natuurwetenschappen hfdst 1 deel 2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/66

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

67 Terms

1
New cards

Wat is de halveringstijd?

De tijd waarin een bepaalde hoeveelheid radioactieve stof verminderd is tot de helft.

2
New cards

Welk symbool wordt gebruikt voor de halveringstijd?

t₁/₂

3
New cards

Wat voor soort proces is radioactief verval?

Een toevalsproces.

4
New cards

Waarvan hangt de snelheid van radioactief verval af?

Van de soort radioactieve stof en de hoeveelheid stof.

5
New cards

Wat gebeurt er met de hoeveelheid radioactieve stof na één halveringstijd?

De hoeveelheid wordt gehalveerd.

6
New cards

Wat gebeurt er met de hoeveelheid radioactieve stof na twee halveringstijden?

Er blijft een vierde van de oorspronkelijke hoeveelheid over.

7
New cards

Wat gebeurt er met de hoeveelheid radioactieve stof na drie halveringstijden?

Er blijft een achtste van de oorspronkelijke hoeveelheid over.

8
New cards

Wat zijn de drie soorten ioniserende straling?

Alfa-, bèta- en gammastraling.

9
New cards

Waaruit bestaat alfa- en bètastraling?

Uit deeltjes met bewegingsenergie.

10
New cards

Wat is gammastraling?

Straling die veel energie bevat, maar geen deeltje is.

11
New cards

Hoe veroorzaakt ioniserende straling ionen?

De straling botst met andere atomen, draagt energie over en schiet elektronen weg. Daardoor ontstaan ionen.

12
New cards

Wat is ioniserende werking?

Het vermogen van straling om elektronen uit atomen weg te schieten, waardoor ionen ontstaan.

13
New cards

Wat is de reikwijdte van alfastraling in lucht?

Ongeveer 3 à 4 cm.

14
New cards

Wat is de reikwijdte van bètastraling in lucht?

Tot ongeveer 3 m.

15
New cards

Wat is de reikwijdte van gammastraling in lucht?

Onbeperkt.

16
New cards

Hoe groot is het ioniserend vermogen van alfastraling?

Groot.

17
New cards

Hoe groot is het ioniserend vermogen van bètastraling?

Matig.

18
New cards

Hoe groot is het ioniserend vermogen van gammastraling?

Klein.

19
New cards

Hoe groot is het doordringend vermogen van alfastraling?

Klein.

20
New cards

Hoe groot is het doordringend vermogen van bètastraling?

Matig.

21
New cards

Hoe groot is het doordringend vermogen van gammastraling?

Groot.

22
New cards

Wat is de activiteit van een radioactieve bron?

Het aantal radioactieve vervallen per seconde.

23
New cards

Wat is de eenheid van activiteit?

Becquerel (Bq).

24
New cards

Wat betekent 1 Bq?

Als er in 1 seconde 1 kern vervalt, wordt er 1 deeltje (alfa, bèta of gamma) uitgestuurd.

25
New cards

Wat geldt voor de activiteit en de gevaarlijkheid van een bron?

Hoe actiever, hoe gevaarlijker.

26
New cards

Wat is een voorbeeld van natuurlijke activiteit?

Natuurlijk kalium heeft ongeveer 4000 Bq.

27
New cards

Wat is een voorbeeld van zeer hoge activiteit?

De opslag van radioactief afval kan ongeveer 10¹⁵ Bq bedragen.

28
New cards

Wat is de stralingsdosis?

De energie die per kg bestraalde materie geabsorbeerd wordt.

29
New cards

Wat is de eenheid van stralingsdosis?

Gray (Gy).

30
New cards

Wat betekent 1 Gy?

1 Gy = 1 J/kg.

31
New cards

Wat is het dosisequivalent of de effectieve dosis?

De stralingsdosis gecorrigeerd met een kwaliteitsfactor (RBE = Relatief Biologisch Effect), afhankelijk van onder andere de soort straling en het getroffen weefsel.

32
New cards

Wat is de eenheid van de effectieve dosis?

Sievert (Sv).

33
New cards

Wat betekent 1 Sv?

1 Sv = 1 Gy × RBE.

34
New cards

Waarvoor dient de effectieve dosis?

Om de gevolgen van ioniserende straling te kunnen inschatten.

35
New cards

Wat stelt activiteit (Bq) voor in de vergelijking met kiezelsteentjes?

Het aantal kiezelsteentjes.

36
New cards

Wat stelt stralingsdosis (Gy) voor in de vergelijking met kiezelsteentjes?

De energie die de steentjes overdragen.

37
New cards

Wat stelt effectieve dosis (Sv) voor in de vergelijking met kiezelsteentjes?

De schade die de steentjes veroorzaken, afhankelijk van verschillende factoren.

38
New cards

Waarvan hangt stralingsschade af?

Van de aard van de straling, de intensiteit en de blootstellingsduur.

39
New cards

Wat gebeurt er bij bestraling met alfastraling?

Alfastraling wordt tegengehouden door de buitenste laag dode huid.

40
New cards

Wat gebeurt er bij bestraling met bètastraling?

Bètastraling dringt ongeveer 1 cm diep en kan DNA-schade veroorzaken in oppervlakkige cellen en weefsels, wat kan leiden tot een tumor.

41
New cards

Wat gebeurt er bij bestraling met gammastraling?

Gammastraling dringt door het lichaam en kan DNA-schade veroorzaken in alle weefsels, wat kan leiden tot een tumor.

42
New cards

Wat kan acute blootstelling aan straling veroorzaken?

Stralingsziekte.

43
New cards

Wat kan chronische blootstelling aan straling veroorzaken?

DNA-schade.

44
New cards

Welke soorten straling kunnen schade veroorzaken bij besmetting?

Alfa-, bèta- en gammastraling.

45
New cards

Wat is bestraling?

Blootstelling aan straling van een bron.

46
New cards

Wat is besmetting?

Radioactieve stoffen komen op of in het lichaam terecht.

47
New cards

Hoe kun je jezelf beschermen tegen ioniserende straling?

Door de blootstellingstijd te beperken, afstand tot de bron te houden en afscherming te gebruiken.

48
New cards

Welke afscherming kan gebruikt worden tegen ioniserende straling?

Kleding, kunststof of beton, afhankelijk van de soort straling.

49
New cards

Hoe kan een radioactieve bron afgeschermd worden?

Door de bron in een stralingsdichte doos te plaatsen.

50
New cards

Wat is natuurlijke straling?

Straling die van nature aanwezig is en ook achtergrondstraling wordt genoemd.

51
New cards

Welke natuurlijke straling komt uit het heelal?

Kosmische straling en straling van de zon: alfa-, bèta- en gammastraling. Alfa- en bètastraling worden tegengehouden door de atmosfeer.

52
New cards

Welke radioactieve stoffen komen voor in de lucht?

C-14, H-3 en radon.

53
New cards

Welke radioactieve stoffen komen voor in eten?

K-40 en C-14.

54
New cards

Welke radioactieve stoffen komen voor in planten?

K-40 en C-14.

55
New cards

Welke stoffen veroorzaken aardse straling?

Uranium, thorium, K-40 en andere radioactieve stoffen.

56
New cards

Welke voorbeelden van kunstmatige stralingsbronnen staan in de cursus?

Asfalt, lichtgevende horloges met tritium, tv's met tritium (bèta), bouwmateriaal met radon (alfa) en tabak met polonium/radon (alfa).

57
New cards

Welke radioactieve stof wordt gebruikt in lichtgevende horloges?

Tritium.

58
New cards

Welke straling wordt bij tritium in tv's vermeld?

Bètastraling.

59
New cards

Welke straling wordt bij radon in bouwmateriaal vermeld?

Alfastraling.

60
New cards

Welke radioactieve stoffen worden bij tabak vermeld?

Polonium en radon.

61
New cards

Wat is koolstofdatering?

Een toepassing van radioactiviteit om de ouderdom van materiaal te bepalen.

62
New cards

Wat is kernsplitsing of fissie?

Het splitsen van zware kernen.

63
New cards

Wat is een toepassing van gecontroleerde kernsplitsing?

Een kerncentrale.

64
New cards

Wat is een toepassing van ongecontroleerde kernsplitsing?

Een atoombom.

65
New cards

Welke splijtingsproducten worden in de cursus vermeld?

Xenon-139 en strontium-94.

66
New cards

Wat is kernfusie?

Het samensmelten van lichte kernen.

67
New cards

Wat is het verschil tussen kernsplitsing en kernfusie?

Bij kernsplitsing worden zware kernen gesplitst; bij kernfusie smelten lichte kernen samen.