1/122
Looks like no tags are added yet.
abiotische factor
invloed uit de levenloze omgeving
accumulatie
ophoping van gifstoffen in een organisme
adaptaties
erfelijke veranderingen in uiterlijke kenmerken of gedrag van een soort
archaea
een van de drie domeinen, met eencellige organismen met cirkelvormig DNA los in de cel; bij sommige soorten is het celmembraan enkelvoudig
beperkende factor
de factor die de groei van een populatie het meest belemmert
binominale naamgeving
de wetenschappelijke naam van organismen bestaat uit twee delen: de geslachtsnaam (met een hoofdletter), gevolgd door de soortaanduiding
biotische factor
invloed van een organisme
commensalisme
(+/0) langdurige relatie waarvan één soort voordeel heeft en de andere soort geen voor- of nadeel
domein
hoogste groep in de moderne taxonomie, elk met een eigen type rRNA (ribosomaal RNA): archaea, bacteriën en eukaryoten
optimumgebied
de waarden van de abiotische factoren waarbij een organisme het best gedijt
parasitisme
(+/−) langdurige relatie waarvan één soort voordeel heeft en de andere nadeel
persistent
stof die in een voedselketen slechts langzaam afbreekt
populatie
groep organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied 186 predatie het jagen op een prooi
predator-prooirelatie
de relatie tussen prooi en natuurlijke vijand
rijk
hoogste groep in de oude taxonomie volgens Linnaeus: plantenrijk en dierenrijk; later toegevoegd: bacterierijk
soort
een groep organismen die overeenkomst in uiterlijke kenmerken vertonen en de mogelijkheid hebben om vruchtbare nakomelingen te krijgen
symbiose
langdurige relaties tussen twee soorten
tolerantiecurve
grafische weergave van de tolerantiegrenzen en het optimumgebied
versnippering
het opdelen van het leefgebied van een soort in kleine stukken
verstoring
een snelle en blijvende verandering in een ecosysteem
voedselketen
het doorgeven van energierijke voedingsstoffen in een ecosysteem van de ene soort naar de andere; een voedselketen begint bij een producent
voedselrelatie
een soort eet een andere soort
voedselweb
onderling verbonden voedselketens in een ecosysteem
absolute leeftijd
ouderdom in jaren van een aardlaag of van een fossiel
draagkracht
de maximale capaciteit van een gebied om voldoende voedsel en schuil- en nestplaatsen te leveren, zodat de grootte van de populatie(s) jarenlang constant blijft
eilandtheorie
beschrijft het verband tussen de biodiversiteit en factoren als de grootte van een eiland en de afstand die organismen moeten afleggen om er te komen
epifytisme
vorm van commensalisme bij planten, waarbij de ene soort op de andere leeft
fitness
het vermogen om bepaalde allelen door te geven aan de volgende generatie
flessenhalseffect (bottleneck effect)
een verandering in allelfrequenties na een epidemie, brand of andere ramp waarbij het aantal individuen/allelen sterk is afgenomen
founder effect (stichtereffect)
bij kolonisatie is de allelensamenstelling van de nieuwe populatie minder gevarieerd dan de allelensamenstelling van de oorspronkelijke populatie
genetic drift
het door toeval afnemen of toenemen van de frequentie van een bepaald allel
habitat
leefomgeving van plant en dier, met de specifieke biotische en abiotische eisen van een soort
herintroductie
het opnieuw uitzetten van een diersoort die uit de habitat is verdwenen
inteelt
kruisen van nauwverwante dieren, waarbij afwijkingen kunnen ontstaan
mutualisme
(+/+) langdurige relatie waarvan beide soorten voordeel hebben
niche
de omschrijving van hoe een soort de omgeving gebruikt en beïnvloedt
ontsnippering
het met elkaar verbinden van versnipperde gebieden via tunnels of ecoducten
allelfrequentie
de frequentie waarin allelen in een populatie voorkomen
allopatrische soortvorming
evolutie van soorten door het splitsen van een populatie door een barrière
analoge structuren
structuren met eenzelfde functie, maar een verschillend bouwplan
catastrofetheorie
een grote natuurramp is de oorzaak van het uitsterven van organismen in een bepaald gebied
clade
een groep organismen met een gemeenschappelijk uniek homoloog kenmerk inclusief de gemeenschappelijke voorouder waar ze van afstammen
cladogram
evolutionaire stamboom die berust op clades; maakt de evolutionaire verwantschap zichtbaar
co-evolutie
evolutie waarbij soorten zich aan elkaar aanpassen en gezamenlijk evolueren
convergente evolutie
het ontstaan van analoge structuren met een gelijke functie, maar een ander bouwplan bij verschillende soorten
creationisme (scheppingsleer)
het geloof in een bovennatuurlijke schepper
divergente evolutie
het ontstaan van homologe organen met eenzelfde bouwplan, maar een andere functie bij verschillende soorten
endosymbiosetheorie
theorie die het ontstaan van chloroplasten en mitochondriën in eukaryote cellen uit vrijlevende prokaryoten verklaart
evolutie
de ontwikkeling van het leven op aarde
evolutietheorie
theorie die de ontwikkeling van het leven op aarde verklaart
evolutionaire stamboom
stamboom die de verwantschap van een bepaalde groep verwante soorten weergeeft (taxons of clades)
kunstmatige selectie
selectie waarbij mensen een rol spelen
natuurlijke selectie
individuen die beter zijn aangepast aan de selectiedruk uit hun omgeving, leven langer en krijgen daardoor relatief veel nakomelingen
neodarwinistische theorie
de moderne evolutietheorie gebaseerd op moleculaire onderbouwing voor variaties in erfelijke eigenschappen
oeratmosfeer
atmosfeer van de nog jonge aarde
oersoep
mengsel van water en organische stoffen van de oceanen op de jonge aarde
out-of-Africa-hypothese
hypothese die de oorsprong van de mens uit Afrika verklaart
paleontologie
de wetenschap die fossiele resten of sporen van organismen bestudeert
relatieve leeftijd
de ouderdom van een aardlaag ten opzichte van een of meer andere aardlagen
seksuele selectie
de selectie die plaatsvindt bij het uitkiezen (selecteren) van een sekspartner binnen de eigen soort; seksuele selectie heeft daardoor invloed op de allelenmix van de nakomelingen
selectiedruk
de invloed die de omgeving uitoefent op de overlevingskansen van individuen
sympatrische soortvorming
evolutie van soorten doordat individuen binnen hetzelfde gebied zich uitsluitend voortplanten binnen een kleine deelgroep
taxon
systematische eenheid gebaseerd op gemeenschappelijke kenmerken, zoals soort, geslacht en familie
aeroob
in aanwezigheid van O2
ammonificatie
anaeroob proces waarbij uit stikstofhoudende stoffen ammoniak (NH3) en ammonium (NH4 +) ontstaan
flessenhalseffect
een verandering in allelfrequenties na een epidemie, brand of andere ramp waarbij het aantal individuen/allelen sterk is afgenomen
fossilisatie
proces waarbij fossielen ontstaan
founder effect
door het ontbreken van verspreiding van allelen is de genetische variatie binnen een gesloten gemeenschap geringer dan binnen een open gemeenschap
gene flow
migratie van allelen van de ene populatie naar een andere
genenpool
de verzameling van alle allelen van de populatie
genetic drift
in kleine populaties beïnvloedt toeval bij de partnerkeuze ook de allelfrequentie
genotypefrequentie
de mate waarin een bepaald genotype voorkomt in een populatie
gidsfossielen
fossielen met een grote geografische verspreiding die slechts een beperkte tijd hebben bestaan
halveringstijd
de tijd waarin de helft van een isotoop is vervallen
haplogroep
een groep met een overeenkomst in haplotype
Hardy-Weinberg-evenwicht
een evenwichtssituatie waarbij de genotypefrequentie in een populatie constant is; dit (theoretische) evenwicht kan zich instellen bij een onbeperkt grote populatie waarbij geen emigratie, immigratie, natuurlijke selectie en mutaties optreden
homologe structuren
structuren met hetzelfde bouwplan, maar met een andere functie
isotopen
verschillende atomen van een element met een verschillende atoommassa, maar met dezelfde chemische eigenschappen
klassieke veredeling
het fokken of kweken van rassen
anaeroob
bij afwezigheid van O2
anorganische stof
eenvoudige stof die vrij in de natuur voorkomt, bijvoorbeeld water, zuurstof en kalkzout; bevat geen C-keten of C-H-bindingen
biomassa
de totale massa aan energierijke stoffen van een groep organismen in een ecosysteem of van een trofisch niveau
bruto primaire productie (BPP)
de hoeveelheid energie uit zonlicht die producenten vastleggen in hun organische stoffen (in kJ/m2/jaar of in kJ/m3/jaar)
chemo-autotroof
organismen die organische stoffen opbouwen met behulp van energie uit oxidatie van eenvoudige anorganische stoffen
chemosynthese proces
waarbij sommige soorten bacteriën, uit anorganische CO2 en H2O (bij bacteriën H2S), het organische energierijke C6H12O6 (glucose) opbouwen met behulp van energie uit oxidatie van eenvoudige anorganische stoffen
climaxstadium
het laatste ecosysteem in een successiereeks
consument van de derde orde
het derde heterotrofe organisme in een voedselketen (omnivoor of carnivoor)
consument van de eerste orde
het eerste heterotrofe organisme in een voedselketen (herbivoor of omnivoor)
consument van de tweede orde het tweede
heterotrofe organisme in een voedselketen (omnivoor of carnivoor)
consumenten
organismen die hun organische stoffen uit andere organismen halen
denitrificatie
het omzetten van nitraat (NO3 −) in stikstofgas (N2)
Dissimilatie
afbraak van stoffen
ecologische voetafdruk
de hoeveelheid land en water die een mens gebruikt als leefruimte, als productieruimte en om zijn afval te (laten) verwerken
netto primaire productie (NPP)
de hoeveelheid gevormde organische stoffen die producenten beschikbaar hebben als bouwstof voor de voortgezette assimilatie (in kJ/m2/ dag of in kJ/m3/dag)
nitrificatie
aeroob proces waarbij nitrietbacteriën ammoniak (NH3) en ammonium (NH4+) omzetten in nitriet (NO2 −) en nitraatbacteriën nitriet omzetten in nitraat (NO3 −)
organische stof
stof gemaakt door een organisme, bijvoorbeeld glucose of eiwit; bevat een C-keten en C–H-bindingen
pioniersoorten
de eerste producenten aan het begin van een successie in een ecosysteem
piramide van biomassa
geeft aan hoe de biomassa op een bepaald tijdstip is verdeeld over de trofische niveaus
piramide van productiviteit
geeft aan hoe het berekende jaargemiddelde van de biomassa in een ecosysteem verdeeld is over de trofische niveaus
primaire successie
successie die start op kale grond