GC3: Climate economics

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/6

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:32 PM on 10/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

7 Terms

1
New cards

Costs of climate change

Deze grafiek (afkomstig uit een bekende meta-analyse van klimaateconoom Richard Tol) vat tientallen economische studies samen die hebben geprobeerd de wereldwijde economische schade van klimaatverandering te kwantificeren:

  • Assen:

    • X-as: Globale opwarming in graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk (0 tot 7 °C).

    • Y-as: Welvaartsverandering uitgedrukt als percentage van het wereldwijde inkomen / bbp (0% tot −25%-25\%).

  • Verschillende schattingsmethoden (de icoontjes):

    • Enumerative (blauw), econometric (rood), elicitation (groen) en CGE-modellen (paars) representeren uiteenlopende economische rekenmethoden.

  • Belangrijkste inzichten:

    1. Niet-lineaire schade: Bij een beperkte opwarming (1-2 °C) is de geschatte schade nog relatief klein (enkele procenten bbp-verlies), maar bij hogere temperaturen (3 °C of meer) buigt de trendlijn steil naar beneden af: de economische schade groeit exponentieel.

    2. Grote onzekerheid bij extremen: Hoe hoger de temperatuur stijgt, hoe verder de schattingen van wetenschappers uit elkaar lopen (de spreiding van punten groeit enorm).

    3. Kritiek op deze modellen: Veel moderne ecologische economen stellen dat deze klassieke modellen de schade drastisch onderschatten, omdat ze kantelpunten (tipping points), catastrofale natuurrampen en extreme zeespiegelstijging niet of nauwelijks goed kunnen meewegen.


<p><span>Deze grafiek (afkomstig uit een bekende meta-analyse van klimaateconoom Richard Tol) vat tientallen economische studies samen die hebben geprobeerd de wereldwijde economische schade van klimaatverandering te kwantificeren:</span></p><ul><li><p><strong>Assen:</strong></p><ul><li><p><span><strong>X-as:</strong> Globale opwarming in graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk (</span><span style="line-height: 1.15;">0 tot 7 °C</span><span>).</span></p></li><li><p><span><strong>Y-as:</strong> Welvaartsverandering uitgedrukt als percentage van het wereldwijde inkomen / bbp (</span><span style="line-height: 1.15;">0% tot $-25\%$</span><span>).</span></p></li></ul></li><li><p><strong>Verschillende schattingsmethoden (de icoontjes):</strong></p><ul><li><p><span><em>Enumerative</em> (blauw), <em>econometric</em> (rood), <em>elicitation</em> (groen) en <em>CGE-modellen</em> (paars) representeren uiteenlopende economische rekenmethoden.</span></p></li></ul></li><li><p><strong>Belangrijkste inzichten:</strong></p><ol><li><p><span><strong>Niet-lineaire schade:</strong> Bij een beperkte opwarming (</span><span style="line-height: 1.15;">1-2 °C</span><span>) is de geschatte schade nog relatief klein (enkele procenten bbp-verlies), maar bij hogere temperaturen (</span><span style="line-height: 1.15;">3 °C of meer) buigt de trendlijn steil naar beneden af: de economische schade groeit exponentieel.</span></p></li><li><p><span><strong>Grote onzekerheid bij extremen:</strong> Hoe hoger de temperatuur stijgt, hoe verder de schattingen van wetenschappers uit elkaar lopen (de spreiding van punten groeit enorm).</span></p></li><li><p><strong>Kritiek op deze modellen:</strong> Veel moderne ecologische economen stellen dat deze klassieke modellen de schade drastisch <strong>onderschatten</strong>, omdat ze kantelpunten (<em>tipping points</em>), catastrofale natuurrampen en extreme zeespiegelstijging niet of nauwelijks goed kunnen meewegen.</p></li></ol></li></ul><p></p>
2
New cards

Waarom blijven bedrijven broeikasgassen uitstoten en hoe kan de overheid dit corrigeren?

1. De variabelen in de grafieken:

  • M: De hoeveelheid vervuilende activiteit / uitstoot.

  • B(M): De baten (benefits) voor producenten en consumenten.

  • C(M): De directe private kosten voor het bedrijf om het product te maken.

  • D(M): De milieuschade (damage) veroorzaakt door de uitstoot.

2. Het probleem: Negatief extern effect (Externality)

  • Bovenste grafiek (Totale waarden): Bedrijven kijken alleen naar hun eigen private kosten C(M) en negeren de maatschappelijke milieuschade D(M). De werkelijke maatschappelijke kosten zijn de groene lijn: C(M) + D(M).

  • Onderste grafiek (Marginale waarden - de afgeleiden):

    • Bedrijven produceren op het punt waar hun marginale baten gelijk zijn aan hun marginale private kosten: B'(M) = C'(M).

    • Dit leidt tot de marktevenwicht-uitstoot (M_MKT). Omdat bedrijven de schade negeren, wordt er veel te veel uitgestoten.

3. De oplossing: Internaliseer de schade via een CO2-belasting (tau)

  • Om het maatschappelijk optimale niveau van uitstoot (M_OPT) te bereiken, moet de overheid een belasting per eenheid uitstoot heffen (tau).

  • At which rate? (Hoe hoog moet de belasting zijn?):

    De belastingtarief tau moet exact gelijk worden gesteld aan de marginale milieuschade in het optimale punt:

    τ=D′(MOPT)\tau = D'(M_{OPT})


  • Het effect: Door een heffing ter grootte van tau aan de private kosten toe te voegen, schuift de kostenlijn van het bedrijf omhoog van C'(M) naar C'(M) + tau. Het bedrijf past zijn gedrag aan en vermindert vrijwillig zijn uitstoot van M_MKT naar de maatschappelijk gewenste norm M_OPT.


<p>1. De variabelen in de grafieken:</p><ul><li><p><span style="line-height: 1.15;">M</span><span>: De hoeveelheid vervuilende activiteit / uitstoot.</span></p></li><li><p><span style="line-height: 1.15;">B(M)</span><span>: De baten (<em>benefits</em>) voor producenten en consumenten.</span></p></li><li><p><span style="line-height: 1.15;">C(M)</span><span>: De directe private kosten voor het bedrijf om het product te maken.</span></p></li><li><p><span style="line-height: 1.15;">D(M)</span><span>: De milieuschade (<em>damage</em>) veroorzaakt door de uitstoot.</span></p></li></ul><p>2. Het probleem: Negatief extern effect (<em>Externality</em>)</p><ul><li><p><span><strong>Bovenste grafiek (Totale waarden):</strong> Bedrijven kijken alleen naar hun eigen private kosten </span><span style="line-height: 1.15;">C(M) en negeren de maatschappelijke milieuschade D(M)</span><span>. De werkelijke maatschappelijke kosten zijn de groene lijn: </span><span style="line-height: 1.15;">C(M) + D(M)</span><span>.</span></p></li><li><p><strong>Onderste grafiek (Marginale waarden - de afgeleiden):</strong></p><ul><li><p><span>Bedrijven produceren op het punt waar hun marginale baten gelijk zijn aan hun marginale private kosten: </span><span style="line-height: 1.15;">B'(M) = C'(M)</span><span>.</span></p></li><li><p><span>Dit leidt tot de <strong>marktevenwicht-uitstoot (</strong></span><span style="line-height: 1.15;"><strong>M_MKT</strong></span><span><strong>)</strong>. Omdat bedrijven de schade negeren, wordt er <strong>veel te veel uitgestoten</strong>.</span></p></li></ul></li></ul><p>3. De oplossing: Internaliseer de schade via een <span>CO2</span>-belasting (<span>tau</span>)</p><ul><li><p><span>Om het maatschappelijk optimale niveau van uitstoot (</span><span style="line-height: 1.15;"><strong>M_OPT</strong></span><span>) te bereiken, moet de overheid een belasting per eenheid uitstoot heffen (</span><span style="line-height: 1.15;">tau</span><span>).</span></p></li><li><p><strong>At which rate? (Hoe hoog moet de belasting zijn?):</strong></p><p>De belastingtarief <span>tau</span> moet exact gelijk worden gesteld aan de marginale milieuschade in het optimale punt:</p><p>$$\tau = D'(M_{OPT})$$</p><p></p></li><li><p><span><strong>Het effect:</strong> Door een heffing ter grootte van </span><span style="line-height: 1.15;">tau aan de private kosten toe te voegen, schuift de kostenlijn van het bedrijf omhoog van C'(M) naar C'(M) + tau</span><span>. Het bedrijf past zijn gedrag aan en vermindert vrijwillig zijn uitstoot van </span><span style="line-height: 1.15;">M_MKT naar de maatschappelijk gewenste norm M_OPT</span><span>.</span></p></li></ul><p></p>
3
New cards

The Social Cost of Carbon (& discounting)

= present discounted value of all marginal damages from emitting 1 ton Co2


  • Marginale schade van CO2:

    Als we vandaag één extra ton CO2 uitstoten, blijft een groot deel daarvan nog decennia tot eeuwen in de atmosfeer hangen (2027, 2028, 2029, …).

  • Definitie Social Cost of Carbon (SCC):

    Om de totale schade van die ene ton te berekenen, moeten we alle huidige én toekomstige schade bij elkaar optellen. De definitie luidt: "Present discounted value of all marginal damages from emitting 1 ton CO2" (de contante / contant gemaakte waarde van alle toekomstige marginale schade van 1 ton CO2).

  • Waarom "discounted" (verdisconteerd)?

    Economen rekenen toekomstige geldbedragen of schade om naar de waarde van vandaag met behulp van een disconteringsvoet (discount rate).

    • Bij een hoge disconteringsvoet telt schade in het jaar 2100 in de rekenmodellen vrijwel niet meer mee (het wordt 'weggecijferd').

    • Bij een lage disconteringsvoet telt de schade voor toekomstige generaties wél zwaar mee.

  • Ethische kernvraag:

    "How much do we care about people living in 2100?" Verdiscontering is niet zomaar een wiskundige formule, maar een ethische keuze: hoeveel waarde dichten we het welzijn van onze kinderen en kleinkinderen toe vergeleken met ons eigen welzijn nu?


4
New cards

Utility weights

= p, how much we care for people who are born 10-100 years from now

→ shown in discount rate


  • Tijd dimensie (Intergenerationeel): Een ton klimaatbrandschade in het jaar 2100 heeft een bepaalde maatschappelijke impact. Welk gewicht geven wij dat welzijn vandaag? Als we een lage nutsweging toepassen op de toekomst, telt het leed van de generatie uit 2100 nauwelijks mee in onze besluitvorming nu.

  • Inkomens dimensie (Intragenerationeel): Eén extra euro levert een arm mens veel meer extra nut/welzijn op dan een miljardair. Omdat toekomstige generaties door economische groei naar verwachting rijker zijn dan wij (g > 0), weegt een marginale verandering in hun consumptie volgens nutsfuncties minder zwaar.


5
New cards

Views on discount rates:

  • prescriptive view


= it is unethical to discount utility of future generations
Ethical defenisble p is close to 0


= benadert het toekennen van nutsgewichten als een ethisch en moreel vraagstuk.

  • Filosofisch uitgangspunt: Alle menselijke generaties zijn gelijkwaardig. Waar of wanneer iemand geboren wordt (in 1950, 2020 of 2100), mag ethisch gezien geen verschil maken voor hun recht op een leefbare planeet en welzijn.

  • Invulling van de parameters:

    • De pure tijdsvoorkeur (δ\delta) wordt vrijwel op 0%0\% gezet (δ≈0\delta \approx 0). Het idee dat we de toekomst puur verdisconteren omdat het 'later' is, wordt als ethisch onverdedigbaar gezien (zoals econoom Roy Harrod noemde: "an interruption of a pure moral concept").

  • Uitkomst:

    • Dit leidt tot een zeer lage disconteringsvoet (r≈1,4%r \approx 1{,}4\% tot 2%2\%).

    • Hierdoor leidt toekomstige klimaatschade tot een extreem hoge Social Cost of Carbon (SCC).

    • Beleidsconclusie: We moeten vandaag direct en radicaal investeren in emissiereductie om de toekomst te beschermen.


6
New cards

Views on discount rates:

  • descriptive view


= dictated by consumer preferences
Observe the market outcome → reflects societal impatience


= benadert het toekennen van nutsgewichten als een empirisch gegeven. Het kijkt naar hoe mensen zich in de echte wereld op financiële markten gedragen.

  • Filosofisch uitgangspunt: Overheden moeten geen morele waarden opleggen aan de maatschappij, maar weerspiegelen hoe mensen werkelijk keuzes maken tussen consumptie nu en sparen voor later (via kapitaalmarkten en rentevoeten).

  • Invulling van de parameters:

    • De parameters (δ\delta en η\eta) worden zo gekozen dat de uiteindelijke disconteringsvoet (rr) precies overeenkomt met het reële rendement op kapitaal op de markt (bijvoorbeeld 4%4\% tot 7%7\%).

    • De pure tijdsvoorkeur (δ\delta) wordt vaak hoger gezet (bijv. 1,5%1{,}5\% tot 2%2\%), omdat mensen in de praktijk nu eenmaal de voorkeur geven aan directe beloning boven uitgestelde beloning.

  • Uitkomst:

    • Dit leidt tot een hoge disconteringsvoet (r≈4%r \approx 4\% tot 6%6\%).

    • Hierdoor worden toekomstige schades in de rekenmodellen zwaar weggecijferd, wat resulteert in een lage Social Cost of Carbon (SCC).

    • Beleidsconclusie: Het is economisch efficiënter om nu niet té veel geld uit te geven aan mitigatie, maar de economie te laten groeien en het kapitaal rendabel te investeren, zodat toekomstige (rijkere) generaties zelf over de middelen beschikken om zich aan te passen.


7
New cards

Klimaatverandering door de generaties heen (IPCC AR6)

Deze bekende visualisatie uit het IPCC-rapport (AR6 WG1) laat zien hoe klimaatverandering zich vertaalt naar het persoonlijke menselijke leven over verschillende generaties:

  1. De opwarmingsbalken (1900–2100):

    • Links (1900–2020): Van koele, blauwe tinten naar steeds donkerder oranje/rode tinten (tot 1,1 °C opwarming in 2011–2020).

    • Rechts (2020–2100): Vijf mogelijke toekomstscenario's (very low tot very high emissiepaden).

  2. De drie generatielijnen (beneden):

    • Iemand geboren in 1950: Maakte als kind/volwassene een relatief koel klimaat mee. Rond hun 70e (in 2020) is het klimaat pas net opgewarmd tot 1,1 °C.

    • Iemand geboren in 1980: Maakt gedurende hun werkende leven al een duidelijk opwarmend klimaat mee.

    • Iemand geboren in 2020: Wordt geboren in een reeds opgewarmde wereld en zal rond hun 70e verjaardag (in 2090) leven in een wereld die — afhankelijk van ons beleid nu — schommelt tussen een relatief veilige opwarming (low) of een catastrofale opwarming van meer dan 3-4 °C (very high).


<p><span>Deze bekende visualisatie uit het <strong>IPCC-rapport (AR6 WG1)</strong> laat zien hoe klimaatverandering zich vertaalt naar het persoonlijke menselijke leven over verschillende generaties:</span></p><ol><li><p><strong>De opwarmingsbalken (1900–2100):</strong></p><ul><li><p><span><strong>Links (1900–2020):</strong> Van koele, blauwe tinten naar steeds donkerder oranje/rode tinten (tot </span><span style="line-height: 1.15;">1,1 °C opwarming in 2011–2020).</span></p></li><li><p><span><strong>Rechts (2020–2100):</strong> Vijf mogelijke toekomstscenario's (<em>very low</em> tot <em>very high</em> emissiepaden).</span></p></li></ul></li><li><p><strong>De drie generatielijnen (beneden):</strong></p><ul><li><p><span><strong>Iemand geboren in 1950:</strong> Maakte als kind/volwassene een relatief koel klimaat mee. Rond hun 70e (in 2020) is het klimaat pas net opgewarmd tot </span><span style="line-height: 1.15;">1,1 °C</span><span>.</span></p></li><li><p><span><strong>Iemand geboren in 1980:</strong> Maakt gedurende hun werkende leven al een duidelijk opwarmend klimaat mee.</span></p></li><li><p><span><strong>Iemand geboren in 2020:</strong> Wordt geboren in een reeds opgewarmde wereld en zal rond hun 70e verjaardag (in 2090) leven in een wereld die — afhankelijk van ons beleid nu — schommelt tussen een relatief veilige opwarming (<em>low</em>) of een catastrofale opwarming van meer dan </span><span style="line-height: 1.15;">3-4 °C</span> (<em>very high</em>).</p></li></ul></li></ol><p></p>