BIOLOGIE ECOLOGIE BEGRIPPEN

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/122

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

123 Terms

1
New cards

abiotische factor

invloed uit de levenloze omgeving

2
New cards

accumulatie

ophoping van gifstoffen in een organisme

3
New cards

adaptaties

erfelijke veranderingen in uiterlijke kenmerken of gedrag van een soort

4
New cards

archaea

een van de drie domeinen, met eencellige organismen met cirkelvormig DNA los in de cel; bij sommige soorten is het celmembraan enkelvoudig

5
New cards

beperkende factor

de factor die de groei van een populatie het meest belemmert

6
New cards

binominale naamgeving

de wetenschappelijke naam van organismen bestaat uit twee delen: de geslachtsnaam (met een hoofdletter), gevolgd door de soortaanduiding

7
New cards

biotische factor

invloed van een organisme

8
New cards

commensalisme

(+/0) langdurige relatie waarvan één soort voordeel heeft en de andere soort geen voor- of nadeel

9
New cards

domein

hoogste groep in de moderne taxonomie, elk met een eigen type rRNA (ribosomaal RNA): archaea, bacteriën en eukaryoten

10
New cards

optimumgebied

de waarden van de abiotische factoren waarbij een organisme het best gedijt

11
New cards

parasitisme

(+/−) langdurige relatie waarvan één soort voordeel heeft en de andere nadeel

12
New cards

persistent

stof die in een voedselketen slechts langzaam afbreekt

13
New cards

populatie

groep organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied 186 predatie het jagen op een prooi

14
New cards

predator-prooirelatie

de relatie tussen prooi en natuurlijke vijand

15
New cards

rijk

hoogste groep in de oude taxonomie volgens Linnaeus: plantenrijk en dierenrijk; later toegevoegd: bacterierijk

16
New cards

soort

een groep organismen die overeenkomst in uiterlijke kenmerken vertonen en de mogelijkheid hebben om vruchtbare nakomelingen te krijgen

17
New cards

symbiose

langdurige relaties tussen twee soorten

18
New cards

tolerantiecurve

grafische weergave van de tolerantiegrenzen en het optimumgebied

19
New cards

versnippering

het opdelen van het leefgebied van een soort in kleine stukken

20
New cards

verstoring

een snelle en blijvende verandering in een ecosysteem

21
New cards

voedselketen

het doorgeven van energierijke voedingsstoffen in een ecosysteem van de ene soort naar de andere; een voedselketen begint bij een producent

22
New cards

voedselrelatie

een soort eet een andere soort

23
New cards

voedselweb

onderling verbonden voedselketens in een ecosysteem

24
New cards

absolute leeftijd

ouderdom in jaren van een aardlaag of van een fossiel

25
New cards

draagkracht

de maximale capaciteit van een gebied om voldoende voedsel en schuil- en nestplaatsen te leveren, zodat de grootte van de populatie(s) jarenlang constant blijft

26
New cards

eilandtheorie

beschrijft het verband tussen de biodiversiteit en factoren als de grootte van een eiland en de afstand die organismen moeten afleggen om er te komen

27
New cards

epifytisme

vorm van commensalisme bij planten, waarbij de ene soort op de andere leeft

28
New cards

fitness

het vermogen om bepaalde allelen door te geven aan de volgende generatie

29
New cards

flessenhalseffect (bottleneck effect)

een verandering in allelfrequenties na een epidemie, brand of andere ramp waarbij het aantal individuen/allelen sterk is afgenomen

30
New cards

founder effect (stichtereffect)

bij kolonisatie is de allelensamenstelling van de nieuwe populatie minder gevarieerd dan de allelensamenstelling van de oorspronkelijke populatie

31
New cards

genetic drift

het door toeval afnemen of toenemen van de frequentie van een bepaald allel

32
New cards

habitat

leefomgeving van plant en dier, met de specifieke biotische en abiotische eisen van een soort

33
New cards

herintroductie

het opnieuw uitzetten van een diersoort die uit de habitat is verdwenen

34
New cards

inteelt

kruisen van nauwverwante dieren, waarbij afwijkingen kunnen ontstaan

35
New cards

mutualisme

(+/+) langdurige relatie waarvan beide soorten voordeel hebben

36
New cards

niche

de omschrijving van hoe een soort de omgeving gebruikt en beïnvloedt

37
New cards

ontsnippering

het met elkaar verbinden van versnipperde gebieden via tunnels of ecoducten

38
New cards

allelfrequentie

de frequentie waarin allelen in een populatie voorkomen

39
New cards

allopatrische soortvorming

evolutie van soorten door het splitsen van een populatie door een barrière

40
New cards

analoge structuren

structuren met eenzelfde functie, maar een verschillend bouwplan

41
New cards

catastrofetheorie

een grote natuurramp is de oorzaak van het uitsterven van organismen in een bepaald gebied

42
New cards

clade

een groep organismen met een gemeenschappelijk uniek homoloog kenmerk inclusief de gemeenschappelijke voorouder waar ze van afstammen

43
New cards

cladogram

evolutionaire stamboom die berust op clades; maakt de evolutionaire verwantschap zichtbaar

44
New cards

co-evolutie

evolutie waarbij soorten zich aan elkaar aanpassen en gezamenlijk evolueren

45
New cards

convergente evolutie

het ontstaan van analoge structuren met een gelijke functie, maar een ander bouwplan bij verschillende soorten

46
New cards

creationisme (scheppingsleer)

het geloof in een bovennatuurlijke schepper

47
New cards

divergente evolutie

het ontstaan van homologe organen met eenzelfde bouwplan, maar een andere functie bij verschillende soorten

48
New cards

endosymbiosetheorie

theorie die het ontstaan van chloroplasten en mitochondriën in eukaryote cellen uit vrijlevende prokaryoten verklaart

49
New cards

evolutie

de ontwikkeling van het leven op aarde

50
New cards

evolutietheorie

theorie die de ontwikkeling van het leven op aarde verklaart

51
New cards

evolutionaire stamboom

stamboom die de verwantschap van een bepaalde groep verwante soorten weergeeft (taxons of clades)

52
New cards

kunstmatige selectie

selectie waarbij mensen een rol spelen

53
New cards

natuurlijke selectie

individuen die beter zijn aangepast aan de selectiedruk uit hun omgeving, leven langer en krijgen daardoor relatief veel nakomelingen

54
New cards

neodarwinistische theorie

de moderne evolutietheorie gebaseerd op moleculaire onderbouwing voor variaties in erfelijke eigenschappen

55
New cards

oeratmosfeer

atmosfeer van de nog jonge aarde

56
New cards

oersoep

mengsel van water en organische stoffen van de oceanen op de jonge aarde

57
New cards

out-of-Africa-hypothese

hypothese die de oorsprong van de mens uit Afrika verklaart

58
New cards

paleontologie

de wetenschap die fossiele resten of sporen van organismen bestudeert

59
New cards

relatieve leeftijd

de ouderdom van een aardlaag ten opzichte van een of meer andere aardlagen

60
New cards

seksuele selectie

de selectie die plaatsvindt bij het uitkiezen (selecteren) van een sekspartner binnen de eigen soort; seksuele selectie heeft daardoor invloed op de allelenmix van de nakomelingen

61
New cards

selectiedruk

de invloed die de omgeving uitoefent op de overlevingskansen van individuen

62
New cards

sympatrische soortvorming

evolutie van soorten doordat individuen binnen hetzelfde gebied zich uitsluitend voortplanten binnen een kleine deelgroep

63
New cards

taxon

systematische eenheid gebaseerd op gemeenschappelijke kenmerken, zoals soort, geslacht en familie

64
New cards

aeroob

in aanwezigheid van O2

65
New cards

ammonificatie

anaeroob proces waarbij uit stikstofhoudende stoffen ammoniak (NH3) en ammonium (NH4 +) ontstaan

66
New cards

flessenhalseffect

een verandering in allelfrequenties na een epidemie, brand of andere ramp waarbij het aantal individuen/allelen sterk is afgenomen

67
New cards

fossilisatie

proces waarbij fossielen ontstaan

68
New cards

founder effect

door het ontbreken van verspreiding van allelen is de genetische variatie binnen een gesloten gemeenschap geringer dan binnen een open gemeenschap

69
New cards

gene flow

migratie van allelen van de ene populatie naar een andere

70
New cards

genenpool

de verzameling van alle allelen van de populatie

71
New cards

genetic drift

in kleine populaties beïnvloedt toeval bij de partnerkeuze ook de allelfrequentie

72
New cards

genotypefrequentie

de mate waarin een bepaald genotype voorkomt in een populatie

73
New cards

gidsfossielen

fossielen met een grote geografische verspreiding die slechts een beperkte tijd hebben bestaan

74
New cards

halveringstijd

de tijd waarin de helft van een isotoop is vervallen

75
New cards

haplogroep

een groep met een overeenkomst in haplotype

76
New cards

Hardy-Weinberg-evenwicht

een evenwichtssituatie waarbij de genotypefrequentie in een populatie constant is; dit (theoretische) evenwicht kan zich instellen bij een onbeperkt grote populatie waarbij geen emigratie, immigratie, natuurlijke selectie en mutaties optreden

77
New cards

homologe structuren

structuren met hetzelfde bouwplan, maar met een andere functie

78
New cards

isotopen

verschillende atomen van een element met een verschillende atoommassa, maar met dezelfde chemische eigenschappen

79
New cards

klassieke veredeling

het fokken of kweken van rassen

80
New cards

anaeroob

bij afwezigheid van O2

81
New cards

anorganische stof

eenvoudige stof die vrij in de natuur voorkomt, bijvoorbeeld water, zuurstof en kalkzout; bevat geen C-keten of C-H-bindingen

82
New cards

biomassa

de totale massa aan energierijke stoffen van een groep organismen in een ecosysteem of van een trofisch niveau

83
New cards

bruto primaire productie (BPP)

de hoeveelheid energie uit zonlicht die producenten vastleggen in hun organische stoffen (in kJ/m2/jaar of in kJ/m3/jaar)

84
New cards

chemo-autotroof

organismen die organische stoffen opbouwen met behulp van energie uit oxidatie van eenvoudige anorganische stoffen

85
New cards

chemosynthese proces

waarbij sommige soorten bacteriën, uit anorganische CO2 en H2O (bij bacteriën H2S), het organische energierijke C6H12O6 (glucose) opbouwen met behulp van energie uit oxidatie van eenvoudige anorganische stoffen

86
New cards

climaxstadium

het laatste ecosysteem in een successiereeks

87
New cards

consument van de derde orde

het derde heterotrofe organisme in een voedselketen (omnivoor of carnivoor)

88
New cards

consument van de eerste orde

het eerste heterotrofe organisme in een voedselketen (herbivoor of omnivoor)

89
New cards

consument van de tweede orde het tweede

heterotrofe organisme in een voedselketen (omnivoor of carnivoor)

90
New cards

consumenten

organismen die hun organische stoffen uit andere organismen halen

91
New cards

denitrificatie

het omzetten van nitraat (NO3 −) in stikstofgas (N2)

92
New cards

Dissimilatie

afbraak van stoffen

93
New cards

ecologische voetafdruk

de hoeveelheid land en water die een mens gebruikt als leefruimte, als productieruimte en om zijn afval te (laten) verwerken

94
New cards

netto primaire productie (NPP)

de hoeveelheid gevormde organische stoffen die producenten beschikbaar hebben als bouwstof voor de voortgezette assimilatie (in kJ/m2/ dag of in kJ/m3/dag)

95
New cards

nitrificatie

aeroob proces waarbij nitrietbacteriën ammoniak (NH3) en ammonium (NH4+) omzetten in nitriet (NO2 −) en nitraatbacteriën nitriet omzetten in nitraat (NO3 −)

96
New cards

organische stof

stof gemaakt door een organisme, bijvoorbeeld glucose of eiwit; bevat een C-keten en C–H-bindingen

97
New cards

pioniersoorten

de eerste producenten aan het begin van een successie in een ecosysteem

98
New cards

piramide van biomassa

geeft aan hoe de biomassa op een bepaald tijdstip is verdeeld over de trofische niveaus

99
New cards

piramide van productiviteit

geeft aan hoe het berekende jaargemiddelde van de biomassa in een ecosysteem verdeeld is over de trofische niveaus

100
New cards

primaire successie

successie die start op kale grond