wordt dit klinisch getest?

Hij innerveert het compartimentum cruris posterius / flexorum (zorgt voor plantairflexie); dit wordt getest door op de tenen te laten lopen.

57
New cards

Met welke reflex wordt de werking van de m. flexorum pars superficialis / gastrocnemialis / tricipitalis getest?

Met de achillespeesreflex.

58
New cards

Hoe verloopt de n. tibialis ten opzichte van de malleolus medialis?

Hij verloopt naast de a. tibialis posterior dorsaal van de malleolus medialis.

59
New cards

Hoe ontstaat de n. suralis en wat is het klinische effect bij uitval?

Hij ontstaat uit de samenkomst van de n. cutaneus surae medialis en n. cutaneus surae lateralis; het is een huidzenuw, dus uitval geeft alleen sensibiliteitsverlies in onderbeen, laterale voetrand en hiel.

60
New cards

Welke zenuw innerveert het compartimentum cruris anterius / extensorum?

De n. fibularis / peroneus profundus.

61
New cards

Welke zenuw innerveert het compartimentum cruris laterale / fibularium / peroneorum?

De n. fibularis / peroneus superficialis.

62
New cards

Welke zenuw innerveert het compartimentum cruris posterius / flexorum?

De n. tibialis.

63
New cards

HC 6. Plexusvorming

64
New cards

Uit welke twee hoofdonderdelen bestaat het perifere zenuwstelsel en wat vormt het centrale zenuwstelsel?

Het perifere zenuwstelsel bestaat uit de hersenzenuwen en nervi spinales; het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg (inclusief de motorcortex).

65
New cards

Waar bevindt zich exact de anatomische overgang van het centrale naar het perifere zenuwstelsel voor wat betreft motorische neuronen?

In de motorische voorhoorn van het ruggenmerg, specifiek in de ventrale hoorn (de motorneuronen in de ventrale hoorn behoren tot het perifeer zenuwstelsel).

66
New cards

Op welk anatomisch punt vangt het perifere zenuwstelsel aan?

Op de plek waar de zenuwen uit het ruggenmerg treden.

67
New cards

Uit welke twee weefseltypen is het segmentale ruggenmerg opgebouwd en wat bevatten zij?

Grijze stof (bevat de cellichamen van neuronen) en witte stof (bevat de axonen).

68
New cards

Wat is het verschil in functie en inhoud tussen de radix dorsalis en radix ventralis?

Radix dorsalis voert sensibele informatie aan en bevat een spinaal ganglion met cellichamen van sensibele neuronen; radix ventralis voert motorische informatie af.

69
New cards

Wat ontstaat er door de vereniging van de radix dorsalis en radix ventralis, waar verlaat deze het wervelkanaal en welk type informatie bevat deze?

De nervus spinalis (spinale zenuw), die het wervelkanaal verlaat via het foramen intervertebrale en zowel motorische als sensibele informatie bevat.

70
New cards

In welke twee takken splitst de spinale zenuw zich direct en wat zijn hun respectievelijke innervatiegebieden?

Ramus dorsalis (motorische en sensibele innervatie van intrinsieke rugspieren en huid van de rug) en ramus ventralis (motorische en sensibele innervatie van spieren en huid van de extremiteiten).

71
New cards

Wat is de truncus sympathicus, waar bevindt deze zich en met welke spinale zenuwsegmenten heeft deze een directe aansluiting?

De grensstreng is een onderdeel van het orthosympathische autonome zenuwstelsel gelegen naast het ruggenmerg; de spinale zenuwen van Th1 tot L1/L2 hebben hierop een directe aansluiting.

72
New cards

Wat is de anatomische definitie van een motorunit en hoeveel motorneuronen sturen één motorunit aan?

Een motorunit is een groep spiervezels binnen een spier die wordt aangestuurd door exact één motorneuron.

73
New cards


Omdat een spier door een groot aantal verschillende motorneuronen wordt geïnnerveerd, veroorzaakt het uitvallen van één motorneuron slechts het verlies van een klein deel van de totale spierfunctie.

74
New cards

Hoe beïnvloedt de embryonale uitgroei van segment C7 de omliggende ruggenmergsegmenten bij het ontstaan van de armdermatomen?

Doordat segment C7 naar links en rechts uitgroeit, trekt het de verbonden segmenten C6 en C8 mee, evenals gedeeltelijk C5 en T1.

75
New cards

Met welk ruggenmergsegment correspondeert de duim en met welk segment de laterale bovenarm?

De duim correspondeert met C6; de laterale bovenarm correspondeert met C5.

76
New cards

Uit hoeveel segmenten is de bovenste extremiteit opgebouwd en uit welk embryonaal weefsel ontstaan de myotomen?

Uit vijf segmenten (C5-T1); de myotomen ontstaan uit het plaatmesoderm.

77
New cards

Naar welke zijde van het segment migreren de myotomen en tot welke functionele spiergroepen ontwikkelen deze zich?

Van elk segment migreert één myotoom naar ventraal (vormt de flexoren) en één myotoom naar dorsaal (vormt de extensoren).

78
New cards

Hoe zijn de motorneuronen in de ventrale hoorn georganiseerd ten opzichte van de dorsale en ventrale spiergroepen?

De neuronen die de dorsale spieren aansturen liggen op een andere fysieke plek in de ventrale hoorn dan de neuronen die de ventrale spieren aansturen.

79
New cards

Wat is de definitie van een dermatoom en hoe is de neuronale verbinding met de huid georganiseerd?

Een dermatoom is het huidgebied dat geënnerveerd wordt door de gezamenlijke sensibele vezels van één spinaal segment (waarbij één uitloper van een sensibel neuron via axonen verbonden is met kleine stukjes huid).

80
New cards

Wat is de definitie van een myotoom?

Een myotoom is de verzameling spieren die door de motorische vezels van één spinaal segment worden aangestuurd.

81
New cards

Welk huidgebied en welke motorische functie (samen met C7) behoren bij het segment C8?

Dermatoom C8 omvat het huidgebied van de pink; myotoom C8 draagt bij aan de beweging van polsflexie.

82
New cards

Wat is het proces van plexusvorming en wat is het doel van deze embryonale reorganisatie?

Plexusvorming is het hergroeperen van gesplitste vezels uit spinale zenuwen met vezels uit andere spinale zenuwen tot perifere zenuwen, om een complex en functioneel innervatienetwerk te vormen.

83
New cards

Wat zijn de twee grote en belangrijke plexi in het menselijk lichaam?

De plexus brachialis en de plexus lumbosacralis.

84
New cards

Waarom verschilt het patroon van uitvalsverschijnselen bij een laesie van een spinale zenuw vergeleken met een laesie in een deel van een plexus?

Omdat een perifere zenuw uit een plexus vezels bevat van meerdere spinale zenuwen; uitval op spinal niveau geeft daardoor een ander dermatomatoom/myotoom patroon dan uitval in een specifieke plexus-tak.

85
New cards

Waar bevindt zich de plexus brachialis voornamelijk en welke twee klinische delen worden onderscheiden?

Zij ligt grotendeels in de halsregio en wordt onderverdeeld in het supraclaviculaire deel (innerveert de schoudergordel) en het infraclaviculaire deel (verloopt naar arm en hand).

86
New cards

Welke vijf spinale zenuwsegmenten vormen de plexus brachialis?

C5, C6, C7, C8 en Th1.

87
New cards

Hoe worden de drie trunci van de plexus brachialis gevormd uit de spinale zenuwen C5 tot Th1?

C5 en C6 vormen de truncus superior; C7 vormt de truncus medius; C8 en Th1 vormen de truncus inferior.

88
New cards

Hoe verdelen de trunci zich in fasciculi en wat is hun functionele innervatiedoel (dorsaal vs. ventraal)?

De trunci verdelen zich in één dorsaal deel (fasciculus posterior, innerveert dorsale/extensor spieren) en twee ventrale delen (fasciculus lateralis en medialis, innerveren ventrale/flexor spieren).

89
New cards

Welke twee zenuwen ontspringen uit de fasciculus posterior?

De n. axillaris en de n. radialis.

90
New cards

Welke zenuwen ontspringen uit de fasciculus lateralis en fasciculus medialis?

Uit de fasciculus lateralis ontstaat de n. musculocutaneus en een tak voor de n. medianus; uit de fasciculus medialis ontstaat de n. ulnaris en een tak die samen met de tak van de fasciculus lateralis de n. medianus vormt.

91
New cards

Kan een laesie in de truncus superior leiden tot uitval van de n. medianus?

Nee, want de n. medianus heeft geen oorsprong in de truncus superior.

92
New cards

Welke drie perifere zenuwen innerveren de spieren van de ventrale divisie van de arm?

N. musculocutaneus, n. ulnaris en n. medianus.

93
New cards

Welke twee perifere zenuwen innerveren de spieren van de dorsale divisie van de arm?

N. radialis en n. axillaris.

94
New cards

Wat zijn de segmentale oorsprong, geïnnerveerde spieren, functies en het dermatoom van de n. musculocutaneus?


• m. brachialis

• m. biceps brachii

• m. coracobrachialis

• Flexie van de arm

• Adductie van de arm

• Flexie van de onderarm

• Supinatie van de onderarm

Laterale huidgebied van de onderarm


95
New cards

Wat zijn de segmentale oorsprong, geïnnerveerde spieren en functies van de n. ulnaris?


• m. abductor digiti minimi

• m. adductor pollicis

• m. flexor carpi ulnaris

• m. flexor digitorum profundus

 

• Flexie van de pols

• Flexie van de vingers (mediaal)

• Abductie van de vingers (mediaal)

• Adductie van de vingers (mediaal)

 

Ulnaire zijde hand, digitus V en helft digitus IV

96
New cards

Wat zijn de segmentale oorsprong, geïnnerveerde spieren en functies van de n. medianus?


• m. flexor carpi radialis

• m. flexor digitorum superficialis

• m. palmaris longus

• m. pronator teres

• m. flexor pollicis brevis

• m. flexor pollicis longus

• m. abductor pollicis brevis 

 

• Flexie van de pols

• Flexie van de vingers (lateraal)

• Oppositie van de duim

 

Ventrale hand/vingers I t/m III en radiale helft IV

 

97
New cards

Wat zijn de segmentale oorsprong, geïnnerveerde spieren en functies van de n. radialis?

• m. flexor carpi radialis

• m. flexor digitorum superficialis

• m. palmaris longus

• m. pronator teres

• m. flexor pollicis brevis

• m. flexor pollicis longus

• m. abductor pollicis brevis


• Flexie van de pols

• Flexie van de vingers (lateraal)

• Oppositie van de duim

Ventrale hand/vingers I t/m III en radiale helft IV

98
New cards

Wat zijn de segmentale oorsprong, geïnnerveerde spieren en functies van de n. axillaris?

• m. deltoideus

• m. teres minor

• Abductie van de arm bij de schouder

• Exorotatie van de arm

Laterale zijde van de schouder

99
New cards

Wat is de invloed van de anatomische hoogte van een zenuwlaesie (proximaal vs. distaal) op het aantal uitvallende spieren?

Bij proximale schade valt een groot aantal spieren uit (soms bijna allemaal); bij een meer distale doorsnijding blijven meer spieren intact omdat hun origo/innervatietak proximaal van de laesie ligt.

100
New cards

Wat is de definitie van een radiculopathie en wat is een veelvoorkomende mechanische oorzaak?

Een aandoening van een spinale zenuwwortel (radix) door compressie of irritatie, vaak veroorzaakt door een hernia nuclei pulposi (uitpuilende tussenwervelschijf).