Pedicure anatomie fysiologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/99

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:00 AM on 9/28/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

100 Terms

1
New cards

Wat is een gewricht?

A. Een verbinding tussen twee spieren

B. Een verbinding tussen twee beenderen

C. Een verbinding tussen een spier en een pees

D. Een verbinding tussen twee zenuwen

B Een verbinding tussen twee beenderen.

2
New cards

Waardoor worden beenderen bewogen?

A. Gewrichtsbanden

B. Kraakbeen

C. Spieren

D. Slijmbeurzen

C Spieren.

3
New cards

Wat houdt de botdelen bij elkaar?

A. Kapsels en banden

B. Zenuwen

C. Slijmbeurzen

D. Bloedvaten

A. Kapsels en banden

4
New cards

Wat is een straf gewricht?

A. Een zeer beweeglijk gewricht

B. Een draaiend gewricht

C. Een beperkt beweeglijk gewricht

D. Een gewricht zonder botten

Een beperkt beweeglijk gewricht

5
New cards

Wat is een voorbeeld van een straf gewricht?

A. Schouder

B. SI-gewricht

C. Elleboog

D. Heup

B. SI-gewricht

6
New cards

Waar ligt het SI-gewricht?

A. Tussen dijbeen en scheenbeen

B. Tussen heiligbeen en darmbeen

C. Tussen kuitbeen en scheenbeen

D. In de voet

B. Tussen heiligbeen en darmbeen



7
New cards

Wat doet gewrichtskraakbeen?

A. Bloed produceren

B. Spieren verbinden

C. Wrijving verminderen

D. Zenuwen aansturen

C. Wrijving verminderen

8
New cards

Wat doet een slijmbeurs?

A. Wrijving verminderen

B. Botten verbinden

C. Spierkracht produceren

D. Zenuwen beschermen

A. Wrijving verminderen

9
New cards

Welk gewricht heeft een eivormige kop?

A. Kogelgewricht

B. Scharniergewricht

C. Eiergewricht

D. Zadelgewricht

C. Eiergewricht

10
New cards

Waar zit een eiergewricht?

A. Bij de basis van een vinger

B. In de elleboog

C. In de schouder

D. Bij het SI-gewricht

A. Bij de basis van een vinger



11
New cards

Welk gewricht beweegt in alle richtingen?

A. Scharnier

B. Kogel

C. Straf

D. Rol

B. Kogel

12
New cards

Wat is een kogelgewricht?

A. Elleboog

B. Knie

C. Schouder

D. Enkel

C. Schouder

13
New cards

Wat maakt het draaien van je hoofd mogelijk?

A. Draaigewricht

B. Zadelgewricht

C. Scharniergewricht

D. Eiergewricht

A. Draaigewricht

14
New cards

Wat maakt het draaien van de onderarm mogelijk?

A. Kogelgewricht

B. Rolgewricht

C. Zadelgewricht

D. Straf gewricht

B. Rolgewricht

15
New cards

Welk gewricht beweegt voornamelijk in één richting?

A. Kogel

B. Ei

C. Scharnier

D. Zadel

C. Scharnier

16
New cards

Wat is een scharniergewricht?

A. Schouder

B. Heup

C. Elleboog

D. Duimbasis

C. Elleboog

17
New cards

Waar zit een zadelgewricht?

A. Duimbasis

B. Knie

C. Enkel

D. Nek

A. Duimbasis

18
New cards

Om hoeveel assen beweegt een zadelgewricht?

A. Eén

B. Twee

C. Drie

D. Vier

B. Twee

19
New cards

Hoeveel beenderen heeft één voet?

A. 24

B. 25

C. 26

D. 28

C. 26

20
New cards

Hoeveel voetwortelbeentjes zijn er?

A. 5

B. 7

C. 12

D. 14

B. 7



21
New cards

Hoeveel middenvoetsbeentjes zijn er?

A. 4

B. 5

C. 7

D. 14

B. 5

22
New cards

Hoeveel teenkootjes zijn er?

A. 10

B. 12

C. 14

D. 16

C. 14

23
New cards

Hoeveel kootjes heeft de grote teen?

A. 1

B. 2

C. 3

D. 4

B. 2

24
New cards

Hoeveel kootjes heeft elk van de overige tenen?

A. 1

B. 2

C. 3

D. 4

C. 3

25
New cards

Wat is het grootste voetwortelbeen?

A. Sprongbeen

B. Hielbeen

C. Scheepvormig been

D. Dobbelsteenbeen

B. Hielbeen

26
New cards

Welke pees hecht aan het hielbeen?

A. Kniepees

B. Achillespees

C. Hamstringpees

D. Dijbeenpees

B. Achillespees

27
New cards

Wat voor beenderen zijn voetwortelbeentjes?

A. Hol

B. Plat

C. Onregelmatig en massief

D. Sesambeenderen

C. Onregelmatig en massief

28
New cards

Hoe zijn de meeste voetwortelbeentjes verbonden?

A. Kogelgewricht

B. Straf gewricht

C. Zadelgewricht

D. Eiergewricht

B. Straf gewricht

29
New cards

Welk gewricht vormen teenkootjes onderling?

A. Scharnier

B. Kogel

C. Zadel

D. Draai

A. Scharnier

30
New cards

Wat doen ligamenten?

A. Bloed toevoeren

B. Beenderen verbinden en verstevigen

C. Gewrichtsvloeistof produceren

D. Spieren laten groeien

B. Beenderen verbinden en verstevigen



31
New cards

Welke vier beenderen noemt de lesstof bij het been?

A. Dijbeen, scheenbeen, kuitbeen, knieschijf

B. Dijbeen, hielbeen, kuitbeen, heupbeen

C. Scheenbeen, kuitbeen, sprongbeen, hielbeen

D. Dijbeen, darmbeen, heiligbeen, knieschijf

A. Dijbeen, scheenbeen, kuitbeen, knieschijf

32
New cards

Wat is de Latijnse naam van het kuitbeen?

A. Tibia

B. Femur

C. Fibula

D. Patella

C. Fibula

33
New cards

Waar ligt het kuitbeen?

A. Binnenzijde onderbeen

B. Buitenzijde onderbeen

C. Voorzijde bovenbeen

D. Achter knieschijf

B. Buitenzijde onderbeen


34
New cards

Vraag 34. Welk bot vormt de buitenenkel?

A. Scheenbeen

B. Dijbeen

C. Kuitbeen

D. Hielbeen

C. Kuitbeen

35
New cards

Wat is de Latijnse naam van het scheenbeen?

A. Tibia

B. Fibula

C. Femur

D. Patella

A. Tibia

36
New cards

Welk bot vormt de binnenenkel?

A. Kuitbeen

B. Scheenbeen

C. Hielbeen

D. Dijbeen

B. Scheenbeen

37
New cards

Wat is de Latijnse naam van de knieschijf?

A. Femur

B. Tibia

C. Patella

D. Fibula

C. Patella

38
New cards

Wat voor bot is de knieschijf?

A. Pijpbeen

B. Sesambeen

C. Plat been

D. Onregelmatig been

B. Sesambeen

39
New cards

In welke pees ligt de knieschijf?

A. Achillespees

B. Pees van de vierhoofdige dijbeenspier

C. Hamstringpees

D. Kuitspierpees

B. Pees van de vierhoofdige dijbeenspier



40
New cards

Wat is de Latijnse naam van het dijbeen?

A. Fibula

B. Patella

C. Femur

D. Tibia

C. Femur

41
New cards

Wat is het grootste pijpbeen?

A. Scheenbeen

B. Dijbeen

C. Kuitbeen

D. Opperarmbeen

B. Dijbeen

42
New cards

Wat is de linea aspera?

A. Kniegewricht

B. Ruwe lijn achter op het dijbeen

C. Enkelpees

D. Kuitbeenknobbel

B. Ruwe lijn achter op het dijbeen

43
New cards

Wat is de functie van de linea aspera?

A. Knieschijf beschermen

B. Aanhechting voor spieren

C. Gewrichtsvloeistof maken

D. Kuitbeen verbinden

B. Aanhechting voor spieren

44
New cards

Wat vormen dijbeenknobbels en scheenbeen?

A. Heupgewricht

B. Enkelgewricht

C. Kniegewricht

D. SI-gewricht

C. Kniegewricht

45
New cards

Welke botten vormen het bovenste enkelgewricht?

A. Dijbeen en knieschijf

B. Scheenbeen, kuitbeen en sprongbeen

C. Hielbeen en dijbeen

D. Scheenbeen en knieschijf

B. Scheenbeen, kuitbeen en sprongbeen

46
New cards

Wat voor gewricht is het bovenste spronggewricht?

A. Kogel

B. Scharnier

C. Zadel

D. Ei

B. Scharnier

47
New cards

Wat doet het bovenste spronggewricht?

A. Voet kantelen

B. Voet op en neer bewegen

C. Tenen spreiden

D. Bovenbeen draaien

B. Voet op en neer bewegen

48
New cards

Wat doet het onderste spronggewricht?

A. Voet kantelen

B. Knie strekken

C. Tenen buigen

D. Bovenbeen heffen

A. Voet kantelen

49
New cards

Wat is een meniscus?

A. Spier

B. Halvemaanvormig kraakbeenstuk

C. Pees

D. Botuitsteeksel

B. Halvemaanvormig kraakbeenstuk

50
New cards

Wat doen de menisci?

A. Knie naar buiten draaien

B. Gewrichtsuiteinden laten aansluiten

C. Knieschijf vastzetten

D. Kuitbeen verbinden

B. Gewrichtsuiteinden laten aansluiten



51
New cards

Wat doet de grote bilspier vooral?

A. Knie buigen

B. Dijbeen naar achteren strekken

C. Voet heffen

D. Tenen buigen

B. Dijbeen naar achteren strekken

52
New cards

Welke draaibeweging maakt de grote bilspier?

A. Endorotatie

B. Exorotatie

C. Pronatie

D. Supinatie

B. Exorotatie



53
New cards

Waar ontspringt de grote bilspier onder andere?

A. Scheenbeen

B. Achterzijde bekken en heiligbeen

C. Knieschijf

D. Kuitbeen

B. Achterzijde bekken en heiligbeen

54
New cards

Hoeveel hoofden heeft de quadriceps?

A. 2

B. 3

C. 4

D. 5

C. 4

55
New cards

Wat doet de quadriceps vooral?

A. Knie buigen

B. Knie strekken

C. Voet draaien

D. Tenen buigen

B. Knie strekken

56
New cards

Waar hecht de quadriceps via de kniepees aan?

A. Hielbeen

B. Kuitbeenhoofd

C. Scheenbeenknobbel

D. Grote draaier

C. Scheenbeenknobbel



57
New cards

Waar liggen de hamstrings?

A. Voorzijde bovenbeen

B. Achterzijde bovenbeen

C. Voorzijde onderbeen

D. Binnenzijde voet

B. Achterzijde bovenbeen

58
New cards

Uit hoeveel spieren bestaat de hamstringgroep?

A. 2

B. 3

C. 4

D. 5

B. 3

59
New cards

Wat doen de hamstrings?

A. Knie strekken

B. Knie buigen en heup strekken

C. Voet heffen

D. Bovenbeen afvoeren

B. Knie buigen en heup strekken

60
New cards

Wat is de Latijnse naam van de tweehoofdige kuitspier?

A. Tibialis anterior

B. Gastrocnemius

C. Gracilis

D. Quadriceps femoris

B. Gastrocnemius

61
New cards

Waar ontspringt de gastrocnemius?

A. Dijbeenknobbels

B. Hielbeen

C. Voetwortel

D. Schaambeen



A. Dijbeenknobbels

62
New cards

Welke voetbeweging maakt de gastrocnemius?

A. Dorsaalflexie

B. Plantairflexie

C. Adductie

D. Knie-extensie

B. Plantairflexie



63
New cards

Waar ligt de voorste scheenbeenspier?

A. Achter bovenbeen

B. Voor onderbeen

C. Achter onderbeen

D. Buiten heup

B. Voor onderbeen

64
New cards

Wat is de Latijnse naam van de voorste scheenbeenspier?

A. Gastrocnemius

B. Tibialis anterior

C. Gracilis

D. Gluteus maximus

B. Tibialis anterior

65
New cards

Wat doet de tibialis anterior?

A. Voet omhoog trekken

B. Knie strekken

C. Bovenbeen draaien

D. Tenen spreiden

A. Voet omhoog trekken



66
New cards

Wat doet de spanspier van de dijschede?

A. Tenen buigen

B. Dijschede aanspannen en bovenbeen afvoeren

C. Knie strekken

D. Voet laten zakken

B. Dijschede aanspannen en bovenbeen afvoeren

67
New cards

Waar ontspringt de spanspier van de dijschede?

A. Voorbovenste darmbeendoorn

B. Hielbeen

C. Scheenbeenknobbel

D. Dijbeenknobbel

A. Voorbovenste darmbeendoorn

68
New cards

Wat doet de slanke dijbeenspier vooral?

A. Abductie

B. Adductie

C. Knie-extensie

D. Plantairflexie

B. Adductie

69
New cards

Waar ontspringt de slanke dijbeenspier?

A. Hielbeen

B. Onderzijde schaambeen

C. Buitenste dijbeenknobbel

D. Knieschijf

B. Onderzijde schaambeen

70
New cards

Wat doet de slanke dijbeenspier?

A. Adductie, knieflexie en endorotatie onderbeen

B. Abductie en knie-extensie

C. Plantair- en dorsaalflexie

D. Alleen knie-extensie

A. Adductie, knieflexie en endorotatie onderbeen

71
New cards

Hoeveel voetbogen heeft de voet?

A. 1

B. 2

C. 3

D. 4

C. 3

72
New cards

Hoe zijn de voetbogen verdeeld?

A. Eén lengte- en twee dwarsbogen

B. Twee lengte- en één dwarsboog

C. Drie lengtebogen

D. Drie dwarsbogen

B. Twee lengte- en één dwarsboog

73
New cards

Wat betekent mediaal?

A. Buitenzijde

B. Binnenzijde

C. Achterzijde

D. Bovenzijde

B. Binnenzijde

74
New cards

Wat betekent lateraal?

A. Binnenzijde

B. Buitenzijde

C. Onderzijde

D. Voorzijde

B. Buitenzijde

75
New cards

Waar ligt de mediale voetboog?

A. Buitenzijde

B. Binnenzijde

C. Onder tenen

D. Bovenop voet



B. Binnenzijde

76
New cards

Waar ligt de laterale voetboog?

A. Binnenzijde

B. Buitenzijde

C. Tussen tenen

D. Achter hiel

B. Buitenzijde

77
New cards

Wat is de transversale voetboog?

A. Binnenste lengteboog

B. Buitenste lengteboog

C. Dwarsboog

D. Hielboog

C. Dwarsboog

78
New cards

Welke lengteboog is normaal hoger?

A. Mediale

B. Laterale

C. Beide gelijk

D. Geen van beide

A. Mediale

79
New cards

Wat is schokabsorptie?

A. Schokken versterken

B. Schokken opvangen en dempen

C. Spierspanning verhogen

D. Beweging blokkeren

B. Schokken opvangen en dempen

80
New cards

Wat doen de voetbogen tijdens staan?

A. Gewicht verdelen

B. Enkel blokkeren

C. Voet verkorten

D. Spieren uitschakelen

A. Gewicht verdelen


81
New cards

Wat doen voetbogen bij het lopen?

A. Voet vastzetten

B. Schokken opvangen en energie overdragen

C. Knie blokkeren

D. Tenen neerdrukken

B. Schokken opvangen en energie overdragen

82
New cards

Wat ondersteunt de voetbogen?

A. Alleen botten

B. Botten, spieren en ligamenten

C. Alleen huid

D. Alleen pezen

B. Botten, spieren en ligamenten

83
New cards

Wat is de medische naam voor platvoet?

A. Pes cavus

B. Pes planus

C. Pes transversus

D. Pes valgus

B. Pes planus

84
New cards

Wat gebeurt bij een platvoet?

A. Lengteboog stijgt

B. Lengteboog zakt door

C. Tenen worden korter

D. Hiel wordt smaller

B. Lengteboog zakt door

85
New cards

Wat is de medische naam voor holvoet?

A. Pes planus

B. Pes transversus

C. Pes cavus

D. Pes valgus

C. Pes cavus

86
New cards

Wat kenmerkt een holvoet?

A. Lage lengteboog

B. Hoge lengteboog

C. Ontbrekende hiel

D. Vlakke voetzool

B. Hoge lengteboog

87
New cards

Wat is de medische naam voor doorgezakte voorvoet?

A. Pes planus

B. Pes cavus

C. Pes transversus

D. Pes equinus

C. Pes transversus

88
New cards

Welke boog zakt bij een doorgezakte voorvoet?

A. Mediale lengteboog

B. Laterale lengteboog

C. Voorste dwarsboog

D. Achterste lengteboog

C. Voorste dwarsboog

89
New cards

Wat kan een doorgezakte voorvoet veroorzaken?

A. Druk onder middenvoetskopjes

B. Korter scheenbeen

C. Hogere hiel

D. Stijvere knieschijf

A. Druk onder middenvoetskopjes

90
New cards

Wat betekent een valgusstand van de hiel?

A. Hiel kantelt naar binnen

B. Hiel kantelt naar buiten

C. Voet staat recht

D. Tenen wijzen omhoog

B. Hiel kantelt naar buiten

91
New cards

Wat kan zichtbaar wijzen op voetboogproblemen?

A. Gelijke schoenslijtage

B. Doorgezakte voetbogen

C. Rechte tenen

D. Normale huidkleur

B. Doorgezakte voetbogen

92
New cards

Welke pijnklacht kan bij voetboogproblemen voorkomen?

A. Alleen handpijn

B. Voetpijn bij activiteit

C. Alleen hoofdpijn

D. Alleen schouderpijn

B. Voetpijn bij activiteit

93
New cards

Welke klacht kan ontstaan na lang staan?

A. Rugpijn

B. Oorpijn

C. Keelpijn

D. Kaakpijn

A. Rugpijn

94
New cards

Waarop kan ongelijke schoenslijtage wijzen?

A. Afwijkende voetstand of looppatroon

B. Altijd te grote schoenen

C. Perfecte voetbogen

D. Altijd te korte achillespees

A. Afwijkende voetstand of looppatroon

95
New cards

Welke functionele klacht kan voorkomen?

A. Verminderd evenwicht

B. Beter gehoor

C. Scherper zicht

D. Minder smaak

A. Verminderd evenwicht

96
New cards

Wat kan een branderig gevoel onder de voetzool zijn?

A. Signaal van voetprobleem

B. Altijd botbreuk

C. Altijd normaal

D. Teken van hogere voetboog

A. Signaal van voetprobleem

97
New cards

Hoe helpen voetbogen bij evenwicht?

A. Stabiliteit en aanpassing aan ondergrond

B. Knie blokkeren

C. Tenen vastzetten

D. Achillespees uitschakelen

A. Stabiliteit en aanpassing aan ondergrond

98
New cards

Wat betekent energie-efficiëntie van voetbogen?

A. Geen energiegebruik

B. Elastische energie opslaan en vrijgeven

C. Alle spieren ontspannen

D. Voet verstijven

B. Elastische energie opslaan en vrijgeven

99
New cards

Welke combinatie klopt?

A. Pes planus = holvoet

B. Pes cavus = platvoet

C. Pes planus = platvoet en pes cavus = holvoet

D. Pes transversus = holvoet

C. Pes planus = platvoet en pes cavus = holvoet

100
New cards

Waarom zijn voetbogen belangrijk bij afwikkeling?

A. Voet volledig star maken

B. Ondersteuning, gewichtsverdeling en afzet

C. Tenen blokkeren

D. Alle gewicht op hiel

B. Ondersteuning, gewichtsverdeling en afzet