begrippen en namen Historiografie

0.0(0)
Studied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/118

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

119 Terms

1
New cards

Herodotus

5e eeuw V.chr.: Historiën. Wil gebeurtenissen vastleggen zodat ze niet vergeten worden, en de prestaties van Grieken én niet-Grieken (‘barbaren’) erkennen. Panhellenistisch perspectief. Vraag: waarom kwamen Grieken in conflict met vreemden? Verklaart met cultuur en ‘Grote Mannen’. Bewijs: ooggetuigen, mondelinge overlevering, afweging van getuigen.

2
New cards

Thucydides

5e eeuw v.Chr.: Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog (Athene vs. Sparta). Begint te schrijven bij het uitbreken van de oorlog, omdat hij verwacht dat deze groter wordt dan alle eerdere oorlogen. Contemporaine geschiedenis.

3
New cards

Andrew Marsham

Modern Historicus: Universal Histories in Christendom and the Islamic World, c. 700–1400. Drie aspecten: tijd (begin–einde), ruimte (eigen rijk centraal), goddelijk ingrijpen. Geschreven door theologisch opgeleide elite, weinig lezers, doel: legitimatie.

4
New cards

Nicolas de Concordet

18e eeuw, verlichting: Progress of the Human Mind. Kennis leidt tot meer kennis; de perfectibiliteit van de mens is onbeperkt. Rede in plaats van God. Alle volken hebben dezelfde rationaliteit, maar gaan niet even snel.

5
New cards

Peter Burke

Moderne historicus: History, Myth and Fiction. Vanaf Renaissance groeit scepticisme. Twee problemen: bias en authenticiteit. Vertrouwen herstelt door materiële bronnen, bronkritiek, chain of evidence. Tegenbeweging: geheime geschiedenissen, fictie, ‘wat als’.

6
New cards

Augustinus

Vroegchristelijke: Lineair tijdsbesef op basis van de Bijbel: duidelijk begin (schepping) en einde (apocalyps).

7
New cards

Friedrich Schleiermacher

begin 19e eeuw: Grondlegger moderne hermeneutiek: hermeneutische cirkel (deel ↔ geheel). Komt uit theologie.

8
New cards

Wilhelm Dilthey

2e helft 19e eeuw: Verstehen tegenover natuurwetenschappelijk Erklären: geesteswetenschappen hebben een eigen methode. Historicus begrijpt Zeitgeist door inleven/herbeleven (re-enactment).

9
New cards

Leopold von Ranke

1795 - 1886: Grondlegger moderne geschiedwetenschap: bronkritiek in seminars, archief, politiek-diplomatieke geschiedenis. ‘Wie es eigentlich gewesen’: objectieve feiten óf de essentie. Elke periode heeft een Leitidee/Zeitgeist. Geen hermeneut (empirist: bron geeft feiten prijs). Claimt wél de richting van de geschiedenis te kennen (Duitse eenwording). ‘Je leert niets van de geschiedenis’ – alleen de richting helpt politici. Geschiedenis is organisch.

10
New cards

Jules Michelet

1798-1874: Franse volk als politieke gemeenschap; Revolutie en moderne staat als uitgangspunt. Schrijft als een filmscript (Bastille), zonder voetnoten.

11
New cards

Georg Iggers

Moderne historicus: Verklaart waarom het Duitse model dominant werd: late eenwording → historici krijgen de taak de natie te legitimeren. Historisten en hermeneuten: ‘wij zijn een eigen wetenschap’

12
New cards

Karl Popper

20e eeuw: Historicisme: scheldnaam voor ideologieën die claimen de richting van de geschiedenis te kennen en daaruit het recht op geweld halen (nazisme, stalinisme).

13
New cards

Hans-Georg Gadamer

20e eeuw: Horizontverschmelzung: eigen horizon schuift stap voor stap naar die van het verleden. Kritiek: geen garantie voor objectieve waarheid – waaraan toets je dat het gelukt is? De vreemdheid van het verleden blijft.

14
New cards

Barthold Georg Niebuhr

Voorloper van Ranke: historiciteit + bronkritiek. Pleit voor geschiedenis als zelfstandige academische discipline.

15
New cards

Lucien Febvre

Annales 1e generatie: Medeoprichter Annales (1929, Straatsburg). Geografie, psychologie, etnologie; dagelijks leven, platteland, mentaliteit; histoire totale; verbinding verleden–heden.

16
New cards

Marc Bloch

Annales 1e generatie: Mediëvist. Vergelijkende, totale geschiedenis over nationale grenzen; interdisciplinair (geografie, sociologie, economie). ‘Wetenschap van de mensen in de tijd’. Verzetsman, geëxecuteerd 1944 (Panthéon).

17
New cards

Fernand Braudel

Annales 2e generatie: La Méditerranée (1947, uit het hoofd in krijgsgevangenkamp). Drie tijdlagen: événement, conjoncture, longue durée. Structuren, kwantitatief, pre-industrieel. Mens ondergaat de geschiedenis. Niet de eerste milieuhistoricus: milieu → mens, niet omgekeerd.

18
New cards

Jacques Le Goff

Annales 3e generatie: Mediëvist; geloofsstructuren, mentaliteit; schreef ook biografieën (geen structuurgeschiedenis).

19
New cards

Emmanuel Le Roy

Annales 2e/ 3e generatie: Eerst De boeren van de Languedoc (regionaal, conjunctuur – géén microgeschiedenis). Daarna Montaillou: microgeschiedenis van één dorp via rechtbank-/inquisitiedossiers. Regel uit de uitzondering. 250.000 exemplaren.

20
New cards

Lutz Raphael

Moderne historicus: Sociaal-economische geschiedenis komt op door industrialisatie en democratisering; tot WOII nog sterk politiek. Vicieuze cirkel: bronnen lagen onontdekt en ongeordend in archieven.

21
New cards

Frankfurter Schule

vanaf jaren 60 in West-Duitsland: Kritische theorie; verwerpt economisch determinisme. Vervreemding, machtsverhoudingen, cultuur, media, onderwijs als bronnen van macht.

22
New cards

Eric Hobsbawm

1917 - 2012: Lid Britse CP (ook na 1956). Structureel, grote lijnen, winnaars en verliezers. Lange 19e eeuw en korte 20e eeuw (1914–1991). Erkent eigen standpunt, volgt wetenschappelijke regels. Joods, geboren in Egypte, opgegroeid in Wenen/Berlijn → kosmopolitisch. HC6: Invention of Tradition (1983).

23
New cards

J.R. McNeill

Moderne historicus: Historiografie van milieugeschiedenis: drie subvelden (materieel / cultureel / politiek). ‘Mens als deel van de natuur’ is omstreden. Amerikaanse focus op ongerepte natuur past niet bij Nederland

24
New cards

Will Steffen

Moderne historicus: Antropoceen: mens als geologische kracht. Begin omstreden. Wetenschappelijk én ideologisch concept.

25
New cards

Ernst Nolte

Jaren 80, Historikerstreit: Wil Holocaust vergelijken met andere genociden; legt de oorzaak uiteindelijk bij Stalin/Goelag (relativering).

26
New cards

Benedict Anderson

1983: Imagined communities: natie als gedachte gemeenschap. Mensen hóren niet bij een natie, ze moeten ervan overtuigd worden.

27
New cards

Historiografie

Geschiedenis van de geschiedschrijving: hoe is iets opgeschreven en waarom? Keuzes verklaard door persoonlijke achtergrond, historische context en wetenschappelijke achtergrond. Tegenover geschiedfilosofie (hoe zóu je geschiedenis moeten schrijven?).

28
New cards

Eigensinn

eigen autonomie van de historicus

29
New cards

3 verklarende elementen

Werk van een historicus wordt verklaard door: (1) historische context, (2) voorlopers onder historici, (3) Eigensinn – eigen autonomie van de historicus.

30
New cards

functies van geschiedschrijving

Legitimeren van regimes en keerpunten; verklaren van de lange lijn; moreel kompas; herdenken; legitimatie van volkseenheid; onderzoek voor een bepaald doel.

31
New cards

Grote-Man-Geschiedenis

Geschiedenis vanuit leiders en keizers (Augustus). Ontstaat met keizerrijken (Rome, China) en loopt heel lang door; pas in de 20e eeuw echt doorbroken (Annales, sociale geschiedenis).

32
New cards

Moreel kompas

Verleden als bron van morele voorbeelden: Suetonius (hoe moet een leider zijn), Legenda Aurea (hoe moet een mens zijn), confucianisme.

33
New cards

Legitimatie

Geschiedenis rechtvaardigt een dynastie, land of leider. Rode draad van Beda en de Abbasiden tot natiestaten, Sovjet-Unie en protestbewegingen.

34
New cards

retoriek

Vroege geschiedschrijving bouwt voort op bestaande tradities, vooral retoriek en poëzie

35
New cards

Panhellenisme

Perspectief van alle Grieken, niet één stad (Herodotus).

36
New cards

Legalisme

Qin-filosofie: zeer onderdrukkend, geen ruimte voor geschiedenis of moraal.

37
New cards

bewijsvormen

Primaire bronnen, rationele redeneringen, ooggetuigen/mondelinge overlevering, afweging bij meerdere getuigen, secundaire literatuur, plausibiliteit (menselijke wetmatigheden).

38
New cards

wereldbeeld

Ideeën over de wereld die vormen hoe men tijd en geschiedenis beleeft. Voorbeelden: christelijk, humanisme, oriëntalisme, kapitalisme/liberalisme, vooruitgangsdenken.

39
New cards

Cyclisch tijdsbesef

Geschiedenis als kringloop van opkomst en ondergang (Polybius, Oudheid).

40
New cards

lineair tijdsbesef

Geschiedenis met begin en einde (Augustinus, Bijbel: schepping → apocalyps

41
New cards

universele geschiedenis/ kroniek

Wereldgeschiedenis van schepping tot apocalyps. Drie aspecten: tijd, ruimte, goddelijk ingrijpen. Elite, theologisch, weinig lezers, legitimatie.

42
New cards

goddelijk ingrijpen

Gebeurtenissen (ook natuurrampen) verklaard als ingrijpen van God. Monotheïsme (één God) vs. polytheïsme Oudheid

43
New cards

humanisme

Individualistisch; zet zich af tegen ‘barbaarse’ Middeleeuwen; meer geletterdheid → meer, ook lokale, geschiedschrijving.

44
New cards

vooruitgangsgeloof

Vanaf 17e/18e eeuw: de mens wordt door rede steeds beter (Condorcet). Einde rond jaren ’70: besef van uitputting van de aarde.

45
New cards

perfectibiliteit

Condorcet: de vervolmaking van de mens is onbeperkt

46
New cards

Teleologie

Idee dat alles een doel of bestemming heeft. Vgl. finalisme: vaste eindbestemming

47
New cards

Bias

Kleurt de schrijver het verhaal met zijn eigen perspectief? (Burke)

48
New cards

Authenticiteit

Is de bron echt of vervalst? Oorkonden vaker vervalst: machthebbers hebben er baat bij en het is moeilijk te bewijzen

49
New cards

Chain of Evidence

Onafgebroken bewaarketen (bv. archief) maakt een bron betrouwbaar.

50
New cards

geheime geschiedenis

Tegenbeweging: wat er achter de schermen gebeurde, niet altijd waar

51
New cards

periodisering

Indelen in tijdvakken: nodig voor oorzaak-gevolg, historiciteitsbesef, vergelijken en bronkritiek (vervalsingen herkennen). Al in Renaissance (Connell).

52
New cards

institutionalisering

Indelen in tijdvakken: nodig voor oorzaak-gevolg, historiciteitsbesef, vergelijken en bronkritiek (vervalsingen herkennen). Al in Renaissance (Connell).

53
New cards

professionalisering

Geschiedenis als beroep met eigen methode die objectieve kennis claimt. Spanning: tegelijk in dienst van natievorming. Tijdgenoten zagen geen tegenspraak: eenwording was de ‘objectieve’ bestemming.

54
New cards

etnische natie

Natie op basis van afstamming, nog zonder vaste staatsgrenzen (Duitsland). Legitimatie via vestiging in de voorgeschiedenis.

55
New cards

staatsburgernatie

Natie als politieke gemeenschap binnen bestaande grenzen (Frankrijk). Gedeelde politieke principes centraal

56
New cards

hermeneutiek

Leer van de boodschap in bronnen: gerelateerde teksten helpen één tekst te begrijpen en omgekeerd (hermeneutische cirkel/spiraal). Uit theologie, filologie, recht. In 19e eeuw toegepast op hele tijdvakken.

57
New cards

heuristiek

‘Vindkunde’: het vinden van bronnen en literatuur.

58
New cards

Verstehen

begrijpen door inleven (geesteswetenschappen, Dilthey)

59
New cards

Erklären

verklaren met wetten (natuurwetenschappen)

60
New cards

Re-enactment

Historicus herbeleeft teksten en handelingen om een tijdperk te begrijpen.

61
New cards

Zeitgeist

Historicus herbeleeft teksten en handelingen om een tijdperk te begrijpen.

62
New cards

Horizontverschmelzung

Gadamer: geleidelijk samenvallen van eigen perspectief met dat van het verleden. Nooit volledig door de vreemdheid (alien-ness) van het verleden; geen garantie voor waarheid.

63
New cards

Historisme

19e-eeuwse wereldbeschouwing: elke tijd heeft een eigen uniek karakter (historiciteit, standplaatsgebondenheid); synthese i.p.v. analyse. Tegenstrijdig: veronderstelt ook een onveranderlijke essentie van de natie.

64
New cards

Historicisme

Popper: scheldnaam voor ideologieën die claimen de richting van de geschiedenis te kennen en daarmee geweld rechtvaardigen. Engels ‘historicism’ = beide.

65
New cards

historiciteit

Het besef dat alles historisch gebonden is; geen universele wetten. Grote stap ten opzichte van de Verlichting.

66
New cards

presentisme

Het heden als maatstaf voor het verleden; denken dat je je zonder inleving in vroeger kunt verplaatsen

67
New cards

Empirisme

De bron geeft na bronkritiek de feiten direct prijs; daaruit reconstrueert de historicus het objectieve verhaal

68
New cards

wie es eigentlich gewesen

Rankes ideaal: twee lezingen – objectieve feiten na bronkritiek óf de essentie van de geschiedenis.

69
New cards

bronkritiek

Intern: inhoud (klopt het?); extern: vorm, herkomst, echtheid. Oud (Herodotus, Valla) – niet nieuw in 19e eeuw, wél nieuw: hermeneutische cirkel en historiciteit.

70
New cards

Annales-school

Vernoemd naar tijdschrift (1929), geen instituut → lidmaatschap open. Vier generaties; na WOII zelf establishment (EHESS, 1947).

71
New cards

histoire totale

Geschiedenis van de hele samenleving: economie, geografie, mentaliteit, dagelijks leven.

72
New cards

interdisciplinariteit

Samenwerking met sociale wetenschappen (geografie, sociologie, economie, psychologie). Antwoord op kritiek van sociale wetenschappen dat geschiedenis alleen unieke feiten verzamelt.

73
New cards

vergelijkende geschiedenis

Bloch: horizontale en verticale vergelijking over nationale, geografische en tijdsgrenzen. HC6: vergelijking op casus (natie blijft eenheid) vs. op variabelen.

74
New cards

mentaliteit

Collectieve manier van denken en voelen van een groep.

75
New cards

Événement – conjoncture – longue durée

Braudels drie tijdlagen: gebeurtenissen (politiek, oppervlakte), conjuncturen (economie, demografie, maatschappij), lange duur (geografie, klimaat, techniek – bijna onveranderlijk).

76
New cards

kwantitatieve geschiedenis

Lange reeksen data (prijzen, demografie) om conjuncturen en structuren te meten.

77
New cards

Seriële geschiedenis

Bronreeksen gebruikt om maatschappelijke conventies en cultuur vast te stellen, niet sociaal-economische conjuncturen.

78
New cards

Microgeschiedenis

Diepe studie van één klein geval (Montaillou). De regel uit de uitzondering: reactie van de autoriteit op het abnormale toont de norm

79
New cards

Alltagsgeschiedenis

Geschiedenis van het dagelijks leven van gewone mensen.

80
New cards

Nouvelle histoire

Geen gezaghebbende synthese; andere bronnen dan administratie (van onderaf); verloren geloof in objectiviteit.

81
New cards

Cultural turn

Vanaf jaren ’70–’80: van structuren naar betekenisgeving. Hoe ervaren mensen hun wereld? Rituelen, symbolen, herinnering, identiteit, gender.

82
New cards

linguistic turn

Taal weerspiegelt de werkelijkheid niet neutraal maar bepaalt mee hoe mensen haar begrijpen. Maakt kennis (Erklären en Verstehen) problematisch → postmodernisme, narrativisme, deconstructie.

83
New cards

thick description

Geertz: betekenis achter gedrag reconstrueren

84
New cards

discours

Foucault: manier waarop mensen over de werkelijkheid spreken; verbonden met macht.

85
New cards

Narrativisme

Geschiedschrijving is altijd ook verhaal/constructie (White, Ankersmit).

86
New cards

representatie

Ankersmit: het verhaal is niet het verleden, wel een adequate benadering

87
New cards

positivisme

Kennis via waarneming en wetmatigheden, naar model van (sociale) wetenschappen

88
New cards

klassieke cultuurgeschiedenis

Eind 19e eeuw: hoge cultuur van een beschaving (Burckhardt, Huizinga). ≠ cultuurgeschiedenis na cultural turn

89
New cards

ideologie

Vaststaande, niet empirisch gefundeerde overtuiging over verleden, heden en toekomst.

90
New cards

Whig history

Vaststaande, niet empirisch gefundeerde overtuiging over verleden, heden en toekomst.

91
New cards

Marxian

ideeën ontleend aan Marx’ denken, zonder politieke ideologie

92
New cards

Marxist

aanhanger van het marxisme als ideologie

93
New cards

Verelendung

Steeds grotere verarming van arbeiders onder kapitalisme → revolutie. ‘Achteruitgangsdenken’ vóór het betere.

94
New cards

economisch determinisme

Economie bepaalt alles. Verworpen door de Frankfurter Schule

95
New cards

Kritische theorie

Frankfurter Schule: macht, vervreemding, cultuur, media en onderwijs als bronnen van macht

96
New cards

Lange 19e / korte 20e eeuw

Hobsbawm: 1789–1914 en 1914–1991 (twee ideologieën domineren).

97
New cards

Emancipatie/ protestgeschiedenis

Groepen maken een eigen geschiedverhaal tegen de dominante toe-eigening (Friese emancipatie, Kosovo, milieubeweging). Historicus analyseert, maar legitimiteit is een politieke vraag.

98
New cards

milieugeschiedenis

Natuur/milieu onder invloed van de mens; milieubeweging en beleid; beeldvorming van natuur. Inter(sub)disciplinair.

99
New cards

antropoceen

Tijdperk waarin de mens de natuur ingrijpend verandert; begin omstreden; wetenschappelijk én ideologisch.

100
New cards

Fragmentatie

Steeds meer subdisciplines en specialismen; verdwijnen van het grote (nationale) verhaal