Economie B thema 4 level 3

0.0(0)
Studied by 2 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/77

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:34 PM on 10/4/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

78 Terms

1
New cards

Wat betekent AO?

Arbeidsovereenkomst.

2
New cards

Wat is een arbeidsovereenkomst?

Een overeenkomst tussen werknemer en werkgever.

3
New cards

Wie zijn de partijen in een arbeidsovereenkomst?

De werknemer en de werkgever.

4
New cards

Welke 5 W’s staan in een arbeidsovereenkomst?

Wie, wat, waar, wanneer en wedde.

5
New cards

Wat betekent “wie” in een arbeidsovereenkomst?

Wie de werkgever en werknemer zijn.

6
New cards

Wat betekent “wat” in een arbeidsovereenkomst?

Het soort bedrijf, job en contract.

7
New cards

Wat betekent “waar” in een arbeidsovereenkomst?

Het adres van de werkgever.

8
New cards

Wat betekent “wanneer” in een arbeidsovereenkomst?

De werkuren en of het voltijds of deeltijds is.

9
New cards

Wat betekent “wedde” in een arbeidsovereenkomst?

Het loon.

10
New cards

Wat is een arbeider?

Iemand die vooral handwerk doet.

11
New cards

Wat is een bediende?

Iemand die vooral hoofdwerk of bureauwerk doet.

12
New cards

Hoe wordt een arbeider meestal betaald?

Per uur.

13
New cards

Hoe wordt een bediende meestal betaald?

Per maand.

14
New cards

Wanneer kan een arbeider technisch werkloos zijn?

Bij slecht weer of een kapotte machine.

15
New cards

Wanneer kan een bediende technisch werkloos zijn?

Bij uitzonderingen zoals IT-storing of brand.

16
New cards

Wat betekent economische werkloosheid bij arbeiders?

Minder werk in de sector.

17
New cards

Wat betekent economische werkloosheid bij bedienden?

Herstructurering van het bedrijf.

18
New cards

Wie betaalt het loon van een zieke bediende?

Het bedrijf.

19
New cards

Wie betaalt het loon van een zieke arbeider?

De overheid.

20
New cards

Wie betaalt het vakantiegeld van een bediende?

Het bedrijf.

21
New cards

Wie betaalt het vakantiegeld van een arbeider?

De overheid.

22
New cards

Wat is een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur?

Een contract zonder einddatum.

23
New cards

Wat is een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur?

Een contract met een einddatum.

24
New cards

Wat is deeltijds werken?

Minder dan 36 à 40 uur per week werken.

25
New cards

Wat is voltijds werken?

Meer dan 36 à 40 uur per week werken.

26
New cards

Wat is uitzendarbeid of interim?

Indirect werken via een interimkantoor.

27
New cards

Wat is een voordeel van interimwerk?

Je vindt gemakkelijker werk.

28
New cards

Wat is studentenarbeid?

Werk speciaal voor studenten.

29
New cards

Welke voordelen heeft studentenarbeid?

Minder RSZ en geen belastingen.

30
New cards

Hoe lang mag de proefperiode bij studentenarbeid zijn?

3 dagen.

31
New cards

Wat is telewerk?

Deeltijds of voltijds thuis werken.

32
New cards

Wat is huisarbeid?

Deeltijds of voltijds thuis werken.

33
New cards

Wat doet een handelsvertegenwoordiger?

Het bedrijf vertegenwoordigen bij klanten.

34
New cards

Wat is een vervangingsovereenkomst?

Een werknemer vervangen die tijdelijk niet kan werken.

35
New cards

Hoe lang duurt een vervangingsovereenkomst meestal maximaal?

Minder dan 6 maanden.

36
New cards

Wat betekent schorsing van de arbeidsovereenkomst?

Een tijdelijke stop van het contract.

37
New cards

Geef voorbeelden van schorsing van een arbeidsovereenkomst.

Ziekte, ongeval, zwangerschapsverlof en klein verlet.

38
New cards

Wat is klein verlet?

Verlof voor belangrijke gebeurtenissen zoals geboorte of jurydienst.

39
New cards

Wanneer eindigt een arbeidsovereenkomst?

Bij einde contract, dood van werknemer of overmacht.

40
New cards

Wat betekent overmacht bij een arbeidsovereenkomst?

Een onverwachte situatie zoals een afgebrande fabriek.

41
New cards

Wat is een arbeidsreglement?

Verplichte regels voor werknemers en werkgevers.

42
New cards

Wat staat in een arbeidsreglement?

Veiligheidsregels en afspraken zoals vakantiedagen.

43
New cards

Wanneer moet een werkgever veranderingen in het arbeidsreglement melden?

Minstens 1 week op voorhand.

44
New cards

Waarvoor staat RSZ?

Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

45
New cards

Wat doet de RSZ?

De sociale zekerheid regelen.

46
New cards

Waarvoor betaalt de RSZ?

Pensioenen, ziekteverlof en vakantiegeld van arbeiders.

47
New cards

Waarvoor staat WIDE?

Werkgever Identificatie des Employeurs.

48
New cards

Wat is WIDE?

Een identificatie voor werkgevers bij de RSZ.

49
New cards

Waarom gebruikt een werkgever WIDE?

Om werknemers en bijdragen te registreren.

50
New cards

Waarvoor staat DIMONA?

Directe Onmiddellijke Aangifte.

51
New cards

Wat is een DIMONA-aangifte?

Registratie van werknemers bij de RSZ.

52
New cards

Wie moet de DIMONA-aangifte doen?

De werkgever.

53
New cards

Wat is DIMONA IN?

Registratie van een werknemer voor de start van het werk.

54
New cards

Wanneer moet DIMONA IN gebeuren?

Voor de werknemer begint te werken.

55
New cards

Wat staat in een DIMONA IN?

Rijksregisternummer, naam, startdatum en type arbeid.

56
New cards

Wat is DIMONA OUT?

Registratie van het einde van het werk.

57
New cards

Wat doen interne en externe preventiediensten?

Zorgen voor veiligheid en gezondheid op het werk.

58
New cards

Welke 5 disciplines horen bij preventiediensten?

Veiligheid, gezondheid, hygiëne, ergonomie en psychosociale begeleiding.

59
New cards

Wat betekent ergonomie?

Een goede houding en aangepast werken.

60
New cards

Wat betekent psychosociale begeleiding?

Hulp bij pesten, stress en mentale problemen.

61
New cards

Vanaf hoeveel werknemers moet er een interne preventiedienst zijn?

Vanaf 1 werknemer.

62
New cards

Wat is een interne preventiedienst?

Een preventiedienst binnen het bedrijf zelf.

63
New cards

Wat is een externe preventiedienst?

Een andere organisatie die preventie voor bedrijven doet.

64
New cards

Wat is de volgorde om problemen op het werk aan te pakken?

Vertrouwenspersoon → preventieadviseur → directeur toezicht welzijn → arbeidsrechtbank.

65
New cards

Wanneer is een medisch onderzoek verplicht?

Voor bepaalde risicovolle jobs.

66
New cards

Welke jobs vallen onder veiligheidsfuncties?

Jobs met gevaarlijke machines of wapens.

67
New cards

Geef een voorbeeld van een veiligheidsfunctie.

Heftruckchauffeur of bewakingsagent met wapen.

68
New cards

Wat zijn functies met verhoogde waakzaamheid?

Jobs waar constante aandacht nodig is voor veiligheid.

69
New cards

Geef een voorbeeld van verhoogde waakzaamheid.

Nachtarbeid.

70
New cards

Wat zijn jobs met specifieke risico’s?

Jobs met chemische, biologische of zware fysieke belasting.

71
New cards

Geef een voorbeeld van een job met specifieke risico’s.

Bouwvakker.

72
New cards

Wat is een arbeidsongeval?

Een ongeval op het werk of onderweg van en naar het werk.

73
New cards

Wie betaalt bij een arbeidsongeval?

De arbeidsongevallenverzekering.

74
New cards

Wat gebeurt er als een werkgever geen arbeidsongevallenverzekering heeft?

De werkgever krijgt een boete.

75
New cards

Waarvan hangt de kost van de verzekering af?

Van hoe gevaarlijk de job is.

76
New cards

Welke kosten dekt een arbeidsongevallenverzekering?

Medische kosten, loonverlies en vervoerskosten.

77
New cards

Wat gebeurt er als een werknemer sterft door een arbeidsongeval?

De familie krijgt een vergoeding of levenslange rente.

78
New cards

Wie betaalt er 108% met van hun loon het rsz bedrag?

Arbeiders