1/99
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is een gewricht?
A. Een verbinding tussen twee spieren
B. Een verbinding tussen twee beenderen
C. Een verbinding tussen een spier en een pees
D. Een verbinding tussen twee zenuwen
B Een verbinding tussen twee beenderen.
Waardoor worden beenderen bewogen?
A. Gewrichtsbanden
B. Kraakbeen
C. Spieren
D. Slijmbeurzen
C Spieren.
Wat houdt de botdelen bij elkaar?
A. Kapsels en banden
B. Zenuwen
C. Slijmbeurzen
D. Bloedvaten
A. Kapsels en banden
Wat is een straf gewricht?
A. Een zeer beweeglijk gewricht
B. Een draaiend gewricht
C. Een beperkt beweeglijk gewricht
D. Een gewricht zonder botten
Een beperkt beweeglijk gewricht
Wat is een voorbeeld van een straf gewricht?
A. Schouder
B. SI-gewricht
C. Elleboog
D. Heup
B. SI-gewricht
Waar ligt het SI-gewricht?
A. Tussen dijbeen en scheenbeen
B. Tussen heiligbeen en darmbeen
C. Tussen kuitbeen en scheenbeen
D. In de voet
B. Tussen heiligbeen en darmbeen
Wat doet gewrichtskraakbeen?
A. Bloed produceren
B. Spieren verbinden
C. Wrijving verminderen
D. Zenuwen aansturen
C. Wrijving verminderen
Wat doet een slijmbeurs?
A. Wrijving verminderen
B. Botten verbinden
C. Spierkracht produceren
D. Zenuwen beschermen
A. Wrijving verminderen
Welk gewricht heeft een eivormige kop?
A. Kogelgewricht
B. Scharniergewricht
C. Eiergewricht
D. Zadelgewricht
C. Eiergewricht
Waar zit een eiergewricht?
A. Bij de basis van een vinger
B. In de elleboog
C. In de schouder
D. Bij het SI-gewricht
A. Bij de basis van een vinger
Welk gewricht beweegt in alle richtingen?
A. Scharnier
B. Kogel
C. Straf
D. Rol
B. Kogel
Wat is een kogelgewricht?
A. Elleboog
B. Knie
C. Schouder
D. Enkel
C. Schouder
Wat maakt het draaien van je hoofd mogelijk?
A. Draaigewricht
B. Zadelgewricht
C. Scharniergewricht
D. Eiergewricht
A. Draaigewricht
Wat maakt het draaien van de onderarm mogelijk?
A. Kogelgewricht
B. Rolgewricht
C. Zadelgewricht
D. Straf gewricht
B. Rolgewricht
Welk gewricht beweegt voornamelijk in één richting?
A. Kogel
B. Ei
C. Scharnier
D. Zadel
C. Scharnier
Wat is een scharniergewricht?
A. Schouder
B. Heup
C. Elleboog
D. Duimbasis
C. Elleboog
Waar zit een zadelgewricht?
A. Duimbasis
B. Knie
C. Enkel
D. Nek
A. Duimbasis
Om hoeveel assen beweegt een zadelgewricht?
A. Eén
B. Twee
C. Drie
D. Vier
B. Twee
Hoeveel beenderen heeft één voet?
A. 24
B. 25
C. 26
D. 28
C. 26
Hoeveel voetwortelbeentjes zijn er?
A. 5
B. 7
C. 12
D. 14
B. 7
Hoeveel middenvoetsbeentjes zijn er?
A. 4
B. 5
C. 7
D. 14
B. 5
Hoeveel teenkootjes zijn er?
A. 10
B. 12
C. 14
D. 16
C. 14
Hoeveel kootjes heeft de grote teen?
A. 1
B. 2
C. 3
D. 4
B. 2
Hoeveel kootjes heeft elk van de overige tenen?
A. 1
B. 2
C. 3
D. 4
C. 3
Wat is het grootste voetwortelbeen?
A. Sprongbeen
B. Hielbeen
C. Scheepvormig been
D. Dobbelsteenbeen
B. Hielbeen
Welke pees hecht aan het hielbeen?
A. Kniepees
B. Achillespees
C. Hamstringpees
D. Dijbeenpees
B. Achillespees
Wat voor beenderen zijn voetwortelbeentjes?
A. Hol
B. Plat
C. Onregelmatig en massief
D. Sesambeenderen
C. Onregelmatig en massief
Hoe zijn de meeste voetwortelbeentjes verbonden?
A. Kogelgewricht
B. Straf gewricht
C. Zadelgewricht
D. Eiergewricht
B. Straf gewricht
Welk gewricht vormen teenkootjes onderling?
A. Scharnier
B. Kogel
C. Zadel
D. Draai
A. Scharnier
Wat doen ligamenten?
A. Bloed toevoeren
B. Beenderen verbinden en verstevigen
C. Gewrichtsvloeistof produceren
D. Spieren laten groeien
B. Beenderen verbinden en verstevigen
Welke vier beenderen noemt de lesstof bij het been?
A. Dijbeen, scheenbeen, kuitbeen, knieschijf
B. Dijbeen, hielbeen, kuitbeen, heupbeen
C. Scheenbeen, kuitbeen, sprongbeen, hielbeen
D. Dijbeen, darmbeen, heiligbeen, knieschijf
A. Dijbeen, scheenbeen, kuitbeen, knieschijf
Wat is de Latijnse naam van het kuitbeen?
A. Tibia
B. Femur
C. Fibula
D. Patella
C. Fibula
Waar ligt het kuitbeen?
A. Binnenzijde onderbeen
B. Buitenzijde onderbeen
C. Voorzijde bovenbeen
D. Achter knieschijf
B. Buitenzijde onderbeen
Vraag 34. Welk bot vormt de buitenenkel?
A. Scheenbeen
B. Dijbeen
C. Kuitbeen
D. Hielbeen
C. Kuitbeen
Wat is de Latijnse naam van het scheenbeen?
A. Tibia
B. Fibula
C. Femur
D. Patella
A. Tibia
Welk bot vormt de binnenenkel?
A. Kuitbeen
B. Scheenbeen
C. Hielbeen
D. Dijbeen
B. Scheenbeen
Wat is de Latijnse naam van de knieschijf?
A. Femur
B. Tibia
C. Patella
D. Fibula
C. Patella
Wat voor bot is de knieschijf?
A. Pijpbeen
B. Sesambeen
C. Plat been
D. Onregelmatig been
B. Sesambeen
In welke pees ligt de knieschijf?
A. Achillespees
B. Pees van de vierhoofdige dijbeenspier
C. Hamstringpees
D. Kuitspierpees
B. Pees van de vierhoofdige dijbeenspier
Wat is de Latijnse naam van het dijbeen?
A. Fibula
B. Patella
C. Femur
D. Tibia
C. Femur
Wat is het grootste pijpbeen?
A. Scheenbeen
B. Dijbeen
C. Kuitbeen
D. Opperarmbeen
B. Dijbeen
Wat is de linea aspera?
A. Kniegewricht
B. Ruwe lijn achter op het dijbeen
C. Enkelpees
D. Kuitbeenknobbel
B. Ruwe lijn achter op het dijbeen
Wat is de functie van de linea aspera?
A. Knieschijf beschermen
B. Aanhechting voor spieren
C. Gewrichtsvloeistof maken
D. Kuitbeen verbinden
B. Aanhechting voor spieren
Wat vormen dijbeenknobbels en scheenbeen?
A. Heupgewricht
B. Enkelgewricht
C. Kniegewricht
D. SI-gewricht
C. Kniegewricht
Welke botten vormen het bovenste enkelgewricht?
A. Dijbeen en knieschijf
B. Scheenbeen, kuitbeen en sprongbeen
C. Hielbeen en dijbeen
D. Scheenbeen en knieschijf
B. Scheenbeen, kuitbeen en sprongbeen
Wat voor gewricht is het bovenste spronggewricht?
A. Kogel
B. Scharnier
C. Zadel
D. Ei
B. Scharnier
Wat doet het bovenste spronggewricht?
A. Voet kantelen
B. Voet op en neer bewegen
C. Tenen spreiden
D. Bovenbeen draaien
B. Voet op en neer bewegen
Wat doet het onderste spronggewricht?
A. Voet kantelen
B. Knie strekken
C. Tenen buigen
D. Bovenbeen heffen
A. Voet kantelen
Wat is een meniscus?
A. Spier
B. Halvemaanvormig kraakbeenstuk
C. Pees
D. Botuitsteeksel
B. Halvemaanvormig kraakbeenstuk
Wat doen de menisci?
A. Knie naar buiten draaien
B. Gewrichtsuiteinden laten aansluiten
C. Knieschijf vastzetten
D. Kuitbeen verbinden
B. Gewrichtsuiteinden laten aansluiten
Wat doet de grote bilspier vooral?
A. Knie buigen
B. Dijbeen naar achteren strekken
C. Voet heffen
D. Tenen buigen
B. Dijbeen naar achteren strekken
Welke draaibeweging maakt de grote bilspier?
A. Endorotatie
B. Exorotatie
C. Pronatie
D. Supinatie
B. Exorotatie
Waar ontspringt de grote bilspier onder andere?
A. Scheenbeen
B. Achterzijde bekken en heiligbeen
C. Knieschijf
D. Kuitbeen
B. Achterzijde bekken en heiligbeen
Hoeveel hoofden heeft de quadriceps?
A. 2
B. 3
C. 4
D. 5
C. 4
Wat doet de quadriceps vooral?
A. Knie buigen
B. Knie strekken
C. Voet draaien
D. Tenen buigen
B. Knie strekken
Waar hecht de quadriceps via de kniepees aan?
A. Hielbeen
B. Kuitbeenhoofd
C. Scheenbeenknobbel
D. Grote draaier
C. Scheenbeenknobbel
Waar liggen de hamstrings?
A. Voorzijde bovenbeen
B. Achterzijde bovenbeen
C. Voorzijde onderbeen
D. Binnenzijde voet
B. Achterzijde bovenbeen
Uit hoeveel spieren bestaat de hamstringgroep?
A. 2
B. 3
C. 4
D. 5
B. 3
Wat doen de hamstrings?
A. Knie strekken
B. Knie buigen en heup strekken
C. Voet heffen
D. Bovenbeen afvoeren
B. Knie buigen en heup strekken
Wat is de Latijnse naam van de tweehoofdige kuitspier?
A. Tibialis anterior
B. Gastrocnemius
C. Gracilis
D. Quadriceps femoris
B. Gastrocnemius
Waar ontspringt de gastrocnemius?
A. Dijbeenknobbels
B. Hielbeen
C. Voetwortel
D. Schaambeen
A. Dijbeenknobbels
Welke voetbeweging maakt de gastrocnemius?
A. Dorsaalflexie
B. Plantairflexie
C. Adductie
D. Knie-extensie
B. Plantairflexie
Waar ligt de voorste scheenbeenspier?
A. Achter bovenbeen
B. Voor onderbeen
C. Achter onderbeen
D. Buiten heup
B. Voor onderbeen
Wat is de Latijnse naam van de voorste scheenbeenspier?
A. Gastrocnemius
B. Tibialis anterior
C. Gracilis
D. Gluteus maximus
B. Tibialis anterior
Wat doet de tibialis anterior?
A. Voet omhoog trekken
B. Knie strekken
C. Bovenbeen draaien
D. Tenen spreiden
A. Voet omhoog trekken
Wat doet de spanspier van de dijschede?
A. Tenen buigen
B. Dijschede aanspannen en bovenbeen afvoeren
C. Knie strekken
D. Voet laten zakken
B. Dijschede aanspannen en bovenbeen afvoeren
Waar ontspringt de spanspier van de dijschede?
A. Voorbovenste darmbeendoorn
B. Hielbeen
C. Scheenbeenknobbel
D. Dijbeenknobbel
A. Voorbovenste darmbeendoorn
Wat doet de slanke dijbeenspier vooral?
A. Abductie
B. Adductie
C. Knie-extensie
D. Plantairflexie
B. Adductie
Waar ontspringt de slanke dijbeenspier?
A. Hielbeen
B. Onderzijde schaambeen
C. Buitenste dijbeenknobbel
D. Knieschijf
B. Onderzijde schaambeen
Wat doet de slanke dijbeenspier?
A. Adductie, knieflexie en endorotatie onderbeen
B. Abductie en knie-extensie
C. Plantair- en dorsaalflexie
D. Alleen knie-extensie
A. Adductie, knieflexie en endorotatie onderbeen
Hoeveel voetbogen heeft de voet?
A. 1
B. 2
C. 3
D. 4
C. 3
Hoe zijn de voetbogen verdeeld?
A. Eén lengte- en twee dwarsbogen
B. Twee lengte- en één dwarsboog
C. Drie lengtebogen
D. Drie dwarsbogen
B. Twee lengte- en één dwarsboog
Wat betekent mediaal?
A. Buitenzijde
B. Binnenzijde
C. Achterzijde
D. Bovenzijde
B. Binnenzijde
Wat betekent lateraal?
A. Binnenzijde
B. Buitenzijde
C. Onderzijde
D. Voorzijde
B. Buitenzijde
Waar ligt de mediale voetboog?
A. Buitenzijde
B. Binnenzijde
C. Onder tenen
D. Bovenop voet
B. Binnenzijde
Waar ligt de laterale voetboog?
A. Binnenzijde
B. Buitenzijde
C. Tussen tenen
D. Achter hiel
B. Buitenzijde
Wat is de transversale voetboog?
A. Binnenste lengteboog
B. Buitenste lengteboog
C. Dwarsboog
D. Hielboog
C. Dwarsboog
Welke lengteboog is normaal hoger?
A. Mediale
B. Laterale
C. Beide gelijk
D. Geen van beide
A. Mediale
Wat is schokabsorptie?
A. Schokken versterken
B. Schokken opvangen en dempen
C. Spierspanning verhogen
D. Beweging blokkeren
B. Schokken opvangen en dempen
Wat doen de voetbogen tijdens staan?
A. Gewicht verdelen
B. Enkel blokkeren
C. Voet verkorten
D. Spieren uitschakelen
A. Gewicht verdelen
Wat doen voetbogen bij het lopen?
A. Voet vastzetten
B. Schokken opvangen en energie overdragen
C. Knie blokkeren
D. Tenen neerdrukken
B. Schokken opvangen en energie overdragen
Wat ondersteunt de voetbogen?
A. Alleen botten
B. Botten, spieren en ligamenten
C. Alleen huid
D. Alleen pezen
B. Botten, spieren en ligamenten
Wat is de medische naam voor platvoet?
A. Pes cavus
B. Pes planus
C. Pes transversus
D. Pes valgus
B. Pes planus
Wat gebeurt bij een platvoet?
A. Lengteboog stijgt
B. Lengteboog zakt door
C. Tenen worden korter
D. Hiel wordt smaller
B. Lengteboog zakt door
Wat is de medische naam voor holvoet?
A. Pes planus
B. Pes transversus
C. Pes cavus
D. Pes valgus
C. Pes cavus
Wat kenmerkt een holvoet?
A. Lage lengteboog
B. Hoge lengteboog
C. Ontbrekende hiel
D. Vlakke voetzool
B. Hoge lengteboog
Wat is de medische naam voor doorgezakte voorvoet?
A. Pes planus
B. Pes cavus
C. Pes transversus
D. Pes equinus
C. Pes transversus
Welke boog zakt bij een doorgezakte voorvoet?
A. Mediale lengteboog
B. Laterale lengteboog
C. Voorste dwarsboog
D. Achterste lengteboog
C. Voorste dwarsboog
Wat kan een doorgezakte voorvoet veroorzaken?
A. Druk onder middenvoetskopjes
B. Korter scheenbeen
C. Hogere hiel
D. Stijvere knieschijf
A. Druk onder middenvoetskopjes
Wat betekent een valgusstand van de hiel?
A. Hiel kantelt naar binnen
B. Hiel kantelt naar buiten
C. Voet staat recht
D. Tenen wijzen omhoog
B. Hiel kantelt naar buiten
Wat kan zichtbaar wijzen op voetboogproblemen?
A. Gelijke schoenslijtage
B. Doorgezakte voetbogen
C. Rechte tenen
D. Normale huidkleur
B. Doorgezakte voetbogen
Welke pijnklacht kan bij voetboogproblemen voorkomen?
A. Alleen handpijn
B. Voetpijn bij activiteit
C. Alleen hoofdpijn
D. Alleen schouderpijn
B. Voetpijn bij activiteit
Welke klacht kan ontstaan na lang staan?
A. Rugpijn
B. Oorpijn
C. Keelpijn
D. Kaakpijn
A. Rugpijn
Waarop kan ongelijke schoenslijtage wijzen?
A. Afwijkende voetstand of looppatroon
B. Altijd te grote schoenen
C. Perfecte voetbogen
D. Altijd te korte achillespees
A. Afwijkende voetstand of looppatroon
Welke functionele klacht kan voorkomen?
A. Verminderd evenwicht
B. Beter gehoor
C. Scherper zicht
D. Minder smaak
A. Verminderd evenwicht
Wat kan een branderig gevoel onder de voetzool zijn?
A. Signaal van voetprobleem
B. Altijd botbreuk
C. Altijd normaal
D. Teken van hogere voetboog
A. Signaal van voetprobleem
Hoe helpen voetbogen bij evenwicht?
A. Stabiliteit en aanpassing aan ondergrond
B. Knie blokkeren
C. Tenen vastzetten
D. Achillespees uitschakelen
A. Stabiliteit en aanpassing aan ondergrond
Wat betekent energie-efficiëntie van voetbogen?
A. Geen energiegebruik
B. Elastische energie opslaan en vrijgeven
C. Alle spieren ontspannen
D. Voet verstijven
B. Elastische energie opslaan en vrijgeven
Welke combinatie klopt?
A. Pes planus = holvoet
B. Pes cavus = platvoet
C. Pes planus = platvoet en pes cavus = holvoet
D. Pes transversus = holvoet
C. Pes planus = platvoet en pes cavus = holvoet
Waarom zijn voetbogen belangrijk bij afwikkeling?
A. Voet volledig star maken
B. Ondersteuning, gewichtsverdeling en afzet
C. Tenen blokkeren
D. Alle gewicht op hiel
B. Ondersteuning, gewichtsverdeling en afzet