Chapter 2: World - Global Perspectives (Concepts)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/73

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Comprehensive vocabulary flashcards covering the key terms and definitions from Chapter 2: World - Global Perspectives, including prosperity differences, population distribution, cultural areas, political systems, work, demography, and migration.

74 Terms

1
New cards

analfabetisme

Het niet kunnen lezen en schrijven.

2
New cards

beroepsbevolking

Dat deel van de bevolking dat tegen betaling een beroep uitoefent plus de werklozen; de beroepsbevolking wordt ingedeeld in de primaire, secundaire en tertiaire sector.

3
New cards

bruto binnenlands product per hoofd (bbp/hoofd)

De toegevoegde waarde van alle goederen en diensten die door binnen- en buitenlandse ondernemingen in een land in 11 jaar worden geproduceerd, gedeeld door het aantal inwoners.

4
New cards

bruto nationaal product per hoofd (bnp/hoofd)

De toegevoegde waarde van alle goederen en diensten die door nationale ondernemingen worden geproduceerd; dit kan ook in het buitenland zijn.

5
New cards

bruto regionaal product per hoofd (brp/hoofd)

Het inkomen per inwoner binnen een regio.

6
New cards

Human Development Index (HDI)

Zie VN-ontwikkelingsindex.

7
New cards

inkomen

Wat er binnenkomt aan salaris, winst, rente, etc.

8
New cards

koopkracht

De hoeveelheid goederen of diensten die je in een land voor 11 dollar kunt kopen.

9
New cards

levensverwachting

Het aantal jaren dat iemand gemiddeld nog te leven heeft, gelet op de huidige sterftekans; de levensverwachting bij geboorte wordt het meest gebruikt.

10
New cards

ruimtelijke ongelijkheid

Grote en ongewenste verschillen in ontwikkeling tussen gebieden.

11
New cards

sociale ongelijkheid

Grote en ongewenste verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen de verschillende groepen (klassen) van de bevolking.

12
New cards

VN-ontwikkelingsindex

Maatstaf samengesteld uit de koopkracht, alfabetiseringsgraad en de levensverwachting om de maatschappelijke ontwikkeling vast te stellen (zie ook Human Development Index).

13
New cards

wereldsysteem

Een indeling van de wereld in centrum, semiperiferie en periferie naar ontwikkelingsgraad en verbondenheid door onderlinge handelsrelaties.

14
New cards

bevolkingsdichtheid

Het gemiddeld aantal inwoners per vierkante kilometer.

15
New cards

bevolkingsspreiding

De manier waarop de bevolking over een gebied verdeeld is.

16
New cards

culturele diffusie

De verspreiding van een cultuurelement.

17
New cards

cultuurgebied

Gebied waarin culturen voorkomen die sterk op elkaar lijken.

18
New cards

godsdienst

Een manier en systeem van verering van één of meerdere goden.

19
New cards

taal

Een gesproken en geschreven communicatiemiddel waarmee door middel van een woordenschat en grammaticaregels een boodschap overgebracht kan worden.

20
New cards

democratisch gehalte

De mate waarin het politieke stelsel (bestuur) van een land democratisch is.

21
New cards

mensenrechten

Universele basisrechten van de mens zoals recht op vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid.

22
New cards

samenwerkingsverband

Samenwerking op economisch of politiek terrein tussen een groep van landen, vaak binnen een regio.

23
New cards

de-industrialisatie

Het verdwijnen of sterk afnemen van de industriële activiteit in een gebied; dit heeft sociaal-economische gevolgen, bijvoorbeeld voor de soort werkgelegenheid.

24
New cards

internationale arbeidsverdeling

De specialisatie van werkgelegenheid in de verschillende delen van de wereld.

25
New cards

bevolkingsgroei

Ontwikkeling van het aantal mensen in een gebied als gevolg van geboorte, sterfte en migratie.

26
New cards

demografisch transitiemodel

De gefaseerde overgang van een hoog geboorte- en sterftecijfer naar een laag geboorte- en sterftecijfer.

27
New cards

demografische druk

Het niet-actieve deel van de bevolking (0−190-19 jaar en >65> 65 jaar) uitgedrukt als percentage van de actieve bevolking (20−6520-65 jaar).

28
New cards

kindersterfte

Het aantal kinderen per duizend levendgeborenen dat voor de vijfde verjaardag overlijdt.

29
New cards

leeftijdsopbouw

De verdeling van de bevolking over de verschillende leeftijdsklassen of cohorten.

30
New cards

vruchtbaarheidscijfer

Gemiddeld aantal levendgeboren kinderen dat een vrouw in haar leven krijgt.

31
New cards

(im)mobiliteit

De (on)mogelijkheid tot het verplaatsen van personen, goederen of berichten.

32
New cards

pullfactor

Een reden waarvoor iemand naar een ander land verhuist.

33
New cards

pushfactor

Een reden waarvoor iemand uit een land vertrekt.

34
New cards

selectieve migratie

Migratie van een groep mensen op grond van een kenmerk als leeftijd, geloofsovertuiging, geslacht, opleidingsniveau.

35
New cards

verstedelijking

De toename van het aandeel van de bevolking dat in de stad woont.

36
New cards

verstedelijkingsgraad

Het percentage van de bevolking dat in de stad woont.

37
New cards

verstedelijkingstempo

De snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad per jaar toeneemt.

38
New cards

Analfabetisme (Illiteracy)

Het niet kunnen lezen en schrijven.

39
New cards

Beroepsbevolking (Labor Force)

Dat deel van de bevolking dat tegen betaling een beroep uitoefent plus de werklozen; de beroepsbevolking wordt ingedeeld in de primaire, secundaire en tertiaire sector.

40
New cards

Bruto binnenlands product per hoofd (bbp/hoofd) (Gross Domestic Product per Capita)

De toegevoegde waarde van alle goederen en diensten die door binnen- en buitenlandse ondernemingen in een land in 11 jaar worden geproduceerd, gedeeld door het aantal inwoners.

41
New cards

Bruto nationaal product per hoofd (bnp/hoofd) (Gross National Product per Capita)

De toegevoegde waarde van alle goederen en diensten die door nationale ondernemingen worden geproduceerd; dit kan ook in het buitenland zijn.

42
New cards

Bruto regionaal product per hoofd (brp/hoofd) (Gross Regional Product per Capita)

Het inkomen per inwoner binnen een regio.

43
New cards

Human Development Index (HDI)

Zie VN-ontwikkelingsindex.

44
New cards

Inkomen (Income)

Wat er binnenkomt aan salaris, winst, rente, etc.

45
New cards

Koopkracht (Purchasing Power)

De hoeveelheid goederen of diensten die je in een land voor 11 dollar kunt kopen.

46
New cards

Levensverwachting (Life Expectancy)

Het aantal jaren dat iemand gemiddeld nog te leven heeft, gelet op de huidige sterftekans; de levensverwachting bij geboorte wordt het meest gebruikt.

47
New cards

Ruimtelijke ongelijkheid (Spatial Inequality)

Grote en ongewenste verschillen in ontwikkeling tussen gebieden.

48
New cards

Sociale ongelijkheid (Social Inequality)

Grote en ongewenste verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen de verschillende groepen (klassen) van de bevolking.

49
New cards

VN-ontwikkelingsindex (UN Development Index)

Maatstaf samengesteld uit de koopkracht, alfabetiseringsgraad en de levensverwachting om de maatschappelijke ontwikkeling vast te stellen (zie ook Human Development Index).

50
New cards

Wereldsysteem (World System)

Een indeling van de wereld in centrum, semiperiferie en periferie naar ontwikkelingsgraad en verbondenheid door onderlinge handelsrelaties.

51
New cards

Bevolkingsdichtheid (Population Density)

Het gemiddeld aantal inwoners per vierkante kilometer.

52
New cards

Bevolkingsspreiding (Population Distribution)

De manier waarop de bevolking over een gebied verdeeld is.

53
New cards

Culturele diffusie (Cultural Diffusion)

De verspreiding van een cultuurelement.

54
New cards

Cultuurgebied (Cultural Area)

Gebied waarin culturen voorkomen die sterk op elkaar lijken.

55
New cards

Godsdienst (Religion)

Een manier en systeem van verering van één of meerdere goden.

56
New cards

Taal (Language)

Een gesproken en geschreven communicatiemiddel waarmee door middel van een woordenschat en grammaticaregels een boodschap overgebracht kan worden.

57
New cards

Democratisch gehalte (Democratic Level)

De mate waarin het politieke stelsel (bestuur) van een land democratisch is.

58
New cards

Mensenrechten (Human Rights)

Universele basisrechten van de mens zoals recht op vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid.

59
New cards

Samenwerkingsverband (Cooperative Alliance)

Samenwerking op economisch of politiek terrein tussen een groep van landen, vaak binnen een regio.

60
New cards

De-industrialisatie (De-industrialization)

Het verdwijnen of sterk afnemen van de industriële activiteit in een gebied; dit heeft sociaal-economische gevolgen, bijvoorbeeld voor de soort werkgelegenheid.

61
New cards

Internationale arbeidsverdeling (International Division of Labor)

De specialisatie van werkgelegenheid in de verschillende delen van de wereld.

62
New cards

Bevolkingsgroei (Population Growth)

Ontwikkeling van het aantal mensen in een gebied als gevolg van geboorte, sterfte en migratie.

63
New cards

Demografisch transitiemodel (Demographic Transition Model)

De gefaseerde overgang van een hoog geboorte- en sterftecijfer naar een laag geboorte- en sterftecijfer.

64
New cards

Demografische druk (Demographic Pressure)

Het niet-actieve deel van de bevolking (0−190-19 jaar en >65> 65 jaar) uitgedrukt als percentage van de actieve bevolking (20−6520-65 jaar).

65
New cards

Kindersterfte (Child Mortality)

Het aantal kinderen per duizend levendgeborenen dat voor de vijfde verjaardag overlijdt.

66
New cards

Leeftijdsopbouw (Age Structure)

De verdeling van de bevolking over de verschillende leeftijdsklassen of cohorten.

67
New cards

Vruchtbaarheidscijfer (Fertility Rate)

Gemiddeld aantal levendgeboren kinderen dat een vrouw in haar leven krijgt.

68
New cards

(Im)mobiliteit ((Im)mobility)

De (on)mogelijkheid tot het verplaatsen van personen, goederen of berichten.

69
New cards

Pullfactor (Pull Factor)

Een reden waarvoor iemand naar een ander land verhuist.

70
New cards

Pushfactor (Push Factor)

Een reden waarvoor iemand uit een land vertrekt.

71
New cards

Selectieve migratie (Selective Migration)

Migratie van een groep mensen op grond van een kenmerk als leeftijd, geloofsovertuiging, geslacht, opleidingsniveau.

72
New cards

Verstedelijking (Urbanization)

De toename van het aandeel van de bevolking dat in de stad woont.

73
New cards

Verstedelijkingsgraad (Degree of Urbanization)

Het percentage van de bevolking dat in de stad woont.

74
New cards

Verstedelijkingstempo (Rate of Urbanization)

De snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad per jaar toeneemt.