1/32
Flashcards met de belangrijkste begrippen en vaktermen over de economie, geografie, samenleving en kolonisatie van het oude Griekenland.
Akkerbouw
Het telen van gewassen.
Veeteelt
Het fokken, selecteren en hoeden van tamme dieren.
Landbouw
Het geheel van akkerbouw en veeteelt.
Polis
Een onafhankelijke plaats in de Griekse wereld, vaak een stadstaat of een kleine rurale nederzetting op het platteland.
Stadstaat
Een stad en de omgeving erheen met een eigen bestuur.
Lokaal
Plaatselijk van aard of beperkt tot de eigen nederzetting.
Regionaal
Op een grotere schaal dan lokaal, behorend tot de omliggende streek.
Continentaal
Op het land gericht.
Maritiem
Op de zee gericht.
Ruraal
Behorend tot het landelijke gebied of het platteland.
Stedelijk
Behorend tot de stad.
Gesloten landbouwsamenleving
Een samenleving waar men leeft van landbouw, zelfvoorzienend is en weinig of geen contact heeft met andere samenlevingen.
Open landbouwsamenleving
Een samenleving waarin de meeste, maar niet alle inwoners in de landbouw werken en waarin intensief contact en handel bestaan met andere samenlevingen.
Ambacht
Een beroep waarbij men zich specialiseert in handwerk, oftewel het vervaardigen van objecten met de hand.
Beroepsspecialisatie
Het zich volledig richten op een bepaald beroep met specifieke kennis en kunde.
Grondstof
Onbewerkt, ruw materiaal dat dient als basis voor producten.
Ruileconomie
Een economisch systeem waarbij mensen goederen rechtstreeks tegen elkaar uitwisselen zonder tussenkomst van geld.
Geldeconomie
Een economisch systeem waarin geld (zoals munten) gebruikt wordt als algemeen betaalmiddel en waardemeter voor transacties.
Handel
Economische activiteit waarbij goederen worden uitgewisseld (tegen betaling of in ruil voor andere goederen).
Migratie
De verplaatsing van groepen mensen van de ene naar de andere plaats, oftewel verhuizen naar een ander gebied.
Kolonisatie
Het vestigen van nieuwe nederzettingen op nieuwe plaatsen, vaak overzee.
Oorzaak
De reden waarom iets gebeurt.
Gevolg
Het resultaat of de uitkomst van feiten en/of gebeurtenissen.
Hellas
Het oude Griekenland; het gebied rond de Egeïsche Zee dat destijds aanzienlijk groter was dan het huidige Griekenland.
Pijnboom
De enige boomsoort die zowat overal in het oude Griekenland groeide; levert hars en brandhout, maar is ongeschikt als constructiehout.
Syrakousai
Griekse nederzetting op Sicilië met als belangrijkste troeven graanproductie en controle over de handelsroutes op de Middellandse Zee.
Poseidonia
Griekse nederzetting met als voornaamste economische troef zeer vruchtbare landbouwgronden.
Byzantion
Griekse nederzetting die een strategische positie innam voor de controle over de graanhandel rond de Zwarte Zee.
Massalia
Griekse nederzetting met als belangrijke troef handelscontacten met de Kelten.
Istmus van Korinthe
Landengte bij Korinthe waar een stenen spoorbaan werd aangelegd om schepen over te trekken, waardoor een risicovolle omweg rond de Peloponnesos vermeden werd.
Historische bron
Elk overblijfsel of elke getuigenis uit het verleden die informatie biedt om een beeld te vormen van de geschiedenis.
Bruikbaarheid (van een historische bron)
De mate waarin een historische bron geschikt en relevant is om een specifieke historische onderzoeksvraag te beantwoorden.
Representativiteit (van een historische bron)
De mate waarin de gegevens uit een historische bron typerend of representatief zijn voor een grotere groep of situatie uit het verleden.