Octobre 5 - 2026

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/54

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

55 Terms

1
New cards

un travail saisonnier

seizoensarbeid

2
New cards

le travail manuel

handenarbeid

3
New cards

le travail posté

werk in ploegendienst

4
New cards

une carte de travail / un permis de travail

arbeidsvergunning

5
New cards

un travailleur

een arbeidskracht, werknemer

6
New cards

un travailleur intellectuel(le)

een hoofdarbeider

7
New cards

un travailleur manuel

een handarbeider

8
New cards

un travailleur indépendant, un indépendant

een zelfstandige

9
New cards

un travailleur immigré

een gastarbeider

10
New cards

un travailleur intérimaire

een interimkracht

11
New cards

travailler

werken

12
New cards

travailler à la chaîne

aan de band werken

13
New cards

travailler en équipe

in ploeg werken

14
New cards

travailler au noir

zwartwerken

15
New cards

une profession / un métier

een beroep

16
New cards

une profession libérale

vrij beroep

17
New cards

exercer un métier

een beroep uitoefenen

18
New cards

un emploi

een baan

19
New cards

chercher un emploi <> chercher de l’emploi

een baan zoeken <> werk zoeken

20
New cards

être sans emploi

werkloosheid zijn

21
New cards

le/ la ministre de l’Emploi

minister van Werk

22
New cards

une fonction / un poste

een functie

23
New cards

nommer qqn à un poste

iemand op een post benoemen

24
New cards

nommer qqn directeur

iemand tot directeur benoemen

25
New cards

être nommé à un poste

benoemd zijn op een post

26
New cards

pourvoir à un poste

een post/ functie invullen

27
New cards

un contrat (de travail)

een contract

28
New cards

un contrat à durée déterminée / indéterminée

een contract van bepaalde / onbepaalde duur

29
New cards

signer un contrat

een contract ondertekenen

30
New cards

un job de vacances / un job d’été

een vakantiejob

31
New cards

un job d’étudiant

een studentenjob

32
New cards

une activité complémentaire

een klus

33
New cards

exercer une activité complémentaire

bijklussen

34
New cards

le marché de l’emploi / du travail

arbeidsmarkt

35
New cards

la population active

beroepsbevolking

36
New cards

l’effectif, les effectifs

personeelsbestand, personeelsbezetting

37
New cards

le personnel

personeel

38
New cards

un employeur

een werkgever

39
New cards

un employé

een bediende

40
New cards

employer

in dienst hebben, tewerkstellen

41
New cards

cette entreprise emploie 100 personnes

dat bedrijf heeft 100 mensen in dienst

42
New cards

le patronat

het patronaat, het geheel van werkgevers

43
New cards

un fonctionnaire

een ambtenaar

44
New cards

een réceptionniste

een receptionist

45
New cards

un téléphoniste

een telefonist

46
New cards

un représentant (commercial, de commerce)

een handelsvertegenwoordiger

47
New cards

un débutant

een beginneling

48
New cards

un spécialiste

een specialist

49
New cards

se spécialiser en

zich specialiseren in

50
New cards

je me suis spécialisé en droit des affaires

ik heb me gespecialiseerd in zakenrecht

51
New cards

nous sommes spécialisés dans la verte d’antiquités

wij zijn gespecialiseerd in de verkoop van antiek

52
New cards

un experte

een deskundige

53
New cards

un médecin expérimenté

een ervaren geneesheer

54
New cards

un assistant

een assistent

55
New cards