1/54
Looks like no tags are added yet.
un travail saisonnier
seizoensarbeid
le travail manuel
handenarbeid
le travail posté
werk in ploegendienst
une carte de travail / un permis de travail
arbeidsvergunning
un travailleur
een arbeidskracht, werknemer
un travailleur intellectuel(le)
een hoofdarbeider
un travailleur manuel
een handarbeider
un travailleur indépendant, un indépendant
een zelfstandige
un travailleur immigré
een gastarbeider
un travailleur intérimaire
een interimkracht
travailler
werken
travailler à la chaîne
aan de band werken
travailler en équipe
in ploeg werken
travailler au noir
zwartwerken
une profession / un métier
een beroep
une profession libérale
vrij beroep
exercer un métier
een beroep uitoefenen
un emploi
een baan
chercher un emploi <> chercher de l’emploi
een baan zoeken <> werk zoeken
être sans emploi
werkloosheid zijn
le/ la ministre de l’Emploi
minister van Werk
une fonction / un poste
een functie
nommer qqn à un poste
iemand op een post benoemen
nommer qqn directeur
iemand tot directeur benoemen
être nommé à un poste
benoemd zijn op een post
pourvoir à un poste
een post/ functie invullen
un contrat (de travail)
een contract
un contrat à durée déterminée / indéterminée
een contract van bepaalde / onbepaalde duur
signer un contrat
een contract ondertekenen
un job de vacances / un job d’été
een vakantiejob
un job d’étudiant
een studentenjob
une activité complémentaire
een klus
exercer une activité complémentaire
bijklussen
le marché de l’emploi / du travail
arbeidsmarkt
la population active
beroepsbevolking
l’effectif, les effectifs
personeelsbestand, personeelsbezetting
le personnel
personeel
un employeur
een werkgever
un employé
een bediende
employer
in dienst hebben, tewerkstellen
cette entreprise emploie 100 personnes
dat bedrijf heeft 100 mensen in dienst
le patronat
het patronaat, het geheel van werkgevers
un fonctionnaire
een ambtenaar
een réceptionniste
een receptionist
un téléphoniste
een telefonist
un représentant (commercial, de commerce)
een handelsvertegenwoordiger
un débutant
een beginneling
un spécialiste
een specialist
se spécialiser en
zich specialiseren in
je me suis spécialisé en droit des affaires
ik heb me gespecialiseerd in zakenrecht
nous sommes spécialisés dans la verte d’antiquités
wij zijn gespecialiseerd in de verkoop van antiek
un experte
een deskundige
un médecin expérimenté
een ervaren geneesheer
un assistant
een assistent