Samenvatting Nederlands Niveau 2: Grammatica, Vaste Voorzetsels en Woordenschat

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/48

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een complete set woordenschatflitskaarten gebaseerd op de samenvatting Nederlands Niveau 2 (België), inclusief grammaticale termen, valse vrienden, vaste voorzetsels en thema-specifieke terminologie over gezondheid, studie, werk, wonen en samenleving.

Last updated 9:52 AM on 10/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

49 Terms

1
New cards

Imperfectum

De onvoltooid verleden tijd (o.v.t.), gebruikt voor verhalen en gewoonten van vroeger (bijv. met 'vroeger' of 'toen ik klein was'). Kent slechts twee vormen: enkelvoud en meervoud.

2
New cards

Perfectum

De voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.), gebruikt voor een afgesloten handeling (vaak met 'gisteren', 'vandaag', 'al ooit'), gevormd met 'hebben' of 'zijn' + voltooid deelwoord aan het einde van de zin.

3
New cards

Hulpwerkwoord 'zijn' in het perfectum

Wordt gebruikt bij beweging naar een doel (bijv. 'Ik ben naar huis gegaan') en bij een verandering van toestand (bijv. 'Hij is gestorven', 'Zij is docent geworden', 'De les is begonnen').

4
New cards

Scheidbaar werkwoord (separabel)

Een werkwoord waarvan het voorvoegsel in de hoofdzin loskomt van de persoonsvorm (zoals in 'Hij bood me een job aan'), maar in de bijzinstructuur (BZ) aan het einde samenblijft.

5
New cards

bellen

Telefoneren of aanbellen (valse vriend: betekent niet het blaffen van een hond).

6
New cards

slagen voor

Een examen of proef met succes afronden (het tegenovergestelde van zakken voor).

7
New cards

zakken voor

Niet slagen voor een examen of proef; doorvallen.

8
New cards

iemand aannemen

Iemand in dienst nemen of een baan geven (tegenovergestelde van ontslaan).

9
New cards

de baan

De job, baan of betrekking (valse vriend: betekent niet spoorlijn of autobaan).

10
New cards

het vak

Een schoolvak of leervak (valse vriend: niet een vakje van een kast).

11
New cards

de opleiding

De beroepsopleiding of de studie (valse vriend: betekent niet leiding).

12
New cards

het rijbewijs

Het officiële document dat de bevoegdheid geeft om een voertuig te besturen.

13
New cards

raar

Vreemd, bizar of zonderling (valse vriend: betekent niet zeldzaam).

14
New cards

het lawaai

Hard, storend of luid gerucht/geluid.

15
New cards

gezellig

Aangenaam, knus en plezierig om bij elkaar te zijn.

16
New cards

verstaan

Geluid of gesproken woorden akoestisch kunnen horen en onderscheiden (onderscheiden van 'begrijpen', wat inhoudelijk vatten betekent).

17
New cards

het kot

Een studentenkamer of studentenverblijf in België.

18
New cards

houden van

Iemand of iets liefhebben of erg graag mogen (valse vriend: betekent niet 'mening hebben over').

19
New cards

zich ergeren aan

Geïrriteerd of gestoord raken door iemand of iets.

20
New cards

verliefd zijn op

Romantische gevoelens van verliefdheid koesteren voor iemand.

21
New cards

lijken op

Qua uiterlijk of aard sterke gelijkenissen vertonen met iemand anders.

22
New cards

stemmen op

Een stem uitbrengen op een bepaalde persoon of partij bij verkiezingen.

23
New cards

zin hebben in

Trek of lust hebben in iets, of verlangen naar een bepaalde activiteit.

24
New cards

de dienst spoedgevallen

De afdeling in het ziekenhuis waar patiënten met acute of levensbedreigende aandoeningen direct worden geholpen.

25
New cards

het attest

Een schriftelijke, officiële verklaring of medisch getuigschrift van een arts.

26
New cards

de bloeddruk

De druk of spanning van het bloed op de wanden van de bloedvaten.

27
New cards

het gipsverband

Een hard verband van gips dat dient om een gebroken ledemaat of bot onbeweeglijk te houden.

28
New cards

de huisarts

De basisarts die algemene medische zorg verleent en fungeert als eerste contactpunt voor gezondheidsklachten.

29
New cards

de specialist

Een arts die zich gespecialiseerd heeft in een specifiek vakgebied van de geneeskunde.

30
New cards

de werkgever

De baas of organisatie die arbeidsplaatsen verschaft en werknemers in loondienst heeft.

31
New cards

de werknemer

Iemand die tegen betaling van loon werk verricht in dienst van een werkgever.

32
New cards

deeltijds

Werkend voor minder uren dan de volledige werkweek (parttime; tegengestelde van voltijds).

33
New cards

voltijds

Werkend volgens het volledige wettelijke aantal werkuren per week (fulltime; tegengestelde van deeltijds).

34
New cards

het ontslag

De officiële beëindiging van een dienstverband, hetzij door de werknemer zelf (ontslag nemen) hetzij door de werkgever.

35
New cards

de uitkering

Een financiële ondersteuning of vervangend inkomen vanuit de sociale zekerheid of overheid.

36
New cards

het cv

Een beknopt overzicht van iemands levensloop, gevolgde opleidingen, vaardigheden en werkervaring (curriculum vitae).

37
New cards

staken

Het georganiseerd en tijdelijk neerleggen van de werkzaamheden door werknemers om bepaalde eisen kracht bij te zetten.

38
New cards

de kleuterschool

Onderwijsinstelling voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 5 jaar.

39
New cards

de lagere school

Basisonderwijs voor schoolgaande kinderen van 5 tot 12 jaar.

40
New cards

de middelbare school

Voortgezet of secundair onderwijs voor jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar.

41
New cards

de zelfstandige

Een beroepsbeoefenaar of ondernemer die voor eigen rekening en risico werkt zonder een werkgever.

42
New cards

de burgemeester

De voorzitter van het gemeentebestuur en het officiële hoofd van een gemeente.

43
New cards

de premier

De eerste minister en het hoofd van de federale of nationale regering.

44
New cards

de overheid

Het wettige staatsgezag of de instanties die een land of regio besturen.

45
New cards

de burger

Een inwoner van een gemeente of staatsburger van een bepaald land met burgerrechten en -plichten.

46
New cards

een terrasje doen

Buiten aan een tafeltje bij een café of horecagelegenheid iets gaan drinken.

47
New cards

te huur

Aangeboden om tegen betaling van huur te gebruiken of te bewonen.

48
New cards

te koop

Aangeboden om via betaling in eigendom verkregen te worden.

49
New cards

de verkiezing

Het formele proces waarbij stemgerechtigde burgers stemmen om vertegenwoordigers voor politieke functies aan te wijzen.