psychologie een inleiding H2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/68

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

69 Terms

1
New cards

actiepotentiaal

zenuwimpuls die wordt veroorzaakt door een verandering in de elektrische lading op de celmembraan van het axon. als het neurologisch vuurt plant deze lading zich voort over het axon en zet de eindknopjes aan tot het uitscheiden van neurotransmitters.

2
New cards

pariëtaalkwab

Hersenkwab die boven en achter in de hersenen ligt. De pariëtaalkwabben houden zich bezig met de tastzin en het waarnemen van ruimtelijke relaties (de verhoudingen en onderlinge positionering van objecten in de ruimte).

3
New cards

adaptief kenmerk

kenmerk van een soort dat is ontstaan gebaseerd op aanpassing van een specifieke omgeving.

4
New cards

perifere zenuwstelsel

alle delen van het zenuwstelsel die zich buiten het centrale zenuwstelsel bevinden. bestaat uit autonome en somatische zs.

5
New cards

agonist

medicijn of andere chemische stof die het effect van een neurotransmitter versterkt of imiteert.

6
New cards

Plasticiteit

Vermogen van het zenuwstelsel om zich aan te passen of te veranderen door ervaring. Dankzij plasticiteit is het zenuwstelsel in sommige gevallen in staat fysieke beschadigingen te compenseren.

7
New cards

Alles-of-niets-principe

verwijst naar het feit dat de neuron of volledig vuurt of helemaal niet

8
New cards

pons

gebied in de hersenstam dat de hersenactiviteit tijdens de slaap en dromen reguleert.

9
New cards

amydala

structuur in het limbysch systeem, speelt een rol bij herinneringen, emoties (vooral angst en agressie) en motivatie

10
New cards

reflex

eenvoudige niet aangeleerde respons die wordt opgeroepen door een stimulus.

11
New cards

antagonist

medicijn of chemische stof die het effect van een neurotransmitter blokkeert.

12
New cards

rustpotentiaal

Elektrische lading van het axon in rust, als het neuron gereed is om te 'vuren'.

13
New cards

Associatiecortex

Corticale gebieden overal in de hersenen, die informatie uit verschillende andere hersengebieden combineren.

14
New cards

schakelcel

zenuwcel die boodschappen van de ene zenuwcel doorgeeft aan de andere en vooral voorkomt in de hersenen en in het ruggenmerg

15
New cards

autonome zenuwstelsel

Gedeelte van het perifere zenuwstelsel dat boodschappen naar de interne organen en klieren verzendt.

16
New cards

sensorisch neuron

Zenuwcel die boodschappen van sensorische receptoren naar het centrale zenuwstelsel geleidt.

17
New cards

autosoom

Een chromosoom dat geen geslachtschromosoom is; bij de mens dus niet het X- of Y-chromosoom, maar een chromosoom uit de 22 paar andere chromosomen.

18
New cards

soma

gedeelte van de cel waar de kern zich bevind. de kern bevat de chromosomen. het evalueert de impulsen die het ontvangst van honderden of duizenden andere neuronen

19
New cards

axon

de lange uitloper van een zenuwcel die de informatie vanuit een cellichaam naar de eindknopjes vervoert. de informatie verplaats zich in de vorm van een elektrische lading.

20
New cards

Somatische zenuwstelsel

Deel van het perifere zenuwstelsel dat vrijwillige boodschappen naar de skeletspieren van het lichaam stuurt.

21
New cards

biopsychologie

specialisme in de psychologie dat de interactie tussen biologie, gedrag en de omgeving bestudeert

22
New cards

Somatosensorische cortex

Smalle verticale reep van de pariëtaalkwabben. Speelt een rol bij de tastzin.

23
New cards

Centrale zenuwstelsel (CZS)

de hersenen en het ruggenmerg

24
New cards

Spiegelneuronen

Neuronen die reageren als wij zelf een bepaalde handeling verrichten en als we een ander deze handeling zien verrichten.

25
New cards

Cerebellum (kleine hersenen)

deze hersenen zijn verbonden met de hersenstam. is verantwoordelijk voor gecoördineerde bewegingen.

26
New cards

sympatisch zenuwstelsel

deel van het autonome zs dat boodschappen naar inwendige organen en klieren stuurt en ons in staat stelt te reageren op stressvolle situaties.

27
New cards

Cerebrale cortex

De dunne grijze massa die het cerebrum bedekt. Bestaat uit een halve centimeter dikke laag cellichamen van neuronen. De cerebrale cortex is verantwoordelijk voor het grootste deel van onze 'hogere' psychische processen, waaronder denken en waarnemen.

28
New cards

synaps

microscopisch kleine spleet waardoor de communicatie tussen neuronen plaats vind.

29
New cards

Cerebrale dominantie

Neiging van elke hersenhelft om bepaalde functies te domineren, zoals taal of de perceptie van ruimtelijke relaties.

30
New cards

Synaptische transmissie

Transport van de informatie door de synaptische spleet (van het ene neuron naar het andere bijvoorbeeld) door middel van neurotransmitters.

31
New cards

chromosoom

lange dunne spiraalvormige draad waarlangs de genen zijn gerangschikt als de kralen van een ketting. deze bestaan voornamelijk uit DNA

32
New cards

Temporaalkwab

Hersenkwab die geluid verwerkt, inclusief taal. De temporaalkwabben spelen waarschijnlijk ook een rol bij de opslag van langdurige herinneringen.

33
New cards

contralaterale banen

Sensorische en motorische banen tussen de hersenen en de rest van het lichaam steken onderweg over naar de andere zijde, zodat signalen van de rechterkant van het lichaam door de linkerzijde van de hersenen worden verwerkt en vice versa.

34
New cards

thalamus

dit centrale koppelstation van de hersenen ligt recht boven de hersenstam. bijna alle boodschappen die de hersenen bereiken of verlaten, passeren de.......

35
New cards

Corpus callosum (Hersenbalk)

een bundel zenuwcellen die de twee hersenhelften met elkaar verbind en communicatie tussen de twee hersenhelften mogelijk maakt.

36
New cards

Visuele cortex

Gebieden op de cortex van de occipitaalkwabben en de temporaalkwabben waar visuele informatie wordt verwerkt.

37
New cards

creationisme

opvatting dat het scheppingsverhaal strikt letterlijk genomen moet worden

38
New cards

zenuwstelsel

gehele netwerk van neuronen in het lichaam, inclusief het centrale zenuwstelsel, het perifere zenuwstelsel en hun onderafdelingen

39
New cards

dendrieten

vertakte uitlopers van het cellichaam van een neuron die de informatie binnenhalen

40
New cards

dna

lang, complex molecuul dat informatie bevat over alle genetische eigenschappen.

41
New cards

eindknop

kleine verdikking aan het uiteinde van het axon. bevat neurotransmitters, die de boodschap van het neuron bij stimulatie vrijlaten naar de synaps.

42
New cards

endocriene stelsel

Het hormonale systeem, de chemische boodschappendienst van het lichaam, inclusief de volgende hormoonklieren: hypofyse, bijnieren, geslachtsklieren, schildklier, bijschildklier, alvleesklier, ovaria en testikels.

43
New cards

epigenoom

een reeks chemische codes die aanvullende ervaringen op het DNA vormen. is flexibel en past zich aan de omgeving en ervaring aan door genen aan en uit te zetten.

44
New cards

evolutie

het geleidelijke proces van biologische verandering van een soort doordat die zich succesvol aanpast aan zijn omgeving.

45
New cards

fenotype

de waarneembare eigenschappen van een individu

46
New cards

formatio reticularis

potloodvormige structuren in de hersenstam, tussen de medulla en de pons die betrokken is bij het slapen en waken.

47
New cards

Frontaalkwab

Gebied voor in de hersenen dat met name een rol speelt in beweging, het denken en de persoonlijkheid.

48
New cards

genen

stukjes van een chromosoom waarin de codes de erfelijke lichamelijke en psychische eigenschappen van een organisme zijn opgeslagen. ze vormen de functionele elementen van een chromosoom.

49
New cards

genoom

de volledige set genen van een organisme inclusief niet-coderend DNA

50
New cards

genotype

kenmerken van een organisme zoals die genetisch zijn vastgelegd.

51
New cards

Geslachtschromosomen

een chromosoom dat onze lichamelijke geslachtskenmerken bepaald. vrouwen hebben x chromosomen en mannen een x-y

52
New cards

gliacel

Een cel die structurele steun biedt aan neuronen. Tijdens de ontwikkeling helpen gliacellen bij het samenbrengen van de juiste zenuwcellen. Gliacellen vormen bovendien een isolerende laag (de myelineschede) voor de axonen van sommige neuronen.

53
New cards

hersenstam

Meest primitieve van de drie hersenlagen. Hij bestaat uit de medulla oblongata, de pons en de formatio reticularis.

54
New cards

hippocampus

onderdeel van het limbisch systeem. speelt een rol bij langdurige herinneringen.

55
New cards

histoon

een specifiek eiwit waar het DNA zijn spiralen omheen wikkelt.

56
New cards

hormoon

Chemische boodschapper van het endocriene stelsel. Sommige hormonen hebben dezelfde chemische samenstelling als neurotransmitters.

57
New cards

hypofyse

is een hormoonklier onder aan de hersenen, die in verbinding staat met de hypothalamus en o.a. stimulerende hormonen afscheidt. Stimulerende hormonen stimuleren de werking van andere hormoonklieren.

58
New cards

hypothalamus

structuur in het limbisch systeem die dienst doet als bloedtestlaboratorium. het bloed dat informatie geeft over het toestand van het lichaam, wordt continue in de gaten gehouden.

59
New cards

Lateralisatie van de hersenen

bepaalde hersenfuncties zijn enkel, of grotendeels, vertegenwoordigd in een van beide hersenhelften.

60
New cards

Limbisch systeem

Groep structuren in de hersenen betrokken bij emotie, motivatie, genot en emotioneel geheugen

61
New cards

medulla

gebied in de hersenstam dat de ademhaling en de hartslag controleert. betekend verlengde van het ruggenmerg.

62
New cards

motorisch neuron

zenuwcel die boodschappen van het centrale zenuwstelsel naar de spieren en/of klieren geleidt.

63
New cards

Motorische cortex

Smalle verticale reep van de cortex van de frontaalkwabben; controleert vrijwillige beweging.

64
New cards

natuurlijke selectie

Drijvende kracht achter de evolutie, waardoor de omgeving de best aangepaste organismen 'selecteert'.

65
New cards

Neurale baan

Bundel van zenuwcellen die in grote lijnen dezelfde route volgt en dezelfde neurotransmitters gebruikt.

66
New cards

neuron

een zenuwcel die is gespecialiseerd in het ontvangen en doorsturen naar andere cellen in het lichaam. een bundeling van een groot aantal neuronen wordt een zenuw genoemd.

67
New cards

neurotransmitter

chemische boodschapper die neurale berichten van de ene kant van de synaptische spleet naar de andere kant brengt. sommige hormonen hebben dezelfde chemische samenstelling als sommige neurotransmitters.

68
New cards

Occipitaalkwab

Deze corticale kwab ligt aan de achterkant van de hersenen en herbergt een deel van de visuele cortex.

69
New cards

parasympatisch zenuwstelsel

deel van het autonome zs dat de dagelijkse routine van de inwendige organen in de gaten houdt en het lichaam weer kalmeert nadat dat door het sympathisch zs in staat van paraatheid is gebracht.