Begrippenlijst NT2 retail & styling

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/82

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Woordenlijst met begrippen en betekenissen over retail, styling, assortiment, voorraadbeheer en marketing.

83 Terms

1
New cards

A-merk

Fabrikantenmerk met hoge bekendheid en hoge prijs

2
New cards

B-merk

Fabrikantenmerk met middelmatige bekendheid en middelmatige prijs

3
New cards

C-merk

Fabrikantenmerk met lage bekendheid en lage prijs

4
New cards

Assortiment

Alle artikelen in de winkel

5
New cards

Assortimentsbreedte

Maat voor uit hoeveel soorten artikelen een assortiment bestaat

6
New cards

Assortimentsconsistentie

Of artikelen in het assortiment bij elkaar passen of niet

7
New cards

Assortimentsdiepte

Maat voor het aantal varianten van een artikel in de winkel

8
New cards

Assortimentslengte

Totaal aantal artikelen in het assortiment van een winkel

9
New cards

Breed assortiment

Assortiment dat uit veel verschillende artikelen bestaat

10
New cards

Smal assortiment

Assortiment dat uit weinig verschillende artikelen bestaat

11
New cards

Complementair artikel

Artikel dat een ander artikel aanvult

12
New cards

Concurrerende artikelen

Artikelen die erg op elkaar lijken en dus concurreren met elkaar

13
New cards

Follow-up artikel

Artikel waarvoor klanten vaker terugkomen omdat zij dit opnieuw nodig hebben

14
New cards

Impulsartikel

Artikel dat de klant niet van plan was om te kopen, maar toch koopt

15
New cards

Seizoenartikel

Artikel dat alleen wordt aangeboden tijdens een bepaalde periode of rond feestdagen

16
New cards

Rage-artikel

Artikel dat aansluit bij een rage (rage = trend)

17
New cards

Kernassortiment

Assortiment dat altijd in de winkel wordt aangeboden

18
New cards

Randassortiment

Assortiment dat het kernassortiment aanvult

19
New cards

Marketinginstrument

Middel om te zorgen dat de klant een product koopt

20
New cards

Marketingmix

Werking van alle marketinginstrumenten samen

21
New cards

Branche

Winkels die dezelfde soort producten verkopen

22
New cards

Buyer persona

Verzonnen persoon die een beeld geeft van de doelgroep van een winkel

23
New cards

Concurrenten

Andere winkels die dezelfde artikelen verkopen en dus dezelfde klanten willen

24
New cards

Doelgroep

Groep mensen die je wilt bereiken met het aanbod van de winkel

25
New cards

Marktpositie

Positie die een winkel heeft vergeleken met andere winkels

26
New cards

Sfeer

Gevoel dat aangeeft hoe het om je heen voelt

27
New cards

Tijdelijke artikelpresentatie

Presentatie van artikelen die maar voor korte tijd in de winkel zijn

28
New cards

Vaste artikelpresentatie

Presentatie van artikelen die altijd op dezelfde plek in de winkel liggen of hangen

29
New cards

Verkoopsysteem

Manier waarop klanten in de winkel geholpen worden

30
New cards

Vloeroppervlak

Ruimte die er in de winkel is om artikelen te presenteren

31
New cards

Afschrijven

Noteren van een artikel dat je niet meer kunt verkopen

32
New cards

Afval scheiden

Bij het weggooien verschillende materialen apart van elkaar verzamelen

33
New cards

Bederf

Veranderen van een product waardoor deze niet meer te gebruiken is

34
New cards

Beugelen

Kledingstukken uit de verpakking halen en ophangen op hangertjes

35
New cards

FIFO (first in, first out)

Artikelen die als eerste zijn binnengekomen, gaan er als eerste uit

36
New cards

Houdbaarheidsdatum

Datum op een artikel van de laatste dag waarop de kwaliteit van het artikel sowieso goed is

37
New cards

LIFO (last in, first out)

Artikelen die als laatste binnenkomen, gaan er als eerste uit

38
New cards

Micro-organismen

Kleine levende dingen, zoals bacteriën en schimmels, die kunnen zorgen voor bederf

39
New cards

Ompakken

Artikelen uit hun verpakking halen en in een andere verpakking doen

40
New cards

Spiegelen

Artikelen naar voren zetten zodat de schappen er vol uitzien

41
New cards

Tgt (te gebruiken tot)

Datum tot wanneer het nog veilig is om een product te eten

42
New cards

Tht (ten minste houdbaar tot)

Datum waarna de kwaliteit van het product achteruit kan gaan

43
New cards

Uiterste verkoopdatum

Datum van de laatste dag waarop bepaalde artikelen verkocht mogen worden

44
New cards

Bedrijfskosten

Kosten die een bedrijf maakt om dingen te kunnen doen. Voorbeelden zijn kosten voor het personeel en het gebouw.

45
New cards

Brutowinst

Winst over de artikelen die een bedrijf verkoopt

46
New cards

Btw

Belasting toegevoegde waarde; belasting die de klant betaalt bij de koop van een artikel

47
New cards

Btw-tarief

Percentage van btw; in Nederland kennen we een hoog en laag tarief

48
New cards

Consumentenprijs

Prijs die de klant betaalt voor een artikel

49
New cards

Inkoopprijs

Prijs waarvoor een bedrijf een artikel inkoopt bij een leverancier

50
New cards

Nettoverkoopprijs

Prijs die de winkel vraagt voor een product, zonder btw

51
New cards

Schatten

Denken wat iets ongeveer is

52
New cards

Positioneren

Kiezen van een marktpositie door na te denken over de verschillende marketinginstrumenten

53
New cards

Retail

Bedrijven die artikelen en diensten verkopen aan klanten

54
New cards

Winkelformule

Hoe een winkel zichzelf ziet en zich wil presenteren aan de klant

55
New cards

Winkelimago

Hoe klanten de winkel zien

56
New cards

Advertentie

Boodschap aan klanten om hen te overtuigen naar de winkel te komen of een artikel te kopen.

57
New cards

Brochure

Communicatiemiddel om klanten informatie te geven over artikelen.

58
New cards

Commercial

Reclames op radio en tv.

59
New cards

Cookie

Klein bestand waarin bedrijven internetgedrag van bezoekers van hun website opslaan.

60
New cards

Folder

Communicatiemiddel om klanten artikelen te laten zien.

61
New cards

Gepersonaliseerde aanbieding

Aanbieding die gebaseerd is op het surfgedrag van een specifieke klant.

62
New cards

Huisstijl

Manier waarop een winkel zich presenteert aan klanten.

63
New cards

Media

Middelen om met mensen te communiceren.

64
New cards

Mond-tot-mondreclame

Reclame die mensen verspreiden in gesprekken met anderen.

65
New cards

Promotie

Manier waarop je de winkel en artikelen bekend maakt bij de klant.

66
New cards

Recensie

Tekst over wat een klant van een winkel of artikel vindt.

67
New cards

Signing

Teksten en posters in de winkel.

68
New cards

Attentiewaarde

Hoe opvallend een artikel is in de winkel

69
New cards

Brandpunt

Opvallende artikelpresentatie

70
New cards

Buitenpresentatie

Artikelpresentatie buiten de winkel

71
New cards

Compositie

Manier waarop je een vlak of een ruimte verdeelt in een artikelpresentatie

72
New cards

Decoratiemateriaal

Extra materiaal dat je gebruikt om een artikelpresentatie te versieren

73
New cards

Derving

Verlies van goederen of geld door breuk, beschadiging, bederf of diefstal

74
New cards

Etalage

Presentatie aan de voorkant van de winkel

75
New cards

Eyecatcher

Opvallend promotiemateriaal dat de aandacht van een klant trekt

76
New cards

Facing

Zichtbare voorkant van een artikel in het schap

77
New cards

Impulsaankoop

Aankoop die de klant van tevoren niet van plan was te doen, maar op het laatste moment toch doet

78
New cards

Klantgedrag

De manier van doen van klanten in de winkel

79
New cards

Ooghoogte

Presentatiehoogte waarop de kans het grootst is dat klanten de artikelen zien

80
New cards

Opbouwmateriaal

Extra materiaal dat je gebruikt om de ruimte in een artikelpresentatie te vullen en vorm te geven

81
New cards

Oppervlakte

Maat voor de breedte en lengte van een ruimte

82
New cards

Presentatiehoogte

Hoogte in het schap waar artikelen worden gepresenteerd

83
New cards

Routing

Route door een winkel of een warehouse