Hoofdstuk 3: De economie van het oude Griekenland (ca. 800 v.C. - ca. 300 v.C.)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/32

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards met de belangrijkste begrippen en vaktermen over de economie, geografie, samenleving en kolonisatie van het oude Griekenland.

33 Terms

1
New cards

Akkerbouw

Het telen van gewassen.

2
New cards

Veeteelt

Het fokken, selecteren en hoeden van tamme dieren.

3
New cards

Landbouw

Het geheel van akkerbouw en veeteelt.

4
New cards

Polis

Een onafhankelijke plaats in de Griekse wereld, vaak een stadstaat of een kleine rurale nederzetting op het platteland.

5
New cards

Stadstaat

Een stad en de omgeving erheen met een eigen bestuur.

6
New cards

Lokaal

Plaatselijk van aard of beperkt tot de eigen nederzetting.

7
New cards

Regionaal

Op een grotere schaal dan lokaal, behorend tot de omliggende streek.

8
New cards

Continentaal

Op het land gericht.

9
New cards

Maritiem

Op de zee gericht.

10
New cards

Ruraal

Behorend tot het landelijke gebied of het platteland.

11
New cards

Stedelijk

Behorend tot de stad.

12
New cards

Gesloten landbouwsamenleving

Een samenleving waar men leeft van landbouw, zelfvoorzienend is en weinig of geen contact heeft met andere samenlevingen.

13
New cards

Open landbouwsamenleving

Een samenleving waarin de meeste, maar niet alle inwoners in de landbouw werken en waarin intensief contact en handel bestaan met andere samenlevingen.

14
New cards

Ambacht

Een beroep waarbij men zich specialiseert in handwerk, oftewel het vervaardigen van objecten met de hand.

15
New cards

Beroepsspecialisatie

Het zich volledig richten op een bepaald beroep met specifieke kennis en kunde.

16
New cards

Grondstof

Onbewerkt, ruw materiaal dat dient als basis voor producten.

17
New cards

Ruileconomie

Een economisch systeem waarbij mensen goederen rechtstreeks tegen elkaar uitwisselen zonder tussenkomst van geld.

18
New cards

Geldeconomie

Een economisch systeem waarin geld (zoals munten) gebruikt wordt als algemeen betaalmiddel en waardemeter voor transacties.

19
New cards

Handel

Economische activiteit waarbij goederen worden uitgewisseld (tegen betaling of in ruil voor andere goederen).

20
New cards

Migratie

De verplaatsing van groepen mensen van de ene naar de andere plaats, oftewel verhuizen naar een ander gebied.

21
New cards

Kolonisatie

Het vestigen van nieuwe nederzettingen op nieuwe plaatsen, vaak overzee.

22
New cards

Oorzaak

De reden waarom iets gebeurt.

23
New cards

Gevolg

Het resultaat of de uitkomst van feiten en/of gebeurtenissen.

24
New cards

Hellas

Het oude Griekenland; het gebied rond de Egeïsche Zee dat destijds aanzienlijk groter was dan het huidige Griekenland.

25
New cards

Pijnboom

De enige boomsoort die zowat overal in het oude Griekenland groeide; levert hars en brandhout, maar is ongeschikt als constructiehout.

26
New cards

Syrakousai

Griekse nederzetting op Sicilië met als belangrijkste troeven graanproductie en controle over de handelsroutes op de Middellandse Zee.

27
New cards

Poseidonia

Griekse nederzetting met als voornaamste economische troef zeer vruchtbare landbouwgronden.

28
New cards

Byzantion

Griekse nederzetting die een strategische positie innam voor de controle over de graanhandel rond de Zwarte Zee.

29
New cards

Massalia

Griekse nederzetting met als belangrijke troef handelscontacten met de Kelten.

30
New cards

Istmus van Korinthe

Landengte bij Korinthe waar een stenen spoorbaan werd aangelegd om schepen over te trekken, waardoor een risicovolle omweg rond de Peloponnesos vermeden werd.

31
New cards

Historische bron

Elk overblijfsel of elke getuigenis uit het verleden die informatie biedt om een beeld te vormen van de geschiedenis.

32
New cards

Bruikbaarheid (van een historische bron)

De mate waarin een historische bron geschikt en relevant is om een specifieke historische onderzoeksvraag te beantwoorden.

33
New cards

Representativiteit (van een historische bron)

De mate waarin de gegevens uit een historische bron typerend of representatief zijn voor een grotere groep of situatie uit het verleden.