Geschiedenis: Regeren in Nederland en De Eerste Wereldoorlog

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/40

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Oefenvragen en antwoorden over het bestuur in Nederland (vertrouwensregel, kiesrechtstrijd, verzuiling en feminisme) en de oorzaken, het verloop en de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog.

41 Terms

1
New cards

Wat houdt de vertrouwensregel in die na het politieke conflict in de jaren 1866–1867 ontstond?

Ministers kunnen alleen regeren zolang zij het vertrouwen hebben van de Tweede Kamer; de koning kan geen eigen 'koninklijk kabinet' handhaven tegen de wens van het parlement.

2
New cards

Wat is het verschil tussen een koninklijk kabinet en een parlementair kabinet?

In een koninklijk kabinet kiest de koning zelf zijn ministers, terwijl in een parlementair kabinet het kabinet wordt samengesteld volgens de voorkeur van het parlement (de Tweede Kamer).

3
New cards

Wat hield het censuskiesrecht volgens de grondwet van 1848 in?

Alleen mannen die voldoende belasting betaalden (de census), kregen kiesrecht en mochten stemmen.

4
New cards

Waarom wilde Thorbecke het kiesrecht na 1848 niet meteen aan alle mannen geven?

Hij vond dat mensen die niet konden lezen of schrijven geen verstand van politiek konden hebben, waardoor er eerst beter onderwijs moest komen voordat kiesrecht werd uitgebreid.

5
New cards

Waarom werd de kiesrechtbepaling in de grondwet van 1887 het 'caoutchouc-artikel' genoemd?

Omdat kiesrecht werd toegekend aan wie 'geschikt' was; dit begrip was erg rekbaar, net als caoutchouc (rekbaar rubber).

6
New cards
<p>Welke vijf categorieën kiezers ontstonden er door de uitwerking van het caoutchouc-artikel?</p>

Welke vijf categorieën kiezers ontstonden er door de uitwerking van het caoutchouc-artikel?

De spaarbankkiezer, de examenkiezer, de belastingkiezer, de huurkiezer en de loonkiezer.

7
New cards

Wat was de kern van de schoolstrijd tussen de liberalen en de gelovigen?

De overheid betaalde openbare scholen, maar strenggelovige protestanten en rooms-katholieken wilden dat de overheid ook hun eigen bijzondere scholen zou financieren.

8
New cards

Welke twee grote maatschappelijke kwesties werden met de grondwetswijziging van 1917 opgelost?

De kiesrechtstrijd (invoering van algemeen kiesrecht voor mannen) en de schoolstrijd (financiële gelijkstelling van het bijzonder onderwijs aan het openbaar onderwijs).

9
New cards

Wat is het verschil tussen het districtenstelsel en evenredige vertegenwoordiging?

In een districtenstelsel wint in elk district de grootste partij de Kamerzetel en vervallen de overige stemmen; bij evenredige vertegenwoordiging worden alle landelijke stemmen opgeteld en krijgt een partij naar verhouding van het percentage stemmen zetels.

10
New cards

Waarom ontstonden er in Nederland politieke partijen toen het kiesrecht werd uitgebreid?

Doordat er steeds meer kiezers bijkwamen, konden kiezers de kandidaten niet meer persoonlijk kennen en dienden partijprogramma's om te laten zien waar kandidaten voor stonden.

11
New cards

Wat waren de belangrijkste politieke uitgangspunten van de liberalen (zoals de Vrijheidsbond)?

Individuele vrijheid (grondrechten), democratie (rechten van het parlement), lage belastingen en een vrije markt waarin de overheid geen voorschriften oplegt aan ondernemers.

12
New cards

Welke twee confessionele partijen ontstonden er en wat was hun belangrijkste uitgangspunt?

De Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP) en de protestantse Anti-Revolutionaire Partij (ARP); zij wilden dat de politiek uitging van regels uit de Bijbel.

13
New cards

Wie was Abraham Kuyper en wie bedoelde hij met de term 'kleine luyden'?

Hij was de protestantse partijleider van de ARP; met 'kleine luyden' bedoelde hij de gelovige middengroepen zoals winkeliers en ambachtslieden.

14
New cards

Welke rol speelde Herman Schaepman in de Nederlandse politiek?

Hij was partijleider van de rooms-katholieke RKSP en tevens rooms-katholiek priester.

15
New cards

Wat was het hoofddoel van de socialisten (SDAP) en wat ondernam Pieter Jelles Troelstra in 1918?

Zij streefden naar een eerlijke herverdeling van rijkdom en het maken van fabrieken tot staatseigendom; partijleider Troelstra probeerde in 1918 tevergeefs via een revolutie de macht te grijpen.

16
New cards

Wat wordt bedoeld met het verschijnsel 'verzuiling' in Nederland?

De opsplitsing van de samenleving in gescheiden levensbeschouwelijke groepen (zuilen), met ieder hun eigen organisaties zoals partijen, kranten, vakbonden, sportclubs en ziekenhuizen.

17
New cards

Welke historische betekenis had Aletta Jacobs in 1871?

Zij vroeg en kreeg toestemming van minister Thorbecke om als eerste vrouw in Nederland aan de universiteit te studeren, waarmee zij de eerste vrouwelijke arts werd.

18
New cards

Wie was Wilhelmina Drucker en waar zette zij zich voor in?

Zij was een vooraanstaande feministe, schrijfster en activiste die de Vrije Vrouwenvereniging oprichtte en streed voor gelijke rechten en kiesrecht voor vrouwen.

19
New cards

Wanneer kregen vrouwen in Nederland passief kiesrecht en wanneer actief kiesrecht?

Vrouwen kregen in 1917 passief kiesrecht (het recht om gekozen te worden) en in 1919 actief kiesrecht (het recht om zelf te stemmen), wat in 1922 voor het eerst werd toegepast.

20
New cards

Wat werd aangeduid met 'de sociale kwestie'?

De grote armoede, slechte woonomstandigheden, lage lonen en kinderarbeid onder fabrieksarbeiders als gevolg van de opkomende industrialisatie.

21
New cards

Wat was het 'Kinderwetje van Van Houten' (1874) en hoe kwam het tot stand?

Het was de eerste sociale wet van Nederland, ingediend via het recht van initiatief door Samuel van Houten tegen kinderarbeid, maar door amendementen van andere Kamerleden sterk afgezwakt.

22
New cards

Welke sociale wetten werden rond 1900 aangenomen en wat regelden ze?

De Armenwet (steun door kerk/familie, pas in uiterste nood overheid), de Ongevallenwet (verzekering bij bedrijfsongevallen) en de Woningwet (zorg voor behoorlijke arbeiderswoningen).

23
New cards

Welke economische functies hadden koloniën in het tijdperk van het modern imperialisme?

Koloniën dienden als leverancier van goedkope grondstoffen voor de Europese industrie en als afzetmarkt voor afgewerkte industriële producten (zoals textiel).

24
New cards

Waarom werd de periode tussen 1870 en 1914 in Europa ook wel 'de mooie tijd' genoemd?

Vanwege de snelle vooruitgang en uitvindingen zoals elektrisch licht, films in bioscopen, stoomschepen, toerisme en een toenemend welvaartsgevoel.

25
New cards

Welk bouwwerk werd voor de wereldtentoonstellingen in Parijs neergezet als symbool van de moderne techniek?

De Eiffeltoren, gebouwd voor de wereldtentoonstellingen van 1889 en 1900 als hoogste toren ooit.

26
New cards

Wat was de directe aanleiding van de Eerste Wereldoorlog in juni 1914?

De moordaanslag op de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand in Sarajevo door de Servische nationalist Gavrilo Princip van de Zwarte Hand.

27
New cards

Welke diepere oorzaken lagen ten grondslag aan de Eerste Wereldoorlog?

Nationalisme, militarisme, de industriële bewapeningswedloop, bondgenootschappen, modern imperialisme en wederzijdse vijandbeelden.

28
New cards

Wat houdt het begrip 'militarisme' in?

Het bewonderen, opkijken naar en verheerlijken van militaire zaken, zoals wapens, uniformen, parades en het leger.

29
New cards

Welke twee grote militaire machtsblokken stonden in 1914 tegenover elkaar in Europa?

De Geallieerden (met onder meer Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland) en de Centralen (met onder meer Duitsland en Oostenrijk-Hongarije).

30
New cards
<p>Wat hield het Duitse Von Schlieffenplan in?</p>

Wat hield het Duitse Von Schlieffenplan in?

Een aanvalsplan van generaal Alfred von Schlieffen om de Franse grensverdediging te omzeilen via een grote bocht door neutraal België en Luxemburg om Parijs snel in te nemen.

31
New cards

Waarom liep de strijd aan het westfront uit op een loopgravenoorlog?

Omdat verdedigers zich ingroeven over honderden kilometers en aanvallers over open terrein massaal werden neergeschoten door artillerie en moderne machinegeweren.

32
New cards

Waarom wordt de Eerste Wereldoorlog een 'totale oorlog' genoemd?

Omdat de gehele bevolking en samenleving meehielpen of de gevolgen merkten, onder meer via dienstplicht, fabrieksarbeid door vrouwen, propaganda, censuur en stedelijke verwoestingen.

33
New cards

Welke ingrijpende verandering vond plaats aan het oostfront in het jaar 1917?

In Rusland brak een revolutie uit waarbij de tsaar werd afgezet en de communisten de macht grepen; zij sloten vrede met Duitsland, waardoor Duitsland soldaten naar het westen kon verplaatsen.

34
New cards

Waarom verklaarde de Amerikaanse president in 1917 Duitsland de oorlog?

Vanwege de Duitse 'onbeperkte duikbootoorlog', waarbij Duitse onderzeeërs ook neutrale Amerikaanse schepen en passagiersschepen torpedeerden.

35
New cards

Waarom kon Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal blijven?

Omdat het Duitse leger bij het uitvoeren van het Von Schlieffenplan niet door Nederlands-Limburg trok, maar uitsluitend door België oprukte.

36
New cards

Hoeveel Belgische vluchtelingen kwamen na het uitbreken van de oorlog in 1914 naar Nederland?

Ongeveer één miljoen Belgische vluchtelingen zochten toevlucht in Nederland, dat zelf destijds circa 6 miljoen inwoners telde.

37
New cards

Wat was de zogeheten 'Dodendraad' die vanaf 1915 functioneerde?

Een door Duitsers gebouwde prikkeldraadversperring langs de Belgisch-Nederlandse grens met een dodelijke elektrische spanning van 2000 volt2000\text{ volt}, bedoeld om berichtenverkeer en smokkel te beletten.

38
New cards

Welke maatregelen nam de Nederlandse regering om de schaarste aan goederen tijdens de oorlog te beheersen?

Zij voerde een distributiestelsel in met bonnen voor goederen en liet standaard merkloze producten maken, zoals 'distributie-koffie' en 'eenheidsworst'.

39
New cards

Welke strafbepalingen werden Duitsland opgelegd in de Vrede van Versailles (1919)?

Duitsland moest gebieden en alle koloniën afstaan, mocht slechts een heel klein leger behouden, mocht bepaalde zones niet militair bemannen en werd verplicht tot enorme herstelbetalingen.

40
New cards

Wat gebeurde er met het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije na afloop van de Eerste Wereldoorlog?

Het keizerrijk viel uiteen: Oostenrijk en Hongarije werden aparte staten, Tsjecho-Slowakije werd gesticht en gebieden als Slovenië, Kroatië en Bosnië werden met Servië samengevoegd tot Joegoslavië.

41
New cards

Wat was het doel van de Volkenbond (League of Nations) en waarom werd het geen succes?

Het doel was internationale ruzies voortaan vreedzaam via onderhandelingen op te lossen; het werd geen succes omdat grote landen, waaronder de Verenigde Staten zelf, geen lid werden.