1/16
Looks like no tags are added yet.
Meest voorkomende respiratoire aandoeningen
Top 4:
- Droes
- EHV
- Influenza
- Rhodococcus
Overige:
- Migratie parascaris
- Longworm
- Shipping fever
- Pleuritis
- EAV
- Rhinitis B
Veulen 8 maanden oud, sinds enkele dagen pussig snot uit neus
DDx Top 4:
- Droes
- Rhodococcus
- Influenza
- EHV
Droes:
Verspreiding
Vaak is de luchtzak betrokken (niet altijd). Ze kunnen vanuit de luchtzak drager worden.
Meeste dieren overleven het, maar het blijft een potentieel dodelijke aandoening.
Hoe wordt deze bacterie tussen dieren overgedragen:
- Direct contact
o Dier- dier contact, of contact met pus
- Indirect contact
o Kleding, emmers, etc.
Reservoir dieren: dieren met pus in de luchtzakken die eventueel stenen gaan vormen.
De bacterie kan in de zomer 2-9 dagen en in de winter 13-34 dagen buiten de gastheer infectieus blijven.
Droes: klinisch beeld en monstername
Monstername voor kweek of PCR of ELISA. Voor de monstername gebruik je een neus- of keelswab, transtracheale spoeling, luchtzakspoeling, nasopharyngeale spoeling of abcesmateriaal. Hierbij is het belangrijk om de monstername pas 24-48u na het begin van de koorts uit te voeren omdat voor die tijd de bacteriën nog niet in de mucosa zitten. Een kweek wordt nog steeds als de gouden standaard gezien. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen S. equi equi en S. equi zooepidemicus door het sorbitol en lactose dat S. equi zooepidemicus fermenteert en S. equi equi niet.
Met een spoeling neem je veel meer oppervlak van de slijmvliezen mee dan bij een swab à grotere kans aantonen pathogeen.
Bij een swab zijn de synthetische swabs beter dan katoenen swabs; je krijgt de pathogeen beter uit de swab.
Kweek vs PCR
o Voordelen kweek:
§ Toont de aanwezigheid van levensvatbare S. equi aan.
o Nadelen kweek:
§ Neemt enkele dagen in beslag.
§ Lage gevoeligheid (60%)
§ Wordt beïnvloed door contaminatie.
§ Vereist uitscheiding van S. equi.
§ Een negatief fermentatieresultaat (d.w.z. geen verzuring van de suikermedia) = een positief resultaat voor S. equi. Verontreiniging met andere bacteriën is dus problematisch voor deze test.
§ S. equi moeten worden verzameld en gescheiden van verontreinigende bacteriën aanwezig in het bij het paard afgenomen monster.
o Voordelen PCR:
§ Snel (resultaten beschikbaar op dezelfde dag - de test kan binnen een uur worden uitgevoerd).
§ 90% gevoeligheid.
§ 95% specificiteit = gouden standaardtest.
o Nadelen PCR:
§ Verontreiniging van de apparatuur (bv. endoscopen) kan tot foutpositieve resultaten leiden.
§ Vereist uitscheiding van S. equi.
Let op dat sommige labs niet elke dag een PCR doet! à spoed PCR à duurder
Vaccinaties droes
Vaccinaties
Strangvac
o Minimum leeftijd 8 maanden
o Elke paar weken herhalen voor officiele immuniteit à kort
o Veel bijwerkingen
o Moet nog verder ontwikkeld worden
Equillis strep-E
o Submucosal
o Vaccinatieschema: basis vanaf 4 maanden leeftijd en dan 4 weken later nogmaals. Daarna iedere 3 maanden.
o Aanvang immuniteit: 2 weken na de basisvaccinatie
o Duur immuniteit: tot 3 maanden
Klinisch beeld EHV thino
Respiratoire vorm (EHV-4): koorts, lethargie, anorexie, vergrootte lymfnodes, pharyngitis, neusuitvloeing (muceuz / mucopurulent), hoesten
Neurologische vorm (EHV-1) -> Equine herpesmyeloencephalopathie: Ataxie, paralyse, blaasverlamming, "dog sitting", verminderde staarttonus
Aborten in de derde trimester van de dracht (EHV-1, soms ook EHV-4)
Monstername EHV
Respiratoir
· Nasopharyngeale swab (liefst een lange swab)
· EDTA bloed
o PCR: op celfractie (dus serum is niet nuttig)
o ELISA: gepaarde sera
Abortus variant
· Veulen: longaspiratiebiopt
· Merrie: vaginaalswab
Neurologisch: PCR op liquor
Virusisolatie
PCR is sneller dan een kweek en sensitief. Je moet het wel insturen, dus je hebt niet direct het resultaat. Een positieve PCR test.
Infectiekernmerken ehv
Overdracht:
Direct en indirect
Via fomites: kleding en emmers, dekens…
Aerogeen (druppeltjesinfectie) en besmette kleding (iets minder snelle verspreiding van influenza, want meer via druppeltjes dan mini aerosolen)
Abortusweefsel: vrucht, vruchtvliezen, vruchtwater à erg veel virus
Advies: drachtige merries isoleren van jonge paarden. Goede omgevings desinfectie en voldoende afstand tussen paarden (beperkt houden tot 1 stal).
Wanneer zijn dieren infectieus:
Vaker bij jonge dieren dan bij oude dieren gevonden
Vooral in najaar en winter bij elkaar opstallen van paarden, vooral bij veulens van dat jaar
10-14 dagen vanaf infectie bij EHV1
Reservoir
- Er is altijd dragerschap na EHV infectie. Oudere paarden zodanige immuniteit dat ze geen duidelijke respiratoire verschijnselen vertonen
Hoe lang kan het virus buiten de gastheer infectieus blijven:
- Relatief kort; in de meeste condities minder dan 7 dagen, met maximale survival van 35 dagen. Virus is labiel en worden geïnactiveerd door hitte, UV en desinfectantia.
Vaccinatie EHV
Geïnactiveerd equine herpusvirus type 1 en geïnactiveerd equine herpesvirus type 4.
§ Equip EHV 1,4 (zoetis)
§ Pneumequine EHV-1 (boehringer)
§ Equishield EHV (decra)
Gedeeltelijk actieve immunisatie ter vermindering van de ernst van respiratoire ziekteverschijnselen door EHV 1 en 4.
o (Actieve immunisatie van drachtige merries ter vermindering van abortus veroorzaakt door EHV-1)
Geen langdurige of volledige bescherming, reductie kans op abortus
Gevaccineerde paarden zijn minder lang besmettelijk dan ongevaccineerde paarden.
o 2-3 dagen infectieus i.p.v. 3-4 weken
Influenza klinisch beeld
Klinisch beeld:
Temperatuursverhoging/koorts, hoesten, later ook neusuitvloeiing
Infectiekenmerken influenza
Infectie:
Overdrage voornamelijk respiratoir
- Aerosolen en droplets van hoestende dieren
- indirect
Wanneer zijn dieren infectieus?
Incubatietijd 24 uur tot 5 dagen. Infectieus: begint 1 dag voordat klinische klachten optreden.
Hoe lang kan dit virus buiten de gastheer infectieus blijven?
Het virus kan ongeveer 2-3 dagen overleven in water of op besmette materialen, zoals kleding. In aerosolen overleeft het virus enkele uren. Maar het virus komt toch in de omgeving via hoesten en neusuitvloeiing?? Dus hoe kan het lang overleven in de omgeving als het maar enkele uren overleeft in aersolen??
§ Virus wil geen droogte en warmte.
§ Nadeel aerosolen: hoe verder door de lucht hoe meer ze uitdrogen.
· Hoe kleiner de aerosolen hoe dieper ze in de luchtwegen kan komen.
7-10 dagen na laatste symptomen nog infectieus.
Emmers beruchte factor (overleeft goed in natte omgeving)
Voor zover we nu weten geen reservoir.
Therapie influenza
Welke therapie zouden jullie instellen bij een paard met influenza?
Ondersteunde therapieen, zoals: ontstekingsremmers (NSAIDs), AB in het geval van secundaire bacteriele infecties die kunnen leiden tot pneumonie, acetylcysteïne voor het oplossen en bevorderen van ophoesten van slijm, rust.
Welke maatregelen zouden jullie adviseren op een bedrijf met influenza?
Geïnfecteerde dieren isoleren tot 21 dagen na het zien van de laatste verschijnselen.
Van kleding wisselen wanneer je van de besmette dieren terug naar de gezonde dieren gaat.
Besmette dieren isoleren, nieuwe dieren in quarantaine (2wkn)
Preventief vaccineren
Desinfecteren
Monstername en vaccins influenza
Monstername
Combinatiepakket respiratoir Paard: PCR diepe neusswab op basis van EHV-1, EHV-4, influenza, streptococcus equi.
Antigeen en antilichaam ELISA
Sneltesten, niet subtype specifiek, is voor influenza A
Catch all influenza A test, positief dan nieuwe PCR en specifiek op subtype
Let op dat excretie van virus van EI al weer snel naar beneden gaat! à goede swab is dus van belang.
We kunnen tegenwoordig PCR ook kwantitatief maken: CP waarde; hoe hoger de CP des te meer cyclussen je nodig heb om het aan te tonen dus des te minder primair virus er aanwezig was.
Vaccins
Alleen dode vaccins, dus actuele ontwikkelingen moeten steeds gevolgd worden, want geen kruis immuniteit.
Rhodococcen verschrijnselen
Reutelen en bronchiaal ademen
Is echt een bedrijfsprobleem
Op RX: ronde ontstekingsplaatsen à noduli
Let op dat het een zoonose is! Bij zeer immunodeficiente mensen.
Klinisch beeld;
Leeftijd: veulens tussen de 2 en 24 weken oud (nauwelijk bij paarden >6m)
Respiratie klachten: bronchiaal ademen, reutelen, hoesten, neusuitvloeiing, dyspnoe
Algehele klachten: algehele malaise en koorts
Rx: noduli in longen
Pathologie: pyogranulomateuze bronchopneumonie met abcessen en ook abdominale afwijkingen, oculaire laesies, polysnovitis en osteomyelitis
Infectieroute kan via respiratoir of via darmen. Je kan dus een mengbeeld tegenkomen waarin longen als darmen aangedaan zijn. Oculaire en synoviale symptomen zijn vaak immuungemedieerde reacties als gevolg van infectie. Hierdoor zal je de bacterie niet in oog of gewrichtsvocht aan kunnen tonen.
Monstername rhodococcen
Monstername:
Een transtracheale spoeling, abcessmateriaal of neus swab. Transtracheaal spoeling is meest betrouwbaar.
Bacterie kan in omgeving voorkomen, dus opp. Neusswab kan een vals positieve uitslag geven.
Kweek en PCR
Kweken van de bacterie is moeilijk, door contaminatie van de omgeving en daardoor wordt hij heel snel overgenomen door andere bacterien. Het nemen van een transtracheaal spoeling zorgt ervoor dat er minder andere bacterien in het monster zitten dan bij een neus swab. Kweek wordt door GD niet aangeboden. Ze zijn wel makkelijk te herkennen op de kweek: eerst kleurloos en daarna zalmroze
PCR kan sneller dan kweek. Bij PCR kan 1 enkele bacterie al worden aangetoond, terwijl dit bij kweek lastiger is. Echter wordt bij PCR ook dode bacterien aangetoond, terwijl dit bij kweek niet het geval is.
Diepere neusswab leidt tot betere resultaten! Dus lange swab!
Infectierouten rhodococcen
Infectie:
Het kan worden uitgescheiden in de feces. Veulens worden meestal geïnfecteerd door inhalatie van stofdeeltjes met kiemen, maar kan ook via het maagdarmkanaal.
De incubatietijd kan varieren van 9 dagen tot 4 weken.
Het is een ubiquitaire bodemparasiet, en het kan als commensaal gevonden worden op slijmvliezen en in de mandibulaire en mesenteriale lymfeknopen van ogenschijnlijk gezonde veulens. Wordt uitgescheiden in feces van paarden van alle leeftijden, met name bij veulens van 3-12 weken oud. Het wordt gezien als een opportunist, die toeslaat als afweer laag is.
Minstens 12 maanden infectieus in een bodem die paardenfeces bevat.
Behandeling rhodococcen
Behandeling:
Door intracellulair karakter en vorming van noduli valt de in vitro gevoeligheid voor antibiotica tegen. Opties zijn clarithromycine (PO) of azithromycine (PO) icm rifampicine (PO). Clarithromycine en azithromycine zijn humane middelen. Dit kan aangevuld worden met secretolytica, bronchospamolytica en ontstekingsremmers. De orale behandeling wordt door veulens vaak goed verdragen (tot 6-7 maanden) , maar bij oudere dieren (bijv. De merrie) heb je een hoger risico op dysbacteriose. Wanneer deze dieren contact hebben met antibiotica kan dit leiden tot ernstige ziekte en soms sterfte (dus letten op morsen, maar via likken van het snoet van de veulen en opeten van veulenfeces zijn ook risico’s). Zieke dieren moeten geïsoleerd worden om bedrijfscontaminatie te beperken. Als het al een risicobedrijf is moeten pasgeboren veulens preventief behandeld worden met hyperimmuunserum, wat herhaald kan worden met 30 dagen leeftijd. Het verminderen van stof in de lucht door paddocks en weiland te onderhouden en beregenen kan ook helpen.
Je geeft medicatie vaak via appelmoes op stroop. Let op dat moeder dit niet oplikt à dysbacteriose!! à kan tot dood van volwassen dier leiden.