1/11
22/10/2026
le GSM - le smartphone
de gsm - de smartphone
téléphoner à qqn (COI) / appeler qqn (COD)
iemand bellen
passer un coup de fil à qqn
een telefoontje doen naar iemand
avoir du réseau, de la 5G
bereik, 5G hebben
avoir le mot de passe pour le wifi
het paswoord voor de wifi hebben
enregistrer un nouveau contact
een nieuw contact opslaan
recharger son gsm - le chargeur
zijn gsm opladen - de lader
la géolocalisation
de geolocatie
une appli(cation)
een app
J’enregistre le numéro du coach comme nouveau contact dans mon GSM.
Ik sla het nummer van de coach als nieuw contact op in mijn GSM.
Pour utiliser la 5G ou le wifi, je dois entrer le mot de passe.
Om 5G of wifi te gebruiken, moet ik het wachtwoord invoeren.
Je dois recharger mon GSM, mais j’ai oublié mon chargeur à la maison.
Ik moet mijn gsm opladen, maar ik ben mijn oplader thuis vergeten.