(1) Oefenkaarten Klinische Psychologie: Hoofdstuk 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
full-widthPodcast
1
Card Sorting

1/30

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards gebaseerd op het eerste hoofdstuk over klinische psychologie, de zeven aspecten van abnormaal gedrag van Seligman et al., de APA-definitie (DSM-5-TR), en afgrenzingsmodellen zoals het statistische en medische model.

Last updated 1:33 AM on 9/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

31 Terms

1
New cards

Welk onderscheid maakt Duijker (1959) binnen de psychologie?

Duijker maakt een onderscheid tussen vijf basisdisciplines en drie toepassingsgerichte disciplines.

2
New cards

Wat zijn de vijf basisdisciplines binnen de psychologie volgens Duijker (1959)?

De psychologische functieleer (cognitieve psychologie), de ontwikkelingspsychologie, de gedragsleer (sociale psychologie), de persoonlijkheidspsychologie en de methodenleer.

3
New cards

Welke drie toepassingsgerichte disciplines onderscheidt Duijker (1959)?

De klinische psychologie (al dan niet gecombineerd met klinische neuropsychologie en gezondheidspsychologie), de arbeids- en organisatiepsychologie, en de onderwijspsychologie.

4
New cards

Hoe definieert Reber (2004) het terrein van de klinische psychologie?

Als het gebied van de psychologie dat zich bezighoudt met afwijkend, slecht-aangepast en abnormaal menselijk gedrag, waarbij diagnose, classificatie, behandeling, preventie en onderzoek onder de grote paraplu van klinische praktijken vallen.

5
New cards

Op welke drie gebieden binnen het individu kunnen afwijkingen van de norm betrekking hebben?

Op gedrag (bijvoorbeeld excessief drinken), gedachten (bijvoorbeeld dwanggedachten) en belevingen (bijvoorbeeld extreme angsten).

6
New cards

Wat is het verschil in vooropleiding tussen een klinisch psycholoog en een psychiater?

De klinisch psycholoog heeft een academische opleiding in de psychologie voltooid, terwijl de psychiater een academische opleiding geneeskunde heeft gevolgd.

7
New cards

Hoe lang duurt de academische opleiding psychologie in Nederland op dit moment (2023)?

Vier jaar, bestaande uit een driejarig bachelorprogramma en een eenjarig masterprogramma.

8
New cards

Wat is het verschil tussen een gezondheidszorgpsycholoog (gz-psycholoog) en een klinisch psycholoog volgens de Wet BIG (1998)?

Het verschil is dat van een generalist versus een specialist: de gz-psycholoog volgt een tweejarig postmastertraject, waarna de vervolgopleiding tot klinisch psycholoog nog eens vier jaar duurt.

9
New cards

Welke bevoegdheid hebben psychiaters door hun medische scholing wel die klinisch psychologen niet hebben?

Het recht om psychofarmaca voor te schrijven aan patiënten.

10
New cards

Hoeveel factoren onderscheiden Seligman et al. (2001) om te bepalen of gedrag als abnormaal of pathologisch wordt beschouwd?

Zeven factoren.

11
New cards

Is persoonlijk lijden een voldoende of noodzakelijke voorwaarde voor psychopathologie volgens de tekst?

Nee, persoonlijk lijden is geen voldoende en ook geen noodzakelijke voorwaarde om van psychopathologie te kunnen spreken.

12
New cards

Welke twee typen situaties onderscheiden Seligman et al. (2001) waarin gedrag vaak als controleverlies wordt geïnterpreteerd?

  1. Situaties waarin de sociale regels die het gedrag sturen plotseling niet meer werkzaam zijn (ontremd gedrag); 2. Situaties waarin de toeschouwer de oorzaak of aanleiding van het gedrag niet kent.
13
New cards

Wat verstaat men onder het begrip 'observer discomfort'?

Het gevoel van ongemak dat bij anderen ontstaat wanneer iemand de ongeschreven regels in een bepaalde cultuur overschrijdt.

14
New cards

Wat zijn 'restregels' volgens Scheff (1966)?

Impliciete sociale verwachtingen en ongeschreven regels voor gepast gedrag waarvan men zich pas bewust wordt wanneer iemand ze overschrijdt.

15
New cards

Hoe definieert de DSM-5-TR (APA, 2022) een psychische stoornis?

Als een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het gebied van cognitieve, affectieve of conatieve functies, dat een uiting is van een disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het psychische functioneren.

16
New cards

Welke drie modellen voor het bepalen van de grens tussen normaal en abnormaal gedrag worden in het hoofdstuk besproken?

Het statistisch model, het medisch of ziektemodel, en het leer- of onderwijsmodel.

17
New cards

Wat is het uitgangspunt van het statistisch model?

Dat menselijke eigenschappen min of meer normaal verdeeld zijn in de algemene bevolking, waarbij van abnormaliteit wordt gesproken bij extreem lage of extreem hoge scores.

18
New cards

Wat zijn de drie bezwaren tegen het statistisch model?

  1. De grens tussen normaal en abnormaal is arbitrair; 2. Het specificeert niet hoe ongewoon gedrag moet zijn (sommige stoornissen zijn niet normaal verdeeld); 3. Het maakt geen onderscheid tussen statistische afwijkingen die gepaard gaan met individueel lijden en afwijkingen waarvoor dat niet geldt.
19
New cards

Wat is de prevalentie van genderidentiteitsstoornis (genderdysforie) volgens Oltmanns en Emery (2014)?

Minder dan 1 op de 30.000 mensen.

20
New cards

Hoeveel mensen krijgen in de Verenigde Staten in de loop van hun leven te maken met een stemmingsstoornis?

Een op de vijf mensen.

21
New cards

Welk onderscheid maakte Duijker (1959) tussen de disciplines binnen de psychologie?

Duijker maakte een onderscheid tussen vijf basisdisciplines (psychologische functieleer/cognitieve psychologie, ontwikkelingspsychologie, gedragsleer/sociale psychologie, persoonlijkheidspsychologie en methodenleer) en drie toepassingsgerichte disciplines (klinische en gezondheidspsychologie, arbeids- en organisatiepsychologie, en onderwijspsychologie).

22
New cards

Hoe omschrijft Reber (2004) het terrein van de klinische psychologie?

Als het gebied van de psychologie dat zich bezighoudt met afwijkend, slecht-aangepast en abnormaal menselijk gedrag, waarbij onder de paraplu van klinische praktijken diagnose, classificatie, behandeling, preventie en onderzoek vallen.

23
New cards

Op welke drie gebieden binnen het individuele functioneren kunnen afwijkingen van de norm betrekking hebben?

Op het gebied van gedrag (bijvoorbeeld excessief drinken), gedachten (bijvoorbeeld dwanggedachten) en belevingen (bijvoorbeeld extreme angsten).

24
New cards

Wat zijn de duur en opbouw van de academische en postmasteropleidingen tot gz-psycholoog en klinisch psycholoog in Nederland (situatie 2023)?

De academische opleiding psychologie duurt 4 jaar (3 jaar bachelor, 1 jaar master). Na het afstuderen duurt het postmastertraject tot gz-psycholoog 2 jaar, en de vervolgopleiding tot klinisch psycholoog of klinisch neuropsycholoog daarna nog eens 4 jaar.

25
New cards

Wat zijn de duur en opbouw van de opleiding tot psychiater in Nederland (situatie 2023)?

De voorafgaande algemene opleiding geneeskunde duurt 6 jaar (3 jaar bachelor en 3 jaar master). De daaropvolgende specialisatiefase tot psychiater duurt 4,5 jaar.

26
New cards

Welk onderscheid maakt de Wet BIG (sinds 1998) tussen de verschillende psychologische beroepstitels?

De Wet BIG beschermt de beroepstitels en maakt een onderscheid tussen de gezondheidszorgpsycholoog (gz-psycholoog) als generalist en de klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog als specialisten.

27
New cards

Welke zeven factoren onderscheiden Seligman et al. (2001) om te bepalen of gedrag als abnormaal of pathologisch wordt beschouwd?

  1. Persoonlijk lijden, 2. De (dis)functionaliteit van het gedrag, 3. Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag, 4. Onvoorspelbaarheid en controleverlies, 5. Opvallend en onconventioneel gedrag, 6. Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt (observer discomfort), en 7. Het overtreden van morele normen.
28
New cards

Hoe definieert de DSM-5-TR van de APA (2022) een psychische stoornis?

Als een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het gebied van de cognitieve, affectieve of conatieve functies, dat een uiting is van een disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het psychische functioneren, gewoonlijk gepaard gaand met significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren.

29
New cards

Welke situaties of gedragingen worden door de APA-definitie expliciet uitgesloten als psychische stoornis?

Een verwachte en cultureel geaccepteerde reactie op een veelvoorkomende stressor of verlies (zoals het overlijden van een dierbare), alsmede sociaal deviant gedrag (politiek, religieus, seksueel) en conflicten tussen individu en maatschappij, tenzij dit het gevolg is van een disfunctie van de persoon.

30
New cards

Welke drie bezwaren worden er aangevoerd tegen het statistisch model van abnormaliteit?

  1. De grens tussen normaal en abnormaal is arbitrair. 2. Het model werkt niet voor stoornissen die niet normaal verdeeld zijn, zoals hele zeldzame stoornissen (genderdysforie < 1 op 30.000) of juist veelvoorkomende stoornissen (stemmingsstoornis 1 op 5, middelenmisbruik 1 op 6). 3. Het maakt geen onderscheid tussen statistische afwijkingen die wel en niet gepaard gaan met individueel lijden.
31
New cards

Hoe werd de oorzaak van de psychose bij dementia paralytica (general paresis) aan het einde van de negentiende eeuw ontdekt?

Onderzoekers ontdekten dat deze psychose (gekenmerkt door persoonlijkheidsveranderingen, grootheidswanen en verlamming) werd veroorzaakt door een syfilisinfectie, die door behandeling met antibiotica genezen of voorkomen kan worden.