1/47
lipiden
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Triglyceriden
Drie hydrofobe vetzuurketens gebonden aan een hydrofiel glycerol, 95% van het vet in ons lichaam
Verzadigd vetzuur
Vetzuren waarvan de koolstofketen geen dubbele bindingen heeft
Enkelvoudig onverzadigd vetzuur
Vetzuren waarvan er in de koolstofketen één dubbele binding voorkomt
Meervoudig onverzadigd vetzuur
Vetzuren waarvan er in de koolstofketen meerdere dubbele bindingen voorkomen
Carboxyl einde
Het delta einde van een vetzuur genoteerd als -d
Methyl einde
Het omega einde van een vetzuur genoteerd als -n
Palmitinezuur
Het meest voorkomend verzadigd vetzuur in onze voeding met een ketenlengte van 16C (16:0)
Stearinezuur
Het 2e meest voorkomende verzadigd vetzuur in onze voeding met ketenlengte C18 (18:0)
Oliezuur
Het meest voorkomend enkelvoudig onverzadigd vetzuur in onze voeding met ketenlengte C18 (18:1)
Linolzuur
Het meest voorkomend meervoudig onverzadigd vetzuur in onze voeding met ketenlengte C18 (18:2)
Linoleenzuur
Meervoudig onverzadigd vetzuur met ketenlengte C18, bestaande uit 2 vormen: Omega 3 en omega 6 vetzuur
Omega 3 vetzuur
Een essentieel meervoudig onverzadigd vetzuur en één vorm van linoleenzuur (C18:3), produceert EPA en DHA
Omega 6 vetzuur
Een meervoudig onverzadigd vetzuur en één vorm van linoleenzuur (C18:3) die het lichaam zelf hieruit kan synthetiseren
Hydrogenatie
Vloeibare onverzadigde vetten tot een vaste stof maken door de dubbele binding weg te halen of door een cis verzadigd vet tot een trans verzadigd vet te maken
Trans vetzuur
Vetzuur waarbij de waterstofatomen aan verschillende kanten van het koolstofatoom zit, het vet stapelt makkelijker en de kans op arteriosclerose stijgt
Cis vetzuur
Vetzuur waarbij de waterstofatomen aan de andere kant van het koolstofatoom zitten waardoor en een knik in de structuur komt
EPA
Een omega 3 vetzuur vooral aanwezig in vis en vis/ algenolie wat ontstekingsremmend werkt
DHA
Een omega 3 vetzuur wat je binnenkrijgt via vis en vis/ algenolie en belangrijk als bouwstof voor het hersen en netvliesweefsel
Eicosanoïden
Weefselhormonen gemaakt uit EPA met als functies pijnverlichting, immuniteit, bloeddrukregulatie en bloedstolling
Cholesterol
Vetachtige stof die in alle dierlijke cellen voorkomt, bouwsteen van het celmembraan
Fosfolipiden
Vetachtige stof met een organisch molecuul (hydrofiele kop) en 2 vetzuurketens (hydrofobe staart). Functie als plasma celmembraan en emulgator
Gastrisch lipase
Emzym geproduceerd door hoofdcellen in het maagslijmvlies met een beperkte vertering van vetten in de maag
Pancreaslipase
Enzym geproduceerd in de pancreas die zorgt voor de afbraak van triglyceriden tot monoglyceride en 2 vrije vetzuren
Galzuren
Moleculen geproduceerd in de lever opgebouwd uit cholesterol en fosfolipiden die in de maag vetten emulgeren
Galzouten
Stof bestaande uit vooral cholesterol met een hydrofiele en hydrofobe kant waarmee vet ingepakt wordt en door het lichaam getransporteerd kan worden
Micellen
Bolletjes gevormd uit galzouten met hydrofiele koppen aan de buitenkant en hydrofobe staarten aan de binnenkant waarin tryglyceriden tot de villi en microvilli vervoert kunnen worden voor opname in de dunne darm
Re-esterificatie
Het opnieuw vormen van esterverbindingen waardoor in de dunne darm de losse vetzuren weer gekoppeld kunnen worden tot tryglyceriden
Chylomicron
Een groot lipoproteïne deel in de darmcellen met hydrofiele buitenkant wat de vetten en cholesterol verpakt voor transport door het lichaam
Apolipoproteins
Eiwitten tussen de fosfolipiden van een chylomicron die de chylomicronen de goeie richting in het lichaam op sturen
Lipoproteïnelipase (LPL)
Enzym op de wand van haarvaten, spier- en vetweefsel dat triglyceriden uit lipoproteïnen hydrolyseerd en afbreekt zodat de weefsels vetzuren kunnen opnemen
Lypoproteïnen
Deeltjes die vet en cholesterol door het lichaam vervoeren (Chylomicron, VLDL, LDL, HDL)
LDL (low density lypoprotein)
Lipoproteïne met een lage dichtheid, dus er zijn veel vetten en weinig eiwitten aanwezig
HDL (high density lypoprotein)
Lipoproteïne met een hoge dichtheid, dus er zijn weinig vetten en veel eiwitten aanwezig
Chylomicron remnants
Wat overblijft van een chylomicron nadat LPL het grootste deel van de triglyceriden eruit heeft gesplitst. Het deeltje is dan kleiner en bevat relatief meer cholesterol.
Bruin vet
Vet in staat hitte te produceren om het organisme warm te houden
Beta-oxidatie
Het proces waarbij vetzuren worden ingekort tot acetyl-CoA waarbij energie vrijkomt
ANGPTL4 (angiopoietin-like protein 4)
Eiwit dat tijdens gevaste staat aan LPL zal binden waardoor LPL onwerkzaam is en de triglyceriden niet opgenomen kunnen worden
Hartinfarct
Het gevolg van bloed en zuurstof wat niet meer door de kransslagader kan door verkalking
Beroerte
Het gevolg zodra bloed niet meer bij de hersenen kan komen
Hartvalen
Het gevolg van een uitgeput hart waardoor het bloed niet goed genoeg het lichaam door gepompt wordt
Peripeel arterieel vaatlijden
Een aandoening waarbij de slagaders, vaak bij de benen, verstopt raken
Artherosclerose
De opbouw van plaque in de wanden van slagaders waardoor deze vernauwen en de bloedstroom belemmeren
Endotheel/ intima
De binnenste laag van een slagader wat in contact staat met ons bloed
Foam cells
Witte bloedcellen (macrofagen) die vetten fagocyteren/ opnemen en steeds voller zitten waardoor de slagaderwand steeds dikker wordt
Necrotic core
Een groep afgestorven foam cellen van een plaque waarbij de inhoudt vrijkomt
Plaque ruptuur
Vetophoping in de wand van bloedvaten
coronary hart disease (CHD/ kransslagaderziekte)
Aandoening waarbij de kransslagaders vernauwd of verstopt raken
Hart- en vaatziekten
Verzamelnaam voor aandoeningen van het hart en de bloedvaten